Onze beide personaliteiten hebben vastgesteld dat Marokko ver voor staat inzake veiligheid. Elke Marokkaan moet er namelijk op zijn/haar achttiende vingerafdrukken laten nemen. Vanzelfsprekend worden de Marokkanen niet gehinderd door een privacy-commissie liet Jambon hierbij fijntjes doorschemeren. Elke Belg heeft al zijn eigen camera, nu zou er ook nog eens een databank met vingerafdrukken moeten komen. En ik denk nu even verder. Halfweg de jaren dertig waren in Duitsland bijvoorbeeld de schedelmetingen ook zeer populair. Blinde Duitse kindjes leerden blank, jood en zwart uit mekaar houden door het betasten van "stereotiepe" namaakhoofden. Ook schedelmetingen zouden veel terreur kunnen vermijden. Charles Michel, als liberaal steeds paraat als er dictatoriale maatregelen dienen genomen, beaamt dat "het idee van databanken met vingerafdrukken ook bij ons leeft." Hoe dan? Waar dan? In tegenstelling tot Charles Michel kom ik weleens onder de mensen en ik heb het idee nog nooit ontmoet. Jaren geleden ontketende Charlie Hebdo een miljoenste rel door op de frontpagina te melden dat de Arabieren voort olie wilden leveren aan Frankrijk, op voorwaarde dat de Fransen de jodenster terug invoerden. "Dat moet geen grote, opzichtige ster zijn, schreef de redactie, het mag een kleintje zijn. De mannen kunnen ze bijvoorbeeld onder hun revers dragen en de vrouwen op hun beha, maar ze moeten de ster wel dragen." Frankrijk was te klein en niemand was Charlie. In onze wildste dromen en wensen noemen wij ons land nog wel eens een democratie. In een democratie hoef je niet trots te zijn op het feit dat je tot een of andere volksstam behoort, maar op je vrijheid, je gulheid en je menselijke principes. Maar dat wordt elke dag moeilijker als je aan twee zijden wordt aangevallen, aan de ene kant door steeds talrijker en dwingender compleet ondemocratische wetten en wetjes en verordeningen en aan de andere kant door een verarmingspolitiek die driekwart van het land in de wanhoop drijft. In 1994 bracht De Groene Amsterdammer het verhaal van de drie gebroeders Bourequat, die achttien jaar doorbrachten in de gruwelijkste gevangenis van Marokko. Op een dag werden ze vrijgelaten omdat ze nergens van beschuldigd waren. Een van de broers had vier jaar in kleermakerszit gezeten, omdat zijn knieën te zwak waren geworden om rechtop te staan. Hun ruggengraat was vergroeid, zij waren twintig cm. gekrompen en wogen nog veertig kilo. Hun lichaam moest uit de knoop worden gehaald. Er zijn inderdaad landen waar wij nog iets van kunnen leren.