Iets minder dan een jaar geleden overleed Daniel Kahneman, kort na zijn 90ste verjaardag. Hij bestudeerde menselijk gedrag en besluitvorming sinds de jaren 70, samen met zijn compagnon-de-route Amos Tversky, werd bekend toen hij in 2002 de Prijs van de Zweedse Rijksbank voor economie ontving, en zag zijn naam bijna een begrip worden met zijn bestseller Thinking Fast and Slow uit 2011, die veel van zijn inzichten (en van zijn collega's) bij een breder publiek bekend maakte.
Een artikel in de Wall Street Journal van 14 maart door Jason Zweig, de voormalige medewerker van Kahneman, onthulde dat zijn overlijden plaatsvond in een Zwitserse instelling voor hulp bij zelfdoding.
Het artikel en de talrijke reacties erop getuigden van wijdverspreid onbegrip over Kahnemans beslissing – ondanks zijn reputatie als expert op het gebied van besluitvorming. Is dat niet vreemd?
Wie denkt er niet rationeel?
Kahneman zinspeelde vaak op het feit dat zijn levenslange preoccupatie met besluitvorming hem niet tegenhield om gebrekkige, ‘irrationele’ keuzes te maken, net als wij allemaal. Het summum van rationele besluitvorming is de weloverwogen, uitgebreide afweging van de kosten en baten van de beschikbare opties.
Zij die, zoals Zweig schrijft, “nog steeds worstelen om in het reine te komen met zijn beslissing” zetten vraagtekens bij het proces: “Hoe kwam 's werelds grootste autoriteit op het gebied van besluitvorming tot deze ultieme beslissing?”
Ze lijken te vermoeden dat zijn beslissing om volgens zijn eigen bepalingen te sterven een bevooroordeeld en emotioneel, in plaats van een weloverwogen en doordacht proces was. Die veronderstelling mist echter de essentie van deze beslissing.
Zweig wijst op verschillende cognitieve effecten die Kahnemans beslissing beïnvloed zouden kunnen hebben. Hij noemt onder meer de peak-end-regel (hoe we ons een ervaring herinneren wordt gedomineerd door de meest extreme en meest recente emoties), anchoring (we maken keuzes op basis van willekeurige getallen), en onze neiging om onze eigen situatie als een bijzonder, speciaal geval te zien in plaats van ze ‘van buiten uit te bekijken'’, en op basis van een vergelijking met gelijkaardige situaties te beslissen of onze vooruitzichten echt anders zijn.
De vraag is echter niet zozeer of deze effecten Kahnemans beslissing hebben beïnvloed, maar of hij, als dat zo is, niet rationeel handelde.
Laten we dit trio nader bekijken. Het leven draait niet enkel om het maximaliseren van positieve emoties, en veel beslissingen waar we later spijt van krijgen waren – achteraf gezien – impulsief, overdreven emotioneel, of in elk geval niet gebaseerd op gedegen kosten-batenafwegingen op de langere termijn.
Maar wanneer het grootste deel van ons leven achter ons ligt, blijven er eigenlijk alleen emoties over, en dan lijkt de piek-eind-regel best een goede leidraad wanneer we waarschijnlijk het moment hebben bereikt waarop onze beste dagen achter ons liggen.
Of 90 jaar worden echt als een anker heeft gewerkt is moeilijk met zekerheid te zeggen, maar bij gebrek aan een beter criterium is het nemen van een belangrijke verjaardag als trigger nauwelijks een teken van een dubieuze beslissing.
Had Kahneman zijn beslissing moeten baseren op het bestuderen van mensen die ouder waren dan hijzelf, en moeten nagaan welk percentage daarvan spijt had niet te hebben gekozen om op 90-jarige leeftijd te sterven? Dit is letterlijk een academische vraag: Kahneman is sowieso niet in staat om spijt te hebben van wat uiteindelijk een bijzondere, zeer persoonlijke keuze was die geworteld is in zijn eigen voorkeuren.
Als we op zoek zijn naar tekenen van twijfelachtige rationaliteit, dan vormen zij die zijn beslissing in twijfel trekken misschien een beter doelwit. Het is opvallend hoe mensen, als het gaat om het levenseinde van iemand anders, vooral oog lijken te hebben voor de (minderende) goede dingen in het leven ... en weinig aandacht voor de voortschrijdende fysieke en mentale achteruitgang.
Recente cijfers over euthanasie in België tonen een stijging van 17% tot bijna 4.000 mensen in 2024, met als tweede meest aangehaalde motief (na kanker met 54%) de zogenaamde polypathologie. 27% van de gevallen gebeurden op deze basis, die verwijst naar een reeks kwalen, “elke kwaal op zich misschien nog acceptabel, maar als je daar een optelsom van maakt, dan wordt het leven ondraaglijk”, legt palliatief arts Wim Distelmans uit.
“Ik denk aan minder goed zicht, minder goed gehoor, noodzaak van een looprekje, incontinentie, hulp nodig bij het eten, drinken, wassen en aankleden.” Voor het individu is dit een factor met toenemend belang in de kosten-batenanalyse, waarvoor op een bepaald moment de 'goede dingen in het leven' niet meer toereikend zijn.
We zijn allemaal experts
Misschien vertonen zij die worstelen met de Kahnemans keuze wat hijzelf zou hebben herkend als status quo bias – een sterkere argumentatie vereisen voor verandering dan voor het houden van de dingen zoals ze zijn.
In zekere zin is ons overlevingsinstinct hiervan een speciaal geval. In de bloei van ons leven denken we meestal niet na over de vraag of we eigenlijk wel door moeten gaan met leven. De status quo is vanzelfsprekend ... tenminste, tot het moment dat onze missie om onze genen in stand te houden is volbracht.
Zo zou het afzwakken van onze neiging tot zelfbehoud, tot het punt waarop we ervoor kiezen om te sterven, een ecologisch rationele aanpassing zijn – die steeds vaker voorkomt nu we collectief almaar langer leven.
Emoties zijn een essentiële factor bij het nemen van beslissingen, en meer nog misschien naarmate ons naderende levenseinde rekening houden met de lange termijn minder relevant maakt.
Huidige en toekomstige emoties krijgen steeds meer gewicht, maar verre van onze kosten-batenberekeningen 'irrationeel' te maken, stellen ze ons net in staat om diverse ervaringsaspecten te integreren die conventioneel redeneren te boven gaan. Zo zien we duidelijker wat het juiste is voor ons. Daarvoor zijn geen redenen nodig – het zijn gevoelens, citeert Zweig in zijn artikel Kahnemans vriend en collega-psycholoog Paul Slovic van de Universiteit van Oregon.
Een andere bias die ten grondslag kan liggen aan het onbegrip van sommigen is de empathiekloof. We denken vaak dat het, om anderen te kunnen begrijpen, volstaat in hun schoenen te gaan staan, maar echt hun perspectief aannemen is dat niet. Daarvoor moeten we ons voorstellen hoe wij ons zouden moeten voelen om op dezelfde manier te handelen.
Kahneman zei zelf altijd dat we beter zijn in het herkennen van de fouten in de besluitvorming van anderen – maar als we niet het juiste perspectief innemen, zijn wij het die in de fout gaan.
Philip Tetlock, een collega van Kahneman aan de Universiteit van Pennsylvania, vermoedt dat hij een genotsberekening heeft gemaakt van wanneer de lasten van het leven zwaarder beginnen te wegen dan de baten, schrijft Zweig – een weloverwogen keuze, dus.
Ik heb ooit de keuze om je leven te beëindigen op je eigen voorwaarden vergeleken met het verlaten van een feest dat nog in volle gang is als je moe bent – het zou verkeerd zijn om iemand te dwingen om te blijven, hoe goed ook de kwaliteit van het eten of het entertainment. Het gaat er niet alleen om dat de lasten zwaarder gaan wegen dan de baten: het is ook de autonomie om op een waardige manier te vertrekken die hoger gewaardeerd wordt dan de status quo van blijven leven.
We zijn het Kahneman, en iedereen die ervoor kiest om op deze manier te sterven, verschuldigd om hun beslissing keuze onvoorwaardelijk en zonder voorbehoud te respecteren, en niet te gaan smeken “Waarom nu al stoppen?”. Zij zijn de ultieme expert op het gebied van hun eigen subjectieve ervaring – net als wij.
Kahneman vond het fijn om van gedachten te veranderen – het was een teken dat hij iets had geleerd. Dit is vaak zo, voor ons allemaal. Het is echter niet het veranderen van gedachten op zich dat betekent dat we iets geleerd hebben. Dat is, op basis van wat we geleerd hebben, bepalen of het gepast is om van gedachten te veranderen en daar dan naar handelen.
Kahneman schreef in zijn allerlaatste e-mail dat hij al sinds zijn tienerjaren “geloofde dat de ellende en het verlies aan waardigheid van de laatste levensjaren overbodig zijn”.
Hij veranderde daarover niet van gedachten. Hij had het immers al de hele tijd bij het rechte eind.