Dit is een gastbijdrage. Een Apache-lezer levert met dit stuk een bijdrage aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.

Een stelletje ongeregeld

14 januari 2022 Koen Smets
10 and a ball
De illegale tuinfeestjes in Downing Street 10 keren zich met vertraging tegen de Britse premier Boris Johnson. (© OGL/Wikimedia)

Hier is een makkelijk raadsel: wat hebben Novak Djokovic en Boris Johnson met elkaar gemeen? Ze hebben allebei wat moeilijkheden met regels. De nummer 1 op de mannelijke wereldranglijst van tennissers en titelverdediger op het toernooi Australian Open heeft enkele problemen om het land binnen te geraken rond de geldende immigratieregels over Covid-19.

De Britse premier blijkt aanwezig te zijn geweest op een bijeenkomst in de tuin van zijn ambtswoning in Downing Street in Londen in mei 2020, toen het hele land in lockdown was en zo’n feestje in strijd was met de Covid-regels van de regering zelf.

Regels zijn een vreemd fenomeen. We zijn er ons meestal niet zo van bewust, maar ze zijn in groten getale aanwezig net onder de oppervlakte van onze dagelijkse activiteiten. Sommige regels zijn beschrijvend en vatten een equivalentie of correlatie tussen observaties (de deurbel weerklinkt) en hun betekenis (er staat iemand aan de deur).

Dit helpt ons de complexiteit van de wereld om ons heen te vereenvoudigen en beslissingen te nemen zonder al te veel denkinspanning. Wanneer we dus de bel horen, kunnen we besluiten de deur te openen (of tenminste na te gaan of het om een gewenste bezoeker gaat). Op dezelfde manier kan de regel die zegt dat als de melk slecht ruikt ze niet drinkbaar is, ons helpen te beslissen of we ze in onze koffie gieten, of in de gootsteen.

Wat is en wat hoort

Regels kunnen ook normatief zijn: in plaats van te beschrijven wat is, stellen ze wat hoort te zijn en vertellen ze ons wat we moeten doen, of wat we niet mogen. We kunnen zulke regels voor onszelf formuleren (en dat doen we ook): we gaan vier keer per week joggen, we doen onze wekelijkse boodschappen op zaterdagochtend om 8 uur of knijpen de tube tandpasta aan het eind (en niet in het midden).

We kunnen ze ook voor onszelf en anderen maken: wie dit huis betreedt, moet zijn voeten vegen. Als een kledingstuk moet worden gewassen, moet je het in de wasmand leggen (en niet op de grond laten slingeren). Als je bestek in de keukenla legt, dan komen de vorken links en de lepels rechts.

laundry basket
Vuile was hoort thuis in de mand en niet op de grond, een normatieve regel. (© Annie Spratt/Unsplash)

Ook op grotere schaal – in onze stad, ons land en zelfs de hele planeet – vinden we tal van normatieve regels, zonder dewelke een samenleving van sociale, coöperatieve wezens moeilijk kan bestaan en standhouden. We hebben nood aan regels die ons vertellen aan welke kant van de weg we moeten rijden en dat we moeten halthouden voor een rood verkeerslicht. Regels die ons vertellen dat we niet zomaar iemands eigendom mogen betreden zonder hun toestemming. En regels die ons vertellen dat we niet mogen roken of luidop praten in de bioscoop.

Net als beschrijvende regels helpen ook normatieve regels ons bij het nemen van beslissingen door een deel van de last weg te nemen. Maar er zijn belangrijke, fundamentele zelfs, verschillen tussen beide. Beschrijvende regels informeren ons, zodat we ons niet moeten bekommeren om het verzamelen van bewijsmateriaal, terwijl ze de uiteindelijke afwegingen aan ons laten.

Normatieve regels schrijven voor. Ze zeggen ons wat we moeten doen of laten, zodat we niet verschillende opties hoeven af te wegen. De afwegingen zitten immers ingebouwd in de regel. Bovendien zijn ze bedoeld om willekeur te vermijden. Zijn ze dus altijd een goede zaak? (Je hebt het beslist al geraden.)

Wanneer goede regels in de fout gaan

Soms hebben normatieve regels een solide, logische oorsprong, bijvoorbeeld de toewijzing van landingsslots in de luchtvaart. Wanneer een luchtvaartmaatschappij haar landingsrechten op een luchthaven wil behouden, moet ze die minstens voor 80% benutten op jaarbasis, anders gaan ze verloren. Dat is best zinvol, vooral omdat die slots schaars zijn (en dus waardevol: in 2015 betaalde American Airlines 60 miljoen dollar voor twee slots van SAS). Met de terugval van de vraag naar vliegreizen als gevolg van de Covid-19-pandemie zijn er echter veel minder vluchten nodig.

Maar als de maatschappijen de overbodige vluchten zouden schrappen, dan zouden ze dus die rechten verliezen. Bijgevolg gaat Lufthansa deze winter 18.000 'spookvluchten' zonder passagiers uitvoeren, om die slots veilig te stellen (3.000 daarvan komen op de rekening van Brussels Airlines). Een eerste probleem met normatieve regels is dat ze, eens ze in voege zijn, tot een starheid kunnen leiden die nadelige gevolgen heeft.

In zekere zin vindt het avontuur down under van de heer Djokovic in een gelijkaardige context plaats. Toen de zeer besmettelijke omikronvariant opdook, had Australië strenge immigratieregels ingevoerd, om die buiten zijn grenzen te houden. Sedertdien heeft het land zich echter bovenaan de ranglijst van dagelijkse infecties genesteld, met bijna 4.000 gevallen per miljoen inwoners en weten we ook dat zelfs wie drie dosissen vaccin heeft gekregen nog steeds besmet kan geraken.

Het risico dat Djokovic – of om het even wie die in het verleden positief heeft getest, gevaccineerd of niet – in Oz met zich meebrengt, is in alle redelijkheid verwaarloosbaar. Nochtans besloot de Australische grenswacht dat hij niet aan de regels beantwoordde voor een visum (een beslissing die inmiddels is ongedaan gemaakt door een rechter, maar vervolgens heeft immigratieminister Alex Hawke beslist het visum weer in te trekken, ironisch genoeg daarbij gebruikmakend van zijn discretionaire macht om het vonnis te herroepen).

Werden de regels onjuist toegepast, en zo ja waarom? Het verslag van de ondervraging van Djokovic maakt ons niet echt wijzer. Hoe dan ook, het politieke spelletje in Australië suggereert wel een tweede probleem met normatieve regels: ze kunnen worden ingeroepen omwille van motieven die niets met de originele doelstelling te maken hebben.

Beslissingen makkelijker maken kunnen ze beslist, maar misschien is het grootste probleem met normatieve regels wel dat dit niet het enige doel noch het enige effect is dat ze hebben. En dit is waar we de hachelijke situatie van de heer Johnson terugvinden. Hij heeft inmiddels niet enkel toegegeven dat er een feestje met 'drankjes op sociale afstand' plaatsvond in de tuin van zijn ambtswoning terwijl het land in een strenge lockdown was, maar ook dat hij er daadwerkelijk aanwezig was. Daarmee overtrad hij (samen met de andere deelnemers) zonder twijfel de regels die zijn eigen regering had ingevoerd. (Er blijken nu zelfs nog meer feestjes met drank en dans te zijn geweest, en niet enkel in de tuin.)

Van macht naar machteloos?

Normatieve regels kunnen deels een machtsspelletje zijn: wie de regels opstelt, dicteert wat anderen moeten en niet mogen. (In beperkte mate hebben we allemaal een beetje van zo'n macht op het werk en thuis, maar een eerste minister is natuurlijk perfect geplaatst om van dit privilege te genieten op grote schaal.) Wanneer zulke regels niet in strijd zijn met onze voorkeuren, dan trekken we ons er niet al te veel van aan. Maar in het tegengestelde geval zouden we er ons wel eens tegen kunnen verzetten, en pogen ze te omzeilen.

Natuurlijk is de opsteller van een regel uitzonderlijk goed geplaatst om zulke kansen uit te buiten: hij of zij kan ze met gezag interpreteren naargelang het eigen profijt. Zelfs voor regels die we voor onszelf opstellen (minder snacken, lichaamsoefening elke dag, minder tv en meer boeken) kunnen we met grote vindingrijkheid overtredingen rechtvaardigen. Het is dus niet onbegrijpelijk dat we Boris Johnson zien aanvoeren dat hij dacht dat het tuinfeestje een werkvergadering was.

garden party
Een van de tuinfeestjes in de ambtswoning van premier Johnson gaat bijna twee jaar later volop over de tongen. (© Marvin Meyer/Unsplash)

Maar wanneer een eerste minister de regels met de voeten treedt terwijl gewone burgers daarvoor worden gestraft (in de week van het tuinfeestje werden meer dan 800 boetes uitgedeeld aan mensen die beschuldigd werden van het overtreden van de coronavirusregels), dan leidt die willekeur onvermijdelijk tot schade.

Normatieve regels mogen dan al ondersteund worden door sancties, toch rusten ze vooral op een bereidheid ze vrijwillig na te leven, zelfs van diegenen die het er oneens mee zijn. Als die bereidwilligheid verloren gaat, dan is de regel dood. Erger nog, de autoriteit van de opsteller van de regel dreigt aan diggelen te gaan. De steeds luidere oproepen van binnen de eigen partij van Johnson dat hij nu maar moet ophoepelen, tonen dat al te goed aan.

Zouden we dan niet beter zijn zonder die normatieve regels en in de plaats een radicaal consequentialistische lijn volgen: voor elke beslissing systematisch de opties onderzoeken, hun kosten en baten bepalen, en de indirecte gevolgen in kaart brengen? Als iemand die sterk neigt naar consequentialisme, en die niet zo hoog oploopt met te veel regels, moet ik helaas toch zeggen dat ik vrees dat zoiets niet kan werken. Regels zijn nu eenmaal de kern van hoe we beslissingen nemen.

Wat we echter wel kunnen doen, is de regels die ze op ons afsturen confronteren en er netelige vragen over stellen. Hebben de regels een duidelijk doel? Wat is het bewijsmateriaal dat ze dat ook zullen bereiken? Wat zijn de kosten en de niet-bedoelde neveneffecten? Zijn de afwegingen degelijk nagegaan?

We zouden het kunnen zien als onze morele plicht de opstellers van regels op de proef aan te vechten wanneer de antwoorden op deze vragen geen voldoening schenken en als ons moreel recht ervoor te kiezen regels te negeren die niet slagen voor deze tests.