Voor hij zich waagt aan een staat van de journalistiek wil Georges Timmerman (71) graag een ding uitklaren. Het was niet zijn idee en hij was er al helemaal geen voorstander van. Integendeel. Hij heeft het over de naam van het kweekprogramma voor jonge onderzoeksjournalisten dat Apache met jouw steun wil oprichten. Het Fellowship Georges Timmerman.
De naam is een eerbetoon, maar Timmerman is niet zo van de hommages. "Ik ben toch nog niet dood?" Nee, hij is niet dood. Dat kunnen we bevestigen. Maar de onderzoeksjournalist is misschien wel een met uitsterven bedreigde soort?
Ho, wacht even, ook over dat voorvoegsel wil Timmerman iets kwijt. Hij mag zich dan zijn hele carrière hebben vastgebeten in dossiers, hij mag dan al een platform voor onderzoeksjournalistiek hebben opgericht, hij vindt ‘onderzoeks’ een ongelukkige en ja, misschien wel overbodige toevoeging.
"Als het goed is, is alle journalistiek onderzoeksjournalistiek. Al is het maar dat je twee telefoons doet om een bericht te checken in plaats van een persbericht klakkeloos over te schrijven. Ik ben er nooit fan van geweest om dat te afficheren, om ‘onderzoeksjournalist’ op mijn voorhoofd te plakken."
"Onderzoeken is de kerntaak van de journalist. Als we dat niet meer doen, dreigen we een van die vele verdwenen beroepen te worden, dan komt er een dag waarop journalisten verbaasd vaststellen dat ze zijn vervangen door een AI-programma. Maar er is één ding dat AI niet kan en dat is – ja, nu zeg ik het toch - onderzoeksjournalistiek. Dat vereist menselijke vaardigheden die AI vooralsnog niet heeft."
Hoe gaat het ondertussen met de journalistiek in een wereld waarin democratie breekbaar lijkt, waarin de oorlogsretoriek steeds luider klinkt en waarin waarheid schijnbaar relatief is?
Georges Timmerman: "Persvrijheid en journalistiek staan onder druk. Daar moeten we niet flauw over doen. Met presidenten in Amerika, Hongarije en andere landen die de pers aanvallen en als vijand beschouwen, die de verworvenheden van de Franse Revolutie – waarvan persvrijheid er een is – willen terugdraaien en afschaffen. Dat heb ik in mijn carrière nooit meegemaakt. En dan heb ik het niet eens over de economische greep op de journalistiek."
Dat was mijn volgende vraag.
"Om even de evolutie te schetsen – en ja, dit klinkt een beetje als ‘bompa vertelt’ – maar toen ik in 1977 begon, waren ongeveer alle kranten in handen van politieke partijen of zuilen, met een halve uitzondering voor De Morgen die afhing van de socialistische zuil, maar probeerde onafhankelijk te zijn. Toen de politieke partijen hun controle opgaven en een drietal rijke families – De Nolf, Van Thillo en Leysen – het overnam, leek dat een verbetering."
"Maar het was het begin van een concentratiegolf en een systematische afbouw van diversiteit en redactionele autonomie. Titels werden opgekocht, redacties werden samengevoegd, er ontstonden synergieën binnen de groep – voor sport, regionaal nieuws, buitenland. Daarbij voegde zich de opkomst van de commerciële televisie waarvan de logica doorsijpelde in de openbare omroep en als laatste stadium in deze korte geschiedenis van de media heb je nu de sociale media. Wat een misleidende terminologie is."
Antisociale media?
"Goh, dat is dan weer kort door de bocht. Het zijn digitale platformen. En de laatste tien jaar zijn dat de dominante media geworden. Platformen die niets met journalistiek te maken hebben, waar informatie gemengd wordt met desinformatie, met onzin, prut, complottheorieën, entertainment, flauwekul, dat wordt allemaal door elkaar geroerd zodat niemand nog weet waar een bericht vandaan komt of wat waar is. Het is een beproefde strategie, die – en dat is waarschijnlijk niet eens toeval – ook gebruikt werd door de fascistische regimes in het verleden."
"Zo veel brol de wereld insturen, zo veel verwarring zaaien dat mensen op den duur niets meer geloven. Daar moet je dan tegen opboksen met je journalistieke principes. Want het geld, voor alle duidelijkheid, zit niet aan de kant van de principes. De platformen worden gecontroleerd door techmiljardairs die hun algoritme inschakelen om hun eigen politieke ideologie te promoten. Het is een behoorlijk bangelijke cocktail, maar het enige zinnige antwoord dat je daarop kunt bedenken, is meer en betere journalistiek."
‘We moeten ons verdomde werk doen, met diepgang, helderheid en moed’, formuleerde David Remnick, hoofdredacteur van The New Yorker, het naar aanleiding van de honderdste verjaardag van het weekblad.
“Precies. Wat de evoluties van de voorbije vijftien jaar me geleerd hebben, is dat de redenering die we hadden bij de oprichting van De Werktitel in 2009 en een jaar later van Apache meer dan ooit geldig is.”
Wat was die redenering?
"Eigenlijk heel simpel. Er is niets mis met journalistiek, er is wel iets mis met mediabedrijven die hun commerciële belangen laten doorwegen op journalistieke principes. Het verdienmodel van mediabedrijven is al lang niet meer de verkoop van kranten, laat staan van kwaliteitsvolle informatie. De eigenaars hebben het model van de digitale platformen overgenomen en zijn nu vooral bezig met het verzamelen van data van hun lezers om die door te verkopen aan adverteerders. Ze zijn verveld tot databedrijven."
"Ondertussen houden ze wel de façade recht en doen ze alsof ze hun maatschappelijke rol spelen, want daarop berusten hun geloofwaardigheid, hun privileges, hun subsidieregelingen. Maar eigenlijk is het zoals autocratische leiders die ook nog een rechtbank en parlement in stand houden en zo de illusie wekken van democratische legitimiteit. Mediabedijven zijn databedrijven die hun titels misbruiken als marketingplatformen om allerlei zaken te verpatsen die niets met journalistiek te maken hebben."
Ondertussen daalt het vertrouwen van het publiek in de journalistiek.
"Zonder vertrouwen kan journalistiek niet bestaan. Het is de tak waarop we zitten en die men aan het afzagen is. De enige manier om dat vertrouwen te herstellen is door integer aan journalistiek te doen, binnen een eerlijk en transparant economisch model. Daarom is het zo belangrijk wat Apache doet. Het is een klein, onafhankelijk medium dat niet bezig is met data verzamelen of advertentieruimte verkopen."
"Het verdienmodel is gebaseerd op de steun van de lezers, die zich abonneren en/of coöperant worden van de overkoepelende coöperatieve vennootschap. Het is het model van de toekomst. Mij verbaast het oprecht dat er na vijftien jaar nog geen tien, twintig andere Apaches bestaan. Er zijn genoeg goede journalisten die hun kas opvreten op redacties omdat ze hersenloze berichten moeten typen. Stop ermee. Begin zelf iets.”
De opstand van de journalist! Het klinkt mooi en aanlokkelijk, maar stelt u het niet iets te simpel voor?
"In principe vereist het niet zo veel investering en de beloning is dat je jouw job op een fatsoenlijke manier kan doen. We zijn met drie keer niets begonnen, geen startkapitaal, geen businessplan, alleen onze euvele moed en – eerlijk is eerlijk – succesvolle voorbeelden uit het buitenland zoals Mediapart waar we goed naar gekeken hebben. We hebben het warm water niet uitgevonden."
"Nu, de eerlijkheid gebiedt me wel om toe te geven dat het ontstaan en voortbestaan van Apache ook een beetje een mirakel is. Jarenlang hebben de mensen die voor Apache werkten zichzelf gesubsidieerd. De ene had een partner met een goed inkomen, de andere een behoorlijke ontslagregeling op zak. Dat is gelukkig veranderd. Maar uit idealisme hebben veel mensen er tijd en energie in gestoken om Apache aan zijn haren uit de grond te trekken."
U had het daarnet over de noodzakelijke vaardigheden van de onderzoeksjournalist, of journalist zo u wil. In 2012 schreef u een tiental tips bij elkaar voor de beginnende onderzoeksjournalist. Welk advies zou u nu geven?
"Nu wordt het niet alleen bompa vertelt maar ook nog bompa geeft raad. Goed dan. Een van de belangrijkste vaardigheden is het kweken en onderhouden van bronnen. Liefst mensen op hoge posities die toegang hebben tot informatie en die vinden dat het uit morele overwegingen of vanuit maatschappelijk belang nodig is die informatie te delen."
"Daarom moet je als journalist de straat op, netwerken, naar persconferenties, al was het maar om bepaalde personen in de ogen te kijken, hun lichaamstaal te lezen, om nadien samen iets te drinken, een band op te bouwen, zodat als er iets naar buiten moet komen, het in jouw brievenbus belandt."
En verder?
"En verder heb ik vooral veel geleerd van Walter De Bock die geloofde in de wetenschappelijke aanpak van journalistiek. Het opstellen van een chronologie, bijvoorbeeld. Men kan over alles liegen, behalve over een datum. Het is een arbeidsintensief proces, maar dankzij een chronologie zie je verbanden of tegenstrijdigheden die je anders niet ontdekt. Om dat goed te doen heb je een journalistiek geheugen nodig."
"Ieder onderzoek begint met de vraag wat er al geschreven is over een bepaald onderwerp en om die vraag ten gronde te beantwoorden is een papieren archief nog steeds cruciaal. Ook die zijn weggesaneerd, ze kostten te veel, namen te veel ruimte in, het gevolg is dat we nog amper weten wat er in de jaren 70 of 80 gebeurd is, want nee, niet alles is gedigitaliseerd. Zelfs de jaren 90 zijn een blinde vlek. Hoe wil je over het heden schrijven als je het verleden niet kent?"
Nog tips?
"Je niet laten intimideren. Als ik nu naar de Verenigde Staten kijk, heb ik de indruk dat men al plooit voor men bedreigd wordt."
The Washington Post, niet toevallig in handen van Jeff Bezos, weigerde stemadvies te geven en een cartoon over Trump te publiceren.
"Uitgerekend de Post! Dat was een lichtend voorbeeld toen ik begon. Carl Bernstein en Bob Woodward hadden net de Amerikaanse president bijna in de bak geschreven. Als dat kon, moest dat wel een tof beroep zijn."
In het interview dat ik eerder aanhaalde, stipte Remnick ook de tactiek van de rechtszaak aan om journalisten of journalistieke media aan banden te leggen.
"Ge moet daar genen bang van hebben. Het hoort erbij. Ik heb ze nooit geteld, maar tijdens de zestien, zeventien jaar dat ik voor De Morgen werkte, heb ik tien, twintig dagvaardingen en dreigementen met processen gekregen. Wijlen Didier Pinneau-Valenciennes eiste op een bepaald moment een schadevergoeding van een half miljard Belgische frank (12,5 miljoen euro). Dat is door de rechtbank in de vuilnisbak gekieperd."
"Hetzelfde met de tien procedures die tegen Apache zijn aangespannen. We hebben ze allemaal gewonnen. Keer op keer heeft de rechter herhaald dat de journalisten van Apache hun werk goed hebben gedaan. Want dat blijft natuurlijk de essentie."
Het slorpt wel tijd en energie op die niet aan journalistiek werk kan besteed worden.
"Dat is waar, maar daartegenover staat dat het goede publiciteit is. Zolang men geen Albanese huurmoordenaars inschakelt om je op straat neer te kogelen, lijkt het me part of the game."
U verwees daarnet naar Bernstein en Woodward en het Watergate-schandaal. Hebben ze u naar de journalistiek gedreven?
"Dat waren helden, ja. Maar ook Günter Wallraff die met valse snorren en vermommingen aan undercoverjournalistiek deed, sprak tot de verbeelding. Ons filmpje over ‘t Fornuis komt daarbij nog het dichtst in de buurt. We zaten natuurlijk in een periode waarin de persvrijheid ruimer en breder werd ingevuld dan de periode ervoor of erna. De wereld schoof op naar links, nu naar rechts tot extreemrechts."
"Maar daarom niet getreurd. Voor journalistieke platformen als Apache ligt een mooie toekomst in het verschiet. Hoe meer de wereld de verkeerde richting op kantelt, hoe groter de noodzaak om journalistiek goed werk te leveren als echt onafhankelijk medium."