Uit mijn Antwerpse jaren herinner ik mij de fameuze chocolaterie Bury in De Wilde Zee. Vader Bury was een volmaakt artiest die de meest wonderbare creaties ontwierp en in zijn etalage tentoonstelde. Wie niet langs Bury gepasseerd was, was niet in Antwerpen geweest. Op een dag na de gemeenteraadsverkiezingen stond in zijn uitstalraam het tot in de finesses afgewerkte Antwerpse stadhuis in chocolade, met daarvoor de burgemeester en het hele schepencollege. Naderhand ging het kunstwerk als cadeau naar een weeshuis. Als er anno 2016 nu eens een chocolatier was die al onze regeringen en parlementen maakte in heerlijke melkchocolade, verrukkelijke fondant en zeemzoete marsepein en ze vervolgens liet opeten door de kindjes, zou dat geen prachtig symbool zijn voor ons aller gevoelens? Ze weten trouwens tot in Israël dat wij een volk zijn van enkel chocolade-eters, las ik. Zoals wij (las ik ook) een volk zijn dat hulpeloos de voorzitter van de Liga voor de Mensenrechten laat oppakken. Wij hebben geen geweren, geen straaljagers en geen drones. Wij hebben alleen penseel, potlood, pen en papier. Wij dragen geen kogelvrije vesten en hebben geen acht lijfwachten om ons heen. In onze tuinen staan geen tanks, maar eiken en berken en dennen. Het land dat opgeëist wordt door geldsjoemelaars en hun bedienden is ook ons land. En als hun gebeente al lang verbleekt is, zullen de teksten, de tekeningen, de schilderijen en de geest er nog zijn. De winter van 1939-1940 zat de Franse schrijver en journalist Henri Jeanson in de gevangenis. "Oorlog", schreef hij, "is de enige verstrooiing van koningen waaraan het volk mag deelnemen." Zijn misdrijf luidde: pacifisme. Wij kennen zijn naam en zijn werk. Maar wie kent nog de naam van zijn rechters en van zijn cipiers? En nu ga ik eens een hele oude LP opzetten. Van Bram en Freek. Neerlands Hoop in Panama.