Festivals kiezen maatschappelijk beladen thema’s, tentoonstellingen leggen de vinger op zere plekken, kunstenaars maken harde claims tegenover landen of partijen. Wie in de culturele sector zwijgt over brandende en heikele kwesties, zal al snel het verwijt krijgen zich buiten de samenleving te plaatsen. Maatschappelijk engagement is er een evidentie.
Het sport-establishment beroept zich steevast op het idee buiten of zelfs boven de politiek te staan
Hoe anders verloopt dit in de sportwereld waar blijkbaar net omgekeerde spelregels gelden. Daar wordt politieke stellingname doorgaans gezien als een overtreding van zelf-gefabriceerde principes of ongeschreven wetten. Een voetbalteam dat weigert de nationale hymne mee te zingen uit protest tegen het niet respecteren van vrouwenrechten in het vaderland, een wielrenner die zich uit de koers terugtrekt als politiek statement tegen de schendingen van mensenrechten in het gastland of een kogelstootster die het met een stil en vreedzaam gebaar in het stadion opneemt voor de LGBTQ+-gemeenschap: het zijn acties die zelden tot applaus maar juist vaak tot sancties leiden.
Het sport-establishment beroept zich steevast op het idee buiten of zelfs boven de politiek te staan, alsof sport zich in een politiek vacuüm bevindt. Die opvatting houdt moeilijk stand, meer nog, ze lijkt zich nu ook tegen sport te keren, getuige de taferelen die we de afgelopen weken in de sport te zien kregen.
Neutraliteit als mythe
De vraag dringt zich op of sport ooit apolitiek of neutraal geweest is. De moderne Olympische Spelen zijn sinds hun ontstaan bij uitstek een (sportieve) strijd tussen naties annex hun politieke gedachtegoed, wereldkampioenschappen worden toegekend aan landen die mensen- en milieurechten met de voeten treden, regimes hanteren internationale sportwedstrijden als megafoon (propaganda), als afleider (sportswashing) of als poging tot verzoening (diplomatie): het zijn keuzes vanuit de sport die als politiek omschreven kunnen worden.
Wie zich vandaag uitlaat over de onmenselijkheden in Gaza krijgt te horen dat de koers of het stadion daar niet het forum voor zijn
Toen Rusland in 2022 buurland Oekraïne binnenviel, besloten internationale sportfederaties quasi unisono om (Wit-)Russische teams en hun atleten uit hun competities te weren. Dat was overduidelijk een politieke beslissing. Maar wie zich vandaag uitlaat over de onmenselijkheden in Gaza krijgt te horen dat de koers of het stadion daar niet het forum voor zijn. Neutraliteit blijkt dus geen principe, hoogstens een onhaalbaar ideaal, maar vooral een instrument dat selectief wordt ingezet.
De voorbije weken werd dit treffend geïllustreerd in de Ronde van Spanje. Langs het parcours doken demonstranten op tegen de deelname van het wielerteam Israel-Premier Tech. De organisatie hield evenwel voet bij stuk: politieke statements horen niet thuis in de koers. Renners zwegen, uit desinteresse of juist uit vrees voor repercussies. In een wereld waarin organisatoren, federaties maar zeker ook sponsors elk woord mee afwegen, is het vaak veiliger niets te zeggen. Zo wordt de illusie van neutraliteit overeind gehouden, maar enkel door anti-stemmen in de kiem te smoren.
Rwanda als volgende testcase?
Sinds zondag trekt het internationale wielercircus voor een week WK-plezier naar Kigali. Rwanda ambieert het Singapore van Afrika te worden, inclusief economische en innovatieve grandeur. In dat plaatje past het hosten van een prestigieus sportevenement zeer goed. Maar de politieke situatie in Rwanda en de rol die dit regime in Oost-Congo speelt, blijft verre van probleemloos. Ook daar zal de verleiding groot zijn om kritiek of lastige vragen buiten het fietsdecor te houden. Het neutraliteitsargument zal opnieuw worden ingezet, niet om sport los te maken van politiek, maar net om ongemak te dempen.
Het wringt dat er twee maten en twee gewichten gehanteerd worden: binnen de sport, maar ook tussen publieke domeinen als sport en cultuur
Het wringt dat er twee maten en twee gewichten gehanteerd worden: binnen de sport omdat de houding tegenover landen als Rusland, Israël en Rwanda verschilt, maar ook tussen publieke domeinen als sport en cultuur. Zwijgen in de cultuursector staat synoniem met het verloochenen van een maatschappelijke rol en verantwoordelijkheid, terwijl zich politiek uiten in en door sport not done is en een risico inhoudt. In cultuur wordt engagement verwacht; in sport daarentegen ontmoedigd en vaak gesanctioneerd. Die ambivalente houding is opvallend voor sectoren die grotendeels bij gratie van publieke middelen kunnen overleven en ook de aandacht van een grote massa weten te genereren.
Toch is deze discrepantie geen toeval. Het weerspiegelt hoe we cultuur en sport verschillend percipiëren en positioneren. Cultuur legitimeert zichzelf vaak via haar kritische functie: kunstenaars moeten spiegelen en confronteren. Sport daarentegen wordt voorgesteld als verbindend, een arena waar nationale trots en commercieel belang convergeren. Dat maakt de roep om neutraliteit begrijpelijk, maar tegelijk ook oneerlijk: het is geen neutraal principe, maar een sociale constructie die macht en belangen maskeert.
Onttovering van de sport
Het argument dat sport verbindend werkt, is aantrekkelijk maar verhult de realiteit. Sport verbindt vaak, maar verblindt en verdeelt even vaak. Het creëert helden en zondebokken, geeft mensen en landen een identiteit en leidt tot internationale rivaliteit. Het is dus juist bij uitstek een plek waar de politieke dimensie onvermijdelijk aanwezig is. Door te (ver)zwijgen en de politieke, vaak rauwe realiteit te miskennen houdt de sportwereld vast aan de illusie dat sport zich buiten de wereld bevindt en zich niet moet inlaten met wereldse problemen. Maar dat droombeeld wordt steeds meer doorprikt. Vandaag staat sport immers in het centrum van het maatschappelijke gebeuren. Dat impliceert ook een onmiskenbare verantwoordelijkheid.
Neutraliteit in de sport is een muilkorf die ongelijkheden en machtsposities in stand houdt
Neutraliteit in de sport is een muilkorf die ongelijkheden en machtsposities in stand houdt. Sponsors, bonden en organisatoren hebben baat bij stilte; zij halen voordeel bij een sport die enerzijds emoties oproept maar anderzijds nooit te diep snijdt. Maar sport tot louter vertier en spektakel reduceren houdt ook een bedreiging in, niet in het minst voor de sport zelf. Net omdat sport halsstarrig dissonante stemmen buiten haar territorium tracht te houden, krijgt zij hier steeds meer mee te maken.
Wordt het WK voetbal van 2022 in Qatar ook niet, of zelfs op de eerste plaats geassocieerd met de uitbuiting van arbeidsmigranten? Zal de Vuelta van 2025 niet vooral herinnerd worden als de editie van het pro-Palestijnse protest? En dreigen de Olympische Spelen van 2028 niet voornamelijk de glorificatie van het Trumpisme te worden? Kan de sport, en bij uitbreiding haar sponsors, subsidiënten en supporters, zich een negatief imago veroorloven en maatschappelijke of ethische reflex blijven wegduwen?
De vraag is dus niet of sport politiek is of niet – dat is ze altijd geweest – maar wel of de sport zich in stilzwijgendheid blijft wentelen. Wie tot politieke stilte dwingt, kiest niet voor neutraliteit, maar voor een selectief stilzwijgen. En dat is schadelijker dan welk politiek statement ook.