Beeld je een ijskoude winternacht in. Je wordt wakker, maar de cijfers van de wekker zijn donker. Je horloge vertelt je dat het 3 uur 's nachts is, en na even doorheen het huis te lopen blijkt het zonder stroom te zitten, en dus ook zonder verwarming, zonder licht, en zonder kookgelegenheid.
Hoe goed ben je voorbereid op dit soort situatie? Hoe lang zou het duren voor je al het nodige hebt gedaan om je huis weer normaal te laten functioneren? Tenzij je een generator bij de hand hebt, is het onwaarschijnlijk dat je het in minder dan 24 uur zal klaren – en niemand zou je bekritiseren als het niet sneller kon.
Maar toen op 21 maart hetzelfde gebeurde op de Londense Heathrow-luchthaven, waren de beschuldigingen van slechte planning en incompetentie niet van de poes. Is dat niet vreemd?
Niet alleen het resultaat
Ergens op onze evolutionaire tijdlijn verwierven onze voorouders een vaardigheid die uitzonderlijk waardevol bleek te zijn, niet enkel om te overleven, maar ook voor onze snel toenemende voorspoed: het vermogen om oorzaak en gevolg te herkennen en te begrijpen.
Aanvankelijk zal het degenen die erover beschikten, hebben geholpen om een geritsel in het kreupelhout te associëren met de aanwezigheid van een roofdier – en zo levend weg te komen; later hielp het de mens de landbouw te ontdekken (of was het uitvinden?)... en we waren vertrokken op weg naar de beschaving.
En al hebben we er wellicht ook het ontstaan van bijgeloof aan te danken, over het algemeen zijn we toch het levende bewijs dat deze vaardigheid ons bijzonder goed van pas is gekomen.
In simpeler, meer deterministische tijden was één enkele waarneming van een handeling en een daaropvolgende gebeurtenis vaak een geldige aanwijzing van een causaal verband. Dat is nog steeds onze standaardintuïtie, bijvoorbeeld wanneer we een beslissing van iemand anders beoordelen: we nemen automatisch aan dat het eindresultaat het onvermijdelijke gevolg was van de beslissing.
Maar in onze buitengewoon complexe, onzekere omgeving is een dergelijke uitkomstbias (of wat gedragswetenschapper Annie Duke resulting noemt) een slechte indicatie voor de kwaliteit van een beslissing. Dat weerhoudt ons er in de praktijk nochtans niet van om te geloven dat, wanneer onze beslissingen tot een goed resultaat leiden, dit volledig te danken is aan onze superieure besluitvaardigheid.
We plegen hetzelfde te doen wanneer we naar anderen kijken – van atleten tot zakenmensen, van showbusinesssterren tot politici, we denken dat geluk hooguit een bijrolletje speelt in hun succes.
Deze symmetrie passen we echter niet toe wanneer het resultaat slecht is. Terwijl we onze eigen mislukkingen meestal meteen toeschrijven aan pech, zien we, wanneer anderen keuzes maken die gevolgd worden door een onwelkome uitkomst, automatisch een oorzakelijk verband, en geven we hen de schuld vanwege hun foute beslissing.
Deze neiging om schuld te zoeken is waarschijnlijk ook een evolutionaire aanpassing die ooit een overlevingsmechanisme was voor onze voorouders. In hun kleine stammen hadden de handelingen van één individu het potentieel iedereen in gevaar brengen.
Nalatigheid of schadelijk gedrag met de vinger wijzen als oorzaak van een slechte uitkomst (in plaats van het toe te schrijven aan het noodlot) was essentieel voor straffen ervan, en dus voor het afdwingen van sociale normen, het verstevigen van samenwerking en het voorkomen van toekomstige schade. Zelfs als iemand af en toe onterecht werd beschuldigd, zou het proces zelf nog steeds de groepscohesie versterken rond het belang van alert te zijn.
In A Theory of Blame stellen psycholoog Bertram Malle en collega's een nuttig mechanisme voor dat verklaart hoe we tot een moreel schuldoordeel komen. Wanneer iemand geacht wordt schade te hebben veroorzaakt, beoordelen we zijn of haar intenties, of hun verplichtingen en vermogen om schade te voorkomen.
Daarvoor berusten we op sociale cognitie: we gebruiken feitelijk (of verondersteld) inzicht in hun kennis, overtuigingen, verlangens en bedoelingen om de mate van schuld te bepalen (als die er is) die ze verdienen, en, cruciaal, om dit met solide argumenten te onderbouwen, en zo de schuld te rechtvaardigen.
Eigenbelang dient ons niet zo best
Uitkomstbias en schuld geraken aan elkaar verbonden dankzij een flinke scheut eigenbelang. Schuld als sociaal fenomeen is één ding, maar het gevoel van verontwaardiging wanneer we persoonlijk zijn benadeeld (of dat heel goed hadden kunnen zijn) kan ons aanzetten tot achterstevoren redeneren.
Wij zijn het slachtoffer, daar is een voor de hand liggende potentiële schuldige, en dan gaan we vrolijk speculeren over gronden waarop we hen de schuld kunnen geven. We gaan ervan uit dat de luchthavendirectie een onvoorwaardelijke verplichting heeft om te allen tijde een effectieve werking te garanderen, met gepaste noodplannen voor elke denkbare eventualiteit. Het sluiten van de luchthaven toont dat dit niet het geval was, en is zo meteen voldoende bewijs van schuld.
Maar onze redenering laten leiden door eigenbelang is een precaire zaak. Dingen gebeuren nu eenmaal, en het feit dat het net óns is overkomen, is niet voldoende reden om te stellen dat het nooit had mogen gebeuren.
In plaats van achterwaarts te redeneren vanuit het nadeel dat we hebben ondervonden, kunnen we het ook andersom doen: ervan uitgaan dat er niet alleen geen sprake was van de intentie om schade te berokkenen, maar ook dat, binnen de grenzen van het redelijke, de verplichting om schade te voorkomen is nagekomen, en dat het vermogen om dat naar behoren te doen er ook was.
De meer productieve vraag wordt dan: wat was de directe oorzaak van het kwalijke resultaat, en waarom gebeurde dit ondanks de preventieve maatregelen en noodplannen?
De voorwaarde “binnen de grenzen van het redelijke” is essentieel. In de echte wereld kunnen risico’s immers niet tot nul worden gereduceerd en om ze te minimaliseren moeten er afwegingen worden gemaakt. Net zoals de meeste mensen de kosten voor het kopen van een generator 'voor het geval dat' te hoog zullen vinden als de kans op een blijvende stroomstoring klein is, zijn er grenzen zijn aan wat kosteneffectief is om de stroomtoevoer naar de vitale systemen voor de werking van een luchthaven te vrijwaren.
En net zoals er zeer zeker onwaarschijnlijke (maar niet onmogelijke) situaties zijn waarin je huis meer dan 24 uur zonder stroom komt te zitten, zijn er vergelijkbare situaties voor een luchthaven.
Zo kunnen we oordelen of de directe oorzaak van de slechte uitkomst zo extreem was dat de grenzen van praktisch uitvoerbare maatregelen werden overschreden... als we tenminste zelf in staat zijn, en de kennis hebben, om dat te doen. Zo niet, dan zijn we beter wat voorzichtig met het uitbazuinen van zelfverzekerde maar dubieuze oordelen.
Onwetendheid en verontwaardiging kunnen een stevige cocktail vormen die ons, net als alcohol, een goed gevoel geeft, maar er ook voor zorgt dat we onszelf belachelijk maken (en achteraf met hoofdpijn blijven zitten).