Recente gebeurtenissen hebben de media-aandacht kortstondig afgeleid van de vraag of Joe Biden de juiste kandidaat is voor de Democratische Partij tegenover Donald Trump. Maar de controverse over zijn leeftijd en mentale toestand, na het debat met zijn Republikeinse rivaal, blijft toenemen in de aanloop naar de conventie van de Democratische Partij in de tweede helft van augustus, wanneer de nominatie officieel wordt.
Trumps aanhoudende voorsprong in de peilingen levert steeds meer zuurstof voor de twijfel of Biden wel hun beste kans vertegenwoordigt om de verkiezingen te winnen. Zonder een eenvoudig formeel mechanisme om hem te dwingen zich terug te trekken, ligt de beslissing uiteindelijk bij Biden zelf om dit vrijwillig te doen. Voor wie geïnteresseerd is in besluitvorming, is het een zeer interessante kwestie om te onderzoeken.
Vechten om de macht
Conventioneel draait besluitvorming rond het afwegen van kosten en baten. Wanneer we voor de keuze staan tussen twee mogelijkheden beoordelen we de voor- en nadelen van elke optie en berekenen we het netto-effect om te bepalen welke de meest positieve (of minst negatieve) uitkomst heeft. Klinkt eenvoudig! Maar in de praktijk worden die 'kosten' en 'baten' niet altijd in dezelfde eenheden uitgedrukt – en soms kun je ze niet eens kwantificeren.
Bovendien gaan beslissingen bijna altijd gepaard met onzekerheid. Vaak moeten we kiezen tussen actiepaden zonder zeker te weten wat hun uitkomst zal zijn. We kunnen dan wel kansen inschatten, maar toch: onwaarschijnlijke gebeurtenissen vinden plaats, en waarschijnlijke gebeurtenissen blijven uit. En zelfs als de uitkomsten niet onzeker zijn, blijft het vaak toch speculeren hoe we ze zullen ervaren.
Joe Biden staat voor een cruciale beslissing: zijn kandidatuur handhaven (en hoogstwaarschijnlijk de Democratische nominatie veiligstellen), of een stap opzij doen en iemand anders zijn plaats laten innemen. Recente peilingen, vooral na het noodlottige debat, suggereren dat andere kandidaten (met name de huidige vicepresident Kamala Harris) het beter zouden kunnen doen dan Biden in de verkiezing van november, en mogelijk zelfs Trump zouden kunnen verslaan.
Peilingen kunnen natuurlijk verkeerd zijn, en mogen niet als doorslaggevend worden beschouwd. Maar het lijdt weinig twijfel dat veel kiezers het matte optreden van Biden in het televisiedebat zagen als een weerspiegeling van zijn vermogen om het land te leiden, en dat belooft niet veel goeds. Voorspellingsmarkten bieden een ander soort bewijsmateriaal als input voor de beslissing, en die geven een nog grotere kloof aan tussen de kandidaten.
Polymarket, bijvoorbeeld, geeft op het moment van schrijven (17/7) de voorkeur aan Trump (70%) boven Biden (19%). Deze platforms bundelen werkelijke weddenschappen van gokkers op toekomstige gebeurtenissen – in dit geval de uitslag van de verkiezingen.
Sommigen zien ze als een uiting van de wijsheid van de menigte, het mysterieuze feit dat – soms althans – het gemiddelde van de schattingen van een grote groep niet-deskundigen een verrassend nauwkeurige benadering van een werkelijke waarde oplevert. Maar hier is het oordeel van de gokkers niet noodzakelijk vrij van vooringenomenheid, dus een flinke korrel zout is aangewezen. Niettemin doen beide inputs weinig om de twijfel rond de kandidatuur van Biden weg te nemen.
Wat is er nog meer dat de beslissing kan beïnvloeden? Het feit dat Biden de zittende president is, is duidelijk een factor. De zittende president is een voorspelbare standaardkeuze, waarmee waarschijnlijk het beleid van de aflopende termijn zal worden voortgezet. Maar we kunnen hier ook de onvermijdelijke status quo bias en het bijbehorende default effect verwachten, en goede besluitvorming zou dit soort bias moeten proberen te vermijden.
Zou Biden nog steeds de voorkeur krijgen boven andere potentiële kandidaten (zoals Harris of de Californische gouverneur Gavin Newsom) als hij niet al de president was? Ouderdom brengt wijsheid, maar zijn hoge leeftijd is op zijn best een gemengde zegen en de aanhoudende vragen over zijn fysieke uithoudingsvermogen en mentale scherpte maken de twijfel nog groter.
Tot zover de belangrijkste kosten en baten die een onpartijdige derde partij, met als enige focus het maximaliseren van de kans op het winnen van het presidentschap, zou overwegen. Een beslissingnemer binnen de Democratische Partij zou wellicht hetzelfde doen – behalve als het de president zelf is.
Beslissing in onzekerheid
Wanneer je een beslissing moet nemen waarin je zelf centraal staat, komen er immers nog andere aspecten om de hoek kijken, allemaal schril afgetekend vanwege de diepgaande persoonlijke emoties die ermee gepaard gaan. Je moeten terugtrekken onder druk van je eigen achterban is geen pretje. Het voelt als een erkenning van je eigen gebrek aan competentie en kracht.
En als je tegenstander dan nog iemand is die je laag inschat, zijn deze gevoelens van ontoereikendheid nog sterker. Geen wonder dat Biden het been stijf houdt. Zijn slottoespraak bij de Navo-top illustreerde hoe dit wordt versterkt door wishful thinking (“Feit is dat ik de meest gekwalificeerde persoon ben om Trump te verslaan”) en door gemotiveerd redeneren (“Ik heb hem één keer verslagen, [dus] zal ik hem opnieuw verslaan”).
Er is echter een emotie die ons kan behoeden voor potentieel schadelijke besluitvorming, wanneer zelfbehoud ons ervan weerhoudt om op een rationele manier voor- en nadelen af te wegen – spijt. Er zijn theorieën (bijvoorbeeld van Randolph Nesse, een van de eerste wetenschappers was die het vakgebied van de evolutionaire psychiatrie ontwikkelde) die spijt, samen met andere negatieve emoties zoals angst en schuld, verklaren als evolutionaire aanpassingen.
Spijt associëren met suboptimale keuzes helpt ons, door middel van negatieve bekrachtiging, om de volgende keer betere opties te zoeken en zo herhaling te vermijden. Hier zou dit echter maar weinig helpen, omdat de spijt over een beslissing om aan te blijven als kandidaat pas achteraf zal komen, en er vrijwel zeker geen nieuwe kandidatuur voor Biden komt.
Maar de evolutie heeft ons ook uitgerust met het vermogen om geanticipeerde spijt te ervaren. Samen met de cognitieve bias van spijtaversie vormt dit de basis van de spijt-theorie, geformuleerd door de gedragseconomen Graham Loomes en Robert Sugden. We kunnen ons potentiële toekomstige spijt inbeelden als onze huidige keuze leidt tot een suboptimale uitkomst, wat nu een negatieve emotie opwekt, die vervolgens onze beslissing kan beïnvloeden.
Als Joe Biden zich zou inbeelden dat hij (a) zou volharden in zijn kandidatuur en (b) vervolgens zou verliezen van Trump, dan zou de verwachte spijt van deze uitkomst hem eerder kunnen laten overwegen om toch een stap opzij te doen.
Maar zo eenvoudig is het niet. De evolutie heeft ons ook een talent voor contrafactisch denken gegeven. Elke geanticipeerde spijt kan worden ondermijnd door ons het tegenovergestelde voor te stellen. Mocht Biden toegeven en zich nu terugtrekken, maar de vervangende kandidaat verliest vervolgens de verkiezingen, zal dat onvermijdelijk leiden tot spijt over het feit dat Biden misschien gewonnen had als hij voet bij stuk had gehouden.
Spijt berust ook op ons verlangen om de cognitieve dissonantie op te lossen tussen het vrijwillig maken van een keuze en achteraf, als de uitkomst slecht is, geloven dat het de verkeerde keuze was. In plaats van te erkennen dat we de verkeerde beslissing maakten, kunnen we dan proberen de situatie te herkaderen, zodat die keuze, ongeacht de uitkomst, in feite niet ter discussie stond.
Een krachtig voorbeeld hiervan was hoe Biden, in een interview met ABC News, zijn kandidatuur als een heilige plicht kaderde door te zeggen: “Als de Almachtige zou afdalen en zou zeggen: ‘Joe, stap uit de race,’ dan zou ik uit de race stappen. De Almachtige komt niet naar beneden”.
Slechts vijf dagen na de moordpoging op zijn rivaal is de druk op Biden om de handdoek in de ring te gooien sterker dan ooit. Misschien is wat hij nodig heeft een manier om een stap opzij te doen zonder zijn gezicht, geloofwaardigheid en respect te verliezen.
Hij zinspeelde daar al een beetje op in een interview eerder deze week, toen hij op de vraag wat hem zou kunnen doen overwegen om af te haken, antwoordde: “Als ik een medische aandoening zou krijgen, als artsen naar me toe zouden komen en zouden zeggen, je hebt dit probleem en dat probleem...”.
Misschien, net zoals sommigen beweren dat het een goddelijke interventie was die Trump redde van een kogel in het hoofd op zaterdag, heeft een goddelijke interventie Biden een kans gegeven om zich gracieus terug te trekken in de vorm van een covidinfectie...