Dit is een gastbijdrage. Een Apache-lezer levert met dit stuk een bijdrage aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.

Betekent brexit echt brexit?

door Koen Smets
HoC

Ondanks aanhoudende beweringen van het tegendeel van de hand van de Britse Buitenlandminister, moet hier een afweging worden gemaakt omdat het lidmaatschap van de Europese Interne Markt met de niet-bespreekbare voorwaarde komt dat er vrij verkeer van personen moet zijn. Het VK kan niet tezelfdertijd vrije handel drijven met de andere 31 landen én de immigratie van burgers van de landen in die markt aan banden leggen. Sommigen denken dat er ergens wel een compromis kan worden verzonnen – handel die een beetje minder vrij is, in ruil voor wat meer controle over de grenzen – maar zelfs als dat het geval is, is het duidelijk dat men de taart niet kan hebben en opeten.

Je kunt een ideologisch perspectief hanteren en proberen aan te tonen dat één van deze posities correct is, en de andere verkeerd. Maar zoiets is zelden het geval bij afwegingen. Als iemand een biljet van 20 euro vindt op straat, wat is dan correct om te doen? Een boek, of enkele biertjes kopen? Ze aan een goed doel besteden, of aan een cadeau voor een geliefde? Of gewoon sparen? De 20 euro uitgeven is zonder meer een verlies (het geld is weg), maar wat je ermee doet is mogelijk een baat. Of dat zo is, hangt af van je voorkeuren.

En dat is ook het geval bij de brexit-afweging: wat juist is voor de ene, is verkeerd voor de andere. Afwegingen zijn een centraal gegeven in de economie en de gedragseconomie, en het is interessant eens te kijken naar hoe de brexit-afweging zich manifesteert voor de verschillende betrokkenen. Wat voor sommigen al een behoorlijk complex vraagstuk is, wordt voor anderen een byzantijns probleem, dat simpele rationele besluitvorming overstijgt en onderhevig is aan diepe overtuigingen en denkfouten. Maar wel een vette kluif voor wie belang stelt in gedragseconomie.

Wat zijn de belangrijkste objectieve kenmerken van elke kant van de afweging? Handel wordt het beste gediend door het lidmaatschap van de Interne Markt. Er zijn geen invoerrechten te betalen, noch zijn er niet-tarifaire belemmeringen tussen het VK en de andere lidstaten. Als lid kan een bedrijf in het VK even gemakkelijk handel drijven met klanten in Fort William, Leamington Spa of Cardiff als met klanten in Barcelona, Bratislava of Helsinki. De gevolgen van het verlies van dat lidmaatschap zijn aanzienlijk, zoals een blogpost van de hand van Martin Stanley beschrijft. De EU verlaten, maar lid blijven van de Interne Markt, wordt de ‘zachte’ brexit genoemd.

Het opgeven van dat lidmaatschap betekent dat het VK ook verschillende verplichtingen niet meer hoeft na te komen, onder meer de financiële bijdrage (ook niet-EU leden dragen bij, maar zij zitten niet aan tafel bij het bepalen van het beleid) en natuurlijk de vier vrijheden. De meest relevante is het vrije verkeer van personen: als die vrijheid niet langer geldt, dan kan het VK ‘de controle terugnemen’ over de grenzen, en autonoom bepalen wie wel en niet het land in mag of er mag verblijven. Dit is de ‘harde’ brexit.

Zowel onder de inwoners van het VK als onder de bedrijven die er opereren zijn er categorieën die aan de ene, dan wel aan de andere optie de voorkeur geven. Sommige firma’s die niet of nauwelijks handel drijven met andere EU-landen vinden het best goed uit de Interne Markt treden, misschien omdat ze liever wat minder concurrentie vanuit de EU willen zien. Bedrijven die net wel profijt halen uit handel met de rest van Europa, bijvoorbeeld buitenlandse investeerders als Nissan, geven de voorkeur aan de afwezigheid van handelsbarrières en het gemak waarmee ze werknemers kunnen aantrekken vanuit het hele continent. Hetzelfde geldt grotendeels ook voor personen: ze kunnen allen de voor- en nadelen van elke optie afwegen, en dat allemaal in rekening brengen om tot een besluit te komen: wat is het beste voor hen?

egg
Breggxit - hard- of zachtgekookt? (Foto: CC Pixabay)

Maar natuurlijk hebben noch de inwoners, noch de bedrijven een stem in wat nu moet worden beslist. Dat is (waarschijnlijk) voor het parlement en (zeker) voor de regering en dus de eerste minister. Hoe zouden zij die afweging benaderen?

De parlementsleden

Het is nog niet duidelijk of het parlement zal mogen stemmen over het uittreden van het VK uit de EU en zo ja, over welke aspecten. Zo is er eerst en vooral het opstarten van de uittredingsonderhandelingen die vervat ligt in het fameuze Artikel 50 van het verdrag van Lissabon. Er loopt momenteel een rechtszaak rond de vraag of daarvoor de instemming van het parlement vereist is. Minder twijfel bestaat er over de noodzaak om parlementaire goedkeuring te krijgen voor de uitgangspositie van het VK in de exit-onderhandelingen en het uiteindelijke akkoord, alsmede het definitieve handelsakkoord met de EU, en mogelijk ook een overgangsregeling in afwachting daarvan.

Wat zijn de afwegingen die spelen voor de honourable members? Zij hebben natuurlijk hun eigen individuele voorkeuren, en je zou kunnen stellen dat die bepalen hoe ze stemmen. Het kiespubliek van een MP weet immers best wel wat haar of zijn politieke opstelling is, en de stem van de MP in het parlement zou die dan ook moeten weerspiegelen. Maar zo simpel is het niet. Sommige parlementsleden die voor Remain waren hebben misschien een achterban die in meerderheid voor Leave stemde in het referendum. Moeten pro-EU Conservatieve MPs zoals Anna Soubry voor of tegen het opstarten van Artikel 50 stemmen, als ze die kans krijgen?

 

Moeten parlementsleden die een gebied vertegenwoordigen waar een meerderheid voor Remain stemden, de ‘wil van het volk’ in het resultaat van het referendum volgen? Hebben zij de plicht, nu met misschien meer begrip en inzicht in de gevolgen van de verschillende opties, ernstig te overwegen wat werkelijk in het belang van het land is, en misschien brexit zelf te verwerpen? Deze afwegingen zijn een stuk moeilijker dan die voor individuele mensen en bedrijven. De politieke reputatie van de parlementsleden, bij hun kiespubliek en bij hun partij, staat hier ook op het spel.

Wat het overwegen van de gevolgen betreft, worden overigens wel vragen gesteld omtrent het begrip en inzicht van sommige MPs die een harde brexit voorstaan, en zo ver gaan te pleiten voor het verwerpen van enige formele onderhandeling in het kader van Artikel 50, en gewoon op te stappen. Sommige parlementsleden geloven dat de andere EU-lidstaten zodanig afhankelijk zijn van de Britse markt, dat ze het VK onvoorwaardelijk dezelfde handelsvoorwaarden zullen aanbieden als in de Interne Markt, zonder de verplichtingen die daarbij horen. Zij verwachten ook dat nieuwe handelsovereenkomsten kunnen worden gesloten met derde landen in geen tijd, zodat elk verlies van handel met de EU meer dan gecompenseerd wordt. Gedragseconomen zouden dit zien als een prima voorbeeld van de denkfout van overoptimisme. Anderen met minder ruimhartigheid noemen het eerder zinsbegoocheling.

Brexit betekent brexit

Maar de zwaarste afweging ligt op het bord van de premier. Zij moet uiteindelijk de keuze maken voor het hele land. We kunnen allemaal zelf min of meer ingewikkelde afwegingen maken, en appels met citroenen vergelijken, maar die keuze treft meestal enkel onszelf. Haar keuze treft iedereen, en dat is een uitdaging van een andere grootorde. Zij moet de wensen van de hele bevolking afwegen, niet alleen die van de harde en zachte brexiteers, maar ook die van de 48% van de bevolking die Remain stemde. Zij moet de economische consequenties voor het land afwegen met de politieke consequenties voor haar partij, en voor het hele land.

Na het referendum werd de keuze weleens getypeerd als die tussen economische en politieke zelfmoord. De uitkomst van het (niet-bindende) referendum negeren zou zeker hebben geleid tot de implosie van de conservatieve regering, en zou grote schade hebben toegebracht aan het politieke systeem. De nieuwe eerste minister omzeilde dit dankzij het schitterende mantra “Brexit betekent brexit”. Dit hield de hardliners rustig, zonder enige substantiële toegeving te maken. Tot dusver heeft ze politieke zelfmoord dus kunnen afwenden.

Maar dat is enkel omdat ze eigenlijk niets heeft gedaan. “Brexit betekent brexit” is nu echter de houdbaarheidsdatum voorbij. Tijdens het congres van de conservatieve partij stelde ze “er bestaat niet zoiets als een ‘harde’ of een ‘zachte’ brexit”, maar waar haar vorige mantra technisch correct was, is dit een waanbeeld. Er wacht haar een keuze van kritiek belang, die niet kan worden ontweken.

Je moet natuurlijk wel voorzichtig zijn bij het interpreteren van uitspraken op een partijcongres. Vele commentatoren hoorden in haar speech zo goed als het bewijs dat ze voor een harde brexit zou gaan en de Interne Markt verlaten. Maar dat was misschien wel een flinke dosis confirmation bias – gespierde uitspraken voor de oren van de partijgetrouwen zijn niet altijd een goede leidraad voor werkelijke beleidsmaatregelen. En zie: twee dagen na haar speech vertelde ze Sky News dat ‘ze wilde dat Britse bedrijven de grootst mogelijke kans krijgen om binnen de Interne Markt “te opereren”’. Laura Kuenssberg, de politieke hoofdredacteur van BBC, tweette:  “drie verschillende ministers hebben deze week privé verklaard dat we, na brexit, in de Interne Markt zouden kunnen blijven, wat er ook is gezegd...”

We zijn dus niet echt iets wijzer. De premier heeft zichzelf een extra maand bedenktijd toegeëigend (de streefdatum voor het inroepen van Artikel 50 is nu maart 2017), maar tenzij er iets onverwachts gebeurt zal ze een keuze moeten maken – een bijzonder moeilijke keuze.

Ze kan die rationeel bekijken en – laten we hopen zonder het overoptimisme van sommige van haar MPs – de kosten en baten van de opties afwegen. En kosten zullen er zeker zijn – “make no mistake”, zoals ministers graag plegen te zeggen.

De Interne Markt verlaten zal ongetwijfeld in de smaak vallen bij de radicale vleugel van haar partij en hun parlementaire vertegenwoordigers, maar de kost hiervan mag niet worden onderschat. Politiek zou deze keuze ingaan tegen het verkiezingsprogramma waarmee de partij in 2015 een meerderheid haalde (“We say: yes to the Single Market”), en dat zou weleens tot moeilijkheden kunnen leiden. En wat de economische kost betreft, enkel de grootste optimisten ontkennen dat die aanzienlijk zou zijn.

Lid blijven van de Interne Markt zou oproer veroorzaken bij de hardliners, die het resultaat van het referendum zeer ruim interpreteren. Hoe groot de revolte zou zijn is moeilijk in te schatten, maar dat zou weleens eenzelfde soort herrie binnen de partij kunnen veroorzaken die de Labourpartij onder Jeremy Corbyn al meer dan een jaar plaagt.

Ze zou ook haar heil kunnen zoeken in ideologie en fundamentele waarden, en ‘doen wat juist is’. Maar de meeste politici vinden het van nature moeilijk om zich aan starre principes te houden, zeker in tijden waarin populisme in de markt ligt. De congresslogan “Een land dat werkt voor iedereen” illustreert de betekenisloze platitudes waarmee haar eindspeech doorspekt was.

Als noch rationele analyse, noch ideologische leidraden hulp bieden, dan kunnen denkfouten weleens bepalend worden in de uiteindelijke keuze. Naast overoptimisme, dat haar zou kunnen aanzetten tot het minimaliseren van de nadelen en het in de verf zetten van de voordelen, is er de verwante denkfout die bekend staat als de planning fallacy: het schromelijk onderschatten van de complexiteit van de taken die het voltooien van brexit werkelijk inhoudt.

Maar minstens zo gevaarlijk is de sunk cost fallacy, ook bekend als escalation of commitment, of toenemende verbintenis. Zelfs mocht blijken dat de extra soevereiniteit die het verlaten van de Interne Markt niet zou opwegen tegen de economische kost ervan, dan nog zou de cumulatieve moeite en mentale energie die er al in is geïnvesteerd het nemen van het rationele besluit kunnen verhinderen. Groepsdenken (iedereen gelooft dat alle anderen denken dat de gekozen route moet worden gevolgd) en verliesaversie (alle aandacht gaat naar wat verloren gaat in elke mogelijkheid, eerder dan de balans van winst en verlies, of wat niet verloren gaat) zijn in staat het kabinet en de premier steeds verder in een bepaalde richting te duwen, zelfs als dat objectief de verkeerde keuze is.

Wat je verder ook van haar mag denken, sta even stil bij de schier onmogelijke opdracht waar Theresa May nu voor staat.

 

LEES OOK
Koen Smets 08-07-2016

Het probleem met principes

Een beslissing nemen is sowieso niet makkelijk, maar wanneer er principes bij komen kijken wordt het helemaal onmogelijk.
cake-2-compressor
Charlotte Goeyers 04-07-2016

Brexit: exit 1 miljard voor Britse wetenschap

De opzegging van het EU-lidmaatschap tekent ook de academische wereld. Zowel universiteiten als Erasmusstudenten worden getroffen.
shutterstock_68827690-2-compressor
Koen Smets 01-07-2016

De mythe van de irrationele kiezer

Waren de 'Leave'-stemmers in het Britse referendum echt irrationeel? Het stereotype van de irrationele kiezer is een mythe.
ballotbox