wildernis, afgronden en puin;
zelden een haven, zelden een tuin
en telkens indringers aan de poorten.
Iedere hamer algauw een wapen,
iedere toeroep een verwijt.
En keel na keel die jammert en schreit
en handen die brokken samenrapen.
Nooit laat een uur zich met mildheid dopen.
Mens zijn, is jager zijn en dier.
Tot - achter het heden en het hier -
geen enkel bedrog zich vrij kan kopen,
en niets meer helpen mag of bedaren,
overmoed, blijdschap, blind geloof.
Stof is altijd voor mislukking doof
en triomfeert slechts in barbaren.
Herwig Hensen - uit de bundel Achter woordflitsen van krijt, Uitgevrij Lannoo, 1983.