In hun gele T-shirts sjezen de bestuurders van motortaxi’s tussen stilstaande auto’s. Het is avondspits in Cotonou, het economische hart van Benin. Door talloze wegenwerken levert dat nog meer getoeter op dan gewoonlijk.
Op de redactie van Reporter Médias Monde verwacht je dezelfde heksenketel: het nieuws van de dag moet tegen valavond online komen. Maar het is er muisstil. De bureaus ogen onaangeroerd. “Iedereen is vertrokken, ik ben de enige die nog naar de redactie komt. Sinds januari vorig jaar wachten we op onze vergunning. We zijn verbrand. Het is niet veilig om met mij gezien te worden”, zucht hoofdredacteur Pesce Hounyo.
Eind 2024 overschreed Hounyo een rode lijn van het Beninse regime. “We willen alle kanten van het verhaal brengen. Toen een voormalige directeur-generaal van de nationale politie in ongenade viel, hebben we die geïnterviewd. Sindsdien zijn we onze vergunning verloren en krijg ik constant bedreigingen.”
Mislukte staatsgreep
Voor journalisten in Benin wordt het steeds gevaarlijker om onafhankelijk te werken. Volgens Reporters Sans Frontières (RSF) viel de persvrijheid in Benin in de jongste jaren fors terug onder de huidige president Patrice Talon. In theorie mogen journalisten over alles berichten, maar in de praktijk zijn er duidelijke grenzen.
Een van de taboeonderwerpen is de veiligheidssituatie in het noorden van Benin, waar sinds 2019 jihadistische groeperingen aanwezig zijn. De overheid noemt de situatie onder controle, maar volgens denktank Armed Conflict Location & Event Data (ACLED) steeg het aantal aanvallen in 2025 met 70%. “Als een regime de controle over het territorium verliest, dan proberen ze de controle over de media te herwinnen”, zegt Nina Wilén, onderzoeker verbonden aan het Belgische Egmont-instituut. Onlangs schreef ze het boek Securitizing the Sahel over de militaire operaties van het Westen in de regio.
“Die evolutie zag je in grotere mate in Mali, Niger en Burkina Faso. Daar grepen de militaire junta’s de macht met de belofte dat ze orde op zaken zouden stellen. Voor hen is het desastreus als de media het tegendeel bewijzen. Daarom sturen ze opstandige journalisten naar het front.” Na de militaire staatsgrepen in Mali, Niger en Burkina Faso verbraken de junta’s de banden met Europese landen, en kwamen de Russen in de plaats.
Benin daarentegen geldt nog wel als een democratisch land in de regio, en versterkte zijn westerse partnerschappen, ook met België. Al toonde een mislukte staatsgreep op 7 december hoe fragiel de situatie er is.
Dit weekend (3/5) is het de Internationale Dag van de Persvrijheid. Wereldwijd worden journalisten steeds meer gemuilkorfd, bedreigd en vermoord. Apache ondervond onlangs weer hoe kwetsbaar onafhankelijke journalistiek ook in België is.
Is de vrije pers jou dierbaar? Word lid van Apache – of overtuig jouw vrienden dat te doen – en breng ons zo dichter bij ons doel van 10.000 leden. Zo vormen we een ondoordringbaar menselijk schild tegen aanvallen op de persvrijheid.
Wanneer we ‘s ochtends naar het centrum voor audiovisuele kunsten wandelen, is het nog rustig op het strand van Fidjrossè in Cotonou. Twee straten verderop zien we enkele jongemannen uit het centrum komen. In de inkomhal maakt Vénérand een praatje met voorbijgangers. “Ik heb mijn studenten net een taak gegeven, dus nu heb ik tijd om te praten.” Nog steeds voelt hij zich meer radiojournalist dan docent. Ondanks het feit dat zijn radiostation al even is opgedoekt. “Twee jaar geleden berichtten we over buitengerechtelijke executies in scholen. Er kwam een proces tegen mij en ik kreeg enkele maanden voorwaardelijk. Sindsdien sta ik onder toezicht.”
Ballingschap of bajes
Pesce Hounyo, hoofdredacteur van Reporter Médias Monde: “Het is niet veilig om met mij gezien te worden”
Volgens Vénérand is onafhankelijke onderzoeksjournalistiek in Benin niet meer mogelijk. “Je kunt het één keer doen en dan heb je twee opties. Ballingschap of de bajes. Als je hier wil blijven, dan doe je aan zelfcensuur. Ik ben alleen zo open tegen jou, als buitenlander. Tegen mijn Beninse collega’s praat ik nooit over wat mij ’s nachts wakker houdt.”
Dat onderlinge wantrouwen kenmerkt de meeste Beninse journalisten. Enkel een-op-een willen ze hun verhaal doen. Ook de locatie van onze afspraken is belangrijk. Eén journalist, Reece, staat erop om af te spreken in het Franse Instituut. Binnen de hoge muren voelt het iets veiliger om te praten. In de stad is het al lastig om nog maar de naam van de president uit te spreken. Nochtans ligt het Franse Instituut op nog geen 200 meter van het presidentieel paleis. Het bevindt zich in het administratief centrum van Cotonou, waar netjes aangelegde plantsoenen en glimmend asfalt het straatbeeld domineren. Net als de wegenwerken. De bouwwoede belichaamt de grote economische groei van het land, die nu jaarlijks rond de 7% schommelt.
Voor Reece is de huidige president Talon in de eerste plaats een zakenman. “Net als veel autoritaire leiders propageert hij het ‘Singapore-model’: welvaart zonder democratie. Zakendoen is het allerbelangrijkste voor hem. Hij heeft geen ideologie. Maar van die economische groei merkt de modale Beniner weinig. De armoede blijft enorm. Tot voor kort hadden we op zijn minst nog inspraak in de politiek, nu hebben we geen van beide.”
In november voerde de Beninse regering een controversiële grondwetswijziging door. Er komt een senaat, waarin oud-presidenten na hun mandaat een zitje kunnen krijgen. Zij zullen de wetten van het parlement nadien nog kunnen goed- of afkeuren. Zo kan huidig president Patrice Talon na het einde van zijn tweede termijn invloed blijven uitoefenen. In april zijn er presidentsverkiezingen. Er bestaat weinig twijfel dat Talons stroman Romuald Wadagni daar als winnaar uit de bus zal komen. De belangrijkste oppositiepartij is uitgesloten van deelname aan de verkiezingen.
Reece vreest dat de volgende regering weinig beterschap voor journalisten zal brengen. “Onze bewegingsvrijheid is erg beperkt. Dat zal niet veranderen. Ik wil bijvoorbeeld heel graag naar de noordelijke regio’s Atacora en Alibori. Alleen als je op het terrein gaat, verneem je hoe de inwoners de veiligheidssituatie ervaren. Helaas is dat niet mogelijk. Voor journalisten zijn dat no-gozones in eigen land geworden.”
Scherp toezicht
Sinds 2019 zijn er in de noordelijke nationale parken Pendjari en W. jihadstrijders aanwezig. Vooral de aan Al Qaida gelieerde groep JNIM heeft er zich gevestigd. Vanuit de buurlanden Burkina Faso en Niger steken ze de grens met Benin over. In Burkina Faso controleren ze zelfs al meer dan 60% van het grondgebied. Ondanks de militaire operatie Mirador kan de Beninse overheid de jihadisten niet terugdringen. In april 2025 kwamen er nog een vijftigtal Beninse soldaten om het leven bij een aanslag.
Als buitenlandse journalist konden we in november wel een persaccreditatie voor de noordelijke regio’s bemachtigen. Onderweg passeerden er regelmatig legervoertuigen. Twee keer kwam een agent in burger ons vragen wat we er kwamen doen. De boodschap is duidelijk: iedereen wordt in de gaten gehouden. Zelfs voor buitenlanders zijn er immers limieten. In februari 2022 werden de Nederlandse journalist Olivier Van Beemen en zijn Beninse collega Flore Nobime opgepakt. Ze deden onderzoek naar de praktijken van African Parks Network, maar de Beninse staat verdacht hen van spionage.
African Parks Network beheert ook de nationale parken Pendjari en W. Maar hun werkwijze is erg controversieel. Met zwaarbewapende parkwachters gaan ze de terroristen te lijf. Ze schrikken er niet voor terug om lokale herders af te dreigen als die het park betreden.
“Vroeger gingen we diep in het park om camera’s te plaatsen en foto’s van dieren te nemen. Dat gaat nu niet meer. Er zitten alleen militanten en militairen”, zegt een werknemer van APN. We ontmoeten hem in de stad Kandi, vlak bij het park W. Ook daar vielen gewapende individuen afgelopen juni nog een politiebureau aan. Het terroristisch geweld is dus zeker niet afgenomen. Al blijft het zonder onafhankelijke berichtgeving onduidelijk hoe de situatie evolueert. Staatskranten als La Nation of L’Evénement précis publiceren alleen artikels over geslaagde militaire operaties. Enkel via buitenlandse mediakanalen zoals RFI of France24 vernemen Beniners iets over terreuraanvallen. Helaas vormt Benin hierin geen uitzondering.
Israëlische spyware in Togo
Togolese journalist: “Terwijl de jihadisten hun aanslagen plegen, schrijven wij over pastorale feesten”
Ook in buurland Togo hanteert de overheid een ‘cordon médiatique’. Via WhatsApp kon Apache een journalist spreken die er actief is. “Hier heerst een strikte avondklok. Ondanks de constante clashes mogen we er niet over berichten. Terwijl de jihadisten hun aanslagen plegen, schrijven wij over pastorale feesten.” In de noordelijke regio Savanes zijn er dagelijks confrontaties tussen jihadisten en Togolese strijdkrachten. “Net als in Benin ligt onze hoofdstad Lomé 600 kilometer zuidwaarts. De meeste Togolezen leven daar. Zij hebben geen flauw idee van wat er hier gebeurt.”
Ook in de hoofdstad hebben de inwoners hun buik vol van de autoritaire overheid. Eind juni braken er nog protesten uit, geleid door de jonge Gen Z-bevolking. Maar ze werden snel in de kiem gesmoord. Sindsdien heeft de Togolese overheid de surveillance nog verstrengd en worden alle belangrijke activisten in de gaten gehouden. In 2024 maakte RSF bekend dat het Pegasus-spyware van het Israëlische bedrijf NSO had gevonden op de gsm’s van twee journalisten.
Daarnaast investeert de Togolese overheid ook miljoenen in mediapropaganda, vertelt Adam, een Togolese journalist die in ballingschap vertoeft. “Zo hebben bepaalde media genoeg middelen om de tv-rechten van bijvoorbeeld de Africa Cup voetbal te kopen. Zo binden ze kijkers aan zich, terwijl ze in hun nieuwsitems de propaganda herhalen.”
Volgens Adam speelt de overheid ook in op de gevoeligheden van de bevolking. “Ze organiseren congressen over het Panafrikanisme en nodigen bekende influencers uit. Zo willen ze de antikoloniale gevoelens aanwakkeren. Eigenlijk zijn de Beninse en Togolese overheid even repressief. Maar in Togo presenteert het regime zich als revolutionair en pan-Afrikaans. Terwijl ze zich in Benin voordoen als een democratie”, meent de Togolese journalist.
Westen kijkt weg
In Benin dient de democratische façade om de banden met het Westen aan te halen. Anders dan in Sahel-landen als Burkina Faso of Niger zijn er nog Franse legertroepen aanwezig. Ook België schroefde het militaire partnerschap met Benin op en traint nu ook de instructeurs van de Nationale Garde. Dat is de militaire eenheid die het opneemt tegen de jihadisten in het noorden. Te veel tamtam over persvrijheid zou die goede relatie kunnen fnuiken. Uit angst om die laatste stabiele partner te verliezen, houden Europese landen hun reprimandes op zak. Al valt dat niet in goede aarde bij iedereen.
Docent Vénérand (centrum voor audiovisuele kunsten): “Tegen mijn Beninse collega’s praat ik nooit over wat mij ’s nachts wakker houdt”
In Cotonou begeven we ons per brommer naar de wijk Avotrou. Daar ligt het kantoor van Fiacre Vidjingninou. Naast onderzoeker aan het Egmont-instituut is hij ook de afgevaardigde voor RSF in Benin. “We treden op als bemiddelaar na arrestaties van journalisten. De laatste jaren is de situatie complexer geworden. In de luwte trachten we ons werk te doen.” Voor de westerse overheden is Vidjingninou erg kritisch. “Ze sluiten de ogen. Natuurlijk weten ze dat de persvrijheid hier onder druk staat. Maar de situatie is nog altijd stabieler dan in Mali of Burkina Faso. De Beninse overheid heet hen welkom. Een volgende brandhaard kunnen ze missen als kiespijn.”
Dat bleek ook tijdens de mislukte staatsgreep van 7 december. Toen probeerde een groep militairen onder leiding van kolonel Pascal Tigri om Talon omver te werpen. Nadat er gevechten waren uitgebroken rond het presidentieel paleis, kwam Frankrijk snel te hulp met een groep van de speciale eenheden en een verkenningsvliegtuig. De coupplegers werden gearresteerd, enkel Tigri slaagde erin om te ontsnappen.
Onafhankelijk en eenzaam
De mislukte coup kan de repressie tegen journalisten doen toenemen. Nu al betalen onafhankelijke verslaggevers een hoge tol voor hun werk. Hoofdredacteur Pesce Hounyo is doodop, vertelt ze. “Vrienden nemen niet meer op als ik bel. Mensen willen niet met mij gezien worden. Soms vraag ik mij af wat het ergste is: de bedreigingen of de eenzaamheid.”
Ook docent Vénérand geeft toe dat zijn werk begint te wegen op zijn sociale leven. “’s Nachts blijf ik binnen. Ik ga nooit in op uitnodigingen van onbekenden. En ik probeer om vaste gewoonten en routines te vermijden.” Sommige Beninse journalisten besloten daarom om te verhuizen naar het buitenland. Al zijn ze ook daar niet altijd veilig. Op 18 juli 2025 arresteerden Beninse politieagenten de journalist Hugues Comlan Sossoukpè in Abidjan, de hoofdstad van Ivoorkust. Al sinds 2019 opereerde hij buiten Benin. Zijn onderzoeksmedium Olofofo Info was namelijk zeer kritisch voor het bestuur van Patrice Talon. Zonder toelating van de lokale autoriteiten werd Sossoukpè op een vliegtuig gezet richting Benin.
Voor journaliste Reece is ballingschap dus een weinig aantrekkelijke optie. Weggezakt in een zeteltje van het Franse Instituut denkt ze even na over haar toekomst. “Voor mij is het blijven of stoppen”, zegt ze vol vertrouwen. Op de vraag of ze overweegt om voor een overheidskrant te schrijven, reageert ze met onbegrip.
“Met voortwerken bedoel ik kritisch voortwerken. Op het terrein gaan en de zaken tonen zoals ze zijn. Als journalist wil ik mijn eigen weg opgaan. Ik kan niet anders. Ik zal dus nooit in de pas lopen. Jamais de ma vie.”
Om de veiligheid van de journalisten te waarborgen, gebruiken we voor de meesten pseudoniemen.
Dit artikel verscheen eerder in het lentenummer van Apache Magazine, dat scherp stelt op de media. Vind een verkooppunt op apache.be/magazine of bestel jouw exemplaar eenvoudig via shop.apache.be.