Dit is een gastbijdrage. Een Apache-lezer levert met dit stuk een bijdrage aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.

Verwenste Theory of Mind!

door Koen Smets
theory of mind
Het concept van Theory of Mind staat centraal in de ontwikkelingspsychologie, de cognitieve wetenschap en de filosofie van de geest. (Djakolory/vecteezy)

De aankondiging van de Amerikaanse president Joe Biden, op zondag 21 juli, dat hij zich niet langer kandidaat zou stellen voor het presidentschap, was beslist voorpaginanieuws. Voor velen was het echter even voorspelbaar als de zonsopgang de volgende ochtend – het was meer en meer een kwestie aan het worden, niet van of hij zich zou terugtrekken, maar van wanneer.

Intrigerend was wel hoeveel van zijn medestanders in de Democratisch gezinde bevolking zijn beslissing om een stap terug te doen als een onzelfzuchtige heldendaad beschouwden. Velen onder hen hadden zich niet zo lang tevoren geschaard bij een groeiende groep Democratische afgevaardigden, senatoren en aanhangers die opriepen tot zijn terugtrekking (en hem ongetwijfeld binnensmonds kastijdden wegens zijn koppigheid).

Bij de Republikeinen werd Biden gezien als een zwakke lafaard en sommigen zagen de hand van de “elites in de achterkamertjes”, de “mannen in grijze pakken” die “het mes erin staken”. Hoe konden die allemaal in ’s hemelsnaam zo goed weten wat Joe Biden dacht?

Gedachtenlezers

Het concept van de Theory of Mind (ToM) vindt zijn oorsprong in het onderzoek van twee primatologen, David Premack en Guy Woodruff, die wilden nagaan of niet-menselijke primaten de mentale toestand van anderen kunnen begrijpen (zoals intentie of doel, kennis, twijfel, geloof, voorkeur, enzovoort).

Bijna vijftig jaar later blijft de vraag of niet-menselijke dieren een ToM hebben controversieel, maar voor mensen is het concept centraal komen te staan in de ontwikkelingspsychologie, de cognitieve wetenschap en de filosofie van de geest.

chimpanzees
Weet ik wat ik denk te weten over wat zij aan het denken zijn? (Marc Dalmulder/Flickr CC BY 2.0)

De theorie verwijst naar het vermogen om verschillende mentale toestanden bij jezelf en bij anderen te herkennen en te begrijpen. Ze wordt verondersteld zich bij mensen te ontwikkelen tussen de leeftijd van 3 en 5 jaar, hoewel sommige van de meer gecompliceerde aspecten, zoals sarcasme en ironie, gemengde gevoelens of leugens om bestwil later verschijnen.

Net zoals de vissen in de parabel die de schrijver David Foster Wallace gebruikte in zijn commencement speech zich (vermoedelijk!) niet bewust zijn van wat water is, omdat ze er de hele tijd in rondzwemmen, zijn wij ons meestal niet bewust van het gebruik van onze ToM omdat we ze aanhoudend gebruiken.

Maar we moeten slechts een klein stapje terug doen en denken aan de man tegenover ons in de trein, die  onophoudelijk op zijn telefoon en horloge zat te kijken – hoe weten we wat we denken te weten over zijn mentale toestand?

Of, die keer dat we als Europeaan in Amerika op de verkeerde verdieping op onze klant stonden te wachten, onwetend als we waren over het verschil in hoe verdiepingen worden genummerd – hoe realiseerden we ons dat twee mensen verschillend over hetzelfde kunnen denken? 

Zelfs een korte excursie in dit soort metacognitief denken over hoe wij en anderen denken, toont de kracht van de ToM. We kunnen weliswaar niet letterlijk de gedachten van anderen lezen, maar we kunnen wel uit hun handelingen afleiden wat hun mentale toestand zou kunnen zijn, en hun huidige of vroegere gedrag verklaren.

Op dezelfde manier kunnen we ernaar gissen wat ze mogelijk van plan zijn te doen, op basis van wat we denken te weten over hun bedoelingen, en over hun overtuigingen, hun kennis, hun doelen enzovoort.

Stel je voor dat je op een feestje bent en een vriendin zit in haar eentje uit het raam te staren afgezonderd van de andere gasten. Zonder ToM zou je niet in staat zijn om haar emotionele toestand op te merken, of te begrijpen waarom ze zich anders gedraagt dan de anderen. Als je dan vrolijk blijft doen, zou ze zich verwaarloosd of onbegrepen kunnen voelen.

Maar dankzij je ToM kun je de tekenen herkennen van iemand die emotioneel overstuur is en ernaar handelen: vragen wat er scheelt, en voorstellen om op een rustiger plekje te gaan praten. Of stel dat je een ingewikkeld onderwerp moet uitleggen aan een collega.

Zonder ToM zou je je niet bewust zijn van wat hij al weet en wat niet – mogelijk zou je je zelfs schuldig maken aan de vloek van de kennis, en vakjargon en geavanceerde concepten gebruiken die hem boven de pet gaan, met frustratie alom tot gevolg.

Met onze ToM kunnen we de achtergrond en voorkennis van onze collega vaststellen, onze uitleg daaraan aanpassen, zinnige analogieën gebruiken en regelmatig nagaan of hij het begrijpt. Onze ToM is duidelijk onmisbaar in een breed scala van sociale interacties.

Leesfouten bij het gedachtenlezen

Helaas is dit niet het hele verhaal. We kunnen niet écht de gedachten van andere mensen lezen en dus zal elke conclusie die we trekken onvolmaakt zijn. Dat weerhoudt ons er echter niet van om overmoedig te zijn en zekerder te zijn van onze conclusies over de mentale toestand van andere mensen dan eigenlijk zou mogen.

Toch is het potentieel voor onvolkomenheden aanzienlijk, ten gevolge van een reeks biases die we vertonen. Egocentrische vooringenomenheid, bijvoorbeeld, onze neiging om onze eigen gedachten en gevoelens als referentiepunt te gebruiken, kan ons ertoe leiden te overschatten in hoeverre anderen onze overtuigingen, houdingen en gedragingen delen, en consensus zien waar er geen is (valse-consensuseffect).

Ze kan ons ook onze gedachten, gevoelens en motivaties op anderen doen projecteren, waardoor we hun gedrag verkeerd interpreteren. Onze neiging om de voorkeur te geven aan eenvoudige verklaringen en snelle conclusies kan ertoe leiden dat we de fundamentele attributiefout maken, waarbij we het gedrag van anderen toeschrijven aan hun persoonlijkheid in plaats van aan situatiegebonden factoren, of dat we onze toevlucht nemen tot culturele stereotypen bij het inschatten van hun mentale toestand.

Maar de meest schadelijke invloeden op hoe we onze ToM toepassen, zijn wellicht deze twee tendensen: confirmation bias en gemotiveerd redeneren. De eerste beschrijft hoe we, in plaats van het waargenomen gedrag (en alle andere kennis die we denken te hebben) te gebruiken om iemands mentale toestand vast te stellen, uitgaan van een veronderstelde mentale toestand en alleen rekening houden met die elementen in het waargenomen gedrag die onze veronderstellingen bevestigen.

De laatste gaat uit van de emoties die het waargenomen gedrag bij ons opwekken, en naargelang die positief of negatief zijn, redeneren we naar een mentale toestand die daarmee overeenkomt. 

Een combinatie hiervan zou wel eens sommige interpretaties van de beslissing van Joe Biden kunnen verklaren. Voor de Democraten die er voorstander van waren dat Biden zich terugtrok, was de beslissing positief, en omdat hij deel uitmaakt van hun clan, is zijn mentale toestand dus prijzenswaardig.

Dit maakt hem tot een held vanwege het enorme offer dat hij heeft gebracht. (Het feit dat hij er best voor had kunnen kiezen om zich niet kandidaat te stellen en van bij het begin jongere, capabele kandidaten de kans te geven, wordt dan wel snel vergeten, net als het feit dat zijn 'heldhaftigheid' heel wat druk vergde).

Een goed resultaat in een hachelijke situatie maakt van Biden een held, en daarom was zijn beslissing uiteraard onbaatzuchtig, wat dan weer zijn heldendom bevestigt.

weak hero
Een zwakke, laffe, onbaatzuchtige held? (X.com)

Voor de Republikeinse aanhangers van Donald Trump was de beslissing niet zo positief. Biden was een gemakkelijk aan te vallen tegenstander, een stuntelende, onhandige oude man, vooral na het rampzalige tv-debat. Voor hen is hij daarom niet wijs en heldhaftig, maar een lafaard die wegloopt voor een zekere nederlaag gezien zijn achterstand in de peilingen – of beter nog, een zwakkeling wiens beslissing voor hem is gemaakt door een louche elite in de achterkamertjes.

Een slechte keuze kan niet gemaakt worden door iemand met een goed karakter en het feit zelf dat hij zich terugtrok, bevestigt dat er allerlei mis is met hem. 

In tegenstelling tot de eerdergenoemde potentiële gebreken, die onder handen kunnen worden genomen door doelbewust oefenen en metacognitieve reflectie, zijn deze twee veel moeilijker aan te pakken. Soms zijn we gewoon niet uit op nauwkeurigheid en nuance, maar willen we ons goed voelen en loyaliteit uitstralen, en dat maakt confirmation bias en gemotiveerd redeneren tot machtige bondgenoten. 

Theory of Mind is een ongelooflijk krachtig instrument, maar we moeten ervoor oppassen niet te gaan geloven dat we echt kunnen weten wat er in het hoofd van iemand anders omgaat. Helaas motiveert polarisatie ons om dat precies wel te doen: we zijn ervan overtuigd dat we exact weten wat leden van de outgroup denken en voelen. 

De verleiding om te wensen dat ze niet zou bestaan is groot – zonder ToM zouden we immers gewoon feiten waarnemen en daarnaar handelen, zonder intenties, verlangens, overtuigingen, voorkeuren en aversies aan anderen toe te schrijven – en te denken: “die verwenste Theory of Mind!”.

Maar we kunnen de evolutieklok niet terugdraaien. We zitten opgescheept met dit tweesnijdende zwaard en we moeten er verantwoordelijk mee omgaan als we niet willen dat het de overhand krijgt. Succes ermee!

(PS: Ik laat het als oefening voor de lezer om te vinden waar in dit artikel mijn gebruik van ToM op zijn minst aanvechtbaar is.)