Het asielprobleem kennen zij dan weer wel, hoewel zij er hun eigen invulling aan geven. Lobke was enkele maanden oud, toen Anne eens een asiel bezocht "enkel om te kijken". Aan het allereerste hokje was het prijs. Daar zat Lobke en Lobke koos haar uit. Een kleine zes jaar geleden stierf, met een korte tussenpauze, mijn bobtail-tweeling Kara en Mazov. Meer dan twaalf jaar hadden de gebroeders Karamazov mijn leven gedeeld, mee gezworven door de Midi, over de eindeloze stranden van Bretagne, geslapen in de leukste hotels, aan (of liever onder) tafel gezeten in de fijnste Franse restaurantjes. Toen ze heel oud en heel moe deze wereld verlieten, heb ik gezworen dat ik nooit meer hondjes wou, zoveel verdriet wou ik niet meer meemaken. Maar de maanden gleden voorbij en ik ging toch af en toe eens kijken op websites van dierenasiels. Toen zag ik Belle. En vooral haar ogen. Twee dagen later stond ik in het dierenasiel van Rekkem, of all places, en vanaf die dag woonde Belle in (het naar haar genoemde) Bellefontaine. Geboren in Hongarije, beland bij malafide dierenhandelaars, verpatst, achtergelaten bij het hek van het dierenasiel.
Voor mensen uit de stad is de natuur het avontuur, voor Lobke en Belle is de stad het avontuur. Maar jullie hoeven niet ineens naar een grote stad, leg ik hen uit. Een boerengat als Roeselare heeft bijvoorbeeld ook heel veel camera's, als het om de roem te doen is. Recent las ik dat er alleen al aan het station van Roeselare, waar nooit wat gebeurt, dertien extra camera's komen. Een mens kan niet voorzichtig genoeg zijn. Hier kennen wij geen camera's. Als er een kilometer verder een auto door het dorp rijdt, wat toch zeker een keer of drie per dag gebeurt, staan de kleine en de grote waker al paraat aan het hekken van de tuin. Onafscheidelijk. Toen Lobke enige maanden geleden geopereerd werd en één nacht in het ziekenhuis moest blijven, liep Belle zeer verloren door het huis. Zelfs genegenheid is iets waar hondjes vaak beter mee omgaan dan mensen.