Over de democratie wordt altijd met algemene indrukken en clichés gediscussieerd. De kloof tussen de burger en de politiek is te groot dan wel te klein, het parlement en bij uitbreiding het hele politieke bestel is machteloos in een geglobaliseerde wereld, of de representatieve democratie is, zoals David Van Reybrouck in ‘Tegen verkiezingen’ beweerde, al een hele tijd in haar geheel failliet. Het zijn filosofische analyses die op hun best inspireren maar op hun slechtst mensen cynisch en onverschillig maken voor de werking van het politieke systeem. Wie denkt dat het huis in brand staat, merkt ook niet langer de mogelijkheden tot kleine maar heuglijke verbeteringen van de inrichting.
Niet de tweede
Het afschaffen van het opvolgerssysteem zou zoiets kunnen zijn. Per kiesarrondissement dienen partijen in België twee lijsten in. De ene nummert de effectieve kandidaten, en de tweede reeks namen geeft de volgorde aan van de politici die in het parlement verschijnen als een effectieve kandidaat zijn zetel niet opeist. Dat was vroeger schering en inslag. Bij elke verkiezingen stonden er politici op de lijsten die niet van plan waren hun mandaat op te nemen: ze zetelden al in een andere assemblee. Dat mag gelukkig niet meer – een voorbeeld van een heuglijke verbetering. Politici moeten het mandaat uitoefenen waar ze het meest recent voor verkozen zijn.
De meest bekende opvolgersplaatsen zullen na 25 mei de zetels van minister zijn. Na elke regeringsvorming schrijft er een tiental parlementsleden zich uit om een ministerspost op te nemen. Die verwevenheid van wetgevende en uitvoerende macht is een ander werkpuntje – waarom nemen kandidaat-ministers deel aan een verkiezing van parlementsleden? – en zorgt ervoor dat elke keer weer een golfje onbekende politici in het parlement belandt.
Dat is bizar. Logischerwijs mogen kiezers verwachten dat wanneer hun gekozen kandidaat het parlement verlaat, hij vervangen wordt door degene die zij op twee hadden gezet. Zo gaat het bij elke andere functie, of dat hoop je toch. Politieke partijen zien dat anders. Als een minister aftreedt als parlementslid, halen zij een lijstje uit hun zak met nieuwe namen. Degene die zij daar bovenaan hebben gezet, krijgt een zitje.
Een parlement is de hoogste macht in de representatieve democratie. Het hoort geen verlengstuk te zijn van het personeelsbeleid van politieke partijen
Personeelsbeleid
Voor zo een ingrijpende inmenging in het democratische proces moeten partijen, zou je denken, ijzersterke argumenten hebben. Helaas zijn die er niet. Er wordt geschermd met de unieke maar electoraal minder interessante talenten die sommige politici schijnen te hebben – denk: degelijkheid. De effectieve lijsten zijn dan plaatsen waar de stem van het volk onverstoorbaar klinkt, terwijl in de feiten ook die volgorde grotendeels door partijen wordt opgesteld. Met opvolgerslijsten kunnen partijen kansen geven aan onbekend en daarom onbemind volk. Het kan inderdaad een manier zijn om ondervertegenwoordigde groepen zoals allochtonen in het parlement te krijgen. De praktijk leert anders.
Een parlement is de hoogste macht in de representatieve democratie. Het hoort geen verlengstuk te zijn van het personeelsbeleid van politieke partijen. Ons systeem kent zoveel grendels dat er toch wel één plek mag zijn waar de politici die wij het liefste hebben aan het woord komen. Dat zijn geen partijkneusjes van opvolgers – sorry, Lode Vereeck. Het systeem moet worden afgeschaft. Bij mijn weten is er geen enkel ander land dat zoiets hanteert, dus ik ben er ook van overtuigd dat dat ooit zal gebeuren.