Dit is een gastbijdrage. Een Apache-lezer levert met dit stuk een bijdrage aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.

Visioenen van Jambon en De Roover

20 juli 2021 Walter De Smedt
jambon de Roover
Peter De Roover en Jan Jambon meenden in 1994 dat “mits een flinke portie ambitie” de Vlamingen rijp waren “voor het project 'Vlaanderen onafhankelijk'" (© Dirk Waem (Belga))

In zijn opiniestuk haalt Bart Maddens onder meer de visie aan van Jan Jambon, op dat moment voorzitter van het Overlegcentrum van Vlaamse Verenigingen (OVV) en politiek secretaris van de Vlaamse Volksbeweging (VVB), en Peter De Roover, toen voorzitter van diezelfde VVB, op de Europese eenvorming en de rol van de staten daarin.

De huidige werkelijkheid is dat Vlaanderen nog steeds België nodig heeft om in de Europese besluitvorming gehoord te worden

“Niemand spreekt nog over het Comité van de Regio’s”, schrijft Maddens. “De EU heeft de autonomie van de regio's eerder verzwakt dan versterkt. Voor aangelegenheden waarvoor zowel de regio's als de EU bevoegd zijn, blijft de centrale staat een belangrijke vinger in de pap hebben. Het is enkel via die centrale staat dat de regio's een impact kunnen hebben op de Europese besluitvorming. De conclusie van Jambon en De Roover is helder en correct: 'Een staat mag België in elk geval niet blijven indien Vlaanderen een volwaardige stem wil krijgen in Europa.”

De eerste bewering is volkomen juist: de centrale staat blijft zeer belangrijk in de Europese besluitvorming. De huidige werkelijkheid is dat Vlaanderen nog steeds België nodig heeft om in de Europese besluitvorming gehoord te worden.

Voor de overkapping van de Ring in Antwerpen moet de Vlaamse gemeenschap 3,6 miljard euro lenen. Een groot deel daarvan zal van de Europese Investeringsbank moeten komen. De aandeelhouders van de EIB, de financiële instelling van de Europese Unie, zijn echter de nationale lidstaten, en die bepalen de door de bank gevolgde strategie.

Dat een onafhankelijk Vlaanderen een volwaardige stem in Europa kan verkrijgen is wishful thinking. Het standpunt van de Europese Commissie ten overstaan van de onafhankelijkheid van de regio's is erg duidelijk. De Commissie beschouwt het Catalaanse conflict als een interne Spaanse aangelegenheid. Vice-voorzitter van de Commissie Frans Timmermans noemde het “fundamenteeel” dat in de EU de grondwetten worden gerespecteerd.

Arrogant

Nog volgens Maddens konden Jambon en De Roover in 1994 de toekomstige ontwikkeling van Brussel “merkwaardig accuraat inschatten". Ze schreven: “Binnen de Belgische context zijn we Brussel langzaam maar zeker aan het opofferen. Kunnen we binnen België de drieledigheid nog naar een strikte tweeledigheid ombuigen?"

Brussel beschouwen als een Vlaams wingewest is niet correct

Volgens Maddens was hun antwoord ondubbelzinnig negatief, en hun conclusie opnieuw helder en correct: "Binnen België zal het verder verlies van Brussel onomkeerbaar zijn." Vandaar hun pleidooi voor een onafhankelijk Vlaanderen met Brussel als hoofdstad, stelt Maddens.

Ook hier is de eerste vaststelling juist: je kan niet naast Brussel kijken. Brussel beschouwen als een Vlaams wingewest is echter niet correct. Dit standpunt is arrogant en enkel ingegeven door een Vlaams machtsdenken dat geen rekening houdt met wat de inwoners van het Brussels Gewest, de andere federale stemmen die een tweederde meerderheid moeten uitmaken, en de internationale gemeenschap die Brussel maakt tot wat het is, er zelf over denken.

'Wanneer we het maar willen'

Hoe ze die Vlaamse onafhankelijkheid dachten te bewerkstelligen? “Jambon en De Roover leken er impliciet op te hopen dat er ooit een Vlaams-nationale meerderheid zou zijn in het Vlaams Parlement. Maar dat was toen een waanzinnige wensdroom, die op hoongelach zou zijn onthaald”, schrijft Maddens.

Jambon en De Roover meenden dat “mits een flinke portie ambitie” de Vlamingen rijp waren “voor het project 'Vlaanderen onafhankelijk', want het steunt op een grondige en juiste ontleding van de toestand, het is redelijk en rechtvaardig. Vlaanderen moet eindelijk de middelmatigheid afwerpen.” Hun besluit: “Vlaamse onafhankelijkheid kan realistisch worden nagestreefd, wanneer we het maar willen.”

De vaak aangehaalde Chinese Muur tussen N-VA en Vlaams Belang is een handige zet om stemmenverlies aan beide kanten te voorkomen

In deze gedachtengang ontdek je de werkelijke wens van Jambon en De Roover: één Vlaams-nationalistische meerderheid. Dat maakt dat de door Bart De Wever steeds aangehaalde Chinese Muur tussen N-VA en Vlaams Belang zo goed als een papieren muur is. Deze muur strookt evenwel met een duidelijke berekening: het is erg voorzienbaar dat bij het samengaan van beide Vlaams-nationalistische partijen in één kartel behoorlijk wat stemmen zullen verloren gaan. Jambon en De Roover, die beiden stammen uit de Vlaamse Volksbeweging, tonen hier het achterste van hun tong: de Chinese Muur is een handige zet om stemmenverlies aan beide kanten te voorkomen.

Wat bezielt een professor-politoloog om juist nu de oude en ongewijzigde standpunten van Jambon en De Roover goed te praten? Dezelfde vraag kan je stellen over het nu herhaalde refrein van De Wever. Waarom zet de N-VA-voorzitter in deze tijd de onafhankelijkheid van Vlaanderen opnieuw en nadrukkelijk op de politieke agenda? Het is en blijft natuurlijk het eerste punt in de beginselverklaring van N-VA. Gezien de ondergeschikte rol die Jambon en De Roover in de huidige politieke context moeten spelen, is er weinig anders waarmee je in primetime kan komen.

Vlucht vooruit

Dat De Wever nu opnieuw een echtscheidingseis indient, toont wat je kan omschrijven als het kille egoïsme van de Vlaams-nationalisten. Terwijl heel België zowel in de coronacrisis als bij de Waalse catastrofe van de overstromingen grote solidariteit vertoont en de federale regering daarin een behoorlijk beleid voert, komt De Wever met het tegendeel aandraven: in de scheidingseis staat het eigenbelang voorop en dat is het tegenovergestelde van solidariteit. Het is ook de vlucht vooruit, uit onmacht om de echte problemen niet te moeten aanzien.

Na de steun van professor Maddens ontbreekt het nog enkel aan een soortgelijk artikel van het academische duo Hendrik Vuye en Veerle Wouters om “de schone schijn”, de “bovennatuurlijke of mystieke kracht” van het Soevereine Vlaanderen recht te houden. 

LEES OOK