Een afhankelijkheidsrelatie die bij ongenoegen tot zelfs misbruik zelden tot echtscheiding leidt. Als een imam van schimmig allooi wijst hij met de vinger naar de echtbrekers die het ondanks harde maatregelen om het hen onmogelijk te maken, proberen te rooien in hun eentje en daarbij steun van de gemeenschap dreigen nodig te hebben. Een economisch model gebaseerd op kostwinner/huisvrouw vertaalt zich gewis naar dalende werkloosheidscijfers. En dat immer nijpende probleem met die kinderopvangplaatsen is ook meteen van de baan. Wel spijtig dat de best studerenden, zijnde meisjes, dan maar zelden in het arbeidscircuit geraken.
De romanticus in De Wever droomt van een modelgezin dat naar de jaren '50 ruikt. Hij koketteert met een zweem van schuldgevoel, onmiddellijk overschaduwd door trots, en refereert naar zijn gezinssituatie die Elsschotiaanse trekjes vertoont. Een status die hij, mijn observatie van een eindeloze gezinsfotoshoot in het Middelheim, bazig geregisseerd door mevrouw De Wever met een toen nog dikke goedzakkerige Bart in haar zog indachtig, vast niet zomaar verworven heeft. De wat bleke, emotionele masochist in De Wever dweept wat goedkoop met het wrange Elsschotgedicht Het Huwelijk, dat meteen elke grein hoop op een waarachtige liefdesrelatie de kop indrukt.
Hypocrisie als deugd
Een wat lichtzinnige move voor een historicus, daar het duidelijk is dat dit legendarische gedicht door de jonge, pas met Fine gehuwde Elsschot werd geschreven. De verbitterde man in het gedicht valt dus niet samen met de auteur. Het was de vertroebelde huwelijksrelatie tussen Bernardina Willekens en Philip Van Elst uit Blauberg, bij wie Alfons De Ridder als kind talloze zomers spendeerde, die model stond. Blauberg is een gehucht bij Herselt in de provincie Antwerpen. Ook al verzachtte de aanwezigheid van de kleine Fons de zeden binnen het huishouden, toch moet hij getuige geweest zijn van het huiselijk geweld dat er bij regelmaat gepleegd werd. En wat als publiek geheim de ronde deed in het dorp.
Maar al dit om mijn woede nu al drie paragrafen lang te temperen vooraleer ik mijn gal spuw. Waarom kan ik - uit alle lezenden - Elsschot niet smaken? Juist, omdat hij die hypocrisie belichaamt die De Wever als een deugd prijst. Heel mijn parcours is een harde veldtocht tegen die kleinburgerlijke hypocrisie die huichelend hele generaties van hun waarheid beroofde. Mijn moeder en mijn verwekker, zijnde niet mijn vader, dachten in de swingende jaren zestig ook dat alles beter was dan een gebroken gezin.
Mijn moeder en mijn verwekker, zijnde niet mijn vader, dachten in de swingende jaren zestig ook dat alles beter was dan een gebroken gezin
In een provinciegat als Lier bedachten ze een duivelse constructie die mijn bastaardschap, voortvloeiend uit een lange affaire tussen de soubrette en de plaatselijke visboer/operettekoning, zou toedekken. De zelf kinderloze bedrogen echtgenote werd mijn doopmeter, ik kreeg de naam van de wettelijke echtgenoot van mijn moeder, en er werd mij geleerd emotioneel te balanceren tussen deze twee koppels. Co-ouderschap avant la lettre. Ik noemde mijn echte vader 'nonkel' zijn vrouw 'marraine'. In Lier gold het als publiek geheim dat ik het rosse kind van de rosse visboer was. We gingen samen op reis, ik logeerde op gezette tijden bij mijn meter.
Toen ik zestien was en de bitterheid het haalde van de hypocrisie, spatte de bubble uiteen. Er restte mij niets dan een Freudiaanse erfenis verteren waar ik de helft van mijn leven onder gebukt zou gaan. Iets wat me pas zou lukken toen ik eigenhandig de zwijgplicht verbrak. Daar zit de kiem van mijn 'zero tolerance', mijn 'war on hypocrisy'.
Ik kots als ik lees: "Voor wie de chaos overziet die veel gebroken gezinnen veroorzaken, strekt de levensstijl van Alfons De Ridder en zijn Fine eerder tot aanbeveling dan het vrijheid-blijheid dat sinds mei 68 de norm is geworden."
This one is on me
De leugen die mijn persoonlijke geschiedenis is, werd ook ingegeven door het economisch besef dat een gebroken gezin niet rendabel was. Mijn natuurlijke vader was bewust kinderloos omdat hij een goed draaiende zaak runde met zijn vrouw, een rol die mijn moeder nooit had kunnen vervullen. In deze constellatie was het voor hem mogelijk om op zijn vijftigste te rentenieren. Ondenkbaar vandaag. Deze welstand werd druppelsgewijs ook met het gezin waarin ik opgroeide gedeeld. Zwijggeld. Ik heb het lelijkste aller zogenaamde deugden gezien. Maar... Inderdaad, het heeft de maatschappij geen cent gekost, integendeel. Alleen mij. This one is on me. En met mij heel veel psychiatrische sofaliggers die zich de collateral dammage van deze door De Wever verheerlijkte hypocriete moraal mogen noemen.
De leugen die mijn persoonlijke geschiedenis is, werd ook ingegeven door het economisch besef dat een gebroken gezin niet rendabel was
Daar willen we absoluut niet terug naartoe, en de spreekwoordelijke Berbers moeten ook uit de kast! De definitie van hypocrisie is het voorwenden van geloof, gevoelens, moraal of deugden zonder daar volledig achter te staan of de daaraan verbonden normen en waarden zelf in praktijk te brengen, in het bijzonder bij het bekritiseren van anderen. Hypocrisie kan dus worden gezien als een gedragsvorm die erop gericht is beter voor de dag te treden dan strikt genomen verdedigbaar is, zowel gezien vanuit oprechtheid als vanuit noodzaak door omstandigheden. Synoniem: huichelarij.
François de La Rochefoucauld noemde hypocrisie het eerbetoon van de ondeugd aan de deugd. Als dat je levenshouding is, lig je inderdaad niet wakker van het feit dat je voortdurend een hele bevolking een rad voor de ogen draait en in het verborgene opereert. Wij zijn allemaal Fine.