De gouden knol blinkt niet voor iedereen

17 februari 2021 Steven Vanden Bussche
Ontwerp zonder titel-7
((foto: © Apache))
Het beste van 2021 volgens Tom Cochez

Groot of dood. In dossier De Frietbonzen legt Apache samen met Médor en Médiacités de impact bloot van de doorgedreven industrialisering van onze voedselketen. Ook het meest iconische Belgische landbouwproduct ontsnapt niet aan het marktdenken. Het kapitaalintensief, industrieel en grootschalig karakter duwt de aardappeltelers in een modern lijfeigenschap. In het dossier zoeken we plaatsen en mensen op waar we doorgaans minder over schrijven, maar de dynamiek op het platteland en in de grootstad is wezenlijk dezelfde. De patattenboer op zijn veld of de Deliveroo-koerier die uw pak friet aan de deur brengt: de aardappel moet in alle stadia maximaal renderen.

Ontdek alle negen artikels uit 2021 die je gelezen moet hebben.

De Frietbonzen

Dit is het derde deel van het onderzoeksdossier ‘De Frietbonzen’, waarvoor journalisten van Apache, Médor en Mediacités de handen elkaar sloegen.

“Ik ben er zes jaar geleden mee gestopt”, zegt landbouwer en voormalig aardappelteler Karel Devreese uit Lo-Reninge. “Als contractteler ben je gebonden aan allerlei voorwaarden. De industrie neemt het heft omzeggens helemaal in handen. Enkele spelers bepalen de prijs voor heel de sector. Ik was de manier van hoe er 'zo' aan landbouw gedaan wordt moe.”

“De gangbare landbouw wordt te grootschalig om er als kleine landbouwer financieel iets aan over te kunnen houden. Het is een harde wereld, zeer kapitaalsintensief, en misschien wel een doodlopend straatje voor veel collega’s”, denkt Devreese. ”Ik zie veel meer kansen in verbreding en eigen vermarkting via de korte keten, of een omschakeling naar biologische landbouw.”

Landbouwer Karel Devreese: 'De industrie neemt het heft omzeggens helemaal in handen: enkele spelers bepalen de prijs voor heel de sector'

“Er zijn maar kleine marges voor de boer”, zegt een landbouwer uit Geraardsbergen, die anoniem wenst te blijven. Drie jaar geleden stopte hij met de aardappelteelt. Hij verpacht zijn velden voortaan aan een West- en Oost-Vlaamse aardappelboer. “De landbouwer aan de productiekant draagt alle risico’s en investeringen en is de speelbal van de fabriek. Zij zeggen wanneer, wat en tegen welke prijs. Ik was het beu om dat spel mee te spelen. Groot of dood, zeggen ze hier.”

Omerta

Bij een rondgang bij een tiental boeren in de Westhoek en het zuiden van Oost-Vlaanderen, merkte Apache dat er een omerta heerst om problemen rond contractteelt in de aardappelsector te bespreken in het publiek debat. Enkele telers spraken met naam en toenaam, anderen verkozen om anoniem te getuigen en nog anderen leverden enkel informatie in de achtergrond, uit schrik voor gevolgen voor hun eigen bedrijf.

Om de productielijnen in de aardappelverwerkende industrie draaiende te houden, is een constante aanvoer van aardappelen nodig. Grote verwerkers maken daarom afspraken met (vooral) individuele telers. Via die zogenaamde ‘teeltcontracten’ maakt de agro-industrie met landbouwers afspraken rond prijs, hoeveelheid, ras, kwaliteit en tijdstip van levering.

Geknibbeld

Over de prijsvorming heeft de landbouwer amper of niets te zeggen: de prijs wordt ‘voorgesteld’ door de fabriek. Kostprijsberekeningen voor bewaaraardappelen tonen dat er al een serieuze opbrengst moet zijn, vooraleer een teler winst kan maken.

“Als wij kostprijsberekeningen maken voor teelten, tot en met de bewaring, en die naast contracten leggen die worden aangeboden, dan zijn die prijzen zeer scherp. Er wordt geknibbeld aan contractprijzen voor aflandlevering (levering direct na de oogst, red.), maar niet iedereen kan of wil de aardappelen bewaren”, zegt Kürt Demeulemeester van Inagro, een onderzoeksinstituut voor land- en tuinbouw.

aardappelen
Grafische voorstelling onkosten aardappelteelt (© Apache)

Voor het ras Fontane bijvoorbeeld, het populairste ras in de frietindustrie, kost de teelt van 1 ha een boer 5.600 euro. De grootste kosten zijn de aankoop van pootgoed en de seizoenspacht. Verder worden meststoffen, gewasbescherming, loonwerk, eigen arbeid en allerlei andere (kleinere) onkosten in rekening gebracht.

Landbouwer Danny Metsu: 'Contracten geven zekerheid om uit de kosten te geraken en er is wel iets uit kilocontracten te halen'

“Om uit de kosten te geraken moet je een opbrengst hebben van 48 ton per hectare. De afgelopen drie droge zomers bleek dat heel moeilijk. Al moet bij Fontane een opbrengst van 50 ton per ha mogelijk zijn, er is weinig marge”, zegt Demeulemeester.

“Meer opbrengst per hectare drukt de kosten, maar dan speelt het weer een belangrijke rol”, gaat Demeulemeester verder. “Er zijn wel manieren om winst te maken. Je kan goedkopere gewasbescherming gebruiken, minder inzetten op seizoenspacht (wat tot drie keer zo duur is als een gewone pacht, red.), besparen op bemesting, onkruidbestrijding, enzovoort.”

Hoe komt het dat die prijzen in de contracten zo scherp zijn? “De industrie kan goed rekenen en rekent de kostprijs voor ons uit”, zegt akkerbouwer en varkensboer Danny Metsu uit Vlamertinge. “Zij bepalen de prijs en niet omgekeerd. De concurrentie tussen verwerkers onderling is beenhard, maar als het om prijzen gaat, dan verstaan ze elkaar. Enkel op contracten met de industrie telen, is niet leefbaar. Er wordt te veel met centiemen gerekend.”

Schermafbeelding 2021-02-16 om 17.46.43
Foto: © Apache

Toch wijst Metsu het systeem van teeltcontracten niet af. “Contracten geven zekerheid om uit de kosten te geraken en er is wel iets uit kilocontracten te halen. Boeren moeten verder kijken dan één seizoen. Je moet ook kunnen discussiëren tijdens onderhandelingen of als de verwerkers hun contractvoorwaarden niet naleven. Daarvoor is een vertrouwensrelatie nodig. We hebben elkaar nodig en we moeten elkaar respecteren.”

Aardappeltelers leggen doorgaans maar een deel, vaak 50 tot 70%, van hun oogst vast met een contract met een verwerker. De rest houden ze achter de hand om, hopend op goede prijzen op de vrije markt, winst te maken.

Leergeld

Voor contracttelers die aardappelen bewaren, stijgt de prijs van de aardappelen doorheen het seizoen. Die hogere prijs dient onder meer om de opslagkosten te compenseren.

Uit een contract tussen verwerker Lutosa en een Waalse landbouwer, blijkt alvast dat het zeker wachten is met leveren tot januari vooraleer de landbouwer uit de kosten geraakt, bekeken vanuit de kostprijsberekening van Inagro. In november en december krijgt een teler respectievelijk 10,75 en 11,50 euro per 100 kg, in januari stijgt die prijs naar 12,50 euro om tegen juni op te klimmen naar 18,50 euro.

Aan aardappelen bewaren, hangen hoge kosten vast. Die zijn deze winter voor veel boeren een onbekende. Om het kiemen van aardappelen in opslagloodsen tegen te gaan, behandelden telers namelijk al decennialang hun vers geoogste knollen met de kiemremmer Chloorprofam (CIPC). Sinds midden 2020 is dat product echter verboden. Het Europees Voedselagentschap (EFSA) oordeelde dat er onvoldoende informatie is om zeker te zijn dat een werkzaam bestanddeel uit de stof niet kankerverwekkend is of de hormoonwerking verstoort.

Ontvlambaar

Na enkele loodsbranden werd in Duitsland de toelating voor de sinaasappelolie Argos tijdelijk opgeschort. Ook in Vlaanderen merken landbouwers en het Proefcentrum voor de Aardappelteelt (PCA) op dat het product schade veroorzaakt aan kabels en isolatiemateriaal.

Grosso modo zijn er nu twee alternatieven om te vermijden dat er scheutjes groeien aan de aardappelen: ethyleen vernevelen of sinaas- of muntolie of het aardappelbewaarmiddel 1,4 Sight ‘foggen’ (vergassen).

“Het is het eerste seizoen waarbij de alternatieven volop in de praktijk toegepast worden”, zegt Kürt Demeulemeester. "De laatste twee jaar deden we beperkte praktijkervaringen op. Nu iedereen overschakelt, zien we dat het leergeld groot is. De middelen zijn nieuw, net als het toedienen van de nieuwe kiemremmers. Het is niet zo evident.” De hogere kostprijs is (nog) niet verrekend in de contracten.

Schermafbeelding 2021-02-16 om 17.50.30
Foto: © Apache

Loodsen bouwen

De komst van nieuwe kiemremmers leidt bovendien tot zware investeringen in nieuwe of aangepaste loodsen die evenmin gecompenseerd worden. “Isolatie en ventilatie zijn belangrijk voor een goede werking van de nieuwe kiemremmers. Telers met loodsen die daar niet voor geschikt zijn, gaan moeilijkheden ondervinden om de kieming tegen te houden.”

Wanneer een teler leveringsafspraken niet kan naleven 'door welke oorzaak dan ook' dan draait hij daar zelf voor op

Landbouwers worden niet bij de prijsvorming van contracten betrokken, hoewel de verantwoordelijkheid bij hen ligt. Het grootste knelpunt zit echter bij de afspraken rond hoeveelheden. Wanneer een teler die niet kan naleven “door welke oorzaak dan ook” dan draait hij daarvoor op. Hij levert dan het tekort aan aardappelen uit zijn eigen voorraad, koopt die op de vrije markt of vergoedt de verwerker.

Omgekeerd zitten sommige verwerkers wel safe. Aviko, een Nederlandse aardappelverwerker in handen van de multinational Royal Cosun, eigent zich het recht toe om de overeenkomst te ontbinden bij een machinebreuk of een storing in de elektriciteit of watertovoer. Een contract kan ook verbroken worden bij een verminderde vraag door bijvoorbeeld een pandemie of ‘overheidsmaatregelen’, brand, enzovoort.

Risico’s voor de teler

In Nederland sloten de industrie en de Land- en Tuinbouworganisatie Nederland (LTO) in 2012 al een overeenkomst om telers bij overmacht te beschermen. In Nederland slaan de contracten doorgaans op oppervlaktes (hectarecontracten), in België op hoeveelheid (tonnagecontracten). Daardoor ligt het risico op misoogst in België volledig bij de teler.

Er zijn echter veranderingen op komst voor Belgische aardappeltelers. Enkele boeren die na de droge zomer van 2018 onvoldoende opbrengsten hadden om hun contractvolumes na te komen, stapten met succes naar de rechter. De rechter verwees naar een nieuwe wet rond het beschermen van bedrijven die met elkaar zaken doen.

Uiterlijk in mei 2021 moet de federale overheid de laatste van drie Europese regels omzetten die oneerlijke handelspraktijken verbieden. “Deze regeling moet de kleinere spelers in de markt beschermen wanneer er bijvoorbeeld niet of laattijdig betaald wordt, of orders van bederfbare producten op het laatste moment worden afgezegd”, zei Vlaams minister Hilde Crevits (CD&V) daarover in april 2020 in het parlement.

Aardappelteler Ives Sap: 'Elke landbouwer zit vast in het systeem van de contractteelt. Mensen hebben geïnvesteerd en leningen moeten terugbetaald worden'

Crevits legde ook uit dat een andere maatregel landbouwers een betere onderhandelingspositie moet geven: de mogelijkheid om zich te organiseren in een producentenorganisatie. “Erkende producentenorganisaties genieten van uitzonderingen op de algemene mededingingsregels. Daarnaast worden ook samenwerkingsverbanden van landbouwers met producenten en handelaars in de voedselvoorzieningsketen ondersteund in het kader van zogenaamde brancheorganisaties.”

Begin 2020 werd de interprofessionele branche-organisatie Belpotato opgericht. Die discussieert onder meer over meer transparantie in de totstandkoming van contracten en de risico’s verbonden aan aardappelteelt. De gesprekken moeten leiden tot een beter kader voor contractteelt. “Vertegenwoordigers van alle actoren in de keten zijn met elkaar in een werkgroep in gesprek”, zegt Kurt Cornelissen van Belpotato. “De FOD Economie was bereid om het voorzitterschap van de werkgroep waar te nemen. De gesprekken zijn lopende en vertrouwelijk.”

Het overwicht van de industrie bij het afsluiten van contracten is duidelijk. “De macht van de industrie is te groot en producentenorganisaties kunnen daar niet op wegen”, zegt voormalig aardappelteler Ives Sap uit Merkem. “Die maken niet veel indruk bij de industrie. Als je niet akkoord gaat en niet tekent, dan lig je er ook de komende jaren uit. Het is soms ook wel de fout van de boeren, als de ene niet tekent of stopt, dan staat direct iemand anders klaar.”

“Contracten zijn te nemen of te laten. Als je op 100 ha aardappelen teelt, wat ga je doen? Het risico van de vrije markt opzoeken? Nee. Elke landbouwer zit vast in dat systeem. Mensen hebben geïnvesteerd en leningen moeten terugbetaald worden. Sommigen hebben zodanig veel geïnvesteerd dat ze in dat systeem moeten stappen om alles af te betalen. Dan redeneren ze: als we veel planten, dan kunnen we afbetalen.”

Geen economische logica

De FOD Economie, die het overleg in de branche-organisatie voorzit, uitte eerder al kritiek op de manier waarop prijzen in de aardappelsector tot stand komen. “De prijs op de contractmarkt hangt af van de prijs op de vrije markt in het voorgaande oogstjaar, zonder enige economische logica”, klinkt het in hun studie.

Kürt Demeulemeester (Inagro): 'Op dit moment verliezen de telers veel geld, aangezien de marktprijs ver onder de kostprijs zit'

“De prijs op de vrije markt is zelf grotendeels afhankelijk van het aanbod, en dus van de weersomstandigheden.” De vrije markt draait rond de verkoop van volumes die niet gereserveerd zijn door contracten. Ze is zeer volatiel: prijzen kunnen schommelen tussen 15 euro en meer dan 250 euro per ton. Er worden daarom steeds minder aardappelen aangeboden op die manier. Vijf jaar geleden waren er nog 40% ‘vrije aardappelen’, momenteel slechts een kwart, vertelt het Algemeen Boerensyndicaat.

Het overschot aan aardappelen door de coronacrisis, leidt momenteel tot bijzonder lage prijzen.

Steun tijdens coronacrisis

Vlaams minister Hilde Crevits maakte 10 miljoen euro ‘coronasteun’ vrij voor aardappeltelers. Het zijn vooral de grotere telers die daarvan gebruik kunnen maken, want de eerste 100 ton vrije aardappelen komt niet in aanmerking voor steun. Vanaf dat startgewicht wordt maximaal 50 euro per ton uitgekeerd, met een maximum van 500 ton.

Het voorstel van de Vlaamse Regering werd goedgekeurd door Europa. In het begin van de coronacrisis was sprake van 1 miljoen ton onverkoopbare aardappelen. In het najaar was daardoor de prijs op de vrije markt maar liefst 66% lager dan in 2018.

“Op dit moment verliezen de telers veel geld, aangezien de marktprijs ver onder de kostprijs zit”, zegt Kürt Demeulemeester (Inagro). “Dit jaar zal er dus niet veel verdiend worden met aardappelen. De laatste jaren is de aardappelteelt binnen de akkerbouw wel de teelt die zorgde voor het meest stabiele inkomen over meerdere jaren, waar dat vroeger bijvoorbeeld graan of suikerbieten waren.”

“Je kan het ene jaar goed je boterham verdienen en het andere jaar je broek scheuren. Daarom evolueren telers naar meer contractteelt. Ze specialiseren zich, worden groter, investeren fors en gaan minder rekenen op ‘een prijs die goed gaat’. Met de contracten compenseren ze de investering en dan hopen ze op een goede opbrengst, om daar meer aan over te houden op de vrije markt.”

Teler Ives Sap beaamt dat: “Contracten zijn een zekerheid voor de teler, maar ook voor de industrie. Ook de bank wil zekerheid als je een investering doet.”

Ondanks de scherpe contracten en de onzekerheden op de markt, werd er de afgelopen tien jaar wel verdiend aan de aardappelteelt. Tussen 2009 en 2017 was het netto bedrijfsresultaat voor de teelt van bewaaraardappelen drie jaar negatief, de andere jaren positief. Na aftrek van alle kosten en de vergoeding voor eigen arbeid, hield een landbouwer over die negen jaar gemiddeld 749 euro per hectare over, zo blijkt uit berekeningen van het Departement Landbouw & Visserij. Dat is meer dan andere grote teelten, zoals wintertarwe (gemiddeld 276 euro/ha) of wintergerst (69 euro/ha). Met bietenteelt maakten landbouwers over die hele periode gemiddeld zelfs verlies.

Prijsnoteringen

Naast contractaankopen koopt de verwerkende industrie ook aardappelen op de vrije markt. Voor de dagprijzen op de vrije markt bestaan twee prijsnoteringen: de Belgapom-notering en een notering van het Interprovinciaal Centrum voor de Aardappelteelt (PCA) en de Waalse tegenhanger FIWAP.

Aardappelteler Guy Depraetere: 'Hoe machtiger de industrie, hoe minder de vrije markt werkt'

Biologisch aardappelteler Guy Depraetere, oud-algemeen secretaris en aardappelexpert van het Algemeen Boerensyndicaat, heeft bedenkingen bij die twee systemen. De Belgapom-notering is in de feiten een notering vanuit de industrie.

“De Belgapom-notering is een notering uit het verleden”, zegt Depraetere. “Vijf industriëlen komen op vrijdag samen en zeggen wat de meest voorkomende prijs is van de afgelopen week. Als er veel transacties geweest zijn in het begin van de week met stijgende marktprijzen, dan komt Belgapom telkens achter.”

Depraetere stelt dat de Belgapom-prijzen de Europese prijszetting naar beneden halen. Met de Belgapom-notering wordt namelijk rekening gehouden op de Europese aardappelmarkt van Eurex in Frankfurt. Kort gezegd kunnen telers daar via ‘virtuele contracten’ speculeren op toekomstige prijzen.

Naast de Belgapom-prijs bepalen ook de onderzoeksinstellingen PCA in Vlaanderen en FIWAP in Wallonië elke dinsdag een prijs, op basis van hun contacten met inkopers, de industrie en consumenten. Het hoeft niet te verwonderen dat die prijs doorgaans hoger ligt dan die van de industrie.

De markt is niet helemaal vrij, merkt Depraetere op. “De markt doet zijn werk, maar wordt wel voor een stuk gestuurd. Als de prijs klimt, gaat de verwerkingsindustrie meer contracten aangaan. Opkopers kopen dan bij hen in plaats van op de vrije markt, waardoor er minder vraag gecreëerd wordt. Hoe machtiger de industrie, hoe minder de vrije markt werkt.”

Alternatief flopt

Depraetere legde mee de basis van een alternatief prijsnoteringssysteem, Pommak, maar dat is geen onverdeeld succes gebleken. Pommak steunt op de vrijwillige inzet van boeren die hun prijzen delen op een digitaal platform. “Het probleem is dat boeren niet graag in hun kaarten laten kijken”, zegt Depraetere. “Ze worden benaderd vanuit de fabrieken en menen soms dat ze een uitzonderlijk goede prijs hebben. Of ze worden onder druk gezet om de prijs niet te delen. In Wallonië delen telers hun prijzen iets meer, maar in het algemeen kan je stellen dat het ieder voor zich is.”

Ives Sap: 'De retailer wil de laagste prijs voor de consument. We moeten die consument proberen te veranderen'

Depraetere hekelt dat boeren moeilijk warm te maken zijn voor andere strategieën. “Ik heb in 2008 geprobeerd om een aanbodbeheersingssysteem op poten te zetten: met boeren afspreken om allemaal iets minder te telen om zo het aanbod te verminderen. Ik had een 440-tal volgers, wat niet weinig is, maar je moet meer dan 50% van de telers mee hebben of het verliest zijn effect. Bovendien zijn er in een vrijblijvend systeem steeds opportunisten die voordeel proberen te halen door juist het omgekeerde te doen. Het is bij een idee blijven steken.”

En de consument? “De retail is de grootste schuldige”, zegt akkerbouwer Danny Metsu uit Vlamertinge. “Zolang zij concurreren om de laagste prijs en de consument dat goed vindt, hebben wij geen poot om op te staan. Die verwerkers zijn niet allemaal boemannen; ze moeten de consument volgen. En die consument is beïnvloedbaar als het over zijn portemonnee gaat. Tegelijk hebben we meer steun nodig van de overheid in prijsonderhandelingen. De discussie rond de betrokkenheid van landbouwers in de prijsvorming groeit.”

“Massa is kassa”, sluit Ives Sap af. “Als het over voeding gaat, dan gaat het over massa. De retailer wil de laagste prijs voor de consument. We moeten die consument proberen te veranderen. Als hij een ander gedrag vertoont, dan kan er iets veranderen. Verwerkers kunnen hard onderhandelen, maar retailers zijn de hardste onderhandelaars. En vergeet niet, prijzen in de winkel zakken niet wanneer de prijzen van grondstoffen dalen.”

Die redenering volgt ook Johan Colpaert, al legt hij een belangrijke nuance. Hij neemt het als voorzitter van Fedagrim al langer op voor de landbouwer-producent. “Er is een prijzenslag bezig om de consument te lokken en dat komt op conto van de producent. Ook de verhoogde kost door de verplichtingen die de overheid oplegt, komen op conto van de boer. Die kosten worden niet verrekend naar de consument toe of in de marges van de verwerkende partij of de (tussen)handel.”

Gestopt

Voormalig aardappelteler Karel Devreese is niet rouwig dat hij zes jaar geleden stopte. “Door mijn leeftijd heb ik het geluk dat ik iets meer marge heb, waardoor ik het me ook kon permitteren om over te schakelen. Als jonge boer heb je die marge niet en ben je genoodzaakt om mee te doen.”

Naast de uitbating van een vakantieboerderij op Hof ter Lo teelt hij momenteel enkel nog voedergewassen voor het biologische melkveebedrijf van zijn zoon en baktarwe voor een Gentse ambachtelijke bakkerij. "Ik ben blij met deze ingeslagen weg. Als een andere zoon binnen enkele jaren is afgestudeerd, neemt die de boerderij over."

Uitgelichte afbeelding: © Apache

Grafiek: Annelien Van Roey

LEES OOK
Steven Vanden Bussche, Stef Arends, Hester den Boer, Parcival Weijnen / 28-05-2021

Meer Nederlandse veehouders naar België sinds stikstofcrisis

De afgelopen vijf jaar verdubbelde het aantal Nederlandse veehouders dat naar België verhuisde.
n Ne