Via de oude muren worden al jarenlang drugs en andere verboden goederen de gevangenis binnengesmokkeld. Ondanks de inspanningen van de directie en het stadsbestuur in de afgelopen jaren is dat nooit gestopt. Vangnetten plaatsen is niet aan de orde, omdat de oude muren het gewicht niet aankunnen. Steunpilaren om de vangnetten aan te bevestigen kunnen een oplossing zijn, maar zouden dan weer de bewegingsvrijheid van de gedetineerden tijdens de wandelingen hinderen.
Buurtbewoner Ann Deneyer woont al 28 jaar in de Caputsteenstraat. Haar tuin grenst aan de gevangenismuren. “De pakketjes komen ook af en toe in de nabijgelegen tuinen terecht”, zegt ze. “Soms lopen onbekenden over de daken van de huizen, op zoek naar hun pakketjes. Onlangs vond onze buurman nog een tennisbal gevuld met drugs in zijn tuin.”
Deneyer zelf wordt ’s nachts ook wakker van het geroep van gedetineerden. “Geregeld zie ik mensen op de parking naast hun auto naar de gevangenis schreeuwen om in contact te komen met de gedetineerden.” De gevangenisdirectie wil hier niet op reageren.
Bij een rondvraag naar de ervaring van de bezoekers van het park komt een mix van begrip en frustratie naar boven. Sveta, die haar familienaam liever niet wilde delen, woont vlakbij en komt geregeld met haar kinderen naar het park. “Ze vragen me soms waarom de mensen zo roepen en boos zijn op elkaar”, vertelt ze.
Ook Sanne Callaerts is een geregelde bezoeker van het Caputsteenpark. “Soms zie je de armen van de gedetineerden uit de ramen steken, alsof ze echt naar buiten willen. Dat geeft wel een raar gevoel. Maar ik voel me hier niet onveilig”, zegt ze.
Raf Rens woont vlakbij en bezoekt het park vaak met zijn twee zoontjes. “We waren ons ervan bewust toen we hier introkken. Het is een beetje zoals aan de luchthaven wonen: je weet dat dat bepaalde gevolgen met zich meebrengt.” Zijn oudste zoontje vindt het geroep van de gedetineerden storend. “Wij worden soms wakker van de mensen in de gevangenis die roepen. Er is meer geroep wanneer het warmer is. Dat zal ook voor hen niet gemakkelijk zijn, opgesloten zitten in de hitte.”
Bewuste keuze
“Er was een grote vraag van de buurtbewoners naar een groene zone en speelgelegenheid”, zegt de Mechelse schepen van Preventie en Samenleving Abdrahman Labsir (Open Vld). “De Caputsteensite bood daarvoor genoeg ruimte.” Labsir staat nog altijd achter die beslissing, want het park wordt dagelijks veel gebruikt.
Ook voor schepen van Groenontwikkeling, Parken en Stadstuinen Patrick Princen (Groen) was de locatie een bewuste keuze. “Op die manier zorgen we voor meer groen voor de buurt, maar ook voor meer tolerantie voor de gevangenis.”
Volgens Princen biedt het park ook een vorm van sociale controle, omdat buurtbewoners en parkgebruikers voortdurend aanwezig zijn en een oogje in het zeil houden. Omdat het park vlak naast de gevangenismuren ligt, merken omwonenden en parkbezoekers sneller ongebruikelijke situaties op, zoals verdachte activiteiten of pogingen tot communicatie met de gedetineerden.
“Bij de aanleg hebben we rekening gehouden met zowel de veiligheid van de parkgebruiker als die van de gedetineerden. Bomen en speeltuigen hebben we niet te dicht bij de gevangenismuren geplaatst, om beschadiging van de muur of ontsnappingsmogelijkheden te vermijden”, vertelt Princen. “Het is de bedoeling om het park in de toekomst nog uit te breiden.”
Volgens Labsir zou de gevangenisdirectie ook werken aan de heroriëntering van luidruchtige gedetineerden en denkt ze na over de installatie van beloningsystemen.
Personeel gezocht
De gevangenis van Mechelen ligt aan het centrum van de stad en is gebouwd in 1874. Officieel is het een arresthuis met gesloten regime, alleen voor gedetineerden met een middellange straf tot tien jaar cel.
“Er zitten vandaag veel gedetineerden in gevangenissen waar ze eigenlijk niet horen te zitten en waar dus ook niet genoeg plaats meer is”, zegt Eddy De Smedt, ex-cipier en secretaris-generaal van vakbond VSOA. “De gevangenis van Mechelen heeft normaal gezien een capaciteit van 84 mannen. Vandaag zitten er 154 gedetineerden.”
Yo Haeleydt is vrijwilliger bij en voorzitter van het Beschermcomité Mechelen, een organisatie die zich inzet voor een humaner detentiesysteem. “De combinatie van krappe en onmenselijke omstandigheden, uiteenlopende persoonlijkheden, verveling en drugsgebruik leiden tot spanningen en frustraties, zowel onder de gedetineerden als tegenover het personeel.”
Ook het personeelstekort in de gevangenis van Mechelen is nijpend. Uit het jaarverslag van 2023 van de commissie van toezicht blijkt dat er de afgelopen twee jaar nauwelijks verbetering is gekomen. “Doorgaans zijn er slechts vier cipiers om de wandeling, de bezoeken en doktersbezoeken van de gedetineerden in goede banen te leiden”, zegt De Smedt. “Het gebeurt te vaak dat twee cipiers zich ziek melden en dan blijven er nog maar twee cipiers over om de drie vleugels te monitoren.”
Dat heeft niet alleen gevolgen voor de veiligheid van gedetineerden en cipiers, het zet ook een rem op de activiteiten en dagbestedingen in de gevangenis. Als gedetineerden niets om handen hebben en met zo veel dicht op elkaar zitten, kan de frustratie leiden tot overlast. Zou een heroriënterings- en beloningssysteem een deel van de oplossing kunnen zijn?
Daar heeft De Smedt serieuze twijfels bij. “Het personeelstekort wegwerken is prioritair. Heroriëntering en belonen is zeker geen slecht idee, maar wat we momenteel nodig hebben, is een ad hoc aanpak van de overlast: ingrijpen op het moment zelf. En daarvoor is er te weinig personeel.
Moeilijke herintegratie
Initiatieven zoals het aanleggen van een park naast een gevangenis, met als doel meer begrip en tolerantie bij de buurtbewoners te creëren, zijn nobel, maar lijken in de praktijk een pleister op een houten been. Voor ex-gedetineerden is het vaak een uitdaging om na hun straf opnieuw aansluiting te vinden bij de samenleving, zeker wanneer ze er jarenlang geen deel van uitgemaakt hebben. Volgens experts hangt die moeilijke herintegratie samen met de omstandigheden binnen de gevangenismuren.
Praktische steun en menselijk contact bieden aan gedetineerden is volgens Tom Vander Beken, professor criminologie en strafrecht aan Universiteit Gent en directeur van het Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP), essentieel voor een succesvolle herintegratie. “We weten dat gevangenisstraffen eigenlijk meer schade toebrengen aan mensen en hen kwetsbaarder maken dan dat het hen uit de criminaliteit drijft.”
Haeleydt organiseert welzijnsmarkten in de gevangenis van Mechelen. “De gedetineerden kunnen dan tijdens hun wandeling kennismaken met wat we doen en wat we voor hen kunnen betekenen”, zegt ze. “Het Beschermcomité zorgt voor praktische zaken, zoals kledij, leesbrillen, pen en papier… Zelfs een eenvoudige kalender is zo belangrijk voor hen. Ze kunnen dan bijhouden welke dag het is en kunnen kleine plannen maken. Dat biedt perspectief.”
“We organiseren ook spelletjesavonden, bieden een luisterend oor en gaan op bezoek bij mensen. Wij kennen hun dossier niet en geven hen het gevoel dat zij het waard zijn om onze tijd in te investeren. Een gedetineerde is meer dan de feiten die hij gepleegd heeft. Hij is ook nog mens, zoon van, papa van...”
Haeleydt haalt regelmatig de kinderen van gedetineerden thuis op voor een bezoekje aan hun papa. Het Beschermcomité organiseert ook regelmatig kindernamiddagen: dan wordt de anders zo koele bezoekersruimte omgetoverd tot een knutsel- en speelplek. Het is een manier om de band tussen vader en kind te versterken. “Perspectief is heel belangrijk voor de gedetineerde, maar ook voor de familie”, zegt Haeleydt.
“De afgelopen jaren waren er in het politieke debat veel voorstanders van de afschaffing van de vervroegde vrijlating. Maar hoe gaan we mensen stimuleren om het in de toekomst beter te doen als we dat afschaffen?”, vraagt Haeleydt zich af. Toch wil ze met haar pleidooi geenszins het leed van de slachtoffers minimaliseren. “Uiteraard is het verschrikkelijk voor de slachtoffers. Ik heb al vele nachten wakker gelegen van de feiten die sommige mensen gepleegd hebben.”
Haar omgeving vraagt haar soms waarom ze haar tijd in gedetineerden investeert. “Het heeft me een andere kijk op de mens gegeven en ik ben milder geworden. Natuurlijk moeten we ons 100% inzetten voor de slachtoffers. Maar ook voor gedetineerden, want ook zij zullen op afzienbare termijn weer deel uitmaken van de samenleving.”
Maatschappelijke functie
Professor Vander Beken bezocht de afgelopen jaren verschillende Europese gevangenissen. De situatie in Mechelen, met het Caputsteenpark naast de gevangenis, doet hem denken aan een gevangenis die hij bezocht in het Noorse Trøgstad. “Die lag pal naast een school. Dat klinkt misschien raar voor ons, maar daar keken ze er anders naar. ‘Een gevangenis is een instelling zoals een ander’, zei de gids die me rondleidde. Daar heeft ze een maatschappelijke functie, waar ze trots op zijn. In België zien we de gevangenis als een parallelle wereld, waar we liefst zo weinig mogelijk contact mee hebben.”
In Europa zijn er zijn grote verschillen tussen gevangenissen onderling. In Frankrijk hebben penitentiaire ambtenaren – de cipiers – een bijna militaire functie, gericht op het onderdrukken van geweld. In Nederland en Scandinavië daarentegen dragen ze geen uniform en is het verschil tussen personeel en gedetineerden nauwelijks zichtbaar.
De Belgische aanpak ligt ergens daartussen. Technologie speelt een steeds grotere rol in het Belgische gevangeniswezen. De penitentiaire beambten moeten daardoor minder fysiek aanwezig zijn: via camera’s houden ze vanuit de controlekamer toezicht op de wandeling. “Dat creëert een soort Big Brother-systeem met voor- en nadelen”, zegt Vander Beken.
“Enerzijds biedt het meer veiligheid voor het personeel, anderzijds wordt het contact met gedetineerden onpersoonlijker.” Toch is de rol van de penitentiaire beambte volgens hem cruciaal. “Ze begeleiden gedetineerden niet alleen, maar zijn vooral als méns aanwezig bij iemands strafuitvoering.”
Het Belgische detentiesysteem heeft de ambitie om te evolueren naar een warmer en mensgerichter beleid. Volgens Vander Beken toont internationaal onderzoek aan dat het moment waarop mensen uit de criminaliteit stappen, samenhangt met kantelpunten in het leven en sociale verankering: ouder worden en tot inzichten komen, een partner hebben, mama of papa worden…
“In een ideale situatie zou het leven in detentie zoveel mogelijk moeten lijken op het gewone leven buiten de gevangenismuren”, zegt Vander Beken. “Vandaag worden gedetineerden volledig losgekoppeld van de maatschappij: hun sociale zekerheid vervalt, hun werk heeft geen officieel statuut en ze worden uitgeschreven op hun woonadres. Detentiehuizen bieden een alternatief. Die liggen vaak in de stad en zorgen ervoor dat gedetineerden verbonden blijven met de samenleving.”
Ook Yo Haeleydt ziet hierin een toekomst. Ze pleit voor meer structuur en zinvolle tijdsbesteding in detentie. “Ik denk vaak: die jongens zijn allemaal gezond en zitten daar gewoon te niksen. Doe daar toch iets mee.” Vander Beken deelt die visie. “De maatschappij heeft het recht om pijn te doen, nadat iemand slachtoffers en de maatschappij pijn heeft gedaan. Maar de vrijheidsberoving an sich zou de straf moeten vormen.”
Dit artikel verscheen eerder bij Stampmedia.