In zijn regeringsverklaring stelde premier Bart De Wever (N-VA) dat “nagenoeg de volledige openbare dienstverlening… een grondige efficiëntiekuur [zal] ondergaan. Zowel op het vlak van hun structuren als hun uitgaven. Het zal niet aangenaam zijn, maar geloof me: een strikt besparingsregime is soms de enige optie om gezond verder te kunnen leven.”
Een nadere lezing van het regeerakkoord maakt ons niet veel wijzer. De Wevers “efficiëntiekuur” lijkt op een magische work-out om én geld te besparen via fusies, integraties en centralisaties van overheidsdiensten, én een betere dienstverlening op touw te zetten én de arbeidsomstandigheden en loonvoorwaarden van het overheidspersoneel te verbeteren.
Een blik op de begrotingstabel maakt duidelijk dat het om een crashdieet gaat: een brute besparingsoperatie van ruim 1,6 miljard euro, waarvan meer dan een derde op personeel en werkingskosten.
Net op een moment dat Donald Trumps zuiveringen het belang van een politiek onafhankelijk en sterk overheidsapparaat aantonen, moeten de personeelsleden van onze openbare diensten meer doen met minder middelen, minder bescherming en minder werkzekerheid.
Dit strikte ‘afslankregime’ zal inderdaad verre van aangenaam zijn. Niet alleen voor het personeel, maar ook voor alle burgers van het land. De concrete gevolgen van de besparingskuur zullen in de komende weken druppelsgewijs zichtbaar worden.
Zo duiken er nu plots plannen op die nooit met de vakbonden werden overlegd waarbij een op de vijf ziekenhuizen geen overnachtingen en nachtspoeddienst meer zouden aanbieden. Dergelijke besparingen zullen ook de fusiegolf versterken, wat de democratische toegankelijkheid en kwaliteit van de zorg in het gedrang brengt.
Daarbij komt nog een besparing van zo’n 200 miljoen euro op de spoorwegen. Hierdoor zal de kostprijs voor de reiziger enkel verder toenemen en de dienstverlening verslechteren. Twee jaar nadat een beheerscontract het traject vastlegde om de NMBS voor te bereiden op de volledige liberalisering in 2032, moet het spoorbedrijf, zoals bij elke besparingsronde van de opeenvolgende regeringen, het opnieuw met minder stellen. Is dit de weg naar privatisering? Laat het Verenigd Koninkrijk een voorbeeld zijn: het is geen toeval dat het land na een dramatisch gefaalde privatisering het personentreinvervoer opnieuw in publieke handen neemt.
Het meest schrijnende is dat al deze opofferingen geen gezonde economie zullen opleveren. Het spierweefsel van de publieke sector zet de hele economie in beweging. Naast het verhogen van de totale vraag, zorgen overheidsuitgaven in gezondheidszorg, onderwijs, onderzoek, veiligheid … voor een verbeterde volksgezondheid, hogere opleidingsniveaus, technologische innovaties en een veiligere samenleving, wat op zijn beurt de arbeidsproductiviteit en sociale cohesie bevordert.
Daarnaast stimuleren directe overheidsinvesteringen de economie veel effectiever dan belastingvoordelen. Uit een studie van het Internationaal Monetair Fonds (IMF) van 2014 blijkt dat een stijging van de overheidsinvesteringen met 1% van het bruto binnenlands product (bbp) na één jaar leidt tot een bbp-groei van 0,4%. Na vier jaar neemt deze impact toe tot 1,5%. Eenvoudig gesteld: voor elke euro die de overheid vandaag uitgeeft, krijgt de economie er binnen vier jaar 1,5 euro terug.
Tot slot biedt een sterke publieke sector de economie een bescherming tegen recessies, klimaatrampen en andere schokken. Laat ons niet vergeten dat in 2023, vlak na de coronacrisis, de Belgische economie met een economische groei van 1,5% beter presteerde dan het gemiddelde EU-groeipercentage van 0,5% of buurlanden Duitsland (0,3%), Frankrijk (0,9%) en Nederland (0,2%). Dankzij de sociale uitgaven van de overheid en de automatische indexering van de lonen bleef de koopkracht van de Belgische huishoudens en dus de koopkracht behouden.
De regering-De Wever gokt liever op maatregelen waarvan de verhoopte 7,9 miljard euro aan terugverdieneffecten zwaar in twijfel worden getrokken. Wanneer deze terugverdieneffecten zich niet concretiseren, kan de 3% van de Europese begrotingsweegschaal enkel gehaald worden door nieuwe besparingen die de koopkracht van de gezinnen verder zullen uithollen.
Die twijfel is er niet als het over het personeel gaat. De hakbijl is heel duidelijk. Verdere uitholling van het statuut en het pensioen van het overheidspersoneel worden onder het mom van harmonisering met stip, en bruut, gepresenteerd.
Er wordt amper rekening gehouden met het sociale contract en al helemaal niet met de realiteit van de werkvloer. De huidige arbeidsvoorwaarden maken nu eenmaal deel uit van de aantrekkelijkheid van de job. Het drastisch morrelen aan deze voorwaarden zal de instroom doen verstarren en bestaande tekorten mogelijk verder vergroten.
Wie wil er in godsnaam nog werken bij de overheid wanneer je uitgespuwd wordt door je eigen werkgever? En wanneer die werkgever zich bovendien onbetrouwbaar opstelt door op gelijk welk moment gemaakte afspraken met de voeten te treden?
De Wevers crashdieet verzwakt met dit alles de publieke sector net in een periode dat ze moet presteren als topatleet. Een topatleet zet maar topprestaties neer met gezonde voeding en een goede omkadering.
Intussen blijven de grootste vetreserves in de samenleving buiten schot: de grote vermogens en de bedrijfswinsten.
Is het mogelijk dat het begrotingstekort wordt ingedamd terwijl werkende mensen erop vooruitgaan en de zwakste groepen in de samenleving beschermd worden? Jazeker!
Til de overheidsinkomsten op naar het niveau van de uitgaven in plaats van andersom. Voer een vermogensbelasting door op de grote fortuinen. Breng de vennootschapsbelastingsvoet voor grote bedrijven terug naar het niveau van 2017 (33,99%). Beperk loonsubsidies en stop met de flexibilisering van de arbeidsmarkt. Investeer in preventie en werkbaar werk en een leefbaar pensioen. Investeer in infrastructuur, vervoer, zorg, onderwijs, technologie en duurzaamheid in plaats van deze sectoren te laten verloederen.
Wij zijn al jaren vragende partij voor een efficiënte overheid. Maar geef de openbare sector dan ook wat nodig is: een vitaminekuur, geen hongerregime!
Net na WOII is onze sociale zekerheid opgericht. De welvaart in België is sindsdien minstens vertienvoudigd. De leugen dat er dus geen geld meer is, klinkt echt wel vals. Het geld is verdwenen door "kortingen" op de sociale bijdragen van de patroons of anders gezegd door diefstal op het solidariteitsgedeelte van ons loon. Bovendien waren deze "kortingen" blanco checkes zonder ook maar enige tegenprestatie van de patroons. Resultaat een explosie van de dividenten en vermenigvuldiging van de miljardairs. Miljardiars die in België zowat 80% van hun vermogen erven en er dus geen poot voor uitsteken. De politiek zorgde er dan nog eens voor dat ze via venootschapsconstructies nauwelijks belasting betalen en bijdragen aan de maatschappelijke welvaart van ons land.
Welke ondernemer wordt niet ziek? Welke ondernemer kan niet genieten van ons deftig vervoersaanbod en infrastuctuur? Welke ondernemer kan niet genieten van vlot toegankelijke nutsvoorzieningen als water, gas en electriciteit? Welke ondernemer kan niet genieten van de goed opgeleidde werknemers in ons uitstekend onderwijs?
Allemaal voorzieningen betaald en onderhouden met de bijdragen van de werkende mensen die gemiddeld 30 tot 40% van hun jaarinkomen hiervoor afstaan.
Vermogens dragen hier nauwelijks aan bij. Denk je nu echt dat Marc Coucke, uit een broek geschud in Mogadushu een succesvol zakenman zou zijn? In het beste geval was hij daar een succesvol kaper.
Wanneer dragen de vermogens bij in evenredigheid? Ik heb niks tegen rijke mensen maar ze moeten net zoals wij die werken 30 tot 40% bijdragen aan onze maatschappelijke welvaart en dan is er in België geen eurocent te kort, integendeel !!