Koro 8 april 2016

door Bert Verhoye
BERT
BERT

Ik had net een groepsfoto in handen gekregen van mijn retorica. Bij foto's heb ik veel bedenkingen. Ze zijn geen realiteit, maar de visie op een realiteit. Bovendien zijn ze bedrieglijk. Op oude foto's ben je jong en op jonge foto's ben je oud. Het portret van het laatste jaar Grieks-Latijnse humaniora is genomen op de binnenkoer van een West-Vlaams college en huldigt de traditionele opstelling. Het jaar was 1963. Op de eerste rij zitten de kindermisbruikers in lange zwarte jurk met Romeins boordje en zwarte breukband. De pedofilie stond toen nog in de kinderschoenen. Op de tweede rij staan een tiental leerlingen rechtop, achteraan staat er nog een rij op stoelen.

In die halve eeuw ben ik nooit naar een klasreünie geweest, maar ik herken de gezichten alsof het gisteren was. De jongen met wie ik elke avond om zeven uur naar huis fietste. Halfweg mijn route zwenkte hij af aan de hoeve van zijn ouders. Hij was een van de knapste koppen van de klas maar wou en zou landbouwer worden, in de tijd dat varkens en kippen nog scharrelden en het paard de ploeg trok. Ik moest nog een kilometer of vijf doorrijden om thuis te gaan dromen van de grote stad Brussel, waar ik me had ingeschreven in de theaterschool. Ik zie de jongen die nu een befaamd advocatenkantoor leidt en de achttienjarige die vandaag aan het hoofd staat van een van Vlaanderens grootste Immo-bedrijven.

De kust zag er toen nog uit als kust, maar lang zou het niet duren. De knaap met de stoute blik in de ogen werd een personaliteit op het vlak van hartritmestoornissen. Een werd dorpsapotheker en één wiskundeleraar in de hogere cyclus. Ik weet niet wat er van de zoon van een tabakskweker uit het Wervikse geworden is. Hij koos in elk geval de branche van zijn vader, die hem windeieren zou leggen. Drie voelden een roeping in zich opkomen. Twee van de drie smeten al snel hun kap over de haag, zoals ze in West-Vlaanderen zeggen. De derde stichtte op de Filipijnen een opleidingsschooltje voor pastoors en stuurde me elk jaar een bedelbrief. Zie je mij al de kweek van pastoors sponsoren? Op een dag heb ik hem vriendelijk gemeld dat ik daar geen tijd voor had, benomen als ik was door de sores voor acht vrouwen en vierentwintig kinderen. Zo kwam er een einde aan onze correspondentie. Twee jongens van de foto stapten uit het leven.

De winter van 1963 was de koudste winter van de eeuw. Er dreven enorme ijsschotsen op de Noordzee en de Elfstedentocht was pure horror. De Britse defensieminister Profumo deelde de lakens met Christine Keeler die er een Russische spion als tweede minnaar op nahield. Exit Profumo. Aan de Muur zei president Kennedy "Ich bin ein Berliner". "Je suis Charlie" avant la lettre. Enige maanden later werd hij doodgeschoten in Dallas, een niet voorziene dissonant. "Let's dance" nodigde Chris Montez ons uit en hij moest het geen twee keer vragen. En voor onze ouders zong Gert Timmerman de één-tegeldans "Ik heb eerbied voor jouw grijze haren". Cliff Richard was niet bijgeplamuurd en het stoffelijk overschot van Elvis leefde nog. En de wereld maakte zich op voor decennia liefde en tochten naar San Francisco met bloemen in het haar.

Maar omdat wij onnozele mensen zijn, hebben wij dat de volgende jaren allemaal naar de verdoemenis geholpen. Een lente van tientallen jaren ging zonder zomer of herfst over in een winter, mentaal zo koud als een dichtgevroren zee. De foto is opgeborgen. De kleinkinderen kennen de verhalen. En ik hoef ze even niet meer.

LEES OOK
Bert Verhoye 17-07-2019

Koro 17 juli '19

Het rubriekje van Bert Verhoye waarin onze hysterische wereld geconfronteerd wordt met problemen, die geen problemen zijn.
Bert Verhoye
Bert Verhoye 12-06-2019

Koro 12 juni 2019

Het rubriekje van Bert Verhoye waarin onze hysterische wereld geconfronteerd wordt met problemen, die geen problemen zijn.
Bert Verhoye
Bert Verhoye 07-06-2019

Koro 7 juni 2019

Het rubriekje van Bert Verhoye waarin onze hysterische wereld wordt geconfronteerd met problemen, die geen problemen zijn.
Bert Verhoye