Dit is een gastbijdrage. Een Apache-lezer levert met dit stuk een bijdrage aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.

Krankzinnige keuzes

door Koen Smets
Een blauw- en een roodgekleurd vergrootglas liggen gekruist op een wit oppervlak.
Voor de ene kant is Trump onaanvaardbaar, voor de andere kant geldt dat voor Harris. Hoe zit dat? ( DALL-E 3))

Bij de Amerikaanse presidentsverkiezingen lijkt het voor veel Democratische kiezers onbevattelijk dat iemand een kandidaat steunt die een veroordeelde misdadiger is, die blijkbaar een dwangmatige leugenaar is, die flagrant niet-presidentiële, vrouwonvriendelijke taal gebruikt, of die berichten op sociale media plaatst die niet helemaal lijken overeen te komen met de kwaliteiten die je van een president zou verwachten, ongeacht zijn beleid. 

Deze Democraten beweren misschien niet noodzakelijk dat zij die zinnens zijn om op Donald Trump te stemmen het gedrag in kwestie goedkeuren, of hem willen verkiezen specifiek vanwege zijn gedrag, maar ze moeten het dan toch op zijn minst vergoelijken en goedpraten. Hoe kunnen ze anders iemand kiezen met zo'n twijfelachtig karakter?

Retorische vragen stellen om de vermeende krankzinnigheid van een bepaalde keuze te benadrukken is beslist een goede manier om je geloofsbrieven duidelijk te maken aan mensen die je mening delen. Maar het is geen goede manier om tot een dieper begrip te komen. 

Dat is niet omdat zulke vragen naast de kwestie zijn – het is dat ze in feite niet echt retorisch zijn. Wanneer we iets vragen als "Hoe kan een verstandig, fatsoenlijk mens in hemelsnaam op zo iemand stemmen?", dan geven we eigenlijk toe dat er iets is wat we niet begrijpen.

En een goede manier om vooruitgang te boeken naar een beter begrip is om onszelf af te vragen: "Onder welke omstandigheden zou ik – vermoedelijk toch een verstandig, fatsoenlijk persoon – op zo iemand kunnen stemmen?"

Hoe kies je een kandidaat?

Laten we de manieren tellen. Sommige mensen – in welk ideologisch kamp dan ook – overwegen gewoon nooit om op iemand anders te stemmen dan de kandidaat van hun partij. Het is een extreem voorbeeld van heuristische informatieverwerking, gebaseerd op één enkel criterium: als het vakje 'mijn partij' aangevinkt is, stel dan geen vragen en stem. Niet alleen zijn er voor hen simpelweg geen alternatieven, maar ook aspecten als het karakter, de competentie of het beleid van de kandidaat zijn van geen tel.

Veel kiezers zijn echter wel geïnteresseerd in de kandidaat. In How Voters Decide beschrijven politicologen Richard Lau en David Redlawsk onderzoek naar het belang van een reeks criteria, waaruit blijkt dat beleidsstandpunten, competentie en integriteit respectievelijk 65%, 63% en 56% van de tijd als "zeer belangrijk" werden beoordeeld. 

Hoewel dat bemoedigend klinkt, werkt partij-identiteit toch als een krachtige heuristiek: kiezers gebruiken partijtrouw als een cognitieve snelkoppeling om kandidaten te evalueren. In het bijzonder zijn ze geneigd om de sterke kwalificaties en beleidsstandpunten van een kandidaat die niet tot hun partij behoort te negeren en om kandidaten van hun eigen partij het voordeel van de twijfel te geven, zelfs als er vraagtekens worden gezet bij hun competentie of hun voorgestelde beleid. 

Dit wordt bevestigd door onderzoek van politicologen Milton Lodge en Charles Taber, die een zogenaamd "hot cognition" effect vaststelden, waarbij partizanen politieke objecten (inclusief kandidaten) automatisch evalueren op basis van hun reeds bestaande gevoelens ten opzichte van hun partij. Het gevolg is dat die gevoelens – die doorgaans veel sneller ons beslissingsproces beïnvloeden dan vermoeiend redeneren – onmiddellijk het evalueren van een kandidaat kleuren.

Een andere factor die, naast partijdigheid, de voorkeur voor een kandidaat beïnvloedt is politiek sektarisme, geïntroduceerd door sociaal psycholoog Eli Finkel en collega's. Zij definiëren dit begrip als de tendens om zich moreel te identificeren met de ene politieke groep en tegen een andere. Dit is verwant aan tribalisme, met de wortels niet in genetische verwantschap maar in een sterk geloof in de morele rechtschapenheid en superioriteit van de eigen sekte. 

Het manifesteert zich in drie componenten: ‘othering’ (de neiging om tegenstanders te zien als wezenlijk anders of zelfs volkomen vreemd aan jezelf); aversie (de neiging om een afkeer te hebben van tegenstanders en ze te wantrouwen), en moralisering (de neiging om tegenstanders te zien als verdorven). 

Deze drie ingrediënten versterken de verschillen tussen politieke groepen, waarbij vooral moralisering ze absoluut maakt en buiten het bereik van compromissen en afwegingen plaatst. Onderzoek van politicoloog Yphtach Lelkes suggereert dat deze affectieve polarisatie in feite vooral gedreven wordt door meningsverschillen over beleid, in het bijzonder onder mensen met extremere houdingen. 

In zekere zin biedt dit een onderbouwing voor de morele component van sektarisme: het is vanwege het beleid van de andere partij dat ze ons vreemd zijn, dat we er een hekel aan hebben en hen wantrouwen, en dat ze kwaadaardig zijn.

Tot slot, zoals filosoof Dan Williams argumenteert, beïnvloedt partijdigheid onbewust de manier waarop mensen bewijsmateriaal verzamelen, evalueren en herinneren, omdat ze hen sterk motiveert om de belangen van hun partij te verdedigen – tot elke prijs. Men is bijvoorbeeld selectief in de evidentie die men in overweging neemt en stelt lagere eisen aan bewijsmateriaal dat de eigen zaak dient en hogere aan evidentie die ze tegenspreekt. Partijdigheid "verandert individuen dus in partijdige perssecretarissen".

Een dramatische symmetrie

We zien dus een beeld waarin partijgebondenheid en partijsektarisme een enorme vooringenomenheid veroorzaken, zowel in de aanvankelijke voorkeur voor kandidaten als in het evalueren ervan, en van de respectievelijke beleidsopties: die van de eigen partij zijn uitstekend, die van de tegenpartij verwerpelijk. 

Partijgebondenheid en beleidskeuzes, uiteraard beoordeeld door een partijdige lens, overheerst in het oordeel van kiezers. Het kleinste schijnbare karaktergebrek of tekortkomingen in competentie van een tegenkandidaat wordt opgeblazen. Tegelijkertijd wordt de kandidaat van de eigen partij fundamenteel geschikt bevonden en worden alle ogenschijnlijke onvolkomenheden verwaarloosbaar of irrelevant geacht, dan wel gerechtvaardigd of zelfs als een sterk punt gezien.

Er zullen best wel enkele Republikeinse kiezers zijn die niet eens de wenkbrauwen fronsen over de competentie of het karakter van Trump. Maar voor veel anderen zijn zijn karakter en zijn competentie gewoon geen materiële kwestie. De meeste Republikeinen steunen Trump niet vanwege zijn persoon, maar ondanks zijn persoon. De reden waarom het vanuit Democratisch oogpunt zo verbijsterend lijkt dat zovelen hem steunen, is niet dat deze aanhangers krankzinnig of geen fatsoenlijke burgers zijn, maar vanwege partijgebondenheid en partijdig sektarisme.

En dit treft mensen van elke kant. Veel Democraten bleven ontkennen dat er ook maar iets mis was met de voormalige Democratische presidentskandidaat Joe Biden, ondanks toenemende tekenen van het tegendeel. En hoewel Kamala Harris misschien niet in dezelfde categorie zit als Donald Trump, is ze niet zonder gebreken, zoals socioloog Musa al-Gharbi opmerkt op Twitter en Unherd, waaronder dubieuze politieke instincten en leiderschapsvaardigheden, beschuldigingen van nepotisme, en financiële onoorbaarheidsschandalen. 

Deze zullen te zijner tijd ongetwijfeld – samen met haar 'extreemlinkse' beleidskeuzes – worden aangezwengeld en uitgebuit door de Republikeinse campagne, terwijl ze worden weggewuifd of genegeerd door haar eigen Democratische aanhangers.

De vraag "Onder welke omstandigheden zou ik – vermoedelijk toch een verstandig, fatsoenlijk persoon – op zo iemand kunnen stemmen?" is in feite geen hypothetische vraag. Vanuit Republikeins oogpunt is Harris immers net zo'n krankzinnige keuze als Trump gezien door Democratische ogen.

Of een keuze krankzinnig is, is uiteindelijk gewoon een kwestie van (partijdig) perspectief.

LEES OOK
Joseph Confavreux 04-12-2024

Naomi Klein: ‘Zelfs in een dystopische film is dit Amerikaanse scenario ongeloofwaardig'

Het jongste boek van de Canadese auteur is een onderzoek naar de politieke dynamiek in de Verenigde Staten.
De Canadese publicist Naomi Klein poseert gezeten in een bootje op het water in Amsterdam in 2014.
Frederik Polfliet 04-11-2024

'Trump neemt het niet op tegen de Democraten, maar tegen de democratie'

David Neiwert waarschuwt voor extreemrechts Amerikaans geweld na de presidentsverkiezingen.
Trump verkiezingen
Frederik Polfliet 29-10-2024

Jon Grinspan: 'We stevenen niet af op een Amerikaanse burgeroorlog'

Volgens de historicus zijn de presidentsverkiezingen in het licht van de Amerikaanse geschiedenis niet abnormaal.
Trump versus Harris