Dit is een gastbijdrage. Een Apache-lezer levert met dit stuk een bijdrage aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.

Virale beslissingen

7 januari 2022 Koen Smets
viraal
Van beleidsmakers moeten we verwachten dat ze ons tonen hoe ze tot hun beslissingen komen, en transparant vermelden op basis van welke feiten en inzichten. (CC BY-NC 2.0 Laura Billings (Flickr))

Beeld je in dat men je vraagt om niet een ziekenwagen te bellen, maar op eigen kracht naar het ziekenhuis te komen, behalve in levensbedreigende situaties. Dat is precies het advies dat de Britse North East Ambulance Service geeft. Maar wacht even, denk je misschien, heb ik dan geen recht op een ziekenwagen wanneer ik mijn arm gebroken heb, of misschien een hersenschudding? Is dat niet waarom ik mijn belastingen betaal, verdorie?

De ambulancedienst staat onder druk omdat door de zeer besmettelijke omikronvariant van het SARS-CoV-2 virus vele paramedici met Covid-19 zitten (en nog veel meer in gedwongen quarantaine omdat ze nauw contact hadden met iemand die ziek is). Het gevolg is dat ambulances een schaars middel zijn geworden: er zijn gewoon niet genoeg wagens om iedereen te helpen.

Idealiter zouden de beschikbare ziekenwagens in de eerste plaats naar die patiënten gaan wiens leven op het spel staat, maar dat is uiteindelijk een keuze die bij de patiënt zelf ligt. De operator die de noodoproep ontvangt kan weliswaar vragen stellen, maar de oproeper kan natuurlijk de toestand wat overdrijven om zo een ritje met zwaailichten en sirene te veroveren. Ook al benadeelt dat misschien iemand die grotere nood heeft aan een levensreddende dienst.

ambulance
Enkel voor levensbedreigende situaties. (CC BY-SA 2.0 Bert Knottenbeld (Flickr))

Dit soort situaties houdt een afweging in van ons eigenbelang met het belang van onze medeburgers. Misschien zelfs van eigenbelang en morele waarden: is het moreel verantwoord ons comfort en het vermijden van financieel verlies (de kosten van een taxi naar het ziekenhuis) boven de idee te plaatsen dat mensen met de grootste, meest acute nood voorrang moeten krijgen wanneer het om schaarse middelen in de gezondheidszorg gaat?

Vele ziekenhuizen – in het Verenigd Koninkrijk en elders – hebben inmiddels ook beslist ‘niet-dringende’ ingrepen uit te stellen, vanwege personeelsuitval en een toename in het aantal Covid-19-patiënten. Dit leidt bij sommigen tot verontwaardiging die vergelijkbaar is met die van iemand die verzocht wordt geen ziekenwagen te bellen: het gevoel een recht ontnomen te worden.

Maar de perceptie dat het om rechten gaat is misleidend. Ze schept een illusie van een onvoorwaardelijke en onbeperkte beschikbaarheid van middelen, en maskeren de fundamentele afwegingen die ermee gepaard gaan.

Die afwegingen zijn nochtans heel reëel. Dat is waarom de beslissing niet-dringende ingrepen te pauzeren wanneer de beschikbaarheid van vitale middelen beperkt is (door een virus of wat ook) eigenlijk objectief een prima beslissing is. Zulke situaties vooraf onder de loep nemen maakt het mogelijk in alle rust de beschikbare opties te evalueren en prioriteiten vast te leggen.

In dit geval laat de definitie van wat wel, en wat niet een dringende interventie is, de beslissingnemers toe te plannen hoe capaciteitsbeperkingen zo goed mogelijk kunnen worden opgevangen. Zo kunnen procedures proactief worden aangepast, eerder dan reactief en ad hoc.

De complexe afwegingen in beleidsbeslissingen

Ziekenhuizen zijn goed in staat om zulke beslissingen te nemen omdat de meeste parameters en afwegingen die erbij komen kijken tot de kerncompetenties en -ervaring behoren van de beslissingnemers.

Dit is veel minder het geval voor de ministers die over het te voeren beleid beslissen. Die zijn misschien wel vaardig in het afwegen van de kosten en baten, winst en verlies, voor en tegen, en plussen en minussen van de diverse beleidsopties, maar ze kunnen onmogelijk competent en ervaren zijn in elk domeinen dat in het beleid betrokken is.

Omdat modellen over de virusverspreiding geen voorspellingen zijn, mag je ze ook niet beoordelen naargelang ze waarheid worden of niet

Ze hebben advies nodig van mensen die wel die competentie en ervaring bezitten. En voor uitzonderlijke situaties zoals een pandemie verzamelen ze dus specialisten in panels zoals de Belgische GEMS, of SAGE in het Verenigd Koninkrijk. En daar knelt het beslissingsschoentje op meerdere plaatsen.

In tegenstelling tot de meeste andere beleidsvoering, gebeurt dat bij deze pandemie grotendeels en plein public, met dagelijkse PowerPoint-presentaties en wat al meer. Maar daarom begrijpt iedereen nog niet hoe een op feiten rustend beleidsvormingsproces werkt, waarbij beleidsmakers nood hebben aan wetenschappelijke evidentie om goed geïnformeerde beslissingen te nemen.

Een voorbeeld is de kritiek aan het adres van de wetenschappers die de modellen maken van de evolutie van de ziekte: zij komen onveranderlijk met worst case-scenario’s aandraven, waarin ziekenhuizen de druk niet aankunnen en met ontelbare doden. Sedert het begin van de pandemie is de realiteit – gelukkig maar – ver weggebleven van die doemscenario’s, en dat is precies wat sommigen sterk doet twijfelen aan de competentie, en zelfs aan de motieven van de adviseurs.

Maar zoals professor Graham Medley zegt – een expert in het modelleren van infectieziekten aan de London School of Hygiene and Tropical Medicine (waaraan ook de Belg Peter Piot is verbonden), en binnen SAGE de subgroep leidt die verantwoordelijk is voor de modellen – “Deze scenario’s zijn geen voorspellingen.” Ze beschrijven wat er zou gebeuren onder zekere voorwaarden, gebaseerd op de vragen die de beleidsmakers stellen.

Omdat ze geen voorspellingen zijn, mag je ze dus ook niet beoordelen naargelang ze waarheid worden of niet. Als dat niet zo is, dan kan dat zijn omdat de voorwaarden waarop ze zijn gebaseerd niet golden, of omdat de maatregelen om ze te vermijden succesvol waren. Toch weerhoudt dat sommigen niet om het proces verkeerd te blijven interpreteren, en niet alleen de modelscenario’s als voorspellingen te beschouwen, maar ze ook te gebruiken als toetssteen voor de beleidsmaatregelen.

Transparantie

Al is er dan niets mis met de modellen zelf, dat kunnen we niet noodzakelijk zeggen over de manier waarop ze worden gebruikt. De modellen geven immers geen inzicht in de waarschijnlijkheid. Ze leveren simpelweg ‘wat als’-scenario’s – een beetje zoals ‘wat als er een vliegtuig neerstort op een kerncentrale?’.

Voor een beleidsmaker is zo’n scenario slechts één (bewijs)stuk in een puzzel met andere stukken waaronder de kans op het scenario, de omvang van de gevolgen, de mogelijke beperkende maatregelen en hun kosten en effectiviteit – en dit voor elk relevant scenario.

Beleidsmakers moeten tonen hoe ze tot hun beslissingen komen, en transparant vermelden op basis van welke feiten en inzichten ze maatregelen formuleren en invoeren

Hoe, en in welke mate, gebruiken de beleidsmakers alle stukken van de puzzel? Daar hebben we helaas het raden naar. We horen hen beweren dat ze “de wetenschap volgen”, maar dat is niet meer dan een holle slogan, die als schaamlapje dient om een proces toe te dekken dat lang niet uitblinkt in zorgvuldigheid en transparantie. Het is immers makkelijk schuld af te wentelen en verantwoordelijkheid te ontlopen wanneer men zich verschuilt achter wetenschappelijk advies.

Een derde probleem dat we kunnen bemerken is dat sommige leden van de adviesraden hun boekje te buiten gaan. Hun rol is het geven van advies in hun competentiedomein, of zelfs het pleiten voor of tegen bepaalde maatregelen. Maar hij is niet het aanbevelen van beslissingen die hun vakgebied overstijgen en waar afwegingen komen kijken waarvoor de beleidsmakers verantwoordelijk zijn.

Wanneer beleidsmakers echter blijk geven van een niet zo robuuste werkwijze, kan het natuurlijk verleidelijk zijn voor adviseurs om die leemte op te vullen en hun mandaat te verbreden. Wat we dan hebben is niet langer beleidsvorming die op feiten is gebaseerd, maar op pleitbezorging, waarin één enkel facet de beslissingen domineert.

De Covid-19-pandemie legt de zwakten bloot in hoe mensen beslissingen nemen. Laten we dit als een uitnodiging zien om beter te doen. Van beleidsmakers moeten we verwachten dat ze ons tonen hoe ze tot hun beslissingen komen, en transparant vermelden op basis van welke feiten en inzichten ze maatregelen formuleren en invoeren.

Stel je maar eens voor dat een regering achter gesloten deuren besluit om alle culturele activiteiten te verbieden (en dat niet eens doet geïnspireerd is door wetenschappelijk advies!), en vervolgens prompt terug wordt gefloten door de Raad van State. Die regering loopt beslist het risico te worden gezien als een hoopje stuntelaars, die maar wat zitten aan te modderen.

Maar het zijn niet enkel de beleidsmakers die beter kunnen doen. Ook wij kunnen ervoor kiezen hun beslissingen te beoordelen, niet op basis van de mate waarin ze ons bevallen, maar op basis van de manier waarop ze zijn tot stand gekomen. We kunnen bovendien proberen onze eigen neiging te bedwingen om ons vast te klampen aan onze rechten, en te erkennen dat er overal en altijd afwegingen moeten worden gemaakt, in onze eigen beslissingen en die van anderen.

Het is misschien magere troost, maar wie weet kan de pandemie ons helpen een beetje beter te worden in een belangrijke vaardigheid.

LEES OOK
Dominique Soenens / 03-06-2022

Koen Byttebier: ‘Neoliberaal beleid maakte de pandemie erger’

Volgens de professor economisch recht staan economische belangen steeds voorop, ook in een pandemie.
covid vaccinatie
Jan Walraven / 11-10-2021

Terwijl Afrika wacht op eerste dosis, schuiven rijke landen aan voor boostervaccins

De wereldwijde vaccinkloof tussen rijk en arm blijft gigantisch. Wat kunnen we eraan doen?
WHO_20210302_GHANA_COVAX_STORIES_022_89326
Tom Cochez / 02-07-2021

Toename coronabesmettingen hoeft ditmaal niet problematisch te zijn

Een vlotte vaccinatiecampagne moet de impact van de besmettelijke deltavariant beperkt houden.
luchtvaart Ismail Mohamed (Unsplash)
2 REACTIES
Theo Paesen07-01-2022 18:23:55
Ik denk dat Koen Smets hier haarfijn uitlegt hoe het komt dat bijvoorbeeld het aanvankelijk toch zeer genuanceerde advies van de Hoge Gezondheidsraad met betrekking tot de vaccinatie van de 5- tot 11-jarigen compleet verloren is gegaan in de uitrol van de daarop gebaseerde vaccinatiecampagne.

Het zou 'worden aangeboden aan jongeren met onderliggende aandoeningen'. 'aangeboden' Is in de praktijk 'aangeraden' geworden - zie de tekst van de uitnodigingsbrief -, het facet 'voor jongeren met een verzwakt immuunsysteem' is verworden tot 'die hebben voorrang, maar het is aangeraden voor iedereen'.

De hele organisatie is een copy/paste van de communicatie voor alle andere leeftijdsgroepen uiteindelijk en het wordt uitgerold met een aandrang die niet langer de kwalificatie 'aangeboden voor die zwakkeren in de leeftijdsgroep' verdient. Sinds de beslissing om ook de jongsten in te enten, ben ik zeer skeptisch tegenover de ware drijfveren achter de hele vaccinatiecampagne.

Hoe kan je nu een 'one-size-fits-all' beleid plaatsen in de strijd tegen een virus dat toch heel duidelijk anders is voor elke leeftijdsgroep.

Zeker al voor jonge kinderen, is wat mij betreft de uitrol een complete aberratie, een verkrachting bijna van het concept geneesmiddel. Elk individueel geval van ernstige bijwerkingen binnen deze leeftijdscategorie mogen onze nationale crisismanagers op hun kerfstok bijschrijven... en wat mij betreft mogen ze ook te gepasten tijde ter verantwoording worden geroepen.

Men is aan het ingrijpen op het lichaam en het immuunsysteem van mensen die dat vaccin helemaal niet nodig hebben. Blijkbaar zijn cijfers plots helemaal niet van tel en zijn het de uitzonderingen die blijkbaar de regel worden. Wetenschappelijk valt die campagne niet goed te praten en je blijft achter met de gedachte dat hier puur commerciele motieven meespelen en dat er belangenvermenging in het spel is.
Theo Paesen07-01-2022 22:12:50
Steve Mason citeert in zijn boek over "Joodse Oorlog" van Flavius Josephus, Sir Basil H. Liddel Hart, wiens inzicht in het verschil dat er moet zijn tussen wetenschappers en politici misschien wel het vermelden waard is in deze discussie - mutatis mutandis natuurlijk, met onze 'specialisten-wetenschappers' in de rol van moderne profeten en dat stenigen natuurlijk niet al te letterlijk te nemen (hoewel, als je de extremiteiten van social media ziet ?) -.

Hij citeerde het volgende :
History bears witness to the vital part that the "prophets" have played in human progress, which is evidence of the ultimate practical value of expressing unreservedly the truth as one sees it. Yet is also becomes clear that the acceptance and spreading of their vision depended on another class of men - "leaders" - lees : politici - who had to be philosophical strategists, striking a compromise between truth and the men's receptivity to it. ... The prophets must be stoned; that is their lot, and the test of their self-fulfillment. But a leader who is stoned may merely prove that he has failed in his function through a deficiency, or through confusing his function with that of a prophet"