Wat zich achter de coulissen van de kunstwereld afspeelt, is minstens even boeiend als de intriges en coups de théâtre op het politieke toneel. Daarom zetten we in de politiek-culturele kroniek Kunst/Wet over beide stokpaardjes afwisselend een stevige boom op.
De mooiste, indringendste en grappigste fictiereeks van 2024 ging in december in première op Streamz: Putain. Het verhaal van een Brusselse ‘ket’ Gigi die op straat en bij vrienden gaat wonen wanneer zijn moeder opnieuw de vriend in huis haalt die haar verslaafd maakte aan drugs. Zijn vader, die varkenskarkassen steelt om zijn schulden te betalen, neemt Gigi mee naar Anderlecht, maar heeft in de kantine enkel oog voor het vrouwelijk schoon en zijn nooit lang volle pinten. Op school lukt niks en gelooft niemand in Gigi. De superdiverse jongerencultuur is zijn biotoop en hij houdt zich staande. Door hoodies te ontwerpen, in het zwart te werken in de bouw. Later in de reeks zal hij voorzeker de grenzen opzoeken. Benieuwd hoe het afloopt.
De eerste vier afleveringen van Putain behoren tot het mooiste wat er dit jaar op het kleine scherm te zien was. Een mens zou ook hopen dat de onderhandelaars die nu al sinds 9 juni prutsen aan een nieuwe federale en Brusselse regering er ook naar gekeken hebben.
Maar laat ons eerst 41 jaar teruggaan in de tijd. Toen maakte Marc Didden de Vlaamse cinema volwassen met Brussels by Night, het verhaal van drie nachtbrakers die door Brussel dolen (en uiteindelijk aan het hellende vlak van Ronquières belanden). Drie outcasts, Max (François Beukelaers), barmeisje Alice (Ingrid De Vos) en Abdel, de ‘gastarbeider’ (Amid Chakir). Het verstikkende nachtleven van Brussel dient als decor voor een moderne Huis clos, het legendarische toneelstuk van Jean-Paul Sartre waaruit de beruchte zin L’enfer, c’est les autres komt.
Het drietal vindt geen band samen en elke poging om het apart wel met elkaar te kunnen vinden mislukt. Max vermoordt uiteindelijk Abdel. De soundtrack van Raymond van het Groenewoud bevat verzen die perfect hadden gepast in die van Putain vier decennia later. (“Er wordt soms geschoten / De wet zwijgt gedwee” of “Ha, wij treffen het ketje / Oh, zo grappig en leep / Deze stad wil men helpen / Maar dan liefst om zeep” of “Brussels by Night / How bright the city lights / Wie geld heeft is allright”.)
Ook deze verzuchting van Max zou het gevoel van Gigi en zijn vrienden in Putain vandaag nog perfect weergeven: “En als ge veel gedaan had, zou het dan iemand kunnen schelen (...) Denkt ge dat iemand een halve seconde wakker ligt van alles wat op niks trekt?”
Waarheidsgetrouw beeld
De personages in Brussels by Night en Putain verwachten niks van de wettenmakers van Brussel of van de pakkemannen die de wetten moeten doen naleven. Ze kennen de bijna duizend politici niet die geacht worden de stad te besturen. Ze zijn specialisten van het Système D (débrouiller, “je plan trekken”). De coscenarist van Putain, Frederik Daem (die in 2016 de Debuutprijs won met de verhalenbundel Zelfs de vogels vallen), vatte het in Humo zo samen. “We moeten eindelijk eens proberen een waarheidsgetrouw beeld van Brussel te schetsen – iets wat in mijn ogen nog nooit is gedaan – én vertellen over hoe een stad als Brussel je een opvoeding kan aanreiken die thuis ontbreekt.”
Zwangere Guy (Gorik van Oudheusden) vroeg aan Nadège Bibo-Tansia, aan regisseur Deben Van Dam en aan zijn copain Frederik Daem om hun extended versie van Brussels by Night te schrijven. Ze tonen dat Brussel “geen stad is om onvoorwaardelijk graag te zien”, maar ze hebben er wel een klare kijk op. Sinds het ontstaan van het Brussels Gewest (vijfde staatshervorming, 1988-’89) zijn de negentien gemeenten (die in elke andere hoofdstad gewoon de negentien wijken of arrondissementen van de hoofdstad zouden zijn) alleen nog meer onbestuurbaar geworden. Daardoor groeide een stad die zich niet kan verstoppen. De door Paul Vanden Boeynants en zijn vrienden van het vastgoed opengereten stad is er op veel vlakken op vooruit gegaan. En op evenveel vlakken achteruit.
In tegenstelling tot de meeste andere steden (ook in Vlaanderen, al kun je daar eigenlijk alleen Antwerpen een stad of stadje noemen) toont Brussels zijn onderbuik in het centrum. Daklozen, junkies, prostituees, hangjongeren, dealers, dolende zielen troepen samen in het hart van de stad. De nieuwe voetgangerszone is een open opvangcentrum voor al wie geen geld of geen bed heeft en de stations Brussel-Noord- en -Zuid hebben vaak iets van oorlogsgebied. De rosse buurt heeft al lang niet meer de charme die ze had in Brussels by Night. Aangewaaiden richten in de hoeken en onder de trappen van trein- en metrostations hun slaapplaats in.
Als het systeem de verschoppelingen niet helpt, dan doen de Brusselaars het vaak zelf. Ontelbaar zijn de initiatieven om mensen op te vangen, voedsel te geven, te begeleiden. Soms georganiseerd in een vzw, maar vaak ook gewoon spontaan. Onder vrienden of via sociale media. De gestroomlijnde hulpverlening aan de asielzoekers in het Maximiliaanpark in 2015 door een goed georganiseerd burgercollectief mag zonder meer een van de belangrijkste solidariteitsacties in de naoorlogse geschiedenis worden genoemd. Daar kan geen Warmste Week tegenop.
De rijkere Brusselaars en de vele duizenden expats die in de Europese instellingen werken, wonen in de buitenste gemeenten, met Ukkel, Elsene en Watermaal-Bosvoorde als mondaine (en ook wel bruisende) enclaves. Soms, zoals in Molenbeek, snijdt de spoorlijn de gemeente in tweeën. Uptown en downtown.
De ‘Dansaertvlamingen’ bestaan wel degelijk, maar wonen vandaag niet in of rond de onbetaalbare Dansaertstraat maar in Jette, Laken, Molenbeek of Sint-Gillis. Ze vormen vaak een warme, hechte groep die zich niet opsluit in een ‘Vlaamse’ cocon maar waarvan de levende krachten wel zelfverzekerd ijveren voor een leefbare stad. Met alle kritiek die daarbij hoort. Zij zijn ook de eerste begunstigen van de riante investeringen van de Vlaamse Regering in de Vlaamse hoofdstad. De bloei van het onderwijs, de welzijnsvoorzieningen en de cultuursector steekt schril af tegen de krakende en piepende collega's die gefinancierd worden door de Franse gemeenschap in Brussel.
De kandidatuur van Molenbeek om in 2030 Europese Culturele Hoofdstad te worden, is niet alleen moedig maar zelfs stoutmoedig en toont het zelfvertrouwen van door Donald Trump (en Conner Rousseau) verketterde gemeente. In hun bidbook schrijven opdrachthouders Jan Goossens en Fartima Zibouh (in het Engels): "The basic question is: how can we build a common future when we don’t share a common past?" De aanslagen van 2016 en het feit dat de terroristen die ze pleegden 'ketjes' uit Molenbeek waren, liggen in Brussel nog vers in het geheugen. De stad heeft toen haar onschuld verloren. Ze hunkert naar politici van goede wil die de hand aan de ploeg willen slaan en die het belang van de stad boven dat van hun partij plaatsen.
Stad zonder meerderheid
Sociologisch is het Brussel van Zwangere Guy niet meer dat van Marc Didden. In 1983 was Frans de dominante taal in Bruxelles. Zoals cultuursocioloog en Brusselkenner Eric Corijn al herhaaldelijk schreef, is Brussel vandaag een stad zonder meerderheid. Een stad met 184 nationaliteiten en 107 talen en daardoor een van de meest superdiverse steden ter wereld. Geen enkele taal wordt thuis door meer dan de helft van de Brusselaars gesproken. Het is voor de Franstaligen hard ontwaken in de realiteit dat Brussels niet langer de meest noordelijke stad van Frankrijk is.
Het Nederlands is de thuistaal van een minderheid van de Brusselaars, maar toch zijn er steeds meer Brusselaars die Nederlands spreken. Dat heeft te maken met het succes van het Nederlandstalige onderwijs dat veel anderstaligen aantrekt. In Putain is het Nederlands een beetje de lingua franca van de superdiverse personages. Al switchen ze even vlot naar Frans en Engels.
Frederik Willem Daem, wiens vader oud-politicus Werner Daem (SP) was, ziet nog een verschil met 1983. “Er is sowieso minder publieke ruimte. Brussel is door onbestuurbaarheid lang gespaard gebleven van tendensen die elders al alomtegenwoordig zijn: gentrificatie, pleinen die worden afgesloten voor evenementen, volkscafés die hippe concept food stores worden. Er gaat veel verloren als elke vierkante meter moet opbrengen.”
De personages in Putain (die akelig lijken op Frederik Daem en Zwangere Guy in hun jonge jaren) zijn ondernemers. ‘Hardwerkende Brusselaars’. Alleen situeert hun activiteit zich volledig buiten het officiële circuit in de jongerencultuur. De lijfspreuk van Gigi is “Ik ben miljonair, het staat alleen nog niet op mijn rekening”, een van de vele prachtige zinnen in het scenario. “Het is een mindset en die moet je nu al pakken.”
De straatjongens die Putain schreven, dromen ook van een mooiere en meer harmonieuze stad. Zwangere Guy in Humo: “De PS heeft de stad laten verloederen. Zelfs ik denk nu soms: dit kan echt niet meer, al die daklozen, de junks. De vibe is echt heavy.”
Of nog: “Ik kom uit een familie van arbeiders. De mentaliteit was: als je dopt, ben je een profiteur. Een artiestenstatuut was voor mij dus nooit een optie. Ik moest mijn geld zelf verdienen.”
Repliek van Daem (die zelf al wel eens een werkbeurs van Literatuur Vlaanderen kreeg): “Zonder dat artiestenstatuut had Putain, of een kwart van de Belgische kunstscene waar we zo trots op zijn, het allicht niet overleefd”.
Regels niet aangepast
Ondertussen ziet het er niet naar uit dat Brussel snel een nieuwe regering zal krijgen. Dat komt omdat de regels die moeten gevolgd worden niet aangepast zijn aan het Brussel van vandaag. In 1989 werd Brussel een Hoofdstedelijk Gewest en kregen de Vlamingen een gegarandeerde vertegenwoordiging in het parlement: 17 van de 89 zetels zijn voor hen voorbehouden. Om een regering te vormen moeten de Franstaligen een meerderheid vormen in hun taalgroep en de Nederlandstaligen moeten hetzelfde doen. Daarna worden die meerderheden samengebracht en worden de uitvoerende mandaten verdeeld. Vlamingen en Franstaligen krijgen elk twee ministers (en een staatssecretaris). De minister-president is een Franstalige.
Even zag het ernaar uit dat de meerderheden gevormd waren: MR, PS en Les Engagés bij de Franstaligen en Groen, Vooruit, N-VA en Open Vld aan Vlaamse kant. Maar toen die Vlaamse meerderheid in de steigers werd gezet, haakte de PS af omdat ze niet met N-VA wil besturen. Volgens de wet hebben de Franstaligen zich echter niet te bemoeien met de Vlaamse meerderheid (en omgekeerd). MR lonkte dan naar Ecolo en Défi, maar die hielden de boot af. Ecolo noemde de N-VA doodleuk een racistische partij. Maar er waren nog veto’s. Zo willen de liberalen niet in een regering stappen waarvan Team Fouad Ahidar mee de Vlaamse meerderheid volmaakt.
Open Vld wilde pas meebesturen als er een extra mandaat zou worden gecreëerd, dat van regeringscommissaris. Eerder haakte CD&V al af omdat de partij geen uitzicht had op een ministerpost.
De 60% Brusselaars die zich niet identificeren met de Franse of Nederlandse taalgroep, maar zich evenzeer een ket de souche voelen als Max, Alice of Gigi zullen zich ongetwijfeld in een deurenkomedie wanen.
Het moet gezegd. De federale formatie moddert ook maar wat aan. Daar gaan de discussies tenminste nog over inhoud. Over deftige tegenstellingen tussen links en rechts. Tussen partijen die willen dat de sterkste schouders de zwaarste lasten dragen en partijen die vinden dat dat nu al meer dan genoeg het geval is.
Als het eenvoudig was, was het al lang opgelost natuurlijk. De Vlaamse partijen vrezen dat als de klassieke taalevenwichten uit de Brusselse spelregels worden gehaald, de kans klein is dat er nog meer dan een handvol Vlamingen verkozen raakt in het parlement. Maar klopt dat wel? Allemaal haalden ze verrassend veel verkozenen op taalgemengde lijsten voor de voorbije drie verkiezingen en Fouad Ahidar haalde zelfs massaal veel stemmen bij Franstaligen voor zijn Nederlandstalige lijst.
Gegarandeerde machtsdeelname
Morrelen aan bescherming van de Vlamingen in Brussel zou meteen ook de federale grendels doen springen. Vlamingen zijn al sinds 1830 in de meerderheid in België, maar ze hebben in 1970 op Belgisch niveau aanvaard dat er bijzondere meerderheden in elke taalgroep nodig zijn om belangrijke hervormingen door te voeren. De Vlamingen gaven dus hun macht in België op in ruil voor een gegarandeerde machtsdeelname in Brussel. Als Georges-Louis Bouchez zijn zin krijgt en de Brusselse regering er komt zonder Vlaamse meerderheid, dan wrikt hij de fundamenten van het federale België los. Zo wordt gezegd. Het lijkt wel op oorlogsretoriek.
Ligt men in Vlaanderen écht wakker van Brussel en van de Vlaamse Brusselaars? Of wil Vlaanderen (net als Wallonië) Brussel liever kwijt dan rijk? De Brusselse begroting is zo lek als een zeef, de schulden stapelen zich op, de stad is verloederd en je staat er toch altijd in de file.
Maar een onafhankelijk Brussel zou zijn belastingen zelf kunnen innen, ook bij de 400.000 pendelaars die nu elke dag naar Brussel komen en voor wie tramlijnen en tunnels moeten worden aangelegd. Ze zouden dan grensarbeiders worden. Brussel zou een gat in zijn hand hebben, zo luidt de kritiek. Daar zijn ongetwijfeld ontelbare voorbeelden van te vinden. Ze zijn we het schandaal Samusocial nog niet vergeten waarbij politici zich verrijkten met geld dat voor daklozen bestemd was. Cliëntelisme neemt er epidemische vormen aan, zoals de Pano-uitzending over het OCMW in Anderlecht ten overvloede aantoonde. Vlaanderen, waar in zowat elk gemeentehuis vrienden van het vastgoed zitten, kent daar ook alles van en ook de begroting van de regering Diependaele is aan het ontsporen. Er is in Brussel vooral veel armoede en ontbering. Brussel is een stad waar je aankomt of waar je vertrekt. Diegenen die er wonen, voelen zich vaak ontheemd in hun eigen stad. De openbare netheid is een torenhoog probleem dat voor veel wrevel zorgt, bij afrekeningen in het drugsmilieu vallen dodelijke slachtoffers. In Antwerpen blijft het bij nachtelijk vuurwerk met stoffelijke schade.
De rest van het land wentelt maar al te graag zijn problemen af op Brussel. Als staatssecretaris voor Asiel Nicole De Moor (CD&V) opvang weigert aan mannelijke asielzoekers, dan vinden de Brusselaars hen terug in slaapzakken in de metro, niet in Oost-Vlaanderen waar De Moor haar stemmen moet halen (ze woonde daarvoor in Brussel, trouwens).
Als Brussel een nieuwe metrolijn wil aanleggen om nog meer auto’s uit het centrum te halen en de stad leefbaar te maken voor wie er woont, dan is dat een gigantische investering die ze alleen op haar begroting moet nemen. Bart De Wever (N-VA) kan zijn Oosterweelverbinding buiten de begroting houden en een forse hap uit het budget voor wegenwerken van het Vlaamse Gewest nemen om dan op te scheppen dat hij zijn stad schuldenvrij heeft gemaakt.
De voormalige Brusselse minister van Financiën Guy Vanhengel (Open Vld) fulmineerde in 2018 al dat Bart De Wever “al het Vlaamse en federale geld naar Antwerpen sluist. Dat is ten nadele van Brussel en andere steden. Wat is Antwerpen zonder Brussel? Niets. De twee economische motoren van ons land hebben elkaar nodig.”
Eén cijfer? De werkloosheidsgraad in Brussel bedraagt 14,9%. In Antwerpen is dat 12,9%. In beide steden ligt de jeugdwerkloosheid dubbel zo hoog.
Nog een cijfer? Brussel (1,25 miljoen inwoners) telde (voor de beslissing van Nicole De Moor) zo’n 7.000 dak- en thuislozen. Antwerpen (536.000 inwoners) telde er 3.500.
Zwangere Guy zingt in 'Equinox', eerste nummer op de soundtrack van Putain:
Alles wa gezien werd als zwakte dat /
Wordt nu omarmd als een kracht /
Staar met een glimlach naar boven /
En communiceer met het hart /
Hebben ambities voor't leven /
Nee dit is geen doek dat hier valt /
We hebben met emoties gestreden /
Hebben met de toekomst gespard /
We geven nooit never niet af /
We lopen ni weg zijn niet laf /
We zien dit als lessen /
En ni zomaar als de zoveelste straf.
Laat het duidelijk zijn. De tijd van excuses en zwartepieten is voorbij. Rien ne va plus. Putain! Nous sommes quand même tous des bruxellois. (vrij naar TC Matic).
UPDATE
29/12
Een paar onnauwkeurigheden in de tekst werden gewijzigd na commentaren van lezers. Waarvoor dank. (KvdB)
Toch een fundament van journalistiek, ook in een opiniestuk - verifiëren voor je publiceert…
- Ahidar woont zelf in Jette.
- De "Dansaertvlaming" krijgt tegenwoordig dezelfde onvatbare inhoud als "woke". Wat met de Ukkelfrancofoon?
- Ahidar wil tegelijk een nette stad én Good Move op de schop. Hoe gaat hij dat combineren? Dagelijks het beton vegen en dweilen?
- PS Brussel heeft ook genoeg vrienden in het vastgoed, waarom willen ze de Josaphatfriche verkavelen tegen alle adviezen en bewezen nood aan groene ruimte in?
- PS biedt zelfs niks anders om de leefbaarheid van de staf te vergroten. PS zit nu eenmaal, net als MR achter de gunsten en stemmen van de autorijdende Brusselaar aan.
- Het respect naar de Nederlandstalige burger toe is om te bleiten, zowel politiek als administratief.
De link tussen autoverkeer enerzijds en verkeersonveiligheid, luchtvervuiling en sluikstorten (gebeurt zelden met de fiets) staat naakt op tafel te dansen en PS, MR en Ahidar kijken de andere kant op.
De nieuwe verkiezingscampagne is al bezig. Weg moedig beleid. Hopelijk herziet men het statuut van Brussel als apart gewest.