In De Juristenkrant 2012/246, 4-5 staat de Gentse hoogleraar mediarecht Dirk Voorhoof stil bij de gevolgen van twee recente arresten van het Hof van Cassatie.
Twee bepalingen in de Belgische grondwet vormen sedert 1831 de steunpilaren van de grondwettelijke bescherming van de persvrijheid in dit land. Art. 25 waarborgt de vrijheid van drukpers en koppelt daaraan het verbod van censuur. Art. 150 heeft het hof van assisen, en dus de volksjury bevoegd gemaakt om te oordelen over vormen van zware criminaliteit (misdaden), politieke misdrijven en dus ook drukpersmisdrijven. De hamvraag was of ook internetmedia als drukpers te beschouwen waren en ten volle aanspraak konden maken op deze grondwettelijke waarborgen.
Het Hof van Cassatie geeft nu een positief antwoord op die vraag. De gevolgen daarvan zijn verregaand. Een van de gevolgen van de arresten is immers dat niet enkel journalistieke websites 'de positieve gevolgen van de feitelijke straffeloosheid wegens laster, eerroof en beledigingen mogen ervaren. Voortaan hoeven ook personen die dergelijke uitingen via internet posten, geen strafvervolging te vrezen.'
De integrale tekst vindt u op de website mediakritiek.be