Enorme leegloop bij Belgisch leger 

1 juni 2021 Karl van den Broeck
POLITICS DEFENSE OPERATIONS 2021 PC
Minister van Defense Ludivine Dedonder (PS) kondigde in februari haar plannen voor 2021 aan (Foto: © Benoit Doppagne (Belga))

Terwijl nog steeds met man en macht gezocht wordt naar Jürgen Conings, is de discussie over de slagkracht en de professionele werking van het Belgisch leger volop losgebarsten. Minister van Defensie Ludivine Dedonder (PS) en stafchef Michel Hofman moeten zich verdedigen tegen de striemende kritiek van het parlement en de publieke opinie.

Dat de militaire inlichtingendienst ADIV niet in staat bleek om een geradicaliseerde militair weg te plukken uit zijn eenheid en dat de man zelfs aan de slag was als wapenmeester, lijkt wel op het scenario van een slechte Rambo-film. Elke dag komen nieuwe onthullingen over het slecht functioneren van het ADIV.

Onderbezetting

De minister en de stafchef erkenden dat er fouten werden gemaakt, maar wezen ook op de noodsituatie waarin het Belgisch leger zich bevindt. Uit cijfers die Apache kon inkijken, blijkt inderdaad dat het leger anno 2021 niet langer als operationeel kan worden beschouwd. De cijfers komen uit een antwoord van minister Dedonder op een schriftelijke vraag van MR-kamerlid Caroline Taquin van 9 november 2020. Dat antwoord werd niet gepubliceerd in het Bulletin van Vragen en Antwoorden van de Kamer, maar rechtstreeks naar Taquin gestuurd die er verder niets mee deed. De cijfers, die Apache alsnog kon inkijken, zijn nochtans veelzeggend.

De Landcomponent, beter bekend onder zijn oude naam Landmacht, kampt met een tekort van 45% aan operationele functies (gevechtstroepen, zeg maar): eind 2020 waren er 1.961 inzetbare soldaten in plaats van de voorziene 3.598. 536 ervan behoren tot de para’s, een elite-eenheid. Normaliter zouden er dat 724 moeten zijn.

Bij de Landcomponent is bovendien slechts 1.144 van de technische profielen ingevuld, dat is 70,6% van de voorziene 1.620. Bij de Luchtcomponent gaat het om een bezettingsgraad van 69% (1.739 in plaats van 2.495). Bij de kleine Medische Component is met 25 functies slechts 62,5% van de geplande posten bezet. In de Marine is de situatie nog erger: slechts 59% is ingevuld (310 in plaats van 523). In het hele leger is slechts 68% van de technische functies ingevuld (3.218 in plaats van 4.678).

Vergrijzing en leegloop

Het Belgisch leger bevindt zich in een onmogelijke situatie. Jaarlijks moeten meer dan 2.000 militairen gerekruteerd worden om het aantal gepensioneerden en vrijwillige vertrekkers op te vangen.

Tussen oktober 2020 (het aantreden van de regering-De Croo) en 2025 zullen 5.460 militairen met pensioen gaan, 22% van het totaal. Stafchef Hofman waarschuwde eind november dat bij ongewijzigd beleid het leger 19.000 militairen en 2.000 burgers zou tellen in 2026. In de strategische visie voor Defensie die door de regering-Michel werd aangenomen, zijn 25.000 militairen voorzien.

Het belangrijkste pijnpunt is de spontane leegloop binnen het leger, los van de pensioneringen. Tussen 2015 en 2020 verlieten 2.857 militairen vervroegd de krijgsmacht. Van hen waren 1.763 al langdurig afwezig, in loopbaanonderbreking of tijdelijk uit het ambt ontheven.

De rest van de vertrekkers is verspreid over de hele Krijgsmacht, met uitschieters bij de artillerie, het eliteregiment ISTAR en bij de 1 Wing en 15 Wing van de luchtmacht.

In haar antwoord geeft minister Dedonder geen echte reden waarom zoveel militairen — van alle leeftijden — het leger verlaten. Als al een reden gegeven wordt (wat niet verplicht is) blijken “persoonlijke of professionele redenen” voorop te staan, vaak met als argument dat zij de mogelijkheid hebben gevonden “om een ander beroep uit te oefenen dat beter betaald is of dichter bij hun woonplaats is". Hoewel het leger geen precieze cijfers heeft, vermoedt het dat het gros van de vertrekkers zijn heil zoekt bij de politie.

POLITICS DEFENSE OPERATIONS 2021 PC
Minister van Defensie Ludivine Dedonder (PS) kondigde in februari haar plannen voor 2021 aan (Foto: © Benoit Doppagne (Belga))

‘De Wetstraat bewaken’

Uit de cijfers van Dedonder blijkt dat de grootste leegloop zich voordeed in 2017 (455 vertrekkers), 2018 (547), 2019 (567). In die periode zette het leger tot 1.800 soldaten in om ‘gevoelige locaties’ te bewaken in het hele land. Operatie Vigilant Guardian, die er kwam na de aanslagen in Parijs in 2015, vergde veel van het leger.

Voormalig stafchef Marc Compernol: 'Voor deze generatie jonge onderofficieren en soldaten komt het militaire leven neer op het bewaken van de Wetstraat'

De vorige stafchef, Marc Compernol, toonde zich vorig jaar in februari nog erg kritisch tegenover de bewakingsopdracht in onder meer stations, aan ambassades, kerncentrales, maar ook in de Joodse wijk in Antwerpen. In een interview op de RTBF zei hij: “Ik beschouw het als onze taak om buiten de grenzen van België te opereren. Het is waar dat wij de enigen zijn die op korte tijd goed getrainde en gevormde mensen kunnen ontplooien, maar we zijn nu vijf jaar op straat, ik vind dat de regering na vijf jaar een structurele oplossing moet vinden. Wat we nu doen lijkt een structureel karakter te krijgen en wij zijn hiervoor niet uitgerust en gedimensioneerd (voldoende in aantal, KvdB).”

Compernol waarschuwde ook dat de inzet op straat ook een impact heeft op de jonge rekruten. “Dit is een generatie die we in de gaten moeten houden, we moeten een bijkomende inspanning doen. Dit is een generatie jonge onderofficieren en soldaten voor wie het militaire leven neerkomt op het bewaken van de Wetstraat.”

De woorden van Compernol waren visionair, want uit het leger weerklinken steeds meer kritische stemmen. De website Belgian Military Interest, die onafhankelijk van de generale staf het reilen en zeilen binnen defensie op de voet volgt, startte eind vorig jaar een petitie. Bedoeling is 25.000 handtekeningen te verzamelen om een hoorzitting af te dwingen in de Kamer. In een toelichting bij die petitie (waarin gepleit wordt voor een defensiebudget van 2 procent) lezen we:

Binnen onze grenzen heeft Defensie de afgelopen vijf jaar keer op keer bewezen waarom zij een noodzakelijke verzekering is, een belangrijk laatste bastion. Na de aanslagen in Parijs (2015) werden militairen naar onze straten gestuurd (Operatie Vigilant Guardian) omdat de politie (zelfs tot op de dag van vandaag) niet in staat was om de openbare veiligheid (en orde) te garanderen tegenover de terreurdreiging. Onze soldaten waren toen helden, net zoals dokters en verplegers vandaag als helden worden beschouwd tijdens de COVID-19 pandemie. Toch was deze operatie voor Defensie zeer moeilijk uit te voeren door een gebrek aan mankracht en voldoende middelen, het resultaat van opeenvolgende jaren van onderfinanciering en inadequaat beleid.

Geen marges

Ondertussen regent het ook berichten waaruit blijkt dat het leger weinig of geen marges meer heeft. In andere landen speelde het leger een sleutelrol tijdens de coronacrisis, zowel ter ondersteuning van de ziekenhuizen en rusthuizen als tijdens de vaccinatiecampagne. De ooit zo performante Medische Component deed wat hij kon, maar kon veel minder hulp bieden aan de natie dan misschien verwacht.

Anonieme militair: 'Wij moeten het soms doen met mensen die helemaal niet geschikt zijn om soldaat te worden'

De buitenlandse operaties werden in 2015 al drastisch teruggeschroefd omdat er, volgens de toenmalige stafchef Gerard Van Caelenberge, gewoon te weinig mensen en middelen zijn. Sinds de jaren 90 garandeerde Defensie de inzet van duizend militairen in het buitenland. Dat werd al teruggeschroefd tot de helft, maar in de praktijk zijn het nu vooral de gevechtsvliegtuigen (F-16) die gebruikt worden als troefkaart voor onze internationale inzet.

De buitenlandse missies van het leger zijn sinds het einde van de Koude Oorlog en de afschaffing van de legerdienst een van de grote aantrekkingspolen voor jonge rekruten; vooral omdat wie in het buitenland wordt ingezet een pak meer kan verdienen dan wie in België in de kazerne blijft. Voor veel jonge militairen die verschillende keren deelnamen aan een vredesmissie betekenden die extra centen dat ze een mooie start konden maken in hun jonge leven. Dat voordeel valt nu weg.

Ondertussen trekken steeds meer militairen naar de politie: daar kunnen ze tot 15% meer verdienen en werken ze dicht bij huis. Beroepsmilitairen moeten vaak meer dan een uur rijden om in hun kazerne te geraken omdat in de loop der jaren verschillende kazernes de deuren hebben gesloten en de spreiding van militaire installaties over het grondgebied erg ongelijk is. Een militair die in Oost-Vlaanderen woont en in Leopoldsburg werkt, is geen uitzondering.

En dan zijn er nog de dagelijkse berichten van ongelukken en operationele problemen. De brand op de Brechtse heide bracht ook aan het licht dat de brandweerwagen defect was en dat … het personeel dat ermee moet werken al vijf jaar met pensioen was.

Vorige week raakte het fregat Leopold I defect waardoor de Marine niet kon deelnemen aan een geplande NAVO-oefening. De Leopold I is het enige operationele fregat, vooral door een gebrek aan technisch personeel.

Volgens bronnen in het leger is er wel degelijk een verband tussen de zaak-Conings en de langzame implosie van het Belgisch leger. “De normen voor rekrutering worden verlaagd”, zegt een militair die anoniem wil blijven. “Wij moeten het soms doen met mensen die helemaal niet geschikt zijn om soldaat te worden. Anderzijds is het ook soms onmogelijk om mensen die al bij Defensie werken te ontslaan, ook al zijn ze geradicaliseerd. We hebben iedereen nodig en op sommige plaatsen hebben we maar één personeelslid. Als dat wegvalt, kunnen we bepaalde taken niet meer uitvoeren.”

In het geval van Jürgen Conings bleek dat de persoon die de eenheden moet informeren binnen ADIV drie in plaats van één provincie moet bestrijken. Dat de recorder defect was die de beelden van de bewakingscamera moest registeren, was het zoveelste teken aan de wand.  

Loonsverhoging

Het leger voorspelt dat vanaf dit jaar het aantal militairen jaarlijks met 581 tot 875 mannen en vrouwen zal toenemen, ook omdat het aantal gepensioneerden (1.400 per jaar tussen 2016 en 2021) langzaam zal afnemen.

Minister Dedonder zet volop in op rekrutering en keurde een loonsverhoging van 5 tot 15% goed. Het valt nog te bezien of dat resultaten zal opleveren. De minister kaatste in het parlement ook de bal terug naar N-VA die forse kritiek had op haar. N-VA leverde tussen 2014 en 2018 met Steven Vandeput zelf de minister van Defensie. Voor het aantreden van de regering-Michel I had de legertop goede hoop dat er fors zou worden geïnvesteerd in mensen en materieel. Het werd echter een nieuwe besparingsoefening van 401 miljoen euro op een budget van 2,5 miljard euro. Daarmee daalden de defensie-uitgaven van 0,66 naar 0,5% van het BBP. Daarmee is België zowat de slechtste leerling van de NAVO-klas.

De centrumrechtse regering van liberalen, christendemocraten en N-VA besliste echter wel om 34 F-35 gevechtsvliegtuigen te kopen voor 3,5 miljard euro. Die toestellen moeten de verouderde F-16’s opvolgen. Dat die vliegtuigen ook Amerikaanse kernbommen kunnen afwerpen, temperde de kritiek vanuit Navo-hoek. “N-VA heeft materiaal gekocht en de factuur achtergelaten", sneerde minister Dedonder in het parlement.

LEES OOK