Dit is een gastbijdrage. Een Apache-lezer levert met dit stuk een bijdrage aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.

Maarten Boudry en collega’s, praat niet recht wat krom is

door Pieter Beck
bezetting UGent
De studenten die de UGent bezetten, kan geen hypocrisie aangerekend worden. (© James Arthur Gekiere (Belga))

Jammer genoeg is dit een terugkerend fenomeen wanneer Maarten Boudry schrijft over Israël, zoals Stijn Bruers eerder al aantoonde. Het eerste probleem met de open brief is dat de argumentatie grotendeels steunt op een vals dilemma: of je steunt Israël, of je bent een medestander van Hamas. Dit valse dilemma hangt samen met een problematische framing van zowel de historische situatie als de eisen van de studenten.

In het stuk lijkt het alsof de kwestie gereduceerd kan worden tot een strijd tussen Israël en Hamas en alsof de eis om een academische boycot enkel gebaseerd is op wat er nu in Gaza gebeurt. Maar net zoals de Israëlische apartheidspolitiek zelf heeft de oproep tot een academische boycot een geschiedenis die al lang voor 7 oktober begint. 

In een eerder stuk probeerde Maarten Boudry de oproep tot een academische boycot te framen als een gevolg van een “perfide ideologie” die zou heersen aan Amerikaanse en Europese universiteiten. Er zijn echter genoeg Israëlische stemmen te vinden die wijzen op de apartheidspolitiek van de staat Israël. De Israëlische organisatie B’Tselem wijst er bijvoorbeeld op hoe de retoriek over Israël als “enige democratie in het Midden-Oosten” de manieren toedekt waarop het Israëlische politieke en juridische systeem gebouwd is op het tweederangsstatuut van de Palestijnse inwoners van Israël.

Boudry en medeauteurs verwijzen terecht naar de wandaden die er gebeuren in de door Israël bezette gebieden, maar vergeten daarbij na te denken over de onderdrukking van de Palestijnen in de Israëlische gebieden zelf en de systematische manier waarop het systeem de rechten van de Joodse bevolking bevoordeelt ten nadele van die van de Palestijnse.

Academische boycot

De “Arabische Israëli’s” (om de term te gebruiken die Boudry en collega’s om een of andere reden prefereren) zouden volgens de auteurs van het stuk ook slachtoffer worden van een academische boycot. Zij vergeten daarbij te verwijzen naar de mate waarin Palestijnse studenten op dit moment al slachtoffer zijn van verschillende repressieve praktijken aan universiteiten. 

Als deel van de framing wordt ook volledig voorbijgegaan aan de Nakba, het gewelddadig verdrijven van de Palestijnse bevolking, die niet losgekoppeld kan worden van de stichting van de staat Israël. Ondanks verschillende veroordelingen en VN-resoluties weigert Israël nog steeds om het recht tot terugkeer van de Palestijnen te erkennen. 

In tegenstelling tot wat de auteurs van het stuk beweren, lijkt het mij dan ook volledig legitiem om de analogie te maken met de situatie in Oekraïne. In de brief wordt namelijk gesproken over Rusland als “een overheid die zich inbeeldt dat Oekraïne een fictieve natie is zonder bestaansrecht”. Hetzelfde kan gezegd worden over de houding van de staat Israël. Niet alleen ten opzichte van een Palestijnse natie, maar ook ten opzichte van de Palestijnen die op zijn grondgebied wonen én de Palestijnen die van dat grondgebied verdreven zijn.

De argumentatie van Maarten Boudry steunt op een vals dilemma

Boudry en collega’s zullen allicht het bestaan van het extreemrechtse Azov-bataljon en oorlogsmisdaden gepleegd door andere Oekraïense milities niet gebruiken om de Russische invasie te vergoelijken. Maar tegelijk zien ze er geen graten in om het bestaan van Hamas en zijn gruweldaden wel op deze manier te gebruiken in hun retoriek. Niet alleen als excuus voor Israël om het humanitaire en internationale recht met de voeten te treden, maar ook als retrospectieve rechtvaardiging voor de Israëlische apartheidsstaat zoals deze al decennialang bestaat.

Kritische geluiden

In de brief wordt verwezen naar de kritiek die vanuit Israëlische universiteiten geuit wordt op het beleid van Netanyahu. Volgens de auteurs straft een academische boycot ook deze stemmen. Ten eerste is het belangrijk erop te wijzen dat de oproep tot een boycot gericht is op instituten, niet op individuele academici.

Los daarvan is het belangrijk om erop te wijzen dat de auteurs van de brief een drogredenering maken waarbij kritiek op de regering impliciet gelijkgesteld wordt aan kritiek op de Israëlische apartheidspolitiek. Wat het werk van Maya Wind (naar wie de auteurs van het stuk zelf verwijzen) echter toont, is hoe kritische geluiden binnen Israëlische universiteiten zelden of nooit de vorm aannemen van een verdediging van de rechten van de Palestijnse bevolking. 

Nog een drogredenering is het zogenaamde whataboutisme. Om het in Boudry’s eigen woorden te omschrijven: “In plaats van in te gaan op wat de ander zegt, verleg je gewoon de discussie: But what about X? Als iemand dat opmerkt, dan is dat doorgaans bedoeld als een verwijt van hypocrisie of selectiviteit: je spreekt wel over Y, maar je zwijgt zedig over X?”

Dergelijke whataboutisms vind je meermaals in de brief van Boudry en collega’s terug. Wat met de burgerslachtoffers die vielen in de strijd tegen IS? En nog explicieter: “Waarom nemen de protesterende studenten enkel Israël in het vizier?”.

Geen hypocrisie

Een gelijkaardige opmerking werd gemaakt door de rector van Universiteit Gent in zijn eerste gesprek met de bezettende studenten. De rector vond dat men niet enkel moest kijken naar mensenrechtenschendingen in Israël, maar dat de universiteit de verantwoordelijkheid had om in alle landen en contexten beducht te zijn voor samenwerkingen met instellingen die in verband gebracht kunnen worden met mensenrechtenschendingen.

Deze opmerking werd gevolgd door een laaiend applaus van de studenten. Als het gebruik van een whataboutism, zoals Boudry zelf uitlegt, tot doel heeft om de tegenstander van hypocrisie te beschuldigen, kunnen we concluderen dat er van een dergelijke hypocrisie geen sprake is bij de bezettende studenten. 

Komen we tot de laatste drogredenering: de klassieke ad hominem. Maak de boodschap verdacht door op de boodschapper te schieten. Deze drogredenering wordt subtiel gehanteerd wanneer er verwezen wordt naar de 1.600 UGent-leden die een brief ondertekenden waarin (onder andere) wordt opgeroepen om samenwerkingen met Israëlische instituten op te schorten.

Boudry maakt de boodschap verdacht door op de boodschapper te schieten

Boudry en co. verduidelijken dat deze groep bestaat  uit “studenten en personeelsleden, onder wie tientallen proffen (vooral uit de menswetenschappen)”. De opmerking tussen haakjes plaatst de aandachtige lezer voor raadsels! Eerst een vooral: op wie slaat deze opmerking? Is het punt dat de ondertekenaars tout court vooral uit de menswetenschappen komen? Of slaat de opmerking enkel op de proffen? En in dat laatste geval: waarom zijn enkel de proffen relevant?

Relevante expertise

In beide gevallen is het onduidelijk welke rekenkunde Boudry en co. gebruiken om tot deze conclusie te komen. In de lijst waarnaar ze verwijzen, worden de ondertekenaars namelijk gegroepeerd volgens de faculteit waartoe ze behoren. De berekening hangt dus af van de (arbitraire) beslissing wie je tot de menswetenschappen rekent. 

Maar laten we aanvaarden dat de meerderheid van de ondertekenaars menswetenschappers zijn. Laten we eveneens de vreemde kronkel aanvaarden om daarbij enkel de proffen als relevante maatstaf te nemen. Over welke proffen gaat het dan? We zien dan dat het gaat om verschillende professoren ethiek, politicologen en historici.

Kortom, mensen van wie je zou verwachten dat ze relevante expertise hebben om zich uit te spreken over de vraagstukken die zich stellen in de kwestie. Is het dan verwonderlijk dat zij sterk vertegenwoordigd zijn? Zou eenzelfde opmerking gemaakt worden bij een open brief over de boekhouding van de universiteit waarbij een grote groep economen de brief ondertekend heeft? 

Er zijn twee mogelijke impliciete boodschappen achter de opmerking. Ofwel insinueren Boudry en co. dat de mening van natuurwetenschappers of “harde wetenschappers” objectiever is. Het feit dat de natuurwetenschappers in de minderheid zijn, toont iets over de subjectiviteit van de brief. Dit lijkt me een minder plausibele interpretatie, aangezien dit natuurlijk een directe aanval is op de geloofwaardigheid van de eerste auteur van de open brief, Maarten Boudry, zelf een menswetenschapper.

Ideologische vooringenomenheid

Een meer plausibele interpretatie lijkt me dat de opmerking zinspeelt op een punt dat Boudry al vaak heeft proberen maken, namelijk dat de menswetenschappen geplaagd worden door ideologische vooringenomenheid. Dit punt keert vaak terug in zijn stellingnames, of het nu gaat over kernenergie, klimaatverandering, kapitalisme of religie.

De positie die hij inneemt, wordt voorgesteld als de enige mogelijke rationele positie, waardoor tegenstanders per definitie geen goede argumenten kunnen hebben en dus wel verblind moeten zijn door ideologie. 

Het is natuurlijk onmogelijk om de balk in eigen oog te zien. Misschien ben ik wel verblind door ideologie. Dat is ongetwijfeld wat Boudry denkt. Ik kan alleen maar aanduiden waarom er volgens mij goede argumenten zijn voor een academische boycot en aanduiden waarom de brief van Boudry en co. volgens mij met haken en ogen aan elkaar hangt.

Dus ik nodig Boudry en co. uit om even stil te staan. Misschien is er wel een reden waarom het noodzakelijk was om een toevlucht te nemen tot drogredeneringen. Misschien is er wel een reden waarom 1.600 collega’s het oneens zijn met jullie. Misschien, misschien, bevindt de ideologische verblinding zich niet waar jullie denken.

LEES OOK
Daan Van Cauwenberge 05-06-2025

Oppositiepartijen vragen opzegging van het associatieverdrag met Israël

Oppositiepartijen roepen op tot het stopzetten van de samenwerking door 23 Belgische wetenschappelijke instellingen met Israëlische partners.
Israël in Berlijn
Daan Van Cauwenberge 05-06-2025

Israëlische instellingen verdienen 29 miljoen euro aan Belgische onderzoeksprojecten

Belgische universiteiten en instellingen werken op grote schaal samen met Israël.
De Israëlische vlag wappert in Jeruzalem.
Gwenaelle Lenoir 12-04-2025

VN-rapporteur Francesca Albanese: “Behandel Israël niet langer als een normale staat”

“Ik wil dat het internationaal recht wordt toegepast”, stelt ze in een interview.
Speciaal VN-rapporteur voor de bezette Palestijnse gebieden Francesca Albanese tijdens een persconferentie in Kopenhagen op 5 februari 2025
1 REACTIE
P. Labarque — 07-03-2025 10:07:12
Arabische Israeliers = Arabische Zionisten? En wanneer zal onze joodse gemeenschap hier die zionistische vlag afzweren?
(PS: Israeli's=Vlamglish)