Het is bijna voorbij, het verkiezingsjaar. Het bilan is gemengd, zoals dat hoort in een democratie. Alleen dictators worden met monsterscores en onverdeelde steun van het volk verkozen.
In Mexico werd de eerste vrouwelijke president verkozen, in Iran kon onverwacht een gematigde islamist aantreden, in India moest Narendra Modi een persoonlijke nederlaag en een coalitieregering slikken, in Rusland was de farce zo groot als verwacht, en in de Verenigde Staten werd Donald Trump voor een tweede keer verkozen – en hoe!
Intussen stuurden straatprotesten in Bangladesh de autoritaire en wellicht frauduleus verkozen premier Sheikh Hassina de laan (en het land) uit, terwijl in Rwanda 98,2% van de stemgerechtigden kwam opdagen en – je gelooft het niet! – 99,18% van die kiezers voor alweer dezelfde president kozen. In Senegal werd daarentegen een nieuwe generatie aan de macht gebracht, net als in Sri Lanka.
In Indonesië ontpopte Joko Widodo, beter bekend als Jokowi, ooit een frisse anti-establishmentkandidaat, zich tot de belichaming van alles wat fout is aan establishment-politiek en nepotisme. In Georgië en Roemenië kregen pro-Russische krachten de meeste stemmen, maar aangezien dat in een échte democratie onmogelijk is, moest de hogere macht er ingrijpen.
Ik begin met deze snelle blik op enkele van de tientallen verkiezingen die het afgelopen jaar plaatsvonden om ons eraan te herinneren dat we niet alleen waren. Al zijn het natuurlijk de vele verkiezingen waaraan Belgische burgers moesten of mochten deelnemen die onze herinnering aan 2024 als verkiezingsjaar zullen bepalen. Al was de aandacht voor Trump bij alle media en opiniemakers zo buitenissig groot, dat je soms dacht in de 52ste staat van de VS te leven in plaats van in een van de 27 lidstaten van de Europese Unie.
Ik begrijp natuurlijk wel dat het mondiale belang van een nationale verkiezing rechtstreeks evenredig is met de geopolitieke en economische impact van een land. Toch had ik in november vaak de indruk dat de tsunami aan analyses, die veroorzaakt werd door de Amerikaanse presidentsverkiezingen, meer over binnenlandse evoluties of voorkeuren ging dan over politieke aardverschuivingen op de andere oever van het Grote Meer dat de Atlantische Oceaan in de verbeelding van velen nog steeds is.
Groene standpunten
Maar dé verkiezing waar de hele wereld nu naar uitkijkt, is natuurlijk de voorzittersverkiezing bij Groen. Dit is een hyperbool natuurlijk. Mijn excuses aan de Indonesiërs, de Argentijnen en de Rwandezen bij wie die hele voorzittersverkiezingen aan hun reet kunnen roesten. Toch is de emotionele betrokkenheid bij de toekomstige leiding én inhoudelijke koers van Groen veel ruimer dan het ledenbestand van de partij, en zelfs groter dan het kiespubliek.
Niet weinig rechtse en extreemrechtse stemmen maken van de voorzitterswissel gebruik om maximale schade toe te brengen aan het imago van de ecologische partij. Met name voormalig extreemlinkse maar nu rabiaat islamofobe, zionistische en in het algemeen extreemrechtse zeloten schrijven het vuur uit hun sloffen.
Maar ook hun voormalige kameraden aan de radicale linkerzijde doen hun duit in het zakje, al verpakken die hun beschadigingsoperatie als uiterste bezorgdheid. Voor de stem van het lokale partijlid, voor de fundamentele boodschap van Groen, voor de basisdemocratie, voor het einde van de maand.
Ik heb geen stem in het debat, want ik ben geen lid van de partij. Nooit geweest, van geen enkele partij. Toch voel ik me betrokken partij (pun intended), want ik heb in het verleden vaak Groen gestemd, en dat zal weinig mensen verbazen. Wie voorzitter of onder- dan wel co-voorzitter (m/v/x) wordt, is aan de partijleden om te beslissen.
Ik zal daar, anders dan Mieke Vogels die verbolgen was dat anderen dan zij zelf hun voorkeur durfden uit te spreken, geen uitspraken over doen. Ook niet in persoonlijke naam – en ik heb geen andere dan die naam. Maar als rechtse Jan en links Pierke hun gedacht mogen zeggen, dan moet de toevallige kiezer dat misschien ook doen. Niet over de poppetjes, maar over het scenario, het verhaal, de melodie en het kompas.
Ik ben van de oude stempel en kijk dus liever niet naar partijen alsof het om waspoeder of automerken gaat. De vraag is niet waarmee een partij het makkelijkst en het meeste kiezers kan verleiden om voor haar te stemmen, wél wat de bestaansreden en de fundamentele ideologie is van die partij.
Dat ze die basiskeuzes daarna moet vertalen in concrete beleidsvoorstellen en die toegankelijk en succesvol moet communiceren, is secundair. Al geef ik meteen toe dat het in dat secundaire veld ook behoorlijk gemankeerd heeft bij Groen de voorbije jaren.
Maar de eerste zorg is dus de basisideologie. Dat Groen de partij moet zijn die prioriteit geeft aan natuur, milieu en klimaat lijkt de evidentie zelve, en daar is weinig discussie over. Het debat ontstaat wanneer die zorg voor een duurzame samenleving en economie of voor een gezonde en groene leefomgeving geconcretiseerd wordt.
Dat de zorg voor natuur hard kan botsen met de economie van de mensen die er het meest mee te maken hebben – de boeren – weten we al decennia. Dat een gezond milieu in de stad welkom is zolang de heilige koe van de twintigste eeuw maar ongestoord aanbeden kan worden, werd de voorbije jaren duidelijk. En dat de transitie naar klimaatbestendig produceren en consumeren tot diepe maatschappelijke polarisering leidt, is de meest recente bevestiging van hetzelfde probleem.
Iedereen wil een leefbare omgeving, met zo min mogelijk vervuiling en zo veel mogelijk natuurlijke diversiteit. Maar de meesten onder ons willen dat graag zonder in te boeten op individuele keuzevrijheid en consumptieniveau, of, voor wie aan de kwetsbare onderkant van de inkomensgrafiek woont: zonder in te boeten op de verwachting ooit volop deel te hebben aan de ongeremde consumptie die vandaag voorgeleefd wordt door de rijken en hogere middenklasse.
De aarde bewaren
Het fundamentele dilemma waarvoor elke groene partij, beweging of denker zich gesteld ziet, is dat onze soort intussen geprogrammeerd lijkt om groei, vooruitgang en dus een toekomst met meer en beter te verlangen.
Cruciaal daarbij is trouwens de gelijkschakeling van meer en beter. Want het is niet dat ecologisten niet onverkort voor een beter leven pleiten, het punt is dat een ecologische partij niet voor meer van alles kan pleiten – want de aarde is niet onbegrensd. De slogan die mijn schoonzus Relinde Baeten ooit voor Groen (toen nog onbeschaamd Anders Gaan Leven) bedacht, vat het nog altijd best samen: De anderen beloven de hemel, de groenen bewaren de aarde.
De Indiaas-Nederlandse klimaatwetenschapper Joyeeta Gupta is daarover heel duidelijk. Op basis van onderzoek dat ze met de Earth Commission deed, stelt ze:
Op dat vlak zijn ecologische partijen vaak tekortgeschoten en hebben ze te weinig “klasse-analyses” toegevoegd aan hun terechte ecologische analyses. Maatregelen en ingrepen die verteerbaar zijn voor geëngageerde middenklassers zijn dat niet per se voor cynische bovenklassers of gefrustreerde onderklassers.
Wat die cynische rijken betreft, zegt Gupta:
In veel van de reacties op de zoektocht van Groen naar een betrouwbaar kompas, lees ik dat Groen een elitepartij geworden is van tweeverdieners die zich de oplossingen voor de dilemma’s tussen natuur en comfort kunnen veroorloven. Er wordt dan al snel gegooid met zonnepanelen, elektrische auto’s, warmtepompen, bakfietsen, gentrificatie, stikstofgevoelige natuurgebieden en lege brooddozen. Niet geheel onterecht misschien, maar zeker ook niet geheel terecht. Het gebrek aan aandacht voor wie niet kan kiezen, moet dringend bijgewerkt worden.
Maar de bereidheid om te veranderen – meer kwaliteit dan kwantiteit na te streven, langer gebruiken en hergebruiken in plaats van weg te werpen, ... – moet geclaimd worden als een stap vooruit in plaats van het te ondergaan als het verwijt dat links en rechts ervan gemaakt hebben.
Een beter leven
Een les van de voorbije jaren is zeker wel dat individueel anders gaan leven niet volstaat. Enerzijds omdat een meerderheid wereldwijd en een aanzienlijk deel van de bevolking in eigen land niets in te leveren heeft, maar net terecht vragende partij is voor een waardiger bestaan, met een beter inkomen, gezondere woningen, beter onderwijs, waardig werk en meer ruimte voor echte vrije tijd... Anderzijds omdat er structuren onder de verwoesting zitten die niet met individueel handelen aangepakt kunnen worden, maar om systemische veranderingen schreeuwen.
Het heeft uiteraard weinig zin om met elektrische auto’s in dezelfde files te gaan staan en daarvoor ook nog eens de leefomgeving van inheemse gemeenschappen te verwoesten. Het helpt evenmin om de witte, koloniale uitbuiting te vervangen door nationaal, maar eveneens koloniaal extractivisme.
De utopie van een ecologische partij is dus revolutionair, maar dat zijn de utopieën van de meeste andere partijen ook. De politieke praktijk, het voorgestelde beleid en de vormen van actievoeren variëren en bestrijken best een breed spectrum. Ik heb in elk geval geen behoefte aan een partij die beleid belooft dat enkel uitgevoerd kan worden na de nieuwe dageraad.
Ik heb wel behoefte aan een partij die doorheen de dag de dreigende ondergang wil afwenden en met haalbare stappen op weg wil gaan in de richting van de utopische horizon.
Nog eens Joyeeta Gupta:
Groene windrichtingen
Als Groen een fundamenteel kompas zoekt, dan moet het Noorden de traditionele zorg voor natuur en milieu blijven, terwijl het Zuiden de urgente vermindering van ongelijkheid is. In het Westen ligt minder extractie en verspilling, maar in het Oosten lonkt een beter leven, ook voor onze kinderen en kleinkinderen, en voor de kinderen en kleinkinderen van al wie of wat op die aarde leeft.
Als dat kompas gebruikt wordt een traject naar de toekomst uit te zetten, dan zal blijken dat enkel de combinatie van diep ecologisch bewustzijn en strijd voor rechtvaardigheid perspectief bieden.
Als de partij dan toch mordicus een USP zoekt – want de burger moet overtuigd worden om zijn of haar macht via verkiezingen aan de partij te delegeren – dan is het de belofte dat Groen de aarde wil bewaren en doorgeven, als een gezonde, leefbare en vitale planeet waarop mensen in alle verscheidenheid maar ook in maximale rechtvaardigheid en vrijheid samenleven vanuit het besef dat ze deel zijn van de natuur, afhankelijk van weer en wind, ondergrond en atmosfeer, wortels en bacteriën, Noord en Zuid.
Geen enkele andere partij kan dat met enige geloofwaardigheid verkondigen. Ik zie dan ook niet in waarom Groen een ander imago zou zoeken.