FSMA legt puinhopen Stéphane Moreau bij Ogeo Fund bloot

14 januari 2021 David Leloup
zwartwit smooth nog donkerder-1
Stéphane Moreau verbergt zich bij aankomst aan het verjaardagsfeest van Erik Van der Paal in 't Fornuis

Het einde van de jarenlange heerschappij van Stéphane Moreau blijft nazinderen. Na de politieke en financiële schandalen rond intercommunale Publifin en de werkmaatschappij Nethys waarin Moreau centraal stond, komt nu Ogeo Fund in beeld. Dat Luikse pensioenfonds is het vijfde grootste pensioenfonds van het land en beheert de (toekomstige) pensioenen van ongeveer 4.200 werknemers van Luikse intercommunales, onder meer ook van de werknemers van Enodia (de nieuwe naam van Publifin, DL).

paasei_Paasei-07

De portefeuille van Ogeo Fund is 1,15 miljard euro waard. In Vlaanderen is Ogeo Fund vooral bekend als (voormalig) mede-aandeelhouder en financier van Land Invest Group. Die projectontwikkelaar kreeg van het (voormalige) Antwerpse schepencollege een aantal omstreden bouwvergunningen.

Jarenlang was Ogeo Fund het schimmige machtsinstrument van Stéphane Moreau: hij gebruikte zijn pensioenfonds meermaals als ‘bank’ voor de PS in Luik, Seraing of Verviers.

Moreau maakte jarenlang deel uit van de zogenaamde ‘club van vijf’, de machtsspelers binnen de Luikse PS, samen met Jean-Claude Marcourt, Willy Demeyer, Alain Mathot en André Gilles. Tien jaar lang stond hij aan het hoofd van Ogeo Fund. In 2017 volgde zijn geforceerd vertrek. Dat kwam er nadat de FSMA (Financial Services and Markets Authority) hem niet langer fit and proper achtte, een vereiste om aan het hoofd te staan van een financiële instelling.

Met een voorlopig rapport breit de FSMA nu een vervolg aan operatie ‘Propere Handen’ in Luik. Apache en Le Vif konden dat vertrouwelijke inspectierapport over Ogeo Fund inkijken. De inhoud ervan is bijzonder explosief.

De doorgedreven controle door de financiële waakhond heeft betrekking op de periode 2015-2020 en startte in februari vorig jaar. Het onderzoek mondde uit in een 72 pagina’s tellend voorrapport. Het dateert van 15 december 2020 en werd kort daarna aan de raad van bestuur van Ogeo Fund bezorgd. Die moet antwoorden voor 29 januari. Het definitieve rapport volgt dan ten vroegste in maart.

zwartwit smooth nog donkerder-1
Stéphane Moreau verbergt zich bij aankomst aan het verjaardagsfeest van Erik Van der Paal in 't Fornuis

Elf inbreuken

Dat de essentie al in het voorlopige rapport staat, bewijst de reactie van de raad van bestuur van Ogeo Fund. Meteen nadat Ogeo Fund het voorrapport ontving – op 17 december 2020 – plaatste de raad van bestuur vanuit voorzichtigheidsoogpunt de twee huidige leidinggevende figuren onder curatele. Het gaat om de voorzitter van het directiecomité Emmanuel Lejeune en om Hervé Valkeners, lid van het directiecomité.

Jim Lannoo (FSMA): 'Wanneer in een definitief rapport vermoedens worden geformuleerd over strafrechtelijke inbreuken, dan wordt dat rapport aan het parket bezorgd'

Lejeune en Valkeners kunnen geen enkele beslissing meer nemen zonder dat ze daarvoor expliciet groen licht krijgen van een trio dat daarvoor het mandaat kreeg van de raad van bestuur van Ogeo Fund. Dat trio bestaat uit voorzitter Julie Fernandez Fernandez, ondervoorzittter Bernard Demonceau en onafhankelijk bestuurder Paul Cuvelier.

In die gespannen context trachten Lejeune en Valkeners de hete aardappel door te spelen naar Stéphane Moreau. Het wordt immers heet onder hun voeten. “De FSMA werkt samen met justitie”, zegt woordvoerder Jim Lannoo. “Wanneer in een definitief rapport vermoedens worden geformuleerd over strafrechtelijke inbreuken, dan wordt dat rapport aan het parket bezorgd.”

Het voorrapport bevat elf inbreuken, vijf aanbevelingen en één aandachtspunt. Volgens de definitie die het FSMA er zelf aan geeft, is er sprake van een inbreuk wanneer wettelijke verplichtingen niet worden nagekomen of wanneer er binnen de organisatie van een pensioenfonds sprake is van inbreuken die door hun aard (kwalitatief) of door de frequentie van hun voorkomen (kwantitatief) beschouwd worden als ernstig.

Ontoereikende interne controle

Of het nu gaat om geldbeleggingen of de uitkering van pensioenen, Ogeo Fund besteedt nagenoeg al haar activiteiten uit aan externe spelers. Het vijfde grootste Belgische pensioenfonds telt slechts acht personeelsleden om meer dan 1 miljard euro te beheren.

Opdrachten uitbesteden is niet bij wet verboden, maar de onderaannemers moeten in dat geval wel nauwgezet gecontroleerd worden. Volgens de wetgeving op de pensioenfondsen is een pensioenfonds verantwoordelijk voor de activiteiten van zijn onderaannemers. De FSMA is van oordeel dat Ogeo Fund niet op een correcte wijze controleert.

Een voorbeeld. De (toekomstige) pensioenen van de werknemers van Enodia zijn goed voor meer dan 60% van het actief en de technische provisies van Ogeo Fund. Maar Enodia berekent zelf de uit te keren rente en stuurt die door naar onderaannemer Ethias Services die vervolgens de uitbetalingen doet.

“Uiteindelijk is het dus een werknemer van Enodia die de brute gegevens beheert en de berekening doet van de bedragen die worden uitbetaald, zonder dat daar controle op is”, constateert de FSMA. Ze stelt zich bijgevolg vragen over “de mogelijkheid en de gevolgen van rekenfouten of fouten met de gegevens van de bestemmelingen”.

De almacht van de voorzitter

De interne regels van Ogeo Fund die onder het bewind van Stéphane Moreau van kracht waren, verzekerden een bijna absolute macht voor de voorzitter van het directiecomité. In de periode van 2007 tot 2017 was dat Stéphane Moreau zelf.

FSMA: 'In het kader van haar inspectieopdrachten heeft de FSMA nooit eerder vastgesteld dat er zo’n grote beslissingsmacht lag bij één en dezelfde persoon'

Het Statement of Investment Principles (SIP) dat onder meer de investeringspolitiek van Ogeo Fund vastlegt, voorziet dat "het directiecomité mag onderhandelen en akkoorden kan afsluiten over investeringen of desinvesteringen voor een bedrag dat per project maximaal 5% van de totale balans mag uitmaken”. Eind 2019 stond er 1,15 miljard euro op de balans van Ogeo Fund. Het directiecomité mag dus, zonder dat de raad van bestuur daarin wordt gehoord, beslissingen nemen voor bedragen tot 57,6 miljoen euro per project.

Een enorm bedrag, maar daarmee stopt het niet: het directiecomité vormt een soort college waarbinnen de stem van de voorzitter, bij staking van stemmen, dubbel telt. Omdat de aanwezigheid van slechts twee leden van het directiecomité nodig is voor een rechtsgeldige beslissing, volstaat bijgevolg de stem van de voorzitter om te beslissen over bedragen die 50 miljoen euro overschrijden.

“In het kader van haar inspectieopdrachten heeft de FSMA nooit eerder vastgesteld dat er zo’n grote beslissingsmacht lag bij één en dezelfde persoon”, staat in het rapport. De financiële waakhond omschrijft de werkwijze dan ook als “moeilijk verenigbaar met de vereiste van een gezond en voorzichtig beheer”.

Te riskante investeringen

De FSMA stelt verder ernstige problemen vast met de zogenaamde directe investeringen die werden gerealiseerd door Ogeo Fund zelf, zonder dat er een professionele investeerder aan te pas kwam. Het onderzoek toont “de afwezigheid van criteria die in acht zouden moeten worden genomen bij beslissingen over beleggingen”.

De directe investeringen van Ogeo Fund schieten alle kanten op, inbegrepen persoonlijke en politieke 'vriendendiensten'

Anders gezegd: de directe investeringen van Ogeo Fund schieten alle kanten op, inbegrepen persoonlijke en politieke 'vriendendiensten'. De FSMA schrijft dat “er geen sprake is van objectieve en formele criteria om beleggingsopportuniteiten voor Ogeo Fund te beoordelen”. Een belangrijk punt dat trouwens eerder al, in 2016, werd gemaakt in een interne audit van Ogeo Fund. 

Vier jaar later lijkt er dus niets veranderd. Het enige verschil is dat Stéphane Moreau intussen niet langer aan het hoofd staat van Ogeo Fund. Met het water aan de lippen gaven de huidige bestuurders aan de FSMA toe dat “bepaalde investeringen die gebeurden in het verleden vandaag niet opnieuw zouden gebeuren”.

Voorbeelden zijn er voldoende. Leningen aan Burodime en Gaetano Lana bijvoorbeeld. Dat is een ondernemer (en zijn bedrijf) uit Ans, de gemeente waar Moreau jarenlang burgemeester was. De man blijkt een persoonlijke vriend en zakenpartner van Moreau te zijn.

In het voorrapport lijst de FSMA vier investeringen op 'die haaks staan op het beginsel van voorzichtig beheer' op

Daarnaast is er de riskante overname van Belgo Metal CW, een bedrijf dat op het moment van overname in een faillissementsprocedure was verwikkeld. Het dossier werd aangebracht door Marc Beyens, de financiële rechterhand van Moreau, en zadelde Ogeo Fund op met een verlies van 3,5 miljoen euro.

Ook de Pont Saint Laurent, een gebouw van mutualiteit Solidaris in Verviers dat Ogeo Fund kocht om de lokale PS-burgemeester Muriel Targnion uit een onverkwikkelijk immobiliënavontuur te helpen, past in dat plaatje. Targnion werd later voorzitter van (toen nog) Publifin en toonde zich een van de meest loyale bondgenoten van Stéphane Moreau.

Dan is er nog L’immeuble de Cointe, een landhuis in de hoger gelegen gelijknamige wijk boven Luik, waarvoor Ogeo Fund in 2012 989.453 euro neertelde. Het huis werd nooit bewoond of verhuurd, maar de man van Bénédicte Bayer, de voormalige directeur-generaal van Publifin, mocht er wel voor 50 euro per maand conciërge spelen. Vandaag is het gebouw nog 388.275 euro waard. Dat komt overeen met de waarde van het terrein.

In haar rapport lijst de FSMA vier investeringen op 'die haaks staan op het beginsel van voorzichtig beheer”. Naast Cointe en Belgo Metal verwijst de financiële waakhond nog naar twee andere projecten: Nova Scotia en Terre As.

Nova Scotia is "een Canadese firma die een terrein met twee gebouwen in Canada bezit” en werd overgenomen door Ogeo Fund in mei 2014. Tot het moment van de verkoop met verlies in juni 2020 bracht de vennootschap geen cent op. Terre As is dan weer een dochterbedrijf van Ogeo Fund waarin een gebouw zit en waarvoor het pensioenfonds in 2015 1,2 miljoen euro betaalde. In het gebouw werden vervolgens “extreem dure” werken uitgevoerd. In 2020 werd het gebouw verkocht … voor 350.000 euro.

Integrale en Alliance

Toch verbleekt zelfs de som van al die fiasco’s samen bij de grote dossiers waar de FSMA in haar rapport melding van maakt: Integrale en Alliance Participations. Onder leiding van Stéphane Moreau leende Ogeo Fund in totaal 65 miljoen euro aan verzekeraar Integrale. In 2008 ging het om een lening van 50 miljoen euro. In 2014 volgde nog een bijkomende lening van 15 miljoen euro.

Onder leiding van Stéphane Moreau leende Ogeo Fund in totaal 65 miljoen euro aan verzekeraar Integrale

Toen Nethys 90 miljoen euro op tafel legde in 2016 om een meerderheidsparticipatie te verwerven in de Luikse verzekeraar, werden de schulden mee geconverteerd in het kapitaal. Vier jaar later, op 30 juni 2020, was de investering van Ogeo Fund in Integrale nog welgeteld 17 miljoen euro waard. Dat komt neer op een verlies van 74% van het geïnvesteerde kapitaal. De investering in Integrale komt neer op een verlies van 48 miljoen euro, ofwel 4% van het balanstotaal van 2019. Het is de slechtste investering uit de geschiedenis van Ogeo Fund.

In mei 2015 leent Ogeo Fund ook nog 3 miljoen euro aan de vennootschap Alliance Participations. De lening zou vijf jaar lopen en er werd een rente van 5% afgesproken. De bedoeling van de lening: de ontwikkeling van Alliance Bokiau, de grootste Waalse verzekeringsagent op het vlak van brandverzekeringen, ongevallen en diverse risico’s.

Volgens de FSMA is de lening illegaal. Vooreerst omdat ze haaks staat op het eerdergenoemde Statement of Investment Principles (SIP) van Ogeo Fund. Maar ook omdat tegenover de lening volgens de FSMA “geen enkele garantie of zekerheid staat voor Ogeo Fund namens de ontlener of een derde”. Bijgevolg, zo oordeelt de FSMA, “wijkt de lening af van artikel 27 van het koninklijk besluit van 12 januari 2007 dat het voorzichtige beheer van pensioenfondsen vooropstelt”.

Artikel 27 legt effectief op dat leningen enkel kunnen wanneer er afdoende garanties tegenover staan. De lening lijkt intussen verloren. Ogeo Fund blijft weliswaar schuldeiser, maar Alliance Participations is sinds juni 2020 vervat in een procedure gerechtelijke reorganisatie. Dat is vaak de voorloper van een faillissement.

Geen garanties

De conclusie van alle riskante zogenaamde ‘directe investeringen’ door de top van Ogeo Fund? De FSMA stelt zich grote vragen “bij de beslissingsmacht van het directiecomité, bij de achterliggende redenen van sommige investeringen en bij de quasi afwezigheid van garanties om investeringsbeslissingen te vermijden die haaks staan op de algemene doelstelling en de belangen van een pensioenfonds”.

Topmannen Emmanuel Lejeune en Hervé Valkeners: 'Feiten gebeurden op het moment dat mijnheer Moreau zowel voorzitter van het directiecomité als gedelegeerd bestuurder was'

De FSMA constateert eveneens “een gebrek aan controle door de oude raad van bestuur op de directe investeringsbeslissingen van het directiecomité”.

Emmanuel Lejeune en Hervé Valkeners, de twee huidige topmannen van Ogeo Fund, onderstrepen dat de verschillende investeringen die volgens de FSMA haaks staan op de principes van voorzichtig beheer “allemaal gebeurden op het moment dat mijnheer Moreau zowel voorzitter van het directiecomité als gedelegeerd bestuurder was”.

Grote kuis

In verhouding tot de tientallen miljoenen die in rook zijn opgegaan, lijkt het haast anekdotisch, maar de FSMA stelt ook een aantal belangenconflicten vast die mogelijk de credibiliteit van het pensioenfonds in het gedrang kunnen brengen of al in gedrang hebben gebracht.

Tijdens het onderzoek botste de financiële waakhond op een juridische nota die dateert van mei 2019 en gericht is aan Emmanuel Lejeune. Daarin geven de advocaten die door Ogeo Fund werden aangesteld aan dat er mogelijk sprake is van een belangenconflict in hoofde van Lejeune.

Als voorzitter van het directiecomité heeft Lejeune recht op een variabele vergoeding. Maar hij is tegelijk ook al jarenlang verantwoordelijk voor de compliance van het pensioenfonds: hij moet er met andere woorden over waken dat alle activiteiten van Ogeo Fund gebeuren met respect voor de geldende wettelijke en reglementaire bepalingen.

In de nota wijzen de advocaten op de noodzaak om het risico op een belangenconflict te vermijden dat ontstaat wanneer er moet geoordeeld worden over de toekenning en de betaling van een bonus. In maart 2020 – bijna een jaar na de nota – werd er gevolg aan gegeven: de raad van bestuur van Ogeo Fund verving Emmanuel Lejeune door een externe verantwoordelijke, afkomstig van advocatenkantoor Younity.

Een tweede mogelijk belangenconflict speelt in hoofde van Jacques Tison. Die was tegelijkertijd bestuurder en, via zijn vennootschap I-Libris, onderaannemer van Ogeo Fund. Via zijn vennootschap verzorgt Tison de boekhouding van het pensioenfonds en maakt hij de financiële rapporten en jaarrekeningen op. Daarover ondervraagd door de FSMA, stelde Ogeo Fund dat het om een operationeel en geen persoonlijk belangenconflict gaat.

De FSMA is het echter niet eens met die kijk op de situatie. Die heeft de schijn van belangenvermenging en dat is onacceptabel. In februari 2020 stapte Tison op als bestuurder bij Ogeo Fund.

Een derde mogelijk belangenconflict speelt volgens de FSMA in hoofde van Isabelle Rasmont, die optreedt als bedrijfsrevisor voor PwC. De FSMA vermeldt verschillende elementen die een mogelijk belangenconflict oproepen.

Zo is er de vaststelling dat voor haar aanstelling als commissaris bij Ogeo Fund haar mentor - Jacques Tison - die taak bij Ogeo Fund vervulde. Tison werd daarna, in 2017, bestuurder. Bovendien is Isabelle Rasmont ook commissaris bij Nethys en bij Integrale. Enkele maanden terug, in november 2020, werd Rasmont, om elk belangenconflict te vermijden, vervangen door een vertegenwoordiger van Ernst & Young.

Het rapport van de FSMA maakt tenslotte ook melding van de kosten en de vergoedingen van de bestuurders van Ogeo Fund. Daarover volgt later meer.

LEES OOK