Niemand is Bernard Van Eeghem

door Karl van den Broeck
Bernard Van Eeghem, klaar voor zijn performance.
Bernard Van Eeghem is het levende bewijs dat kunst ertoe doet. (© Jo Klaps)
Kunst/Wet

Wat zich achter de coulissen van de kunstwereld afspeelt, is minstens even boeiend als de intriges en coups de théâtre op het politieke toneel. Daarom zetten we in de nieuwe politiek-culturele kroniek Kunst/Wet over beide stokpaardjes op gezette tijden een stevige boom op.

Soms volgt het leven onverwachte paden. Op een ervan kwam ik nog geen jaar geleden Bernard Van Eeghem (°1953) tegen. Zijn naam kende ik al. Ik wist dat hij in 2004 met One Hand Waving Free geselecteerd was geweest voor het Theaterfestival. U kunt hem ook online opzoeken en lezen dat zijn voorstelling Sanglier in 2012 uitgeroepen werd tot beste voorstelling van het jaar door de Franstalige critici. Maar Van Eeghem schildert ook, hij schrijft, hij ontwerpt affiches en decors, zingt en performt en dat al decennialang.

Hoewel hij zelden of nooit in de krant komt, en al zeker niet om over zijn navel te praten, hoorde ik in mijn carrière als cultuurjournalist zijn naam heel vaak. "Bernard Van Eeghem is volstrekt uniek", klonk het dan. En ik dacht er het mijne van. Er wordt nogal wat afgedweept in kunstenland en door de jaren heen heb ik geleerd om mijn mening over een kunstenaar op te schorten tot ik me in diens werk verdiept heb en idealiter kennis heb gemaakt.

Bernard Van Eeghem heeft zijn hele carrière geweigerd om zich te laten inkapselen

Ik heb het 'voorrecht' om Bernard Van Eeghem regelmatig te mogen ontmoeten in privékring. In Oostende en in Laken. Vanaf het eerste bezoek werd meteen duidelijk dat er geen scheiding bestaat tussen zijn leven en zijn werk, zijn huis en zijn atelier. De muren zijn van onder tot boven 'behangen' met foto's en artikels uit kranten en tijdschriften. Die overspannen vele decennia en documenteren wat hij zelf interessant, charmant of aangrijpend vindt. Het leven als een collage.

In zijn bibliotheek – met een filiaal in elke kamer van zijn huis – zie je niet de ruggen van de boeken, maar de voorflap. Als waren het kleine schilderijtjes. Hij bergt zijn boeken niet op, hij stelt ze tentoon.

Aan de muren een dwarsdoorsnede van zijn plastisch werk. Dat bestaat uit tekeningen, schilderijen, schetsen. Op doek maar ook op 'banale' dragers: inpakpapier, plastiekfolie, en verpakkingskarton voor conserven of bierblikjes. Met opstaande randen. Prachtige portretten maar ook vaak bestaande schilderijen die worden 'geretoucheerd'.

"Kunst is de idee," zegt hij, "gelijk wie betaalt of de opdracht geeft: een stamhoofd, het hof, de buurvrouw, keizers, koningen, adel, burgerij, beste vriendinnen, het eigen brein, kunst is het snel omleggen van een rivier, het bouwen van een brug, een eigen huis, kunst is het vouwen van een papiertje, het uitbenen van een tak, een paard tentoonstellen, geen paard tentoonstellen, niks tentoonstellen, zichzelf tentoonstellen, het gedicht uitspreken. Kunst is de vormgeving van die idee, dat gevoel, die gedachte en altijd arte povera, met zo weinig mogelijk arme middelen zoveel mogelijk tot uitdrukking brengen."

Zijn familieleden plagen hem ook vaak met een singletje dat hij ooit opnam met SPRING, de boysband van Steven Van Herreweghe. Ze haalden er zelfs de top veertig mee. Bedoeling was om – baldadig – aan te tonen hoe eenvoudig het is om een zomerhit te maken.

Het is maar een voorbeeld van de volstrekt unieke positie van Van Eeghem. Zijn hele carrière heeft hij geweigerd om zich te laten inkapselen. Nooit een galerie. Nooit een 'vaste' job in de sector. Af en toe lesgeven en coachen, maar voor het overige alleen maar werken. Onzichtbaar soms, tot wanneer het klaar is om getoond te worden. Als performer wordt hij ook lijfelijk deel van zijn totaalkunstwerk.

'Onzichtbaar werk'

Ik moest ook aan Van Eeghem denken toen ik dinsdag in de KVS ging luisteren naar minister van Sociale Zaken Frank Vandenbroucke (Vooruit). Hij stelde er de nieuwe Kunstwerkcommissie voor. Deze expertencommissie moet voortaan beslissen of een kunstenaar (of kunstwerker in de brede zin) in aanmerking komt voor het nieuwe kunstwerkattest. 

Dit attest is meteen ook een all areas pass voor de hele sociale zekerheid: van werkloosheid, over ziekteverzekering tot pensioen. Het moet een einde maken aan de precariteit van veel kunstenaars en hun werk eindelijk maatschappelijk valoriseren.

Voor Bernard Van Eeghem komt het kunstenaarsattest te laat, maar hij heeft al die tijd een lucide en zelfverzekerde kijk gehad op zijn eigen plek in de maatschappij

Vandenbroucke – die twintig jaar geleden al een embryonaal kunstenaarsstatuut uitwerkte en nu zijn werk afmaakt – beklemtoonde ook het belang van "onzichtbaar werk", het werk dat kunstenaars doen wanneer ze niet in de schijnwerpers staan. Ook dat moet erkend worden door de samenleving én dus ook door de sociale zekerheid.

Vandenbroucke werd zelfs lyrisch: "Op de operatietafel van een ziekenhuis zal kunst inderdaad geen levens redden. (…) Maar de kunsten zijn natuurlijk wél een belangrijke reden waarom dit leven de moeite waard is. (…) Als we hier vandaag bij elkaar zijn (…) dan is het in de eerste plaats vanuit die wetenschap en vanuit die maatschappelijke opdracht."

(Even terzijde: voor N-VA-voorzitter Bart De Wever is zo'n kunstenaarsstatuut een "leukigheid". "'Honderd' dagen werken en dan werkloos mogen zijn voor een jaar." Vertel dat maar eens aan een auteur die vijf jaar schrijft aan een boek of een kunstenaar die drie jaar werkt aan een tentoonstelling. Onzichtbaar werk is ook werk. Een verkozen politicus die uitblinkt door absenteïsme, zou dat ook moeten weten. Als Vlaams Parlementslid is De Wever sinds jaar en dag 'het minst actieve lid', iets wat hij vergoelijkt door te zeggen dat hij "achter de schermen werkt". Het moet niet hypocrieter worden.)

Voor Bernard Van Eeghem komt het kunstenaarsattest te laat, maar hij heeft al die tijd een lucide en zelfverzekerde kijk gehad op zijn eigen plek in de maatschappij. In de marge? Misschien wel, maar zeker ook centraal in zijn eigen leven. De ware kunst van het kunstenaar zijn. Want wat is een kunstenaar meer dan iemand die voor zichzelf een positie zoekt die hem toelaat om – volstrekt autonoom - zijn eigen leven vorm en zin te geven en dat in een volstrekt eigen taal?

Voetnoten als show of force

Niemand is Bernard Van Eeghem, zo heet de tentoonstelling die nog tot volgende week vrijdag te zien is in GC Nekkersdal in Laken. Het is meteen ook zijn derde en laatste tentoonstelling in dat unieke gebouw: een oude blindenbibliotheek. Het is een labyrint van zaaltjes en magazijnen en gangen.

Het moet plaatsmaken voor een splinternieuw complex dat nogmaals de slagkracht van de Vlaamse gemeenschap in Brussel moet illustreren. Fair enough, maar een ziel zoals Nekkersdal die nu heeft, krijgt dat nieuwe gebouw voorzeker nooit.

Van Eeghems erudiete brein stoort zich niet aan de conventies van goede smaak of kunstzinnigheid

Het is ook de laatste tentoonstelling van Bernard Van Eeghem. Zo staat het op de uitnodiging. In het bijhorende en gelijknamige boek lezen we dit: "Bernard Van Eeghem is OVERTOLLIG. (…) hij kijkt strak voor zich uit en zegt klaar en duidelijk: ik ben ziek". 

In een huiveringwekkend zakelijke voetnoot vat hij zijn medisch parcours van de voorbije jaren samen: van "bloed in de stoelgang" tot nucleaire geneeskunde en chemopillen "en de gebruikelijke bijwerkingen".

Het boek dat Bernard Van Eeghem bij zijn tentoonstelling maakte is weergaloos. Als je alleen de broodtekst leest, heb je de 68 pagina's op een uurtje uitgelezen. Soms staat er maar één zin op de pagina, de rest zijn voetnoten. Die wisselwerking tussen het flinterdunne verhaal (Bernard Van Eeghem die, een beetje zoals Leopold Bloom in Ulysses van James Joyce in Dublin, door Brussel wandelt) en de uitgesponnen, soms hyper-erudiete, maar even vaak hilarische, voetnoten werkt perfect. 

Wilde hij aantonen dat achter het banale, het oppervlakkige (het naakte leven, zeg maar) een heel weefsel van betekenissen schuilgaat? Of is er aan hem gewoon een steengoede 'slimste mens' verloren gegaan? De semiotiek leert ons dat elk woord dat een mens uitspreekt verwijst naar andere woorden. Dat originaliteit niet bestaat. Dat woeste, cryptische of glasheldere associaties ogenschijnlijk eenvoudige mededelingen kunnen opladen met diepere betekenissen. Dat elke tekst en palimpsest is.

De voetnoten zijn een show of force. Ze geven een unieke blik in zijn erudiete brein, dat zich niet stoort aan de conventies van goede smaak of kunstzinnigheid. Zo lees je uitweidingen over uiteenlopende kunstenaars en denkers als Willem Frederik Hermans, Jacques Perk, Martinus Nijhof, Fernando Pessoa, Richard Wagner, Willy Roggeman en Juan O'Gorman. En dan ben ik nog maar aan pagina tien. Zo duiken evenzeer de KNALDI (de promoties van warenhuisketen Aldi) en De zwarte rotsen van Kuifje op.

Groot gebaar

De tentoonstelling in Nekkersdal is een enorme krachttoer. Ondanks zijn wankele gezondheid schilderde Van Eeghem nog tientallen doeken die in de tentoonstellingsruimte op de gelijkvloerse verdieping aan de muur hangen. Alsof hij door te blijven werken, het leven wou blijven vieren. 

Lyrisch abstracte werken (hart?) wisselen elkaar af met geometrische figuren (ratio?): strak geordende kleurvlakken met een ereplaats voor lichtblauw. Soms wordt het duidelijk wat hij tekent: het strand van zijn geliefde Oostende komt tevoorschijn in een aantal gekleurde stroken. Op het water een scheepje en in de lucht een wolkje.

Oostende, een werk van Bernard Van Eeghem.
Oostende, een werk van Bernard Van Eeghem.

Het doet denken aan de piepkleine Icarus op De Val van Icarus van Bruegel in de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten in Brussel. Maar u denkt er ongetwijfeld iets anders bij. Tussen de abstracte werken hangen berglandschappen, een raadselachtige rode draad door zijn werk.

Op de eerste verdieping wordt het menens. De ingetogenheid en het minimalisme maken plaats voor de Grote Thema's: kunst en de dood.

Op een elf meter lange plasticfolie kopieerde Van Eeghem alle illustraties uit het klassieke handboek voor kunstgeschiedenis: Van Altamira tot heden en op de muur hangt een totaal eigen versie van de calvarie van Jezus Christus. Gemaakt van monochrome panelen waar met tape eenvoudige strepen op werden aangebracht. Die vertellen het verhaal van het lijden en de verrijzenis van Christus.

Hoe bescheiden en zelfrelativerend Van Eeghem ook uit zijn boek naar voren komt, zo groot is het gebaar in deze werken. Net als Jezus is ook zijn dood aangekondigd. Maar ook zijn verrijzenis. Door alle iconische kunstwerken te kopiëren, eist hij zijn plaats op in de kunstgeschiedenis. Niet voor niks heet zijn tentoonstelling Niemand is Bernard Van Eeghem en niet omgekeerd.

Gramstorig

Hoogtepunt is de performance van Van Eeghem die onlosmakelijk verbonden is met de tentoonstelling. Begeleid door Geraldien Verhoeven op klarinet, begint hij met een tekening van twee beren die broodjes smeren. Voor kenners van Nederlandstalig kinderliederenerfgoed is het meteen duidelijk dat het refrein "Ik stond erbij en ik keek ernaar", hier cruciaal is.

Daarna leest Van Eeghem in een razend tempo een paar fragmenten uit zijn boek. Er weerklinken zinnen als "Bernard van Eeghem is LUI", "Bernard Van Eeghem is HET NOORDEN KWIJT", "Bernard van Eeghem is GRAMSTORIG", maar ook Wanneer de lente komt van Pessoa ("Ik voel een enorme vreugde/ bij de gedachte dat mijn dood volstrekt onbelangrijk is"). Van Eeghem ging op later leeftijd Portugees leren om het werk van Pessoa in de oorspronkelijke taal te kunnen lezen.

Daarna vervelt de ironische Van Eeghem in een poëtische. Hij zingt Wo soll ich fliehen hin van Bach, maar ook Verstumme Höllenheer ("Wees stil, gastheer van de hel. Je zult me niet doen wanhopen!") en Ich bin ja nur das kleinste Teil der Welt.

Eindigen doet hij met Just Like A River Does van Birdy.

Tijdens het zingen danst Bernard Van Eeghem gekleed in rood en groen – de vlag van zijn geliefde Portugal – op hoge hakken. Die dans is vrolijk, ontwapenend en de pas-de-deux met Geraldien Verhoeven zit vol levensvreugde. Nergens heeft het iets van de danse macabre. Die wordt door de doden gedanst. Hier dansen levenden.

Bernard Van Eeghem en Geraldien Verhoeven dansen hand in hand, gekleed in groen en rood.
Bernard Van Eeghem en Geraldien Verhoeven dansen hand in hand, gekleed in groen en rood. (© Jo Klaps)

Scheppingsverhaal

Op de tonen van Just Like A River Does tekent Van Eeghem met krijt de contouren van België. Hij duidt de plaatsen aan die belangrijk waren in zijn leven: Comines in Noord-Frankrijk, Antwerpen, Brugge, Gent en Brussel. Hij vertelt dat hij wil uitgestrooid worden in de Leie die door Comines stroomt en waarvan de ene oever in België en de andere in Frankrijk ligt. Zijn laatste reis eindigt dan in de Noordzee.

Het slot is niet alleen aangrijpend maar ook louterend. Het is ook een sneak preview van het boek dat eind 2024 moet verschijnen en dat de titel mama en papa en papa en mama en mama en mama en mama en ik draagt. Daarin reconstrueert Van Eeghem aan de hand van "officiële en officieuze documenten" de zoektocht naar zijn biologische afkomst. Als weeskind geboren in Comines en opgegroeid in een warm nest in Brugge.

Hoe kan een mens zijn bestaansrecht beter affirmeren dan in de kunst?

Misschien is het psychologie van de 'koude steen', maar het 'scheppingsverhaal' van Bernard Van Eeghem is meteen ook de humus waarop ál zijn kunst groeit en gedijt. Het besef dat je het kind bent van ouders die je niet wensten of die niet voor je konden zorgen, trekt diepe groeven in de ziel. 

Hoe kan een mens zijn bestaansrecht beter affirmeren dan in de kunst? Zijn gigantische oeuvre doet vermoeden dat hij zijn bestaan te allen prijze wilde vastleggen. Zodat wat voorbijgaat, toch blijft. (Ik beken: het blijft psychologie van den Aldi, maar toch).

En zo wordt de strijdkreet van het oeuvre van Bernard Van Eeghem eigenlijk: "Ik ben iemand. Ik ben iets." Het genereuze van zijn schepping is dat wij – toeschouwers – op onbewaakte momenten, oog in oog met een doek dat ons treft of in tranen bij zijn performance, plots beseffen: "Wij willen allemaal Bernard Van Eeghem zijn."

Met deze tentoonstelling steekt hij ook zijn geliefde auteur Fernando Pessoa de loef af. Die moest wachten tot na zijn dood voor zijn rijke oeuvre bekend raakte. U heeft écht geen enkel excuus om niet naar Laken te komen. Vandaag, of volgende vrijdag.

 

Niemand is Bernard Van Eeghem, GC Nekkersdal, Laken. Open op 9 december van 14 tot 18 uur. Live performance om 16 uur en op 15 december van 19 tot 21.30 uur. Live performance om 20 uur.

LEES OOK
Tom Cochez 03-10-2026

Vergruis de baksteen in de maag van de Belg

Een correcte woonfiscaliteit kan de schatkist vele honderden miljoenen opleveren.
bart de wever en diependaele
Karl van den Broeck 26-09-2026

Ceci n'est pas une ouverture. Branden blussen in (K)anal Pompidou

De brandweer moet voor de opening nog zijn fiat geven en ook intern brandt het bij Kanal.
Voor het gebouw van Kanal Pompidou staan blauw-gele hekken. Op de achtergrond zie je een grote grijze rookpluim van de brand in het kunstmuseum.
Jan Walraven 19-09-2026

Met één pennentrek legt Trump Europese digitale infrastructuur plat, waarom blijft het stil?

Wat zegt het einde van internetpionier Autistici/Inventati over de Europese digitale autonomie?
Een collage van printplaten, verweven met luchtfoto’s van waterzuiveringsinstallaties, landbouwgrond, industrieterreinen en mijnbouwmachines.