Dit is een gastbijdrage. Een Apache-lezer levert met dit stuk een bijdrage aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.

PFOS-onderzoekscommissie liet enorme kans liggen

22 augustus 2022 Walter De Smedt
3M Zwijndrecht
De PFOS-onderzoekscommissie in het Vlaams Parlement liet de oorzaken van de vastgestelde 'disfuncties' ongezien. (© Simon Clément (Apache))

Vlaams Parlementsleden Tinne Rombouts (CD&V), Willem-Frederik Schiltz (Open Vld) en Mieke Schauvliege (Groen) brachten op 28 maart verslag uit over de werkzaamheden van de onderzoekscommissie naar de aanpak van de met PFOS vervuilde gronden op de Oosterweelwerf en de gevolgen voor de volksgezondheid. Dat verslag is een uitermate interessant document om te evalueren hoe Vlaanderen wordt bestuurd én hoe dat bestuur wordt gecontroleerd.

Om te beginnen vindt de onderzoekscommissie dat “het bedrijf 3M verantwoordelijk is voor de PFOS-verontreiniging in de ruime omgeving van zijn productiesite in Zwijndrecht, waarbij het bedrijf door de jaren heen ‒ tot zelfs tijdens de verklaringen in de onderzoekscommissie ‒ zijn milieuzorgplicht meermaals en gedurende lange tijd heeft geschonden, wat onaanvaardbaar is”.

De duidelijke beoordeling over de verantwoordelijkheid van 3M staat in sterk contrast met de beoordeling van het politieke beleid

Het is bijna onvermijdbaar dat de onderzoekscommissie uit de vaststellingen en verklaringen een oordeel velt over de verantwoordelijkheid voor de verontreiniging. Het is echter de vraag wat de waarde en de betekenis is van deze duidelijke en ongenuanceerde door de politiek uitgebrachte veroordeling. 

Het is immers de enkele opdracht van de volksvertegenwoordiging om de ‘bestuurszorgplicht’ van het politiek beleid te onderzoeken en te beoordelen. De beoordeling van een mogelijke fout en schade en de toewijzing van de verantwoordelijkheid daarover komt aan de burgerlijke rechter toe. En ook de strafrechter kan bij aanwijzingen van mogelijke misdrijven hierover een geldende uitspraak doen. 

Beschuldigende vinger naar Europa

Dat de onderzoekscommissie niet heeft geaarzeld om een duidelijke beoordeling te maken over de verantwoordelijkheid van het bedrijf 3M staat bovendien in sterk contrast met de beoordeling van het politieke beleid. Die beoordeling van het overheidsoptreden komt in de volgende paragraaf van het verslag aan bod: 

“Na een grondige studie van de talrijke aangeleverde documenten en de vele georganiseerde hoorzittingen komt de onderzoekscommissie tot de conclusie dat het overheidssysteem niet in staat is gebleken om de inwoners van Vlaanderen op een doeltreffende manier te beschermen tegen de invloed van persistente, bioaccumuleerbare verontreiniging afkomstig van de chemische industrie. De overheid heeft een belangrijke rol te vervullen in de bescherming van het leefmilieu en de volksgezondheid. De onderzoekscommissie komt vandaag tot de analyse dat, net als in andere Europese lidstaten, ook in Vlaanderen de overheid er niet in geslaagd is om die bescherming te bieden. De onderzoekscommissie is van oordeel dat Vlaanderen en Europa zich momenteel op een kantelmoment bevinden. In het verleden is er te veel reactief omgegaan met de mogelijke schadelijke gevolgen van chemische stoffen.” 

Deze conclusie is het minste wat je er kan over zeggen. Behalve de toewijzing van verantwoordelijkheid aan Europa, is het belangrijker om bij de beoordeling van het eigen beleid aan te geven wat de redenen zijn van het vastgelegde gebrek aan bescherming. Dat gebeurt in de daaropvolgende passage: 

“Bij het reglementeren van (nieuwe) chemische stoffen is Vlaanderen aangewezen op het Europese niveau. Een van de belangrijkste instrumenten daarvoor is de Europese REACH-verordening, die bepaalt welke stoffen in de handel mogen worden gebracht. De onderzoekscommissie is van mening dat die verordening onvoldoende bescherming biedt, omdat ze vaak achterop hinkt in de aanpak van nieuwe chemische stoffen.” 

De onderzoekscommissie legt de oorzaak van het gebrek aan bescherming dus niet zozeer bij het Vlaamse, maar wel bij het Europese beleid.

Vergoelijking

De beoordeling van het eigen Vlaams beleid wordt in de volgende passage verder geformuleerd: 

“Voor de Vlaamse overheid kwam de problematiek pas scherper in beeld bij de voorlopige publicatie van de EFSA-opinie in december 2018. De ongerustheid over PFAS die er voordien al leefde onder een beperkt aantal gespecialiseerde wetenschappers, was ‒ achteraf bekeken ‒ onvoldoende op de radar van de overheid verschenen om over te gaan tot het nemen van doortastende maatregelen.” 

Deze uitspraak is een vergoelijking van het gebrek aan optreden en houdt tegelijk een tegenspraak in zich. Enerzijds wordt vastgesteld dat er voordien, sinds december 2018, al ongerustheid leefde, maar dat deze onvoldoende op de radar van de overheid kwam. De conclusie kan gezien de vaststellingen en de verklaringen uit het onderzoek ernstig worden betwist. Want zowel de betrokken diensten als de verantwoordelijke ministers waren dus sinds 2018 voldoende gealarmeerd over de problematiek en zij beslisten, na menig overleg, om dit niet op de ‘publieke’ radar te brengen.

Met de vraag waarom de grootste vervuiling ooit niet op de publieke radar werd gebracht, zat de parlementaire onderzoekscommissie volkomen binnen haar voornaamste grondwettelijke opdracht: de beoordeling van het ministeriële beleid. De commissie heeft deze dan ook beantwoord. “De onderzoekscommissie vindt echter geen enkele aanwijzing dat de overheid de graad van vervuiling bewust voor de bevolking verzwegen heeft.” 

Dit besluit staat haaks op meerdere verklaringen en zelfs documenten van het onderzoek. De vraag of er al dan niet moest gecommuniceerd worden was van bij de eerste onderhandelingen met 3M duidelijk aanwezig. Uit de documenten blijkt dat 3M zelfs voorstander was van communicatie in overleg met de eigen deskundige. 

In de eerste dadingovereenkomst werd echter, na consult van de betrokken advocaten, een geheimhoudingsclausule voorzien waarbij geen communicatie mocht gebeuren zonder goedkeuring door 3M. Daarover werd ook tussen de ministeriële kabinetten vergaderd. Overigens verklaarde de Antwerpse burgemeester Bart De Wever (N-VA) dat hij aanvankelijk en om politieke redenen wilde communiceren, maar dat hij daar op beslissing van zijn ministers van afzag. 

Bewust handelen

Uit deze aanwijzingen kan dus worden besloten dat er meerdere en samenlopende aanwijzingen en zelfs tastbare bewijzen zijn dat er “bewust” werd gehandeld om niet te communiceren. Het is daarom de nijpende vraag of de gerechtelijke afhandeling tot hetzelfde besluit zal komen als de onderzoekscommissie. 

Zowel vennootschapsrechtelijk als naar de burgerlijke en zelfs de strafrechtelijke beoordeling heeft de vaststelling dat er bewust werd gehandeld een duidelijke betekenis met even duidelijke gevolgen. Bewust handelen, en dat geldt voor alle in dit dossier gestelde rechtshandelingen, brengt immers welbepaalde gevolgen met zich mee op vlak van aansprakelijkheid en ook de mogelijke schadevergoeding. 

Op strafrechtelijk gebied kan uit het bewust handelen zelfs een algemeen opzet worden vastgesteld. Dat is bij de beoordeling van het mogelijk toepasbare misdrijf van samenspanning van ambtenaren voldoende om het overleg, dat tot de onwettelijke dadingovereenkomst heeft geleid, te beschouwen als het beramen van een maatregel tégen de wettelijke verplichting om de vervuiler te doen betalen voor de schade.

De commissie heeft ook de tussen BAM (intussen Lantis) en 3M afgesloten dading onderzocht. De verantwoordelijkheid voor deze dading wordt bij de operationele leiding van BAM/Lantis gelegd. Er wordt ook een verantwoording aan gegeven: 

“De dading is een operationele beslissing van BAM/Lantis, die genomen is vanuit het oogpunt om de Oosterweelwerken vooruit te laten gaan en die de omgang met de met PFAS vervuilde gronden regelt, onder andere door de zwaarst vervuilde gronden van de Oosterweelwerf weer naar 3M te brengen.” 

Daar wordt aan toegevoegd dat het de taak van de rechter is om zich over de wettigheid van de dading uit te spreken. Over zowel het één als het ander kan echter wel meer worden gezegd. De dading werd voorafgegaan door een door BAM/Lantis opgestelde dagvaarding van 3M voor de rechter. 

Daaruit kan worden opgemaakt dat er na overleg tussen de advocaten van beide partijen geen bereidheid van 3M was gebleken om de schade op behoorlijke wijze te vergoeden. Dat de raad van beheer van BAM/Lantis tot dagvaarding besloot en daarin de schade duidelijk werd begroot, was dan ook in overeenstemming met de Europese en de eigen Vlaamse regelgeving die verplicht de volledige schade door de vervuiler te doen betalen. 

Politiek sturingscomité

Opmerkelijk is dat de commissie niet beoordeelt wat nadien gebeurde. De dagvaarding werd niet uitgebracht en vervangen door een ondertekende dading die de betaling van de schade, buiten de verontreiniging op de site van 3M, bij de Vlaamse belastingbetaler legt en 3M ook voor de toekomst vrijpleit. 

In de beoordeling die de commissie hieromtrent geeft, ontbreken twee erg belangrijke elementen. Vooreerst is de dading een verregaande miskenning en zelfs omdraaiing van de Europese en de eigen Vlaamse dwingende regelgeving die de overheid verplicht de verantwoordelijkheid voor de volledige schade bij de vervuiler te leggen. 

De onderzoekscommissie rept met geen woord over de rol van het politieke sturingscomité van BAM/Lantis

Vervolgens wordt met geen woord gerept over de rol van het politieke sturingscomité van BAM/Lantis. Uit de verklaringen en de documenten van het onderzoek blijkt evenwel dat naast de vennootschapsrechtelijke bevoegdheden van de raad van bestuur van BAM/Lantis, de feitelijke beslissingsmacht bij dit sturingscomité lag én dat de betrokken ministers en de vertegenwoordigers van de stad Antwerpen in dat comité meerdere malen overleg pleegden.

Het besluit dat de commissie uit deze problematiek haalt – “De aanpak van die bedrijfscultuur moet ervoor zorgen dat de juiste prioriteiten en knelpunten gedetecteerd en gezamenlijk aangepakt worden” – is dan ook even nietszeggend als de vergetelheid over de rol van het politieke sturingscomité groot is. 

De “aanpak van de bedrijfscultuur” is de werkelijke oorzaak van voorliggende en blijvende problematiek. Hier heeft de commissie de kans verkeken om de echte problematiek naar voor te brengen. De aanpak van de bedrijfscultuur heeft gezorgd voor het ontstaan van verzelfstandigde overheidsbedrijven die naar vennootschapsrechtelijke bepalingen een eigen opdracht en bevoegdheid en dus ook een eigen verantwoordelijkheid hebben. 

Uit het onderzoek is echter duidelijk gebleken dat deze toewijzing een juridische handigheid is om de feitelijke machtsuitoefening door een achterliggend en schimmig politiek orgaan buiten de aansprakelijkheid en verantwoordelijkheid te houden. 

Problematiek van verzelfstandigde overheidsbedrijven

Ook ander parlementair onderzoek, en niet in het minst dat over het Publifin-schandaal, heeft overduidelijk de problematiek van dergelijke verzelfstandigde overheidsbedrijven aangetoond. Buiten de vennootschapsrechtelijke betwistingen over de vorm en de gevolgen van deze verzelfstandiging, is daardoor een verwarring ontstaan over het doel van deze vennootschappen, de verhouding tussen het winstbejag en het gemeenschappelijke belang, de machtsuitoefening door de raden van bestuur of de achterliggende en niet gecommuniceerde macht van politieke mandatarissen, en de daarbij verleende voordelen en verloning.

Door deze werkelijke oorzaken van de vastgestelde “disfuncties” geheel buiten beschouwing te laten, heeft de onderzoekscommissie zijn eigenlijke opdracht volkomen ontweken. Als onderdeel van de wetgevende macht moet die uit eigen onderzoek tot aanpassing komen van de lacunes en tegenspraken in de vigerende wetgeving.

“Voor de onderzoekscommissie moeten prioritair de schotten tussen en binnen de beleidsdomeinen Omgeving en Gezondheid aangepakt worden, onder andere door een beleidsdomeinoverschrijdende kennishub Omgeving en Gezondheid op te zetten.” Deze door de onderzoekscommissie aangegeven oplossing verhult dan ook wat er werkelijk zou moeten gebeuren. Wat moet verdwijnen zijn de schotten tussen de verzelfstandigde overheidsbedrijven en de achterliggende en feitelijke politieke machtsuitoefening die tot doel hebben de verantwoordelijkheid over het gevoerde politiek beleid af te schermen.

In plaats van deze problematiek aan te pakken, heeft de commissie deze nog versterkt door een onjuiste weergave van de verantwoordelijkheid over het overheidsoptreden. De aanspreekbaarheid en de verantwoordelijkheid van de overheid wordt immers niet gedeeld door de administratie en de politieke beleidsverantwoordelijken. 

Het zijn enkel de politiek verantwoordelijken, de “voogdijministers”, die voor het parlement aanspreekbaar zijn en verantwoordelijk kunnen gesteld worden. En dat zelfs als er mogelijke door hun administratie begane “disfuncties” worden vastgesteld. 

Maat voor niets

Door deze onjuiste weergave van de ministeriële verantwoordelijkheid, heeft de commissie ook haar eigen verantwoordelijkheid ontweken. Door het eindbesluit – dat het om een cascade van beslissingen gaat – heeft de commissie zichzelf in het toezicht op de uitvoerende macht geheel buitenspel gezet.

De eigen Vlaamse volksvertegenwoordiging heeft door de in het onderzoeksverslag geformuleerde besluiten de kans verkeken om te doen wat minister-president Gaston Geens, de eerste Vlaamse Regering opdroeg: “Wat wij zelf doen moeten wij beter doen.” 

In het Publifin-onderzoek noemde de Waalse onderzoekscommissie man en paard, werden de verantwoordelijkheden wél aangeduid en werd zelfs een lijst van mogelijke strafbare feiten aan het parket overgemaakt. Buiten de veroordeling van 3M heeft de Vlaamse PFOS-onderzoekscommissie de oorzaken van de vastgestelde “disfuncties” ongezien gelaten en werd de beoordeling van de ministeriële verantwoordelijkheid “bewust” ontweken. 

Wat is dan nog de waarde en het nut van dergelijke onderzoekscommissie? Wat is dan nog de meerwaarde van het eigen Vlaams Parlement? Als de besluiten van de onderzoekscommissie daar een antwoord moeten op zijn, kan je daar maar één besluit trekken: een maat voor niets.

LEES OOK
Tom Cochez / 16-09-2022

3M en Indaver vergiftigen Vlaanderen met ultrakorte PFAS

De uitstoot van de chemische stof wordt niet gemeten.
PFAS Gheleyne
Tom Cochez / 13-07-2022

Deal met 3M legt wanbeleid Oosterweel bloot

De Vlaamse Regering ontnam zichzelf de kans op een succesvolle rechtszaak tegen 3M.
Grondwerken in de directe omgeving van chemiebedrijf 3M
Tom Cochez / 31-03-2022

Thomas Goorden: ‘In het PFAS-dossier zet politiek zichzelf in haar hemd’

'Het PFAS-dossier is symbolisch: het toont hoe politiek in Vlaanderen werkt.'
De Kat (alias Thomas Goorden)