Er moest een oplossing komen voor de Antwerpse Ring. Die werd gevonden in de ontsluiting ervan. Op zich was dat al een kortzichtig besluit. Het volstaat niet om de Ring te ontsluiten om het verkeersprobleem op te lossen. Het verkeer moet ook verder kunnen, doorheen Vlaanderen. De ontsluiting verlegt enkel het probleem van Antwerpen naar het Vlaamse achterland.
Tegelijk werd ook besloten om de containercapaciteit van de haven op te voeren met zeven miljoen containers. Dat staat gelijk met zeven miljoen vrachtwagens extra op de Ring. Daaruit volgt de vraag hoe die, zelfs bij de ontsluiting, doorheen de Ring en van daaruit doorheen Vlaanderen gaan geraken. Naargelang de werken vorderden, kwam er een ander probleem bij: PFAS.
Voor het verkeersprobleem was en er is er een ander gedacht mogelijk. Dat wordt in West-Vlaanderen gevolgd. Daar sturen de ondernemers hun containers naar de haven van Frans-Vlaanderen, naar Duinkerke. Wat dat betekent, kan je op de website van Unizo, het ondernemersnetwerk in Vlaanderen en Brussel, lezen.
“Voor Vlaamse ondernemers biedt de haven van Duinkerke een aantrekkelijk alternatief voor de drukke havens van Antwerpen en Zeebrugge. De nabijheid van Vlaanderen en de uitstekende verbindingen via weg, spoor en binnenvaart maken het een logische keuze voor bedrijven die hun logistieke operaties willen optimaliseren. Bovendien zorgt de nabijheid van een kerncentrale voor een efficiënte en betrouwbare levering van elektriciteit.”
Haven van Duinkerke
Over de uitbreiding van containerterminals schrijft Unizo: “Om de groeiende containertrafiek te kunnen verwerken, zijn nieuwe terminals en opslagfaciliteiten gebouwd”. Over duurzame energieprojecten: “De haven investeert in groene energie, zoals wind- en zonne-energie, om de ecologische voetafdruk te verkleinen”.
Over samenwerking met Vlaamse bedrijven: “Momenteel hebben negen West-Vlaamse bedrijven een vestiging in de haven van Duinkerke, en dit aantal groeit gestaag. In totaal zijn al meer dan veertig Belgische bedrijven aanwezig in de ruime omgeving van Duinkerke. Onder meer Callebaut, Clarebout, Debrabandere, Conhexa en Tailleu zijn maar enkele van de Belgische bedrijven die nu al de voordelen zien van de Duinkerkse haven.”
De Antwerpse havenbaas Fernand Huts bouwde zijn nieuwe afvalverwerker Indaver niet in Antwerpen maar in Duinkerke.
Omdat de ontsluiting van de Ring aardig wat geld ging kosten, werd er een oplossing voor gevonden. De Oosterweelverbinding zelf is een investering die wordt gefinancierd met leningen van de Vlaamse overheid. Omdat bouwheer Lantis die leningen volledig zal terugbetalen met toekomstige tolheffingen worden de Oosterweelwerken niet mee opgenomen in de uiteindelijke beoordeling van het begrotingssaldo (of de begrotingsdoelstelling).
Rekenhof ziet het anders
Het Rekenhof gaf er in zijn verslag aan het Vlaams Parlement in maart 2024 een andere kijk op. “Zowel voor de projecten van het Toekomstverbond als voor de andere Vlaamse investeringsprojecten die in uitwerking of in uitvoering zijn, slagen de bestaande rapporteringen er niet in op transparante wijze inzicht te geven in de budgettaire inpasbaarheid voor de komende jaren. Gelet op de veelheid van projecten die concreet worden uitgewerkt, zijn vertragingen vanwege budgettaire beperkingen, overbevraging van de markt of onzekerheden niet uit te sluiten.”
Het Rekenhof verwijst hierbij opnieuw naar de risico’s inzake budgettaire inpasbaarheid, waar het ook al op wees bij de derde financiële voortgangsrapportage. “Het Rekenhof wijst erop dat er rond de realisatie van het Oosterweelproject nog altijd een aantal matige tot grote onzekerheden bestaat. De onderhandelingen over de deelcontracten 3A en 3B op Rechteroever lopen nog.”
“De PFAS- en asbestproblematiek blijft een aanzienlijk risico uitmaken. Er is nog geen volledige rechtszekerheid over de toltarieven. De werkelijke verkeersvolumes zullen pas bij de ingebruikname blijken. Intussen kunnen ook de onzekerheden van de inflatie en de rente-evolutie nog voor onverwachte meerkosten zorgen.”
Vervuiler betaalt niet
En dan is er het probleem van de vervuiling van de grond, het water en de lucht door het door 3M geproduceerde PFAS. Volgens de Europese en de eigen Vlaamse regelgeving was de oplossing duidelijk en onbetwistbaar. Polluter pays pollution: de bevuiler betaalt is een nu universeel aanvaard principe.
Het politiek stuurcomité, de feitelijke organisatie waarin de voogdijministers en de vertegenwoordigers van de stad Antwerpen zetelen, besliste evenwel de aanvankelijke dagvaarding door de oorspronkelijke bouwheer BAM om te zetten in een dadingsovereenkomst waarin 3M enkel voor de vervuiling van het eigen terrein moest opdraaien. Voor de overige schade werd het principe omgedraaid in people pay pollution.
Hoe moet je dit verhaal begrijpen? Was het megaproject wel nodig? Is Vlaanderen er niet te klein en de waan van zijn bestuurders niet te groot voor? Was er geen andere oplossing voor mogelijk? Is dat met de uitbreiding van de containercapaciteit niet hetzelfde? Waarom wordt voor het probleem van de vervuiling de regelgeving omgedraaid? Wie moest er voordeel uit halen?
Alle antwoorden wijzen in dezelfde richting. Het politiek stuurcomité dat de beslissingen neemt, heeft resoluut gekozen voor het belang van de havenbazen, de ondernemers en de chemiereus. Bovendien werd ervoor gezorgd dat noch de politiek noch de ondernemers er kunnen voor aangesproken worden. Een parlementair onderzoek zette die immers uit de wind door te beweren dat het om een cascade van collectieve beslissingen ging. Het ‘collectief’ werd er echter volkomen buiten gehouden. Alles gebeurde boven het hoofd van de burger en zelfs met afgesproken geheimhouding.
Voor Antwerpen en voor Vlaanderen is het te laat. Wij zullen het moeten uitzweten. Vraag is wat het voor het hele land gaat worden indien daar hetzelfde beleid mogelijk wordt gemaakt.