Een paar jaar geleden werd een jongeman gedood door een auto toen hij mijn straat overstak. Niet lang daarna reageerde de gemeente met het plaatsen van een zebrapad met verkeerslichten – verkeersveiligheid betekent vaak gewoon meer troep toevoegen aan ons onvolmaakte verkeerssysteem.
Wat als we in plaats daarvan de hoofdoorzaak zouden verwijderen? Autonome voertuigen (AV's) zouden menselijke feilbaarheid kunnen elimineren: onoplettendheid, roekeloosheid en zelfs dronkenschap, die zoveel verkeersslachtoffers eisen. Toch lijkt één enkele dode veroorzaakt door een zelfrijdende auto zwaarder te wegen dan honderden slachtoffers veroorzaakt door menselijke bestuurders. Is dat niet vreemd?
Meer dan framing
Onze sceptische houding ten opzichte van autonome voertuigen past in een patroon van afkerigheid van het nieuwe dat we wel vaker zien. Denk aan GGO-voedsel: het allerkleinste risico wordt in de verf gezet, terwijl de genoegzaam bekende milieuschade van conventionele landbouw geaccepteerd wordt.
Of neem werken op afstand tijdens de pandemie: bedrijven maakten zich grote zorgen over mogelijk productiviteitsverlies nadat ze decennialang de goed gedocumenteerde inefficiënties van het gebruikelijke kantoorleven, van lange pendeltijden tot tijd verspillende vergaderingen, hadden genegeerd.
In beide gevallen worden de bekende problemen verwaarloosd terwijl de risico's van het nieuwe onze aandacht opeisen – het bekende gif lijkt een mindere bedreiging dan de onbekende remedie. En dit gaat niet alleen over eten of werk – het gaat over hoe onze hersenen onzekerheid verwerken.
In een tweet suggereert schrijver Tim Urban dat onze overdreven voorzichtige reactie op zelfrijdende auto's een klassiek psychologisch experiment weerspiegelt. In het Asian Disease scenario van Amos Tversky en Daniel Kahneman kregen de deelnemers de keuze tussen twee programma's om een uitbraak te bestrijden die 600 levens bedreigde.
Wanneer hen werd verteld dat programma A “200 levens zal redden” en programma B “een kans heeft van 1/3 om alle 600 levens te redden en een kans van 2/3 dat er geen enkel wordt gered”, koos 72% voor de risicomijdende optie A. Maar wanneer dezelfde opties werden voorgesteld als “400 zullen sterven” versus “een kans van 1/3 dat niemand sterft en een kans van 2/3 dat er 600 sterven”, koos 78% voor programma B. Exact dezelfde opties verschillend framen verandert alles.
Maar autonome voertuigen zijn toch een ander soort raadsel. We maken immers geen keuze tussen twee duidelijke opties die verschillend worden voorgesteld. In plaats daarvan wegen we een bekend kwaad af tegen een onbekend alternatief. Ons verzet gaat dieper dan alleen het framen.
Deze tegenstand komt voort uit oude overlevingsinstincten die zich uiten in onze cognitieve en gedragsmatige neigingen. Onze hersenen zijn geprogrammeerd om de voorkeur te geven aan de huidige situatie die ons nog niet heeft gedood (we kennen dit als status quo bias), om probabilistische uitkomsten te wantrouwen en de voorkeur te geven aan zekerheid (risicoaversie), en om de schijnwerper van onze aandacht vooral te richten op potentiële bedreigingen (negativiteitsbias).
Bovenal ervaren we gewenning aan bekende gevaren, en zijn het nieuwe gevaren die al onze aandacht opeisen. Dit is overigens niet beperkt tot het evalueren van risico's – dit is hoe onze zintuigen werken. We merken niet dat onze kleren onze huid raken of dat de airconditioning zoemt, maar we merken wel meteen de kriebeling wanneer er een vlieg in onze nek landt, of de plotse stilte wanneer de ventilator stopt.
Onze zintuigen zijn zo geëvolueerd dat ze ons verandering melden, eerder dan constante niveaus, omdat verandering een potentiële bedreiging betekent. De status quo verdwijnt in de coulissen terwijl nieuwigheid centraal staat op het podium van onze aandacht.
Een eenvoudig experiment toont de diepe wortels van dit mechanisme: leg je ene hand in koud water en de andere in warm water. Binnen enkele seconden zullen beide gewend zijn aan de temperatuur. Leg ze vervolgens samen in lauw water en ze zullen tegenstrijdige sensaties melden ondanks dat ze dezelfde temperatuur ervaren.
De asymmetrie rechtzetten
Deze ingebakken tendens helpt onze reactie op AV’s te verklaren. Verkeersdoden zijn naar de achtergrond verdrongen – ze zijn een betreurenswaardig, maar normaal gevolg van de menselijke natuur. Ondertussen doet een enkel AV-gerelateerd dodelijk ongeval de alarmbellen rinkelen, juist omdat het nieuw is.
We fixeren ons op zeldzame potentiële machinefouten terwijl we duizenden menselijke fouten schouderophalend aanvaarden. Onze instincten hebben onze voorouders dan wel goede diensten bewezen, maar in een tijdperk van technologische transformatie kunnen ze ons ervan weerhouden vooruitgang te ondersteunen die duizenden levens zou kunnen redden.
Toch gaat het er niet om deze instincten te negeren, maar om ermee samen te werken: om een pad naar integratie van nieuwe technologie te volgen dat onze natuurlijke voorzichtigheid erkent, maar ons er niet door laat verlammen. Gelukkig heeft ons machtige brein nog een truc ontwikkeld: het kan zijn eigen impulsieve reacties in vraag stellen.
Als we naar optische illusies kijken, kunnen we begrijpen dat die rechte lijnen alleen krom lijken. We kunnen leren dat de maan niet echt groter is wanneer ze net boven de horizon staat. En als we dat willen, kunnen we ook herkennen wanneer onze voorouderlijke neiging om het nieuwe aan een gedetailleerd onderzoek te onderwerpen, terwijl we datgene waaraan we gewend zijn geraakt bagatelliseren, onze manier van risico's inschatten vertekent.
Dit zelfbewustzijn suggereert een meer praktische benadering van zelfrijdende auto's. In plaats van ons te verzetten tegen ons instinct om ons te verdiepen in wat nieuw is, kunnen we er ook bewust gebruik van maken. Laten we een even rigoureuze aandacht richten op de status quo van het verkeer, en zo de asymmetrie in ons oordeel rechtzetten.
Tel niet alleen het zeldzame AV-ongeval, maar elk door mensen veroorzaakt dodelijk ongeval. Let niet alleen op de fouten van de machine, maar ook op elk geval van een bestuurder die dronken of onder invloed van drugs wordt betrapt. Ons instinct om ons te richten op het nieuwe kan worden gebruikt om de gebreken te belichten in het huidige, die we hebben leren negeren.
Vooruitgang vereist geen perfecte oplossingen – enkel betere dan we nu hebben. En soms is al wat we moeten doen naar het bekende te kijken met dezelfde kritische blik die we reserveren voor het nieuwe.