Dit is een gastbijdrage. Een Apache-lezer levert met dit stuk een bijdrage aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.

Film reconstrueert lobbycampagne van tabaksindustrie

door Hans van Scharen
tabaksindustrie
Met een lobbycampagne probeerde de tabaksindustrie om Europese regulering van tabaksproducten tegen te houden. (© Benoit Doppagne (Belga))

Volgens regisseur Antoine Raimbault komt de film Une affaire de principe er niet toevallig vlak voor de Europese verkiezingen. In de Frans-Belgische coproductie worden twee groene Europarlementsleden, José Bové en Bart Staes die zich destijds vastbeten in het politieke schandaal, gespeeld door respectievelijk Bouli Lanners en Wim Willaert. Het is een politieke thriller die zeer dicht op de huid zit van wat er zich destijds en de jaren nadien afspeelde.

Het verhaal bereikte een voorlopige climax op 15 september 2023. Toen werd de Italiaan Giovanni Kessler door de Brusselse correctionele rechtbank veroordeeld tot een jaar cel voorwaardelijk. Kessler was tot 2017 directeur van het Europees bureau voor fraudebestrijding (OLAF) en werkt sindsdien als hoofd van de Italiaanse douane.

Staes en Bové eisten in 2013 al zijn ontslag als OLAF-directeur. Hij werd toen echter beschermd door zijn baas José Manuel Barroso, de toenmalige voorzitter van de Europese Commissie. De veroordeling van Kessler kadert in het Dalligate-schandaal, dat eigenlijk Barrosogate zou moeten heten. In oktober 2012 dwong Barroso zonder duidelijke aanleiding Europees commissaris voor Gezondheid John Dalli tot ontslag.

De Maltees werkte aan een verstrenging van de Europese tabaksrichtlijn Tobacco Products Directive (TPD). Er was eerder een klacht bij OLAF ingediend door het Zweedse tabaksbedrijf Swedish Match, toen in joint venture met en sinds vorig jaar geheel eigendom van tabaksmultinatonal Philip Morris (voor 16 miljard dollar). Volgens die klacht zou een kennis van Dalli gezegd hebben dat de politicus openstond voor smeergeld om de TPD af te zwakken in het voordeel van het bedrijf.

Bizarre klacht

De klacht was van meet af bizar. Ten eerste bereikte de klacht van Swedish Match de Europese Commissie via de Fransman Michel Petite, de advocaat voor Philip Morris. Ten tweede is het wat vreemd dat een tabaksbedrijf zou klagen dat een toppoliticus bereid zou zijn om bedrijfsbelangen te verdedigen. Ten derde bleek dat Swedish Match zélf toegang zocht tot Dalli om hun zakelijke agenda te bepleiten.

Lobbywaakhond Corporate Europe Observatory (CEO) zei toen al dat dit viel in de categorie "ongepast gedrag", ja zelfs verboden volgens de Europese gedragscode voor lobbyisten (die Swedish Match ondertekende toen het zich inschreef in het EU-transparantieregister). Het Zweedse bedrijf stuurde lobbyman Johan Gabrielsson naar Malta om een ontmoeting met Dalli te regelen.

In een verslag van Gabrielson stond als allereerste zin dat “Dalli gewaarschuwd was voor ontmoetingen met mensen van de tabaksindustrie”. Opnieuw ietwat vreemd: een tabakslobbyist die een politicus opzoekt en vervolgens schrijft dat die politicus gevaarlijk spel speelt door een lobbyist te ontmoeten.

Corporate Europe Observatory diende destijds mede daarom een klacht in bij de Europese ombudsman Emily O'Reilly, die de organisatie gelijk gaf. De ombudsman oordeelde in 2016 ook dat de Europese Commissie onder Barroso te veel geheime contacten met tabakslobbyisten had en daarbij geen moer gaf om transparantie.

Te grote invloed

Met een uitgebreide gemotiveerde uitspraak bevestigde de ombudsman wat velen in het Europees parlement en daarbuiten al jaren aanklaagden: de tabakslobby heeft te veel invloed op het Europese beleid. Met name Barroso zélf en de toenmalige machtige en onzichtbare secretaris-generaal van de Europese Commissie Catherine Day waren daarvoor verantwoordelijk.

Kessler stelde in het voorjaar 2012 hoogstpersoonlijk een zeer voortvarend onderzoek naar Dalli in na de klacht van Swedish Match, op verzoek van Barroso en Catherine Day, die de belangen van de tabaksindustrie steeds belangrijker vonden dan transparantie.

Uiteindelijk zou Kessler een grotendeels illegaal onderzoek voeren naar de vermeende corruptie van Dalli. De conclusies van dit onderzoek – er was "ondubbelzinnig indirect bewijs" tegen Dalli - werden door Barroso gebruikt om hem op staande voet te kunnen ontslaan op 16 oktober 2012.

In december 2012 diende Dalli een klacht in tegen Swedish Match en OLAF/Kessler. Hij vecht sindsdien voor eerherstel. Voor slechts één feit – een illegale telefoontap – werd Kessler veroordeeld. Voor al de geniet hij diplomatieke onschendbaarheid, geschonken door Barroso en Day.

Op vraag van Barosso

Het is deze ‘immuniteit’ waar Kessler zich op baseert voor zijn beroep dat op 16 april behandeld werd door het hof van beroep in Brussel. Daar stelde hij dat Barosso hem persoonlijk de opdracht had gegeven voor het onderzoek, dat hij in alle discretie en hoogstpersoonlijk moest uitvoeren. Kessler zit in nauwe schoentjes en wil niet de zondebok van dienst zijn voor wat Barroso en de zijnen boven zijn hoofd beslisten.

Een van de redenen dat de zaak tien jaar aansleepte, is dat het Brusselse parket en de secretaris-generaal van de Europese Commissie jarenlang onderhandelden over wat de Belgische justitie wel en niet mocht onderzoeken. Uiteindelijk stelde een Brusselse procureur dan maar voor om alleen de telefoontap voorwerp van het onderzoek naar Kessler te maken.

Als reactie op de juridische uitspraak in september stelde Ingeborg Graessle, voormalig lid van het Europees Parlement: "Dit is een lang verhaal van schande voor OLAF en de Europese Commissie dat eindelijk opgelost gaat worden dankzij de Belgische justitie. Nu moet de Europese Commissie eindelijk de waarheid over de Dalli-zaak aan het licht brengen. Er waren zoveel onregelmatigheden en leugens tegen het Europees Parlement en iedereen die de juiste vragen stelde. Ik ben nog steeds verbijsterd over de hele zaak. Deze kwestie is niet gesloten. Het zou pas het begin moeten zijn."

In het voorjaar van 2013 vroegen Bové en Staes om de oprichting van een speciale onderzoekscommissie in het Europees Parlement en eisten ze dat de parlementsleden van de commissie begrotingscontrole volledige inzage krijgen in het speciale verslag over het Dalli-onderzoek zoals geschreven door het comité van toezicht van OLAF.

Herziening van wetgeving

Dit verslag analyseerde en fileerde het disfunctioneren van OLAF en Kessler. Concreet ging de kritiek over het gebruik van twijfelachtige onderzoeksmethoden, een gebrek aan respect voor procedures en het ontbreken van respect voor fundamentele mensenrechten.

De hele Dalligate-affaire heeft de tabaksindustrie geen deugd gedaan. Uiteindelijk weerstond het Europees Parlement de enorme lobby van de tabaksindustrie en keurde het in 2013 een ambitieuze herziening van de tabakswetgeving goed.

Maar het is wél duidelijk dat de hele affaire zorgde voor een vertraging van de TPD en dat sommige aspecten het niet haalden. Ook duidelijk is dat met name Philip Morris een ongeziene lobbycampagne organiseerde.

"Het is onaanvaardbaar dat Europese regelgeving over onze gezondheid in handen is van mensen die alleen aan winst denken", zeiden Sophie Cuykens en Fernand Schmitz, de Belgische advocaten van Dalli, na het proces in september.

Gebrek aan transparantie

Ondanks vele vragen van het Europees Parlement over het gebrek aan transparantie en de verdachte rol die de tabaksindustrie gespeeld heeft in deze affaire blijft veel tot vandaag in rookdampen gehuld. Dat is problematisch, ook al omdat er sprake is van nieuwe herzieningen van het Europese tabaksbeleid. 

Begin april waarschuwde de Europese ombudsman O'Reilly de Europese Commissie voor de tweede keer voor de te grote invloed van de tabaksindustrie op het Europese beleid. “Als het de Europese instellingen menens is met het beschermen van mensen tegen de gevaarlijke effecten van tabaksgebruik, dan moeten zij ervoor zorgen dat zij over uitgebreide procedures beschikken om hun besluitvorming te beschermen tegen ongepaste beïnvloeding.”

Jaarlijks sterven 700.000 Europeanen door tabaksgebruik. Politici zouden zich ver moeten houden van de industrie die deze (en vele andere) schadelijke producten verkoopt of er totaal transparant over moeten zijn.