Ze weet en leest veel over de natuur waarin we wonen. Twee buizerds hebben vlakbij hun nest in het hoge sparrenbos met beuken en eiken. Al weken staat de tuin vol sneeuwklokjes en paasbloemen, de wereld laat zich geen winter- of zomeruur dicteren. De zon hangt opgeblonken aan de hemel, af en toe achter een onweerswolk verscholen. En dan is er visite. Neef uit Duitsland met vrouw en schattige peuter van twee en een half. Ze kan net niet over Belle kijken, maar de trouwe St. Bernard gaat gewillig liggen. Zonder daar flauw over te doen, overschrijden wij de taalgrenzen en schakelen van Nederlands en Frans over op Duits. Uit West-Vlaanderen komen de kinderen en kleinkinderen. Onze schoonzoon Jo, de beste patissier van Kortrijk en verre omstreken, heeft tien liter zelfgemaakt vanille-ijs en aardbeiensorbet bij. Principieel weigert Apache alle publiciteit, maar daar ben ik toch maar mooi omheen gewalst. "Wij waren jong, zo jong..." zingt Luc De Vos op de cd-player, aangrijpend begeleid door mijn Marokkaanse vriend Abdelkader Zahnoun en zijn El Khouloud. De wifi staat af, er is dus tijd om te praten. Mijn kleindochter Charlotte, die achttien is, heeft uit een vorige woning van mij een doos bij vol herinneringen uit de tijd dat haar moeder en mijn dochter met haar oom en mijn zoon door mijn Antwerps theatertje renden en alle liedjes meezongen en lange tochten maakten door de stad die toen ook onze stad was. En als het licht schemering wordt, verstillen ook de gesprekken. Anne maakte overheerlijke bouillabaisse, geheel volgens het recept dat Fernandel zo mooi zingt in het gelijknamig lied. Enkel de eerste aanbeveling volgen wij niet "Pour faire une bonne bouillabaisse, il faut se lever de bon matin..." En tot laat in de nacht drinken wij koele Gris de Camargue, de rosé die nog meer herinneringen oproept aan tijden toen er geen... neen, ik begin er niet over. Dank u, Plato. Er bestaan parallelle werelden. Laat ons in de goede wonen.