Dit is een gastbijdrage. Een Apache-lezer levert met dit stuk een bijdrage aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.

Naar school of niet naar school

door Koen Smets
dromend

Vele jaren later kwam ik met mijn eigen gezin in het Verenigd Koninkrijk terecht, en daar stelden we vast dat het niet ongewoon was dat families tijdens het schooljaar met vakantie gingen. (Het zomerreces loopt hier van 20 juli tot eind augustus, dus een stuk korter dan in België.) Scholen konden tot 10 dagen ‘special leave’ toekennen, en een family holiday werd algemeen beschouwd als een goede reden voor zulke afwezigheid. Menige familie profiteerde op die manier van de lagere prijzen van package holidays. En wij deden vrolijk mee.

Een fikse boete

Sedertdien zijn de zaken veranderd. Geleidelijk zorgde het gebruik voor toenemend wenkbrauwgefrons, vooral door de lokale onderwijsraden (die de plak zwaaien). Nu kan enkel toestemming worden verleend voor uitzonderlijke omstandigheden, zeker niet voor een vakantie. En de onderwijsraden nemen hun verantwoordelijkheid ernstig: wie zijn kinderen ongewettigd van school houdt, kan een boete van £ 60 (€ 75) verwachten. In het schooljaar 2013-2014 werden niet minder dan 64.000 zulke boetes uitgedeeld aan delinquente ouders.

Jon Platt is een van die ouders. Zijn zesjarige dochter miste zeven dagen school vanwege een vakantie in Florida. Bij hun terugkeer lag de boete te wachten, en die werd prompt verdubbeld tot £ 120 toen Platt weigerde te betalen. In de plaats daarvan stapte hij naar de rechter, en argumenteerde met succes dat zijn dochter, met een aanwezigheidsgraad van 93%, “regelmatig” op school was geweest. De onderwijsraad vocht het vonnis aan voor het Hooggerechtshof, maar vorige week kreeg Jon Platt ook daar gelijk.

Wanneer je dit verhaal door een (gedrags)economische bril bekijkt, zie je verschillende interessante facetten. De kern van het dispuut is immers een afweging, een keuze tussen twee opties – en dat is een basisbegrip in de economie.

Vele afwegingen

Vanuit het standpunt van de jonge juffrouw Platt zou de keuze naar alle waarschijnlijkheid simpel zijn geweest. Wat zou een typische zesjarige verkiezen: 7 dagen in de klas of 7 dagen in Florida? Als het inderdaad de vakantie is, dan herkennen we algauw een voorbeeld van tijdsinconsistentie. De eventuele voordelen van een week op school manifesteren zich pas over vele jaren, en aan wat ver in de toekomst ligt hechten we weinig gewicht. We geven bijvoorbeeld liever geld nu uit dan het te sparen voor ons pensioen.

legeklas
Iedereen is naar Florida

Maar het is toch vooral de voorkeur van vader Platt die ons boeit, want hij was het tenslotte die de beslissing nam. We weten niet hoeveel duurder de vakantie zou zijn geweest buiten de schooltijd, maar het gaat wellicht om minstens £ 500 (€ 625). Ogenschijnlijk is er dus een sterk economisch motief, maar is dat werkelijk hoe hij het bekeek? We worden vaak beïnvloed door het vooruitzicht geld te besparen of te winnen, en we vragen ons niet noodzakelijk af wat we in ruil daarvoor moeten opgeven. Denk maar aan promoties als “hoe meer u koopt, hoe meer u spaart”, waardoor sommigen weleens verleid zijn geworden zaken te kopen waar ze geen behoefte aan hadden.

We mogen dus niet zomaar besluiten dat het hier om een beredeneerde keuze gaat. Want beeld je in dat het niet vader Platts beslissing was geweest. Wat als hij de vakantie wel degelijk had geboekt tijdens het reces, maar de touroperator de tijd had veranderd en de familie £ 500 had geboden ter compensatie – zou dat aanvaardbaar zijn geweest?

En economische motieven zijn niet de enige factoren in het spel. Jon Platt was immers lang niet alleen in zijn acties: in een BBC-interview schat hij het aantal ouders in hetzelfde schuitje op 100.000. Dat is niet mis als social proof. We beschouwen het gedrag van anderen als een impliciete bevestiging dat het sociaal aanvaardbaar is. Er zijn ruim 8 miljoen kinderen op de lagere school. Zelfs als we ervan uitgaan dat ze allemaal één broer of zus hebben, betekent dat 4 miljoen ouderparen. In vergelijking daarmee is 100.000 weliswaar slechts 2,5%, maar in het gezelschap van 99.999 anderen voel je je alvast gesterkt.

Het fundamentele conflict tussen Jon Platt en zijn plaatselijke onderwijsraad is echter rond de aanvaarbaarheid van de afweging. Platt denkt dat ouders het vermogen hebben autonoom te oordelen of het al dan niet wijs is je kind uit school te houden, en de onderwijsraad gaat van het tegendeel uit. Hun regels ontkennen het bestaan van de afweging (behalve in “uitzonderlijke omstandigheden”). Dat is niet ongebruikelijk voor een bureaucratie, die regels beschouwt alsof ze een oneindig groot belang hebben. Ondervonden alle 64.000 kinderen wiens ouders een boete kregen een groot opvoedkundig nadeel? Onwaarschijnlijk, maar dat zal de Local Education Authority worst wezen.

Wetten en regels smoren wel vaker beredeneerde afwegingen in de kiem, maar hetzelfde verschijnsel komt ook dichter bij huis voor. Een sterk geloof (met of zonder bewijs) kan een soortgelijke rol spelen: we weten gewoon welke keuze juist of fout is, en we overwegen niet eens het alternatief. Sommige mensen zweren bij Duitse auto’s, en hebben geen oren naar de mogelijkheid dat andere auto’s betere waar voor hun geld zouden zijn. Anderen zouden voor geen goud in een Franse auto willen rijden en verwerpen elke objectieve kosten-baten analyse.

Heeft vader Platt dan geen geloof in het belang van een goede opvoeding van zijn dochter? Het feit dat hij er geen gewoonte van maakt zijn kinderen uit school te halen, wijst erop dat hij de vraag met een zeker evenwicht benadert, maar zichzelf het recht toebedeelt een beredeneerd oordeel te vormen.

Toch niet zo rationeel?

Maar hij heeft blijkbaar ook zijn ‘irrationele’ kant. Een zuivere homo economicus zou zonder tegensputteren de boete van £ 60 hebben betaald om £ 500 of meer uit te sparen. Hij koos er echter voor de zaak te betwisten en daar tijd, moeite en geld in te stoppen. (Hij zamelde £ 2.300 in om hem te helpen met de gerechtskosten, maar omdat hij zijn zaak heeft gewonnen, gaat dat geld naar een goed doel voor kinderen.) Het enige materiële voordeel dat de episode hem opleverde is het feit dat hij nu de boete van £ 120 niet meer hoeft te betalen.

Is dat echt irrationeel? We zijn soms wat snel met het bestempelen van gedrag als irrationeel als het economisch nadelig lijkt te zijn, en dat is natuurlijk nonsens. Maar of het allemaal de moeite waard was? Dat is een vraag die enkel vader Platt zelf kan beantwoorden. (Mijn gok is dat zijn antwoord positief zou zijn – al was het enkel om cognitieve dissonantie te vermijden...)