Krantenmarkt in Franstalig België wordt quasi-monopolie

door Quentin Noirfalisse, Olivier Bailly
Ballonnen met verschillende kleuren verdringen elkaar.
In 2020 bestonden er nog drie Franstalige persgroepen met dagelijkse publicaties: Rossel, IPM, Éditions de L'Avenir. Later dit jaar zal er nog maar één overblijven. (Illustratie: © Gabri Molist CC BY-NC-ND)

Zesde verdieping in de gebouwen van de Rossel-groep, aan de Koningsstraat in Brussel. Bernard Marchant heeft grijs haar en een gebronsde teint. Hij arriveert zonder aantekeningen, zonder assistent – die heeft hij niet nodig. Digitale strategie, positionering in de reclamesector, bedrijfswaarden, familieverhalen... De algemeen directeur kent zijn groep door en door. En ook bij het laatste dossier, de zeer waarschijnlijke overname van IPM door Rossel, aarzelt hij niet.

Of Marchant weet wat hij precies overneemt? “In feite is het alles, behalve radio en tv.” Dat wil zeggen dat L'Avenir, La DH, La Libre, Paris-Match Belgique, Moustique en Télé Pocket samen met Le Soir, Sudinfo, Soir mag, Ciné-Télé-Revue, Vlan, GrenzEcho, RTL (50%) en L'Écho (50%) verdwijnen in de portefeuille van Rossel. Op termijn gaat het over 94% van het lezerspubliek van de Franstalige Belgische pers.

In 2020 bestonden er nog drie Franstalige persgroepen met dagelijkse publicaties: Rossel, IPM en Éditions de L'Avenir. Later dit jaar zal er nog maar één overblijven.

Een monopolie, zeg je? De officiële aankondiging in juni 2025 had het eerder over “het bundelen van de krachten” van de twee groepen. Maar in realiteit wordt IPM opgeslokt, en zal het slechts 10% van de aandelen in het Rossel-imperium bezitten. Op woensdag 17 december werd de ondertekening van de fusieovereenkomst tussen Rossel en IPM bekendgemaakt aan het personeel van de IPM-groep.

Een korte geschiedenis

Wat is Rossel? In de eerste plaats de naam van een familiegroep (Rossel Invest) die 49 miljoen euro winst boekte in 2024 en die de partners binnen de familie 3,9 miljoen euro ‘uitkeerde’.

Voor Rossel begon het allemaal met Le Soir, maar Le Soir, dat is niet Rossel. De krant is slechts het uithangbord van de groep

Maar Rossel staat vooral voor een groep van 98 bedrijven in België, Frankrijk en Luxemburg met een omzet van 601 miljoen en 2.500 werknemers (15 bedrijven zijn niet opgenomen in de jaarrekening van 2024, red.). Rossel is eigenaar van vastgoed- en communicatiebedrijven, bouwt callcenters in Luxemburg, en ontwikkelt applicaties van San Francisco tot Tokio, met een omweg via Bangalore. Maar de kernactiviteit blijft journalistiek. Want twee derde van die 98 bedrijven zijn media en perstitels.

Het meest iconische van deze “merken”, zoals Marchant ze noemt, is het dagblad Le Soir – waarmee het allemaal begon. De krant werd in 1887 opgericht door Emile Rossel. Zijn zoon Victor leidde de krant tot aan zijn dood in 1935. Na hem nam Marie-Hélène, kleindochter van Emile, de leiding over en zorgde voor groei.

In 1952 verwelkomde ze een neefje met wie ze een heel hechte relatie had, Robert Hurbain. Hij stond tot 2001 aan het hoofd. Na zijn dood nam zijn stiefzoon, Bernard Marchant, over. Hij staat nog steeds aan het roer van de groep.

Rossel debuteerde met Le Soir, maar Le Soir, dat is niet Rossel. De ‘kwaliteitskrant’ is slechts het uithangbord – erachter volgt een stoet van regionale of gratis bladen, populaire lokale radio- en tv-stations. Rossel breidde zich in België uit door verschillende regionale namen op te kopen die nu zijn samengebracht onder de merknaam Sudinfo. Daarna spreidde ze zich als een olievlek over Noord-Frankrijk.

Franse stemmen

De overnametocht startte in 1996, toen er zich een kans aandiende in Rijsel: in het kader van een “natuurlijke diversificatie” – zoals de toenmalige secretaris-generaal Paul-Henry Fally het noemde – kon Rossel zich inkopen bij het boegbeeld van de regionale dagbladen, La Voix du Nord. 

In 2005 nam de groep volledig de teugels over bij La Voix, als een kabeljauw die een potvis naar binnen werkte. Rossel kreeg er in een klap 1.700 werknemers en 240 miljoen euro omzet bij. “Frankrijk, dat was eerder een kans dan een strategische visie”, herinnert Marchant zich. Het pakket La Voix du Nord bestond uit 300.000 verkochte dagbladen, bovenop Nord Éclair in Roubaix, Nord Littoral in Calais en als bonus de krantengroep Le Messager uit Savoye.

“We wisten van Rossel dat ze niet erg interventionistisch waren”, vertelt een bron bij La Voix du Nord. “Ze keken naar de omzet, punt. Dat stelde ons gerust”

Op de redactie van La Voix du Nord werd de komst van de nieuwe Belgische baas met twijfel en opluchting begroet. “We gingen van een bedrijf dat door journalisten beheerd werd naar een bedrijf waar de aandeelhouders het voor het zeggen hadden”, vertrouwt een gepensioneerd journalist ons toe. “We hadden in slechts vier jaar, voor de komst van Rossel, drie buy-outs meegemaakt. Na Serge Dassault (van het gelijknamige wapenbedrijf, red.), kon het alleen maar beter worden.”

Toen Rossel arriveerde, werd ze voorafgegaan door de reputatie van Le Soir. ”Dat stelde ons gerust na de ervaring met Dassault, die meteen toen hij hoofd van de groep werd al een editorial wilde schrijven. Van Rossel begrepen we duidelijk dat ze niet erg interventionistisch waren. Dat ze naar de omzet keken, punt. We waren het tijdperk van financiers ingegaan.”

Net als elke baas vraagt het management dat zijn bedrijven winstgevend zijn. Maar Bernard Marchant en Rossel verdedigen dat in naam van ‘de onafhankelijkheid’ van hun publicaties, en niet zomaar als een manier om winst te maken.

Bij Rossel heb je een beetje van alles. Kwaliteitsnieuws van centrumlinks en centrumrechts. Populaire, soms populistische berichten, lokaal nieuws en celebrity’s. De leidinggevenden bij Rossel zijn slim genoeg om de editoriale keuzes aan de redacties over te laten. Le Soir onthulde bijvoorbeeld dat de groep werd genoemd in de LuxLeaks-affaire in Luxemburg in 2018. 

De gratis pers

Hoe meer Franse regionale media Rossel oppeuzelde, hoe groter de honger werd. “Het was belangrijk om een groter deel van het grondgebied te bestrijken”, zegt Bernard Marchant. “Ik denk niet dat er een buy-outoptie bestaat voor regionale krantengroepen die we niet hebben bestudeerd.” 

Dat lijkt te kloppen. In 2008 koopt Rossel de Courrier Picard. Vervolgens verwerft Rossel in 2012 L'Union, in Reims, en een set van andere bladen uit de regio, die allemaal eigendom waren van de Hersant-groep. En in 2020 is Paris Normandie aan de beurt, na een felle strijd in de rechtbank om het bod goedgekeurd te krijgen. Er vallen bij de overname zestig ontslagen.

Bernard Marchant (ceo): “Rossel verwerft een asset vanwege zijn economische waarde en niet vanwege zijn invloed. Aan dat soort spelletjes doen we niet mee”

Tegenwoordig is Rossel de op twee na grootste regionale persgroep van Frankrijk. “De grote groepen in Frankrijk worden eerder geleid door magnaten uit andere sectoren”, verklaart Bernard Cools, die als media-expert lesgeeft aan de Katholieke Universiteit van Louvain-la-Neuve (UCL). “Rossel is een aandeelhoudersgroep met media als hoofdactiviteit. Dat is niet de norm in Frankrijk.”

Het is waar dat Rossel zich nooit op het terrein van de grote Parijse kranten heeft gewaagd. Ze kochten hoogstens twee titels uit de Lagardère-groep: Première en Psychologie. In 2014 overwoog de groep een overname van het financiële dagblad Les Échos, maar waagde de sprong niet. “Rossel verwerft een asset vanwege zijn economische waarde en niet vanwege zijn invloed”, rechtvaardigt Marchant. “Aan dat soort spelletjes doen we niet mee.”

Een terrein waarop Rossel wél graag speelt, is dat van de gratis pers. Dat zit in het DNA van de groep. Betaald door advertenties kostte Le Soir in 1887 geen frank. Ook in de eenentwintigste eeuw vindt Rossel de gratis pers nog steeds leuk.

Ze investeerden bijvoorbeeld in de gratis krant Metro (die niet meer bestaat) en bezitten zondagskrant 7Dimanche. In 2015 kochten ze de aandelen in 20 Minutes, het bekende gratis Franse magazine, over van een Noors bedrijf. Ze bezitten nu de helft. Destijds stond 20 Minutes in de top drie van Franse media met het grootste bereik.

Maar vandaag is het concept op sterven na dood. “Het was een nogal dynamisch model, en het haalde ongeveer 9% van de investeringen in publiciteit in de jaren 90”, legt Bernard Cools uit. “Meer dan elders zit de gratis pers in België vandaag in het verdomhoekje.”

Niet betalen voor een krant, doet Rossel het lezerspubliek zo niet wennen aan gratis nieuws? Voor Bernard Marchant is het puur industriële logica: de rotatiepersen van de groep werden afgeschreven door 's nachts dagbladen te drukken en overdag gratis publicaties.

”Dit is precies wat we vanaf het begin van de jaren 2000 heel snel digitaal hebben opgezet: de creatie van een doelpubliek dat via dat gratis nieuwe medium klant wordt. En eens het publiek is geconsolideerd, financieren we de media via advertenties en abonnementen.”

Ballon neemt alle ruimte tussen twee huizen in.
De overnametocht van Rossel startte in 1996, toen het zich kon inkopen bij het boegbeeld van de regionale dagbladen, La Voix du Nord. (Illustratie: © Gabri Molist CC BY-NC-ND)

Fusie, een reden tot paniek?

Rossel slokt al zestig jaar mediatitels op. Waarom is er dan zoveel opwinding over de fusie met IPM? Het overnemen van Le Phare dunkerquois kan je nu eenmaal niet vergelijken met het uitgeven van bijna alle dagbladen in Franstalig België.

De Belgische Mededingingsautoriteit (BMA) buigt zich over de IPM-Rossel-fusie

Zijn we van synergie, via rationalisatie en concentratie, op weg naar een de facto monopolie op de markt van de regionale kranten? Momenteel buigt de Belgische Mededingingsautoriteit (BMA) zich over de IPM-Rossel-fusie – eind maart neemt ze een besluit. De BMA onderzoekt monopolies en machtsmisbruik om ervoor te zorgen dat de concurrentieregels op de markt werken. Sinds augustus overlegt en bespreekt het BMA met Rossel om voorwaarden uit te werken die de fusie zullen omkaderen. Dat het zolang duurt, kan een bewijs zijn dat het er niet zozeer om gaat de fusie te valideren (het tegendeel is onwaarschijnlijk), maar om de beperkingen te evalueren die aan de nieuwe groep moeten worden opgelegd.

“Onze analyse is vooral economisch”, stelt Damien Gérard, auditor-generaal bij het BMA. “Leidt de fusie tot een aanzienlijke beperking van daadwerkelijke concurrentie? Er zijn vier parameters om deze vraag te beantwoorden: prijs (gaat die de hoogte in?), kwaliteit, productie en innovatie (verminderen deze drie factoren bij de fusie?).”

Twee visies staan lijnrecht tegenover elkaar voor het BMA-panel. De eerste gaat ervan uit dat de fusie geen probleem vormt voor pluraliteit en concurrentie, omdat de markt voor nieuws en reclame nu wereldwijd is. Dit is de positie van Rossel. Voor de groep zijn haar concurrenten niet langer de lokale radio van Waremme, maar de digitale reuzen – Google en Facebook op kop – die hun platforms volpompen met allerhande publiciteit.

Volgens die visie verandert de groep van een Waalse reus in een globale dwerg. De uitdaging zou er dan vooral in bestaan om zijn plaats in de digitale ruimte te vinden. En die is groot. Volgens Le Vif zou het aantal digitale abonnees, nu 150.000 via alle kanalen, moeten opgetrokken worden tot 400.000 om levensvatbaar te zijn. Rossel is ook van plan een Netflix voor de Belgische pers te creëren.

De andere visie gaat niet mee in dat verhaal. De Franstalige Vereniging van Beroepsjournalisten in België (AJP) ziet vooral Wallonië en Brussel als afzetmarkt voor nieuws, niet de hele planeet. Met deze fusie zullen de regio's – en de democratie – de verliezers zijn wanneer de IPM-titels in Rossel opgaan, omdat een belangrijke, dagelijkse leverancier van lokale informatie hiermee verdwijnt. En dan hebben we het niet eens over mogelijk banenverlies.

In Wallonië en buiten de grote steden zijn er twee media in de geschreven pers die de gemeenten bedienen: Sudinfo (waaronder La Province, Nord Éclair, La Meuse – allemaal eigendom van Rossel) en L'Avenir (voorheen eigendom van IPM). Bij de fusiezal L'Avenir klappen krijgen. Bernard Marchant maakt er geen geheim van. “L’Avenir verkeert financieel in slechte papieren, en dus moeten er maatregelen worden genomen.” Tegenover L’Avenir stelt hij het succes van Sudinfo, dat erin geslaagd is zichzelf opnieuw uit te vinden.

Het succes van Sudinfo is gebaseerd op onweerstaanbare titels en de jacht op ‘kliks’

“Sinds 2001 is Sudinfo een winstgevend, dynamisch bedrijf dat erop vooruitgaat. Het is de bedoeling dat L'Avenir in dit DNA van succes en prestaties gaat passen.” Een model dat ook gebaseerd is op onweerstaanbare koppen en de jacht op ‘kliks’. In 2023 en 2024 had Sudinfo het hoogste aantal klachten bij de Raad voor Journalistieke Ethiek (CDJ) achter zijn naam staan: van de elf ingediende klachten bleken er zeven gegrond of gedeeltelijk gegrond te zijn. Zes van de zeven gingen over “voorpaginanieuws op het medium dat als misleidend werd beschouwd, inbreuk maakte op de rechten van mensen of hen stigmatiseerde”. Zal Marchant L'Avenir vragen hetzelfde Sudinfo-model te volgen, om redenen van winstgevendheid?

Copy paste

Als L’Avenir eenheidsworst brengt, kunnen regionieuws, sport en cultuur voor een hele resem publicaties door een heel klein team van journalisten worden behandeld. De doorgedreven rationalisatie op de redacties van de twee groepen over deze onderwerpen zal waarschijnlijk in een stroomversnelling terechtkomen.

Wat de cultuurpagina's betreft heeft IPM niet gewacht op de fusie om kosten te besparen. Nu al kun je hetzelfde interview met een kunstenaar vinden in La Libre, La DH, L'Avenir en Moustique. En in de toekomst?“We zijn daarin al doorgeschoten”, meent Stéphane Tassin, voorzitter van de journalistenvereniging bij La Libre. “Het is een verarming. Het zou onzinnig zijn om zo door te gaan.”

Ricardo Gutiérrez, secretaris-generaal van de Europese Federatie van Journalisten (EFJ), werd door het BMA gevraagd naar zijn mening over de fusie. Hij citeerde een Belgisch nationaal rapport waarin werd gewaarschuwd dat België in Europa op de tweede plaats staat inzake risico’s op het vlak van diversiteit bij informatieverstrekkers. Voor het Franstalige landsdeel voegde hij eraan toe dat “de geschreven pers maar twee hoofdrolspelers telt: de Rossel-groep en IPM.” Benieuwd wat ze daarover zullen zetten in het rapport van 2026. 

Ricardo Gutierrez (EFJ): “Nu al heeft België van alle Europese landen het op een na hoogste risico inzake diversiteit bij informatiebronnen”

Op termijn zal deze samenwerking over de redacties heen ook tot een afbouw van het personeelsbestand leiden. Eerst zijn onafhankelijke journalisten de klos. De AJP schat dat van de 579 freelance journalisten die actief zijn in de Federatie Wallonië-Brussel, er minstens 400 voor IPM of Rossel werken.

Daarna zijn het de ondersteunende functies en banen die in vraag zullen worden gesteld. Vooral bij L'Avenir. “We zitten in de meest oncomfortabele positie”, bevestigt Emmanuel Wilputte, liberale vakbondsvertegenwoordiger bij L'Avenir. “Onze situatie is niet rampzalig, maar de vooruitzichten zijn dat wél. De krantenverkoop gaat achteruit, digitale technologie vindt zijn financieel model niet, de reclame verdwijnt, de productieprijzen stijgen. Met of zonder fusie is er een probleem op lange termijn voor de dagelijkse pers.”

Hoe zal men aankijken tegen de journalisten van L'Avenir in 2026? Om hun toekomst te voorspellen, kunnen we kijken naar het gedrag van de Rossel-groep in Frankrijk de afgelopen jaren.

L’Avenir op de schop?

Wanneer de IPM-Rossel-fusie wordt goedgekeurd, zullen L'Avenir en zijn lokale edities het zwaarst getroffen worden door ontslagen en rationalisatie. De krant is verlieslatend en het aantal journalisten vertegenwoordigt meer dan de helft van het personeelsbestand van IPM.

Bovendien hebben de opeenvolgende buy-outs (door Corelio, Nethys en IPM in 2020) gemaakt dat er jarenlang te weinig is gebeurd op het vlak van digitale ontwikkeling. Het personeel wordt nu kop van Jut. L'Avenir kreeg in 2018 al een sociaal plan te verwerken. Dat jaar vertrokken 42 personeelsleden op vrijwillige basis en vielen er drie naakte ontslagen.

Een tweede besparingsronde zal niet van een leien dakje lopen. “We zullen niet aanvaarden dat er aan de lopende band ontslagen vallen”, waarschuwt délégué Emmanuel Wilputte (CGSLB). De overnames hebben de vakbondsstrijd binnen L'Avenir verhard. Binnen Rossel, waar het baken van lokaal nieuws Sudinfo niet eens een vorm van vakbeweging heeft, zal deze cultuur afgekeurd worden.

Digitalisering en sociale plannen

Op donderdag 3 oktober 2024 valt de bijl bij La Tribune Républicaine, die Valserhône en omgeving bestrijkt in het departement Ain, tussen Genève en Lyon. Het sociaaleconomisch comité van de groep Le Messager, eigendom van Rossel, kondigt aan dat het weekblad binnen de vier weken wordt stopgezet en dat de drie werknemers ontslagen worden. De top van Rossel stuurde geen afscheidsbericht naar de journalisten.

“Aan 125 jaar geschiedenis kwam binnen een maand een einde, en de manier waarop was brutaal”, getuigt een voormalig journalist van de groep. Op vijf jaar tijd waren de verkopen en abonnementen van deze dwerg binnen Rossel van 2.136 teruggevallen tot 1.602. “Volgens studies werd elke krant vier keer gelezen”, zegt deze voormalige werknemer.

Bijna 6.500 mensen lazen dit weekblad, op een bevolking van 22.000 inwoners. Je kunt moeilijk beter doen. “Veel ouderen waren al eeuwen abonnee”, vervolgt onze gesprekspartner. “Ze wachtten elke donderdag ongeduldig op de krant om op de hoogte te blijven van het nieuws uit de stad in het centrum.”

Een ding is glashelder in de woorden van de Rossel-baas: een onrendabele krant is een krant die rendabel moet worden. En als de achteruitgang zich doorzet, sluiten de deuren

In een afscheidsartikel somt La Tribune Républicaine de redenen voor de sluiting op: “Erosie van het lezerspubliek, daling van de advertentie-inkomsten [...], stijging van de kosten van grondstoffen.” Een krant die verdwijnt is een stukje van de democratie dat verloren gaat, schrijft de redacteur. “De regio krijgt sindsdien niet veel media-aandacht”, besluit een journalist.

Het weekblad slaagde niet in zijn digitale transitie. Het proces is ook in België onvermijdelijk na het einde van de goedkope bedeling aan abonnees door Bpost, maar Bernard Marchant erkent dat “we niet met dezelfde snelheid migreren van print naar digitaal in een grootstedelijk of in een landelijk gebied”.

Een ding is glashelder in de woorden van de Rossel-baas: een onrendabele krant is een krant die rendabel moet worden. En als de achteruitgang zich doorzet, sluiten de deuren. “We moeten voorzichtig zijn met het waarborgen van levensvatbaarheid, als het risico bestaat volledig te verdwijnen. We onderschatten compleet wat er macro-economisch speelt met betrekking tot de platforms: ze hebben alle advertenties die lokale media ondersteunden weggekaapt.”

Ballon wordt in vier vakjes groter.
Volgens Rossel is er geen sprake van een monopolie: de groep zou gewoon van een Waalse reus in een globale dwerg veranderen. (Illustratie: © Gabri Molist CC BY-NC-ND)

“Un putain de challenge”

Om te begrijpen hoe Rossel winst najaagt, moeten we de zaak bekijken door de ogen van het vlaggenschip van de groep in Frankrijk, La Voix du Nord. 151.332 verkochte exemplaren en abonnementen (80% op papier, 20% online) en een publiek van een miljoen personen. Net als elders is ook hier het aantal betalende lezers afgenomen: 40.000 minder sinds 2021.

Cédric Gout, journalist en vakbondsvertegenwoordiger van de SNJ-CGT, analyseert de Rossel-methode: “Om zijn marges te behouden, grijpt Rossel in op twee variabelen: de totale loonkost en de productiekosten van de krant.” Op acht jaar tijd hebben twee plannen – slim verpakt als “plannen voor werkgelegenheidsbehoud” – ervoor gezorgd dat 237 werknemers vertrokken. Bij de uitvoering van het laatste plan, in 2022, hekelden de vakbonden “de afwezigheid van een redactioneel project, de groepering van edities, de drastische afname van het aantal pagina’s [...], de deling tot in het absurde van redactionele inhoud tussen de titels van de groep om toch maar geld te besparen.”

En als ze niet ontvetten, “verhogen ze de prijs”, vervolgt Gout. Nu al is La Voix du Nord een van de duurste dagbladen van Frankrijk. Abonnees betalen 54,90 euro per maand voor de papieren editie en 16 euro voor de digitale editie waarnaar Rossel zo veel mogelijk abonnees hoopt over te zetten. Wat de loonmassa betreft, is de grens stilaan bereikt: je kunt niet blijven krimpen en toch evenveel produceren. In juni 2025 stelde de ceo van Rossel France, Olivier De Raeymaeker, aan de Franse vakbondsafgevaardigden, volgens een vakbondsverklaring: “We moeten een marge van 10% halen om onze activiteit op koers te houden. De realiteit is dat we daar niet zijn, noch in België, noch in Frankrijk. In Frankrijk zaten we in 2024 bijna aan 5%. Ons doel voor 2025 is 7,5%. Het is ambitieus, het is een monsteruitdaging, un putain de challenge!”

Permanent onder druk

Bij La Voix du Nord kan de winstnorm haar stempel drukken op het personeel. Een voormalige journalist die vertrok bij de laatste golf van ontslagen, vertelt: “Ik herinner me de dag dat ik een man van het verkoopsteam zag huilen. Hij vertelde me: ‘Twee jaar geleden moesten we de 110 meter horden lopen. Daarna verdubbelden ze het aantal horden. Ik heb het geprobeerd, het lukte een beetje. Toen kreeg ik te horen dat ik opnieuw de 110 meter horden moest lopen, maar nu zonder spikes.’ Beetje bij beetje begonnen we niet meer over publicatietitels te praten, maar over merken. De kantoren waar ooit 25 mensen werkten, daar werken er nu nog 7 of 8, en er wordt gesproken over de voordelen van het inzetten van artificiële intelligentie.”

De uitdaging van 7,5%, hoe ambitieus ook, verandert onvermijdelijk de rol van de journalist bij de bladen van Rossel France. Een journalist van L'Union-L'Ardennais in Reims gelooft dat we “Zwitserse zakmessen zijn geworden, die veel video’s en Instagram-posts maken met weinig middelen of echte omkadering. Sommige marketingmedewerkers van het blad schrijven inhoud, hoewel ze geen journalist zijn, om op sociale media te delen.” Het redactiecomité heeft ervoor gezorgd dat de marketingmedewerkers en externe mensen die inhoud schrijven voor sociale netwerken voortaan ‘lifestyle-medewerkers’ worden genoemd.

“Elke week krijgen we te horen welke artikels goed werkten. Ik voel me niet op mijn gemak als we entertainment ‘pushen’ terwijl er een bloedbad plaatsvindt in Gaza”

Bij de gratis publicaties is de meest geraadpleegde site die van 20 Minutes (100 miljoen bezoeken in september 2025). Een journalist hekelt daar de “statistiekencultus” op de redactie. “Elke week vertellen ze ons dat dit of dat artikel goed werkte, dus daar moet je dan terug op springen. Ik voel me niet op mijn gemak als we entertainment pushen terwijl er een bloedbad plaatsvindt in Gaza. Bovendien is er een tolerante houding ontstaan ten opzichte van het Rassemblement National, dat soms wordt behandeld als een partij zoals alle andere.” 

64 journalisten van de redactie van 20 Minutes hebben hun redactioneel management gevraagd om “een duidelijke stellingname” tegen extreemrechts en om afstand te doen van een (al te) “neutrale” aanpak.

Strijd om rechten

In Frankrijk woedt er een conflict tussen Rossel en de journalisten van 20 Minutes over de bedragen die Google News, Facebook of OpenAI betaalt aan persuitgevers als vergoeding voor het gebruik van hun inhoud op die platforms.

Voor Bernard Marchant “zorgen deze rechten ervoor dat de uitgever vergoed wordt voor zijn werk”. Geen sprake van om aan journalisten van 20 Minutes, een medium in financiële moeilijkheden, de ongeveer 2.300 euro per jaar en per journalist uit te keren, zoals de vakbonden vragen. In plaats daarvan is het management van plan de journalisten een bedrag van bijna 600 euro toe te kennen (die bedragen zijn ook gebudgetteerd). Het toont de spanningen die bestaan binnen een persorgaan wanneer het gaat over de verdeling van inkomsten. Merk op dat de Franse wet duidelijk stelt dat journalisten recht hebben op een deel van deze bedragen op basis van “naburige rechten”.

In Frankrijk is het Bolloré-tijdperk aangebroken, naar de Franse zakenman Vincent Bolloré, die extreemrechts gedachtegoed verspreidt via de media van zijn groep zoals CNews. Binnen dit verderfelijke mediaklimaat blijft de Rossel-methode voor verschillende journalisten die we interviewden een minder kwaad. “Er is een echte wil om de krant te vernieuwen, abonnees te overtuigen om ambassadeurs te worden”, geeft Cédric Gout, journalist en vakbondsman bij La Voix du Nord, toe.

Hoe het pluralisme redden?

Hoe kan diversiteit behouden blijven bij een fusie? Door afzonderlijke redactionele lijnen, teams en publicatiesoftware te onderhouden, met regionale edities die hun eigen redacties en hoofdredacteuren per regio en titel zouden hebben? Dat is een van de voorstellen van het AJP, de vakbonden, en de journalistenverenigingen die zich organiseren.

Wat als morgen de grootste groep van de Franstalige pers midden in een culturele oorlog in handen viel van een Franse ideoloog?

Ze hebben de minister Jacqueline Galant (MR), bevoegd voor media, ontmoet en spraken onder meer over steun aan de pers als middel om druk uit te oefenen op Rossel. Deze steun bedraagt 12 miljoen per jaar voor de dagbladen. Zal Rossel in de toekomst deze hulp incasseren? Op vraag van Médor sluit minister Galant niet uit dat op deze begrotingslijnen wordt ingegrepen: “Als het landschap aanzienlijk zou veranderen, is het niet ondenkbaar dat de steunregelingen mee zouden evolueren.”

“We hebben aan de minister het idee voorgelegd om deze steun afhankelijk te maken van organisaties die het personeel vertegenwoordigen, met de verplichting om hen te raadplegen, zoals het geval is bij de RTBF”, zegt Stéphane Tassin van de journalistenvereniging van La Libre.

Ideologische afkoop?

94% van de lezers van de Franstalige Belgische geschreven pers in één hand, dat baart zorgen. Vooral voor het post-Marchant/Hurbain-tijdperk. Wat gebeurt er wanneer in de toekomst de grootste Franstalige persgroep midden in een cultuuroorlog in handen valt van een Franse ideoloog?

“Een familiebedrijf is heel goed zolang de familie eensgezind is, zolang ze de juiste managers aanstellen”, zegt Bernard Cools van UCLouvain. “Maar dat kan ook leiden tot de overname door een buitenlandse groep.”

Bernard Marchant wil ons geruststellen. De statuten van de groep zullen garanderen dat een potentiële koper “de door Rossel geïmplementeerde pluralistische criteria niet kan wijzigen”. Een orgaan buiten de groep zou de opdracht krijgen om de naleving van de redactionele regels bij elke krantentitel te controleren. Maar welk orgaan dat is, en hoe dat zou gebeuren, weten we niet. 

Een verkoop staat helemaal niet op de agenda, sust Marchant, die zijn mantra herhaalt: “Een verkoop is vaak het gevolg van spanningen binnen de familie. Als een bedrijf gezond is, vermijd je conflicten.” De winstgevendheid beschermt blijkbaar tegen alles.

Deze tekst verscheen eerder bij Médor en werd vertaald door Geert Barbier.

LEES OOK
Tom Cochez 02-10-2026

Politiek en mediabonzen verdelen mediasubsidies onder elkaar

Onderzoekers tonen hoe een informeel netwerk het Vlaams medialandschap bepaalt.
Politici en Christian Van Thillo
Tom Cochez 17-09-2026

Waarom de premier journalisten graag wegzet als activisten

Verborgen waarheden blootleggen is geen activisme, maar journalistiek.
Een selfie van Bart De Wever, in kostuum en met das, waarop achter hem een aantal containers en een banner met de woorden 'pers' te zien is op het containerpark.
Tine Hens 19-05-2026

“De klimaatcrisis is een informatiecrisis”

Federaal klimaatminister Crucke wil de kwaliteit van milieunieuws in kaart brengen.
gepixeld beeld met vissen