Dit is een gastbijdrage. Een Apache-lezer levert met dit stuk een bijdrage aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.

Wil je arbeidsduur flexibel maken, verminder eerst de werktijd

door Lieveke Norga
ACV actie
Vakbond ACV Puls voerde op 18 juni actie tegen de plannen van de regering-De Wever voor de annualisering van de arbeidstijd. (© ACV Puls)

Buiten beeld zijn er zoveel handen aan het werk. Ze maken of verzorgen. Ze stellen samen, poetsen, ze laden en lossen. Ze zweten, worden moe, maken ruzie, ze wanhopen. Als de onzichtbare hand van de markt onze arbeid alleen mag regelen, dan moeten we steeds sneller werken voor minder loon. En altijd beschikbaar zijn, fit en fris. De polsen gebonden.

Daarom organiseren de werkende handen en hoofden zichzelf al sinds de negentiende eeuw om samen hun belangen syndicaal te kunnen verdedigen. Zodat er ruimte overblijft voor vrije tijd en gezin, tijd waarover we écht zelf beschikken. Zodat werken lucratief en leefbaar blijft. En werkgevers rekening houden met de mens achter de meerwaarde creërende werkkracht.

Ook al doen we dienst als verhandelbare menselijke grondstof en zijn we geacht onze tijd te verhuren in ruil voor een inkomen, we zijn geen machines die maximaal controleerbaar, meetbaar en inzetbaar moeten zijn. Een van de historische verdiensten van die sociale strijd is de achturendag en vanaf begin van deze eeuw de 38 urenweek, als standaard. 

Wie dacht dat dit verworvenheden zijn, vergist zich helaas. Sinds de regering-Michel staan arbeidsflexibilisering en sociale deregulering hoog op de neoliberale beleidsagenda. Die centrumrechtse coalitie voerde allerhande precaire statuten in zoals flexi-jobs en sloot de vakbonden steeds meer uit.

Met de aangescherpte loonnormwet kwam de werkvloerdemocratie aan de ketting te liggen en de regering drong zelf arbeidsmarktbeslissingen op, bijvoorbeeld over de pensioenleeftijd. Zo doorkruiste ze de onderhandelingen over onderwerpen die tot de bevoegdheid van het interprofessionele overleg behoren.

Eigenlijk gaat het om een eenzijdige inbreuk op onze onderhandelingsvrijheid,die de democratische besluitvorming tussen de vakbonden en werkgevers bruuskeert, in het voordeel van de laatste. Dat is allesbehalve onschuldig want het riskeert het sociale overleg te reduceren tot een lege doos: een dienst nazorg die enkel nog de onbedoelde effecten van beleidssaneringen mag wegmasseren.

Onzekerheid, de nieuwe zekerheid?

‘Laat de mensen zelf kiezen wanneer ze willen werken’, zo klonk het in de jaren 1920 al, toen werkgevers de achturendag probeerden te omzeilen door dit dagelijks gemiddelde uit te smeren over een heel jaar. Wekte de regering-Michel met het debat over ‘de annualisering van de arbeidstijd’ dat spook terug tot leven, de regering-De Wever wil het tegen de zomer finaal doorvoeren.

Misschien lijkt het berekenen van werkuren op jaarbasis in plaats van per week slechts een boekhoudkundige aanpassing. Het klinkt mogelijks ook allemaal wat te abstract om ons er druk in te maken. In de praktijk grijpt het wetsvoorstel rechtstreeks en verregaand in op onze privétijd, onze individuele keuzevrijheid en onze collectieve tijdsbeleving. 

Een uurrooster als een ‘accordeon’? Daar zit vooral muziek in voor de werkgever. Want die mag dan de toon zetten en beslissen wanneer je moet presteren. Ook de minimumduur van drie uur valt weg, wat de deur openzet voor oproepcontracten waarbij je steeds stand-by moet staan.

De ‘versoepeling’ van de arbeidstijd? Een mooi woord voor het buigzaam moeten presteren van extra uren zonder inhaalrust of toeslag voor overuren. Dat betekent harder werken wanneer de onderneming erom vraagt, loonverlies én meer onzekerheid over jouw werkplanning. Vloeibare uurroosters zijn ook ongezond: ze doen je fysiek en psychisch leeglopen. 

En na de piekperiodes volgt dan het laagseizoen waar je ter compensatie zonder werk kan zitten. Iedere bijkomende verloning voor geleverde meerprestaties vervalt. Waardoor je weer elders mag gaan bijklussen om aan hetzelfde inkomen te geraken. Waren de flexi-jobs tot nu toe nog een vorm van precair werk in de marge, ook al ondergraven ze de beschermde arbeidsstatuten, met de invoering van de annualisering dreigt die precariteit de nieuwe norm te worden.

En dat onder het voorwendsel dat je toch zelf mag kiezen? Zo verbloemen we precariteit als een nieuwe vorm van vrijheid: je mag dan zelf jouw eigen miserie managen. Een ander pijnlijk gevolg: werknemers zullen dan hun eigen deal moeten gaan onderhandelen met de werkgever en het doorvoeren van deze individualisering is een strategie om de solidariteit van het collectieve overleg te breken.

Eerst arbeidsduurvermindering

Beleggers zullen repliceren dat geld nu eenmaal nooit mag slapen. CEO’s op hun beurt dat het hun job is om als een liberale planeconoom een crisis te bedwingen en dat ze dat doen door kosten te minimaliseren. En dus door de werkende mensen altijd maar meer te doen presteren. Alsof een bedrijf maar gezond kan draaien als de arbeidsvoorwaarden ongezond zijn. 

Maar als we willen dat mensen productief aan de slag zijn en dat ook blijven, dan moeten we juist het roer omgooien. Willen we vermijden dat ziektecijfers verder escaleren en de werkbaarheidsparameters nog verder dalen door de alsmaar toenemende stress, dan hebben we net eerst een structurele vermindering van onze arbeidsduur nodig.

Wil je de arbeidsmarktkrapte aanpakken door ook studenten en senioren te activeren, zorg dan dat ze het volhouden. Het geleidelijk aan verminderen van de vaste, wekelijkse arbeidsduur is een kwestie van sociale vooruitgang die de toegenomen productiviteit herverdeelt in het voordeel van ons allen.

Er is ondertussen al zoveel onderzoek dat aantoont dat een lagere gemiddelde arbeidsduur al dan niet in combinatie met een vierdaagse werkweek zowel positieve effecten heeft op het welzijn en welbehagen van werknemers als een positieve impact op de werkorganisatie en de productiviteit ervan. Als je als beleid de werkgevers dan toch tegemoet wil komen met fiscale verminderingen, zet dan daarop in.

Creëer eerst een kader met minder werklast, waarbinnen meer flexibiliteit een haalbare win-win kan zijn. Door de norm voor voltijdswerk te verlagen lukt het ook meer werknemers om in een voltijdse baan aan de slag te gaan waarin ze werk en privé kunnen combineren, zonder ziek te vallen. Dat kan ook zonder verhoging van de personeelskost. 

Met zo’n kader, waarbij akkoorden over arbeidsduurvermindering buiten de loonnormberekeningen kunnen vallen om ze mogelijk te maken, schep je ook de nodige onderhandelingsruimte om het sociale overleg aan te zwengelen en efficiënt maatwerk met kennis van zake per sector mogelijk te maken.

Naast deze democratische bonus is er nog een heilzaam voordeel: als werknemers naast hun noeste arbeid meer tijd krijgen voor zorg, vrijwilligerswerk en sociaal contact, dan wint de hele samenleving. Tijdswinst, de handen vrij zeg maar, als probate remedie tegen vereenzaming, verkilling en radicalisering?

2 REACTIES
Camiel Delclef — 25-06-2025 15:40:02
Mevrouw Norga,
Een eerste opmerking betreft het gebruik van het woord 'werkgever' (omdat woorden belangrijk zijn). Een eigenaar van een bedrijf 'geeft' geen werk maar hij koopt werk omdat nog altijd niet alle werk kan vervangen worden door machines en/of computers. De arbeid die door de arbeiders/bediendes verricht wordt moet compleet analoog aan de kapitalistische logica en het vrije markt denken zo goedkoop mogelijk en zo veel mogelijk zijn omdat bedrijven een zo groot mogelijke winst moeten maken.
Mijn tweede opmerking vloeit voort uit de eerste opmerking. Daarin is het woord Kapitalisme essentieel. De sociale afbraak is niet begonnen met de regering Michel, maar met de eerste oliecrisis en het aantreden van o.a. Hayek en Friedman en van Thatcher en Reagan. Dat is nu al ruim 50 jaar aan de gang en in België, traditioneel één van de meest kapitalistische landen van de westerse wereld, idd. sedert de regering Michel meer dan ooit.
Dus zijn er nu meer dan ooit sterke vakbonden en, bij uitbreiding, een sterk middenveld nodig.
Voor mij is het duidelijk dat de vakbonden eindelijk eens moeten afstappen om mee te gaan in de kapitalistische logica. Door in die logica mee te gaan slagen vakbonden er soms in om enkel de scherpe kantjes af te vijlen van de sociale neergang.
Dus probeer eens out of the box te denken en verwerp klaar en duidelijk ons kapitalistisch, neo-liberaal, op individualisme gestoeld model en doe dat samen met de andere actoren van het middenveld.
Dat daar conflicten zullen van komen is duidelijk, maar uit conflicten ontstaan radicale veranderingen.
Hugo Aerts — 29-06-2025 12:18:38
We doen inderdaad dienst als verhandelbare menselijke grondstof. Dit begrip “verhandelbare menselijke grondstof” of HR - Human Resources, vond ingang in de jaren tachtig en negentig van vorige eeuw, tijdens de opgang van het neoliberalisme. De mens als louter grondstof, middel. Daarvoor werd dit personeelsdienst genoemd, dus eigenlijk een sociale dienst ter ondersteuning van het personeel. Dit is momenteel ver zoek.
Zo is gans de maatschappij doordrongen van de neoliberale religie. Dit wordt ook bewezen door het gebruik van talloze woorden zoals stakeholders, Human Resources, flexibilisering, …. .