Dit is een gastbijdrage. Een Apache-lezer levert met dit stuk een bijdrage aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.

Net als ik: het belang van in-groepen

17 september 2021 Koen Smets
Supporter
(CC BY 2.0 Goran Has (Flickr))

Dat is precies wat Samuel Salzer overkwam, een collega gedragsdeskundige en een vurig fan van het Londense Tottenham Hotspur, die recent vernam dat de Zweedse sociaaldemocratische regeringsleider Stefan Löfven ook al decennialang een supporter is van de Spurs. Voorheen had hij geen hoge pet op van zijn eerste minister, maar nu “merkte hij onmiddellijk hoe zijn beeld van hem veranderde”, ook al besefte hij dat dat eigenlijk “irrelevant” was.

Is dit feit werkelijk zo irrelevant als Samuel schrijft, en is zijn reactie, zoals hij impliceert, irrationeel?

Affiniteit telt

Het lijkt vanzelfsprekend dat politiek een kwestie is van beleidsopties, en enkel van beleidsopties. Een rationele kiezer – gesteld dat die bestaat – zal de beleidspunten die de kandidaten voorstaan evalueren, ze tegen elkaar afwegen en zo bepalen wie van de kandidaten een beleid zal voeren dat het beste overeenkomt met zijn of haar wensen.

Maar dat is niet hoe we in werkelijkheid te werk gaan.

In een Deens experiment door politieke wetenschappers Rune Slothuus en Claes de Vreese kregen burgers vier verschillende opiniestukken te lezen over twee beleidsvoorstellen. Twee leden uit evenveel partijen schreven elk een pro- en een contravariant. De deelnemers aan het experpiment werden in vier overeenkomstige groepen onderverdeeld, en moesten aangeven in welke mate ze de opinie in het stuk deelden. Wat bleek? De mate waarin de deelnemers het eens waren met de stelling in het stuk werd sterk bepaald door wie de auteur was: hun mening over een artikel was veel positiever als dat van de hand was van de partij waarvoor ze stemmen, ongeacht of het stuk zelf vóór of tegen de maatregelen was.

Partijgezindheid blijkt dus een belangrijke rol te spelen bij het beoordelen van beleidsmaatregelen. Met andere woorden: of we voor of tegen een maatregel zijn is een niet zozeer een functie van de aard en specifieke inhoud ervan, maar vooral van welke partij er voor of tegen is.

Zijn er nog van die bijkomende factoren die onze politieke keuzes beïnvloeden?

Ga even mee in dit gedachte-experiment: je moet kiezen tussen twee politici die beiden exact hetzelfde beleid voorstaan (om het partijeffect te neutraliseren kun je er zelfs van uitgaan dat ze tot dezelfde partij behoren en bijvoorbeeld allebei voorzitter willen worden). Als je verder werkelijk helemaal niets weet over beide kandidaten, dan kun je net zo goed een muntstuk opgooien om je stem te bepalen. Maar zou je dat ook doen als je meer te weten kwam over de kandidaten? Zou je bijvoorbeeld toch niet een lichte voorkeur hebben voor de persoon die hetzelfde heeft gestudeerd als jij, of die ook – net als jij – een voorliefde heeft voor Kraftwerk, de Harry Potter-boeken, of Stoïcijnse filosofie?

Zulke karakteristieken – en je kunt er nog vele andere verzinnen – zullen naar alle waarschijnlijkheid geen invloed hebben op hun politieke handelingen, maar toch lijken ze vreemd genoeg vorm te geven aan ons beeld van een persoon. En laten we nu even een kleine wijziging aanbrengen aan het gedachte-experiment: deze keer verschilt hun programma in een klein, in jouw ogen onbelangrijk, detail. Is het dan mogelijk dat je dan nog steeds zou kiezen voor de kandidaat met wie je affiniteit voelt – vooral als die een sterke emotionele component heeft – zelfs als het programma van de andere kandidaat toch iets beter overeenstemt met je eigen politieke waarden? Zou je, met andere woorden, bereid zijn een beleidskeuze op te geven als je wist dat de kandidaat in jouw in-groep is?

We zijn geneigd een positiever beeld te hebben van en liever samen te werken met leden in onze in-groep, ongeacht hoe we die definiëren. De in-groep kan bijvoorbeeld bestaan uit zogenaamde minimale groepen gevormd op basis van triviale keuzes  zoals of een hotdog al dan niet een sandwich is of hoe toiletpapier moet worden georiënteerd. Je hebt wellicht ook al gemerkt hoe gewiekste auto- of keukenverkopers hun kansen op een aankoop een duwtje willen geven door deze tendens uit te buiten. Ze stellen je enkele persoonlijke vragen en vinden dan snel een – werkelijke of verzonnen – connectie: “U hebt een ongewone naam! Waar komt u vandaan? O, België? Daar was ik een paar jaar terug! Een heel fijn land, met lekker bier, en Brugge, wat een prachtige stad!” En ja hoor, als koper voel je je onwillekeurig nauwer verbonden met de verkoper.

De evolutionaire psychologie stelt dat in-groep-favoritisme zijn oorsprong vindt in de evolutie van de mens als een coöperatieve soort, in staat om te overleven en te gedijen in een breed gamma van omgevingen. Welomschreven in-groepen waren en zijn hiervoor een plausibel mechanisme. En al waren partijpolitiek en voetbal nog niet courant toen dit samenlevingsmodel ontstond, beide passen prima bij het concept van de in-groep.

(Niet zo’n) irrationele voorkeuren

Is het irrationeel je beeld van iemand aan te passen – zelfs als het een politicus is! – omdat hij of zij supportert voor dezelfde voetbalploeg als jij? De term ‘irrationeel’ wordt vaak gebruikt om gedrag te beschrijven dat wordt beoordeeld als onlogisch, suboptimaal en, eerlijk gezegd, een beetje dom. Dit is echter geen bijzonder behulpzame definitie, niet enkel omwille van de normgevende ondertoon, maar omdat ze de doelen en voorkeuren van de vermeende irrationele persoon niet in aanmerking neemt.

Of een keuze al dan niet rationeel is, is verbonden met de voorkeuren van de beslissingsnemer. Ze kan enkel irrationeel zijn als ze daar tegenin gaat. Anna, die veel waarde hecht aan het logo op een auto, is niet irrationeel wanneer ze een duur model verkiest terwijl er een functioneel identiek model beschikbaar is voor vele duizenden euro’s minder, maar van een meer bescheiden merk. Bob, die verkiest niet met het vliegtuig te reizen omdat het idee alleen al hem met panische angst vervult, is niet irrationeel omdat hij lange afstanden met de auto aflegt, ook al verhoogt dat de kans op een dodelijk ongeval onderweg.

En evenmin zijn mensen irrationeel die er de voorkeur aan geven een eerste minister te hebben uit hun in-groep, en die een sterkere affiniteit voelen met de premier zodra ze vernemen dat hij, net als zij, een supporter is van de Spurs.

Hun gunstiger houding ten opzichte van de politicus hoeft hem daarom natuurlijk nog niet te verzekeren van hun stem bij de volgende verkiezingen. Maar weten dat je samen met een politiek tegenstander deel uitmaakt van dezelfde in-groep – vooral wanneer die, zoals hier, een uitgesproken emotionele betekenis heeft – kan je aanmoedigen tot een meer neutrale beoordeling van zijn beleid, eerder dan het dogmatisch te verwerpen dat vaak de typische reactie is op het beleid van een politiek tegenstrever. En dat kan alvast geen kwaad, toch?

LEES OOK