Een baby met een open ruggetje in een uithoek van het Amazonewoud veranderde hoe Daan Van Brusselen de taak zag die voor hem in de geneeskunde was weggelegd. De moeder van het kindje bij wie een zak met hersenvliezen uit de rug puilde, was te voet uren onderweg geweest van haar dorp naar het kleine ziekenhuis in het woud waar de Antwerpse kinderarts in 2012 meedraaide. Een collega opperde dat dit diepe leed wel eens veroorzaakt kon zijn door vervuiling met zware metalen, afkomstig van de bij haar dorp gelegen mijnen en olieontginningen.
“Er zal nooit op een overlijdensakte staan: dit kind stierf aan lucht- of metaalvervuiling”
Sindsdien focust Van Brusselen zich op de impact van het milieu op de allerjongsten. Hij werkte jarenlang in het buitenland voor Artsen Zonder Grenzen en Dokters van de Wereld en tekende zijn ervaringen op in het onlangs verschenen Dagboek van een kinderarts zonder grenzen. Ondertussen is de reislustige kinderarts gesetteld in Antwerpen, waar hij diensthoofd kindergeneeskunde is in het ZAS Vincentius-ziekenhuis. In zijn boek staaft hij de effecten van milieuvervuiling met tal van indringende verhalen en onthutsende cijfers. Zo sterven er wereldwijd driemaal zoveel mensen aan milieuverontreiniging dan aan malaria, hiv en tuberculose samen. Het aantal doden door vervuiling is bijna net zo groot als door kanker. Maar waar die ziekte op een overvloed aan onderzoeksgeld en media-aandacht kan rekenen, komt milieuvervuiling er bekaaid af.
“Er zal nooit op een overlijdensakte staan: dit kind is overleden door lucht- of metaalvervuiling”, verklaart Van Brusselen in een koffiebar in Borgerhout. “Wel: door leukemie, een longontsteking of diarree. Maar achter die directe doodsoorzaak kan milieuvervuiling liggen. Dat zijn zaken die je uit grote, epidemiologische studies kan halen, maar in een individueel geval niet met zekerheid kan aanwijzen.”
Groen kolonialisme
Een niet te miskennen verband tussen prenatale blootstelling aan metaalvervuiling en geboorteafwijkingen legde de arts in 2020 bloot in het gezaghebbende tijdschrift The Lancet Planet Health. “We hebben kunnen aantonen dat mijnwerkers vijf keer meer kinderen met aangeboren afwijkingen hebben in de Lubumbashi-regio in Zuid-Congo, waar veel metaalmijnbouw is”, zegt Van Brusselen. “Als je in die mijnen meer water zou vernevelen zodat het stof blijft liggen en mensen zouden hun overall niet mee naar huis nemen zodat ze hun zwangere vrouw niet besmetten, zou je heel wat problemen kunnen vermijden.”
Dat die metalen bestemd zijn voor onze gsm’s en elektrische auto’s ziet de kinderarts als een staaltje groen kolonialisme. “In een land waar wij als Belgen een belangrijke verantwoordelijkheid hebben door de manier waarop onze voorvaderen daar huisgehouden hebben, worden mensen blootgesteld aan allerlei troep om onze leefkwaliteit te verbeteren. We moeten af van fossiele brandstoffen, elektrificatie blijft het doel. Maar het is wel onze verantwoordelijkheid om te zorgen voor meer transparantie over waar die metalen vandaan komen en hoe ze gedolven worden.”
Het kan echt anders, gelooft Van Brusselen. “In Australië heb je ook grote mijnen. Daar zijn veel minder gezondheidsproblemen zoals hartafwijkingen, schildklierproblematiek en erectiestoornissen die mijnbouwers vaak rapporteren op plekken waar geen maatregelen worden genomen.”
“Europa zet een stap terug, maar de bewustwording is er wel”
Het zijn vaak Chinese ondernemingen die kobalt en andere metalen uit Afrika opkopen. Westerse computerbedrijven en autobouwers zoals Apple en Tesla kopen ze dan weer uit China. “Zij zeggen: wij hebben het uit China gehaald en het is proper, terwijl het bloedkobalt er wel inzit. Ik denk dat Europa veel strikter kan toezien op de aanvoerketen en eisen dat er aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan.”
Feitelijk verzwakt de EU de maatregelen voor meer ketentransparantie de laatste tijd. Ook de invoering van de wet die ontbossing moet tegengaan is opnieuw opgeschort. “Ik ben nogal een optimist van aard”, zegt Van Brusselen. “Het is misschien een processie van Echternach, maar de bewustwording is er wel. Die ontbossingswet is nu even uitgesteld omdat ze het zogenaamd met de satellieten nog niet voldoende in kaart kunnen brengen, maar geleidelijk aan gaan we wel in de goede richting.”
Drie keer per week afstoffen
Metaalvervuiling lijkt een ver-van-ons-bedshow maar speelt zeker ook in het Westen een rol. Wereldwijd hebben circa vier op de tien kinderen te veel lood in hun bloed. Ook Antwerpen heeft een “stevig probleem”, noteert Van Brusselen. “Het is natuurlijk relatief”, erkent hij. “In Nigeria heb je in de Zamfara-regio een heel hoge blootstelling. Daar krijgen kinderen epileptische aanvallen en overlijden ze zelfs aan loodvervuiling. Maar ook hier zien we waarden in de bodem die te hoog liggen, zeker voor zwangere vrouwen en kinderen. Dat leidt tot bloedarmoede en een vertraagde cognitieve ontwikkeling. De jaren waarin je hersenen zich ontwikkelen zijn cruciaal. Met de cognitieve mogelijkheden die je daarin meekrijgt, moet je de rest van je leven verder.”
Van Brusselen liet zelf een staal nemen uit de tuin van zijn Antwerpse rijhuis. “Onze waarden waren twee keer de saneringsnorm, de waarde waarboven grond eigenlijk gesaneerd moet worden, zowel van lood als zink. Er was een bodemattest dat alles in orde was, maar niemand had het ooit gemeten. De overheid geeft dan als advies: je moet gewoon je kind onder de douche zetten als het binnenkomt uit de tuin en als je je ramen geregeld open laat staan, moet je drie keer per week afstoffen, zodat er geen loodhoudend stof in je huis ligt. Dat is niet de oplossing. Er moet meer gezocht worden naar de bronnen en de overheid moet die sterker aanpakken.”
Het is een mantra in Dagboek van een kinderarts zonder grenzen: gezondheidsproblemen door milieuvervuiling zijn onderschat en onderbelicht en de overheid doet er veel te weinig aan. Van Brusselen schetst een huiveringwekkend palet van vormen van milieuvervuiling die tot gezondheidsproblemen kunnen leiden. PFAS, pesticiden en microplastics die we via voedsel binnenkrijgen. Virussen die van dier op mens overspringen doordat het leefgebied van dieren verkleint. Metalen die de bodem, het drinkwater en de lucht vervuilen. Klimaatverandering die oogsten doet mislukken en tot hongersnood leidt. Het zijn allemaal problemen die we veel ernstiger moeten nemen dan overheden doorgaans doen, vindt hij.
“Luchtvervuiling is veruit de belangrijkste vorm van milieuvervuiling die ziekte bij kinderen in de hand werkt”
Eentje steekt er voor hem bovenuit. “Luchtvervuiling is veruit de belangrijkste vorm van milieuvervuiling die ziekte bij kinderen in de hand werkt”, zegt Van Brusselen. “We hebben zelf studies gedaan waarin we zien dat kinderen die wonen of naar de crèche gaan in straten waar veel luchtvervuiling is, meer kans hebben om in het ziekenhuis opgenomen te worden met luchtweginfecties. In steden als Kinshasa (DR Congo) of Port-au-Prince (Haïti) speelt het nog meer omdat er minder milieumaatregelen zijn dan bij ons. Daar is de lucht soms zwart van het roet. Bovendien heb je in het Globale Zuiden veel vervuiling van de binnenlucht. Mensen koken vaak op kolen of kerosine. De slachtoffers zijn meestal moeders en kinderen.”
Gent geeft het goede voorbeeld
In België is vooral winst te halen door het verkeer in te tomen. “Gent doet het een stuk beter met het circulatieplan dan Antwerpen met de lage-emissiezone”, vindt de arts. “De stikstofdioxidewaarden die direct gerelateerd zijn aan longfunctieontwikkeling zijn er nog een stuk lager dan in Antwerpen. Dat komt onder meer doordat je niet alleen de meest vervuilende auto’s weert, maar ook het totaal aantal auto’s flink vermindert.”
In zijn boek prijst Van Brusselen Ringland, de burgerbeweging die de Antwerpse ring wil overkappen, als “een revolutie van onderuit”. In 2017 wist de beweging een akkoord met de overheden te sluiten over de volledige overkapping van de ring en een modal shift in Antwerpen waarbij het aandeel van de verplaatsingen te voet, per fiets of met het openbaar vervoer tot 50% zou stijgen tegen 2030. Of alle beloften zullen uitkomen, is bijna tien jaar later steeds meer de vraag.
“Het zal zeker niet een volledige overkapping zijn, de positieve gezondheidseffecten zullen beperkter zijn”, erkent Van Brusselen. “Maar het is wel belangrijk dat het gaat gebeuren bij het noordelijke stuk van de ring waar veel bevolkingsgroepen wonen die momenteel vaak al een mindere gezondheid hebben. Dat maakt het extra belangrijk dat je deze groepen niet aan luchtvervuiling blootstelt en ze groene ruimte geeft. Het is aangetoond dat kinderen van contact met groen minder makkelijk allergieën en astma ontwikkelen. Het is niet de grote revolutie die men verhoopt had, maar het is wel een mooie samenwerking van burgers en politiek.”
“Kinderen die al vroeg met PFAS in aanraking komen, hebben in de eerste jaren meer infecties, ontwikkelen puberteitsstoornissen en reageren minder goed op vaccinaties”
Dan is er nog het pijnlijke feit dat de Scheldetunnel wordt gegraven in gebied dat sterk met PFAS is vervuild. “Het heeft heel de PFAS-problematiek losgewoeld”, zegt de positief ingestelde Van Brusselen. “Daarvoor werd er in de pers nauwelijks over gesproken. Naast de zaken die we al wisten zoals een verband met nier- en teelbalkanker weten we uit een aantal studies nu ook dat kinderen die al vroeg met PFAS in aanraking komen in de eerste vier jaar meer infecties hebben, puberteitsstoornissen ontwikkelen en minder goed reageren op vaccinaties. Dat is heel verontrustend, zeker als je weet dat die stoffen overal in ons leefmilieu aanwezig zijn”, voegt hij toe. “Die komen van de industrie in de haven, van alle brandweeroefenterreinen waar ze vroeger veel gebruikt werden en niet in het minst van voedselverpakkingen, zoals zo’n moesje dat onder de zalm ligt. Onze voeding wordt gecontamineerd met PFAS, terwijl we weten dat het al van zeer vroeg effecten heeft op kinderen.”
De overbuurman van Van Brusselen is journalist Dirk de Bekker, van wie zopas het boek Het pesticidenparadijs is verschenen. Dat brengt in kaart hoe de regelgevende instanties systematisch falen in het aan banden leggen van bestrijdingsmiddelen die het milieu en de volksgezondheid bedreigen. Het is een thematiek die ook de kinderarts verontrust.
“In bepaalde pesticiden is ook PFAS aanwezig”, zegt hij. “Vooral in West-Vlaanderen met de aardappelteelt lijken we met een enorm probleem te zitten. De waarden in het drinkwater zijn daar heel hoog. Wat zegt de minister dan? We verhogen de norm tijdelijk, want de boeren kunnen niet zonder. Het is compleet absurd dat je de bescherming van de economie boven de gezondheid van kinderen stelt. Dat TINA-verhaal – There Is No Alternative – hoorden we in Frankrijk ook bij de wijnbouw”, vertel Van Brusselen. “In bepaalde streken krijgen boeren een boete als ze een bepaalde pesticide niet gebruiken omdat anders het risico zou bestaan dat plagen overspringen naar aanpalende landerijen. Intussen is de biowijnbouw in tien jaar tijd van 9% naar 22% gegaan. Het kan dus duidelijk wel. Voor omschakelende boeren heeft het wel wat voeten in aarde en het is aan de overheid om zaken te reguleren, maar het is wel belangrijk dat kinderen zo weinig mogelijk worden blootgesteld aan stoffen die gevolgen kunnen hebben voor de rest van het leven.”
Van Brusselen wijst ook op de snelle toename van de ziekte van Parkinson. “Bij muizen zien we dat bepaalde pesticiden die zones van de zwarte kern in de hersenen aantasten die met Parkinson te maken hebben. In Frankrijk wordt het al als beroepsziekte erkend bij landbouwers. Bij kinderen weten we al dat als het wijnbouwareaal 10% toeneemt je 4 à 10% meer leukemie krijgt. Dan moeten we veel strenger zijn in de toelatingsprocedures en ook kijken naar cocktaileffecten. De bewijslast moet omgedraaid worden. Nu mag een stof op de markt komen als niet zwart-op-wit is aangetoond dat deze schadelijk is. Het zou moeten zijn zoals bij een geneesmiddel: pas als je hebt aangetoond dat het echt veilig is, mag het op de markt komen.”
Met lede ogen ziet de kinderarts aan dat het hoekje biologische groenten in de supermarkt vaak heel beperkt is. “Dan zit er vaak ook nog plastic omheen. Absurd. Je zou plastic met een doodskop erop beter om de niet-biologische groenten doen, want daar zitten pesticiden in. De supermarkten zouden biologische groenten meer en prominenter kunnen aanbieden. Dan krijg je meer verkoop en gaat de prijs ook dalen. Als je kinderen meer biologische en plantaardige voeding aanbiedt, krijg je minder kap van de bossen in het Amazonegebied, blijft er meer koolstof in de grond en krijg je minder klimaatopwarming.”
‘Koppelkansen’
“Je zou plastic met een doodskop erop beter om niet-biologische groenten doen, want daar zitten pesticiden in”
Van Brusselen noemt het koppelkansen: eenvoudige maatregelen die meerdere positieve effecten op lokaal en globaal niveau tegelijk hebben. “Als je je inzet voor leefstraten en deelauto’s in jouw buurt, doe je globaal iets tegen klimaatverandering, maar zorg je tegelijkertijd lokaal ook dat er minder kinderen in het ziekenhuis belanden.”
De arts presenteert in zijn boek heel wat somber stemmende feiten en pijnlijke verhalen, maar wil ook hoop bieden door te wijzen op kansen die voor het grijpen liggen en positieve ontwikkelingen die al aan de gang zijn. Zoals het gegeven dat het bosareaal in Costa Rica verdubbeld is. “Daar hebben ze ook enorm ingezet op een energietransitie in de steden en op een andere mobiliteit”, zegt hij enthousiast. “Zulke hoopgevende zaken moeten we zeker meenemen. Begin jaren 90 waren er elk jaar nog twaalf miljoen kinderen onder de vijf jaar die overleden, nu zitten we aan vijf miljoen door betere vaccinatie, hygiëne en zorg. Er gaan ook veel meer meisjes naar school. Maar er blijft een problematiek op het vlak van gezondheid van kinderen die gigantisch onderbelicht is en die veel te weinig wordt aangepakt: vervuiling.”
Ook daar liggen gouden kansen. Want als de levensverwachting in rijke landen in de afgelopen eeuw met dertig jaar is gestegen, is dat voor meer dan 80% te danken aan preventie, niet aan betere behandelingen. “Mensen denken dat we ouder worden door betere dokters en ziekenhuizen”, zegt Van Brusselen.
“Maar de cijfers tonen iets anders aan. We steken heel veel geld in behandeling en veel te weinig in preventie. Voor elke euro die je aan preventie besteedt, krijg je er vier terug die je later niet in behandeling hoeft te stoppen. Maar dat is voor politici altijd moeilijk, want die 4 euro komt pas later terug, niet in hun regeerperiode. In de jaren 70 zag je overal reclames voor dokters die rookten. Dat vinden we nu absurd. Over twintig, dertig jaar trekken mensen wellicht grote ogen als ze horen wat we nu allemaal toestaan aan verkeer in de stad en pesticiden die we in de omgeving van onze kinderen pompen.”
Dagboek van een kinderarts zonder grenzen van Daan Van Brusselen verscheen in oktober bij Borgerhoff Lamberigts.