“De holle frasen over wereldburgerschap, multiculturele verrijking en solidariteit klinken echter minder overtuigend tegenover een pleidooi voor een inclusieve Vlaamse identiteitsbeleving die complexloos naar de wereld kijkt,” schreef Bart De Wever 22 februari in een column in De Standaard. Het was een reactie op kunstenaars als Tom Lanoye en Luc Tuymans die hem het een en het ander hadden verweten. De dagen daarna zorgde het schrijfsel voor een indrukwekkende hausse aan opiniestukken, waarvan de laatste droppels inkt dit weekend nog in De Standaard vloeiden.
Een stoet geletterden
Ik zou makkelijk alsof kunnen doen, maar ik heb niet al die artikelen gelezen. In flarden las ik Geert Van Istendael over een onscherp begrip en een sociale constructie. Ik merkte dat Jan Goossens De Wever in het begin van zijn bijdrage gelijk gaf, maar het niettemin nodig vond nogmaals zijn lesje op te zeggen. Nieuwkomers waren Yamila Idrissi en de rijzende radioster Gilles De Coster in De Morgen en Marc Verminck en Chika Unigwe voor De Standaard. In die eerste krant verweet de Hollander Wessel De Jong dat de Paarse partijen de Vlaamse gevoelens jarenlang hadden ontkend, in de andere ontstond een subdiscussie tussen Kevin Absillis en Marc Reynebeau.
Het lééft onder die mensen, zeg maar. Een column waarin De Wever ouwe kost opwarmt – Geert Buelens verwees in zijn tussenkomst naar het oerstuk – doet een bataljon opiniemakers in de houding schieten. Als het over identiteit gaat, zijn talloze intellectuelen (laat ik ze maar even zo noemen) steeds weer bereid om dezelfde discussie opnieuw en opnieuw te voeren. Zelfs als Bart De Wever daar een kattebelletje over pleegt, wil een hele stoet geletterden er per se overheen.
Een ontegensprekelijke verdienste
Dat is merkwaardig. Niet in de laatste plaats omdat dit debat weinig te maken heeft met het succes van N-VA – eerder dan aan een Vlaams identiteit hebben zij dat te danken aan een gevoel van Belgische onrechtvaardigheid -, maar vooral omdat de identiteitsopvatting van Bart De Wever later een door menigeen gekoesterde erfenis zal blijken te zijn. Als één van de weinige nationalisten, is hij erin geslaagd daarover een genuanceerd beeld te ontwikkelen waar maar weinig op af te dingen valt. Identiteit als een sociale constructie die steeds in beweging blijft. Na het starre dogmatisme van typen als Geert Bourgeois, bracht De Wever verlichting in zijn partij. Het valt af te wachten of N-VA de opvattingen van hun leider na zijn vertrek, wanneer ze weer verbannen zijn naar de marginaliteit en enkel voor de achterban spelen, in tact zullen laten, maar hij kan op dit punt een ontegensprekelijke verdienste claimen.
Toch moet de Vlaamse nationalist De Wever het woord “identiteit” maar in de mond nemen om in sommige koffiehuizen alle alarmbellen te laten afgaan. De hysterie die daarop volgt, maakt een debat over een ander en meer discutabel erfstuk van De Wever onmogelijk. Dat een democratische gemeenschap maar beter gelijkloopt met een culturele taalgemeenschap. Meer dan zijn opvattingen over uw en mijn constructies, is dat de centrale stelling die naar een onafhankelijk Vlaanderen moet leiden.
Daar zit het vlees
Enkel Karel De Gucht voelde zich vorige week geroepen om in het meningencircus daartegen weerwerk te bieden. In een ondertussen veelbesproken essay wijst De Gucht op het manke loopje van die aanname. Enerzijds pleit N-VA voor een taalhomogeen democratisch Vlaanderen, maar anderzijds leunt de partij genoeglijk op een Europese zuil. Eentje waarin zevenentwintig lidstaten met bijna evenveel talen tot beleid komen. Wie De Wever volgt, moet vaststellen dat dat Europese project geen enkele democratische legitimiteit geniet. Het houdt hem niet tegen om breed uit te pakken met een pro-Europees programma.
De Gucht besteedt er helaas enkel zijn laatste kolom aan. Verder leest het essay als een ietwat onbeholpen poging om met Mill en (een biograaf van) Burke aan te tonen dat het nationalisme niet deugt. Toch zit er meer plezier in die ene kolom van De Gucht dan in al die andere stukken. Daar zit het vlees. Wie Bart De Wever en zijn partij wil bekampen, moet daar zijn. Niet enkel de Unie biedt inspiratie om zijn these onderuit te halen, maar ook landen als Zwitserland en India springen uit de puzzel van De Wever. Zelfs Brussel kan hiertoe als voorbeeld dienen, hoewel daarvoor best gestopt kan met het construeren van een artificiële grens tussen dat veelkleurige gewest en het lelieblanke Vlaanderen.
Het kan niet zo moeilijk zijn om daar een mooi stuk over te schrijven. Re-Bel publiceerde een tijd geleden een paper die de Zwitserse democratie en haar referendasysteem onder de aandacht bracht, maar veel gehoor vond die bundel niet. Niemand pikte het op. Liever dan op zoek te gaan naar reële gaten in het discours van De Wever, ploegen de meeste tegenstanders ervan het levenloze identiteitsdebat nog eens om.