Dit is een gastbijdrage. Een Apache-lezer levert met dit stuk een bijdrage aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.

Utexbel in nauwe schoentjes

23 november 2021 Filip De Bodt
Utexbel
Giftig afvalwater van de fabriek van Utexbel in Ronse komt in een nabijgelegen beek terecht (© Filip De Bodt (Climaxi))

Sinds 1929 fabriceert Utexbel textiel in Ronse, een textielstadje in het zuiden van de provincie Oost-Vlaanderen. Anno 2021 zit het bedrijf verwikkeld in een kluwen van klachten. Als een van de weinige grote bedrijven slaagt het erin nog altijd te werken zonder zuiveringsstation. Het afvalwater, vol met gevaarlijke stoffen als permethrine, een gevaarlijke kankerverwekkende stof die vissen nauwelijks overleven, komt rechtstreeks of via een collector (en overstorten) in de Molenbeek terecht. In het verleden staakten arbeiders tegen het gebrek aan veiligheidsmaatregelen en zelfs het parket van Oost-Vlaanderen afdeling Oudenaarde kan de zaak niet meer links laten liggen.

Ronse is een oude tweetalige industriestad. In de eerste helft van de vorig eeuw zagen textielbedrijfjes het licht. De Société Génerale nam er na de crisis in 1929 eentje over in Ronse en herdoopte het tot Utexbel (Usines Textiles Réunies de Belgique), later verkocht aan de groep Samain-Zurstrassen. Albert Samain gaf het bedrijf door aan zijn zoon Jean Samain…die het in 1990 op zijn beurt doorgaf aan zijn neef en huidig CEO Jean-François Gribomont.

Van al die textielbedrijven blijven er nog enkele over: Alpani, vasttapijt-producent Associated Weavers, Tardel en Utexbel. Utexbel is de grootste met een achthonderdtal werknemers en vestigingen in Vlaanderen, Wallonië, Frankrijk en Marokko. In Ronse zijn er nog drie afdelingen: een garenververij aan de Ninovestraat, een spinnerij in de Spinsterstraat en een weverij annex textiel-stukververij aan de César Snoecklaan. Het gaat om oude, gedeeltelijk verwaarloosde gebouwen die de sfeer in de stad bepalen. Utexbel produceert jaarlijks 8.000 ton garen en 13 miljoen meter stof. Het werkt onder meer voor het Franse leger en kreeg recent een belangrijk order voor de volgende vijf jaar van het Zwitserse leger omwille van zijn specialiteit: camouflagestoffen behandeld met permethrine, een muggenwerend middel.

Centen

De groep Utexbel boert de laatste jaren goed: er is een eigen vermogen van ongeveer 25 miljoen euro, een jaarlijkse winst van ongeveer 2 miljoen euro en een reserve van 11 miljoen euro. Aandeelhouders zijn de familie Gribomont via Beltex Invest en Texbel Invest. De CEO Gribomont zelf is een kleurrijk en invloedrijk figuur, die onder meer het nationale nieuws haalde via de PANO-uitzending ‘Omgeving verwaarloosd’, waarin hij de Milieuinspectiediensten opriep ‘wat vriendelijker’ te zijn. Hij maakt deel uit van het Strategisch Comité van het VBO (Verbond van Belgische Ondernemingen), de textielfederatie Fedustria en hij is vice-voorzitter van de Europese Federatie Euratex.

Als de man een verdienste heeft, dan is het dat hij het grootste deel van zijn productie in België hield. Maar dan wel ten koste van gezondheid en leefmilieu van werknemers en omwonenden. Bij elke onderhandeling met de overheid wordt het argument ‘tewerkstelling’ op tafel gelegd.

Ook op sociaal vlak is de man niet te onderschatten. In 2017 haalde hij ook al eens de pers omdat hij stakers uitsloot van het jaarlijkse cadeautje (een pakje koekjes) voor de werknemers: "Ik heb het uit mijn eigen zak betaald", reageerde hij in Het Laatste Nieuws. "Ik mag toch cadeautjes geven aan wie ik wil. Door aan de niet-stakers te geven wil ik ze ook bedanken. Daar kan toch niemand iets op tegen hebben."

“Zoiets gebeurde in de 19de eeuw in de Ronsese textielindustrie, maar nu is het gewoon belachelijk", reageerden vakbondsmensen in dezelfde krant. Bij eerdere stakingen ging het in 2008 onder meer over de installatie van machines waarbij geen afzuiging geïnstalleerd werd. Uit interne verslagen en verslagen van de Milieuinspectie blijkt dat er regelmatig problemen zijn met tanks voor de opslag van gevaarlijke stoffen (waarvan de beschermingsmuur niet hersteld wordt of oxidatie optreedt) met veiligheidsincidenten tot gevolg. Vorige week nog legden werknemers het werk neer omdat ze niet geïnformeerd worden over de actuele problemen van de fabriek.

De hoofdeigenaar van de gebouwen is de NV Parto, ook al een constructie met dezelfde familie als aandeelhouder. Ook Fimmobel Esders is eigenaar van bepaalde terreinen. Bestuurder en de man die naar voor geschoven wordt als mogelijke opvolger is Wim Dekeyser van het adviesbureau DKR8 uit Zwijnaarde.

Het gaat dus om een solide structuur, verweven via deelparticipaties die wel wat investeringen kan dragen. Maar dat een modern bedrijf ook investeert in het leefmilieu en probeert de milieuwetgeving na te leven, dringt moeilijk door tot de bewindslui van Utexbel.

Stukververij César Snoecklaan

De stukververij aan de César Snoecklaan is een reusachtig bedrijf midden in een woongebied. Het gewestplan beschrijft de site ook als woongebied met culturele historische en/of esthetische waarde. In een woongebied is normaal enkel plaats voor kleinere bedrijven die met de omgeving verzoenbaar zijn. Een Klasse 1 bedrijf met gevaarlijke stoffen in huis, behoort daar niet toe. Toch staat het bedrijf er, ondanks herhaaldelijke aanmaningen tot verhuis naar een industrieterrein (wat andere bedrijven in Ronse blijkbaar wel allemaal klaarspeelden), nog steeds.

Drie pogingen om via een gewestplanwijziging of een RUP (Ruimtelijk UitvoeringsPlan) de bestemming van de gronden te wijzigen naar industriegebied werden door de Raad van State vernietigd. De laatste dateert van 2015. Dit jaar deed de Stad Ronse in mei opnieuw een geste naar het bedrijf door een positief Planologisch Attest uit te reiken. Zo een Planologisch Attest geeft aan de stad de intentie heeft om via een RUP het Gewestplan te wijzigen. Men kan moeilijk stellen dat hiermee de geest van de wetgeving gerespecteerd wordt.

Op basis van dit door de stad uitgereikte attest verkreeg het bedrijf op 1 juli een nieuwe milieuvergunning voor onbepaalde tijd. Er kwam beroep van omwonenden, de Vlaamse Milieu Maatschappij, Aquafin en Milieufront Omer Wattez. VMM stelt in zijn beroep:

Het huidige planologisch attest van 03.05.2021 is slechts geldig voor 5 jaar. In deze periode dient een RUP opgemaakt te worden. In het kader van het vorig planologisch attest van 04.07.2016 werd geen aanzet tot RUP gestart. In een eventueel RUP kunnen voorwaarden opgenomen worden waar momenteel geen rekening kan gehouden mee worden. Het steeds weer opnieuw aanvragen van een nieuw planologisch attest was geenszins de bedoeling van de wetgever.

Bovendien stuit het bedrijf in de César Snoecklaan ook op afvalwaterproblemen. Op 9 januari 2020 leverde de Bestendige Deputatie van Oost-Vlaanderen een afwijkende vergunning af voor de RWZI (Rioolwaterzuiveringsinstallatie) van Aquafin in Ronse. Voor de laatste maal werd Aquafin tot 2024 toegestaan om méér te lozen dan wettelijk mag.

Dit is te wijten aan Utexbel, zeggen de specialisten van VMM in hun beroep:

De afwijkende normering is immers toe te schrijven aan de lozing van Utexbels stukververij waarbij de redenering werd gemaakt dat bij de hervergunning van de Stukververij bijgevolg nog uiterlijk 3 jaar rest om een duurzame oplossing voor deze vestiging te realiseren. In 2017 werd vastgesteld dat niet langer aan de sterk versoepelde voorwaarden kon voldaan worden voor de parameter totaal P: de jaargemiddelde effluentconcentratienorm van 2 mg/l werd niet langer gehaald. Hiermee voldoet RWZI Ronse bovendien ook niet meer aan de eisen van de Europese Richtlijn Stedelijk Afvalwater (ofwel voldoen aan 80 % ofwel aan 2 mg/l jaargemiddeld). Deze normoverschrijding is integraal toe te schrijven aan de recalcitrante, gebonden fosfor die met technologieën voor zuivering van stedelijk afvalwater niet kan worden verwijderd.

Samengevat: België en de installatie van Aquafin riskeren door de lozingen van Utexbel een Europese boete van zodra iemand dit bij Europa signaleert: “Ondanks de installatie en optimalisatie van een uitvlakkingsbuffer op de terreinen van UTEXBEL, werd de Europese en Vlaamse grenswaarde voor het effluent van een huishoudelijke zuivering, zijnde 125 mg CZV/l, nog regelmatig overschreden. In 2018 betrof dit 21 van de 52 stalen, in 2019 waren er geen overschrijdingen (nipt), in 2020 opnieuw 3 van de 24 stalen.” zegt VMM nog.

Permethrine

Permethrine is een insecticide waarin het door Utexbel gefabriceerde legertextiel gedrenkt wordt om de manschappen te beschermen tegen allerhande soorten muggen. Permethrine wordt sinds 2000 door de Europese Unie niet meer toegestaan als gewasbeschermer. Het mag wel nog gebruikt worden als biocide voor insectenbestrijding bij kledij, als bestrijder van teken en luizen of als geneesmiddel. Het middel is beperkt schadelijk voor de mens maar doodt veel waterorganismen. In de VS werd het middel als mogelijk kankerverwekkend geklasseerd bij inname van het product.

De Bestendige Deputatie van Oost-Vlaanderen gaf het bedrijf voor deze stof een toelating voor het lozen van 5 microgram per liter, méér dan wat actueel gemeten wordt (2,8 microgram). Het bedrijf ging zelf ook in beroep tegen zijn eigen vergunning en vraagt het dubbele. VMM reageert:

Dit betreft een stof welke aan de REACH verordening onderworpen is. Permethrine wordt gebruikt voor het muggenafstotend maken van textiel. Permethrine is zeer acuut giftig voor waterorganismen. Uit de impactberekeningen (tov de PNEC) is gebleken dat de lozing van permethrine door het bedrijf verwacht wordt een belangrijke impact (zowel gemiddeld als worst case) te hebben op de ontvangende waterloop gezien de grootte van de bijdrage t.o.v. de toetsingswaarde: gemiddeld 548894% en worstcase 2353781% van de toetsingswaarde.

Milieuvergunningsaanvraag Utexbel
Milieuvergunningsaanvraag Utexbel (© Filip De Bodt (Climaxi))

Giftige cocktail

In de luchtemissies van het bedrijf worden af en toe overschrijdingen van het gehalte aan formaldehyde vastgesteld. Formaldehyde is bewezen kankerverwekkend voor de mens. Bij het brandvrij maken van stoffen stoot men dan weer op hoeveelheden fosfor en chemische detergenten waar Aquafin bij verwerking in zijn zuivering een uitzondering moet voor krijgen. Die werd een laatste keer toegekend tot eind 2024.

Bij de productie en het verven van textiel komen ook het hormoonverstorende Nonylfenol (NF) en het gevaarlijke nonylfenoletholxylaten (NFE) vrij.  Utexbel vraagt in zijn nieuwe vergunningsaanvraag een lozingsnorm van 25 μg/l NF aan. Uit het bijhorende plan-MER blijkt dat de norm voor nonylfenol dient beperkt te worden tot 1,7 μg/l om als aanvaardbaar beschouwd te worden in worst case omstandigheden.

PFAS

Hoewel het bedrijf zegt geen PFAS te gebruiken bij zijn productie (voor bijvoorbeeld het waterdicht maken van textiel) vraagt het in het beroep toch terug te mogen vallen op de sectorale normen die dateren uit 2009. Naar aanleiding van de huidige verwikkelingen rond PFAS kwam VMM tot het besluit dat men onder de detecteerbare grens moet blijven, conform de aangekondigde Europese verstrengingen en Vlaamse richtlijnen.

In oktober wees een OVAM-studie uit dat er te veel PFAS aanwezig is op de oevers van de Molenbeek. Meer zelfs dan op de bodem van de beek. Een logische vaststelling, gezien de overstromingen van de Molenbeek. Pittig detail: de fabriek aan de César Snoecklaan ligt gedeeltelijk in overstromingsgebied. Het gevaar zit hem volgens OVAM in mogelijke combinaties met de aanwezige gebromeerde brandvertragers die teruggevonden werden. Gebromeerde brandvertragers zijn vanwege hun stofeigenschappen slecht afbreekbaar, schadelijk, giftig en mogelijk kankerverwekkend.

De aanwezigheid van PFAS (op sommige plaatsen tot meer dan dertigmaal de richtwaarde) wijst eerder op vormen van historische vervuiling. Na een eerste studie raadde men de bewoners, ook in Ronse, af om te spelen op de oevers of eieren en groenten te eten uit de tuinen die aan de Molenbeek grenzen.

Vorige week werd het bestaan van een tweede, méér gedetailleerde studie bekend gemaakt. Vlaamse opdrachthouder Karl Vrancken noemt de resultaten voorzichtig positief: “De resultaten van deze meetcampagne zijn eigenlijk vooral goed nieuws voor de inwoners van Ronse. De verontreiniging is minder verspreid dan we op basis van de eerste metingen vooraf gevreesd hadden.”

Groen-raadslid Lech Schelfout liet op de gemeenteraad van maandag 22/11 weten er anders over te denken: “Dit is een heel vreemde manier van werken. Je kondigt een aantal no regret maatregelen aan en noemt dat positief nieuws voor Ronse. Daarbij verwijs je heel de tijd naar de recente staalnames, maar de resultaten zelf hou je achter. OVAM wil mij het rapport niet bezorgen en de stad zegt dat ze het niet heeft.”

Wat ondertussen wel geweten is, is dat de vervuiling zich niet alleen beperkt tot twee woonwijken maar ook te situeren is aan de oevers van de beek in het Stadspark, rond het Cultureel Centrum en de wijk Beeksstraat. Daarom besliste men de maatregelen uit te breiden tot de volledige lengte van de Molenbeek, de Lievensbeek en de Vloedbeek. Kinderen die daar spelen moeten goed de handen wassen en de voeten vegen als ze thuis komen, zegt men in de bewonersbrief.

Dit doet meerdere bewoners de wenkbrauwen fronsen: “Net alsof kinderen niets in de mond stoppen? Of zich gedragen als robots?” De sociale klimaatbeweging Climaxi vraagt de onmiddellijke bekendmaking van de cijfers: “Vermits Utexbel (en andere textielbedrijven langs de Molenbeek) nog PFAS uitstoot, is de bekendmaking van die resultaten ook cruciaal in verband met de vergunning van Utexbel.” In de naburige gemeente Frasnes en het Waalse Parlement worden tussenkomsten aangekondigd door Ecolo.

De Gewestelijke Omgevings Vergunningen Commissie (GOVC) formuleert zijn advies na een hoorzitting op 23/11/21. Na dit advies moet minister Zuhal Demir voor 21 december (het einde van de bestaande vergunning) een beslissing nemen. Verwacht wordt dat het bedrijf ook hier de strategie van de verschroeide aarde zal gebruiken door in beroep te gaan bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen en in mogelijke Cassatie tegen een uitspraak hiervan bij de Raad van State.

Garenververij Ninovestraat

Aan de tweede bedrijfssite in Ronse, de garenververij in de Ninovestraat, creëerde Utexbel minstens evenveel problemen. In november 2018 verkreeg het bedrijf een vergunning om op deze site te blijven werken tot 2023. Het bedrijf loost zijn afvalwater er rechtstreeks in de Molenbeek. Omwille van gelijkaardige problemen met de vestiging in de Snoeckstraat (de aanwezigheid van te veel fosfor) kreeg het bedrijf evenwel de opdracht om die lozingen te stoppen en te lozen op de aanwezige collector, die het afvalwater naar het RWZI van Ronse brengt.

Dit RWZI is in zijn huidige vorm echter evenmin in staat om dit bedrijfsafvalwater te verwerken. Het zuiveringsstation dient uit te breiden en de kosten daarvan moeten volgens Aquafin, volgens de wetgeving, gedragen worden door Utexbel. De kosten worden geraamd op 800.000 euro.

Het contract wordt gecontesteerd door Gribomont en co, met ook hier veelvuldige beroepen en vragen tot het opnieuw in overweging nemen van de vergunning. Het bedrijf ging ook hier in beroep tegen de eigen vergunning bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen en de Raad van State, maar ving opnieuw bot.

Parket

De gerechtelijke diensten van het parket namen de zaak ernstig en startten intussen een onderzoek. Sindsdien wordt elke vraag naar inzage in correspondentie of inspectieverslagen in het kader van openbaarheid van bestuur door de Afdeling Milieuhandhaving in strikte zin geweigerd. Dezelfde afdeling stuurde evenwel een brief naar Utexbel waarin men per 15 december een verbod op het lozen van afvalwater oplegt. Dit brengt de afdeling Ninovestraat in serieuze problemen.

Vakbonden vroegen al een speciale ondernemingsraad aan en zeggen dat het bedrijf ook naar hen geen open kaart speelt. Een oplossing ligt niet voor de hand. Bij de werknemers circuleren geruchten over het uitbesteden van de ververij aan andere firma’s zoals bijvoorbeeld Tardel in Ronse. Ook daar is volgens buurtbewoners de zuiveringscapaciteit echter te klein om zo een operatie succesvol af te werken.

In een antwoord op een parlementaire vraag van Mieke Schauvlieghe (Groen) zegt Zuhal Demir dat men oplossingen zoekt:

Er lopen momenteel besprekingen met Aquafin, Utexbel en mijn kabinet, onder meer om een aansluiting op de RWZI mogelijk te maken voor de vestiging in de Ninovestraat. Bedoeling is om een gezamenlijke oplossing uit te werken waarbij de vestiging in de Snoecklaan zijn afvalwater zelf zou zuiveren en op die manier niet langer voor problemen op de RWZI van Ronse kan blijven zorgen. Voor deze vestiging loopt er momenteel een beroepsprocedure tegen de omgevingsvergunning van de deputatie dd 01/07/2021. Naast de mogelijkheid van aansluiting op de RWZI, worden ook alternatieve oplossingen onderzocht, zoals de mogelijkheid van een eigen waterzuivering op de terreinen van Utexbel. 

De minister is evenwel verondersteld ook te weten dat er een probleem is van zonevreemdheid in de César Snoecklaan, waarbij acties tegen mogelijke regularisatie van het bedrijf op die plaats met succes leiden tot vernietigen van de regularisatie door de Raad van State.

Rendement zonder milieukosten

Volgens Climaxi speelt Utexbel met vuur. Hoewel het bedrijf voldoende financiële middelen heeft, zet het zijn toekomst en die van zijn werknemers op de helling door halsstarrig te weigeren zich te schikken naar de actuele milieuwetgeving en het gewestplan. Het zal niemand verwonderen wanneer het bedrijf binnenkort weer zwaait met het argument van de ‘tewerkstelling’ en de ‘groenen’ of ‘administraties’ hekelt die Utexbel slecht genegen zouden zijn.

Wie het dossier volgt weet beter: Utexbel heeft centen in huis, bestellingen op de lange termijn en voldoende knowhow om zowel aan de wetgeving rond afvalwater als die rond ruimtelijke ordening te voldoen. Als het bedrijf niet beweegt, dan betekent dat dat zijn aandeelhouders een winstgevende fabriek in de kou laten staan omdat men de kosten van de productie er niet bij wil en een financieel rendement zoekt zonder milieukosten.

LEES OOK
1 REACTIE
Stijn Van Hees23-11-2021 14:09:35
De reactie van de VMM is erg merkwaardig. Permethrine is als biocide niet onderworpen aan REACH maar aan de BPR (biocide-verordening), bovendien is de stof muggendodend en niet 'afstotend'. Of is dit toch niet zo merkwaardig aangezien REACH, BPR net als toelatingen voor gewasbeschermingsmiddelen, allemaal federale materie is en de VMM hier niet bevoegd voor is en dus geen expertise hierover in huis heeft? Op zich lijkt dit maar de minste zorg in dit verhaal maar het is een zoveelste illustratie dat het milieu-beleid in België zodanig gecompartimenteerd en gefractioneerd is dat we op het punt zijn gekomen dat er eigenlijk geen beleid meer is maar enkel nog ad-hoc aanpak.