Dit is een gastbijdrage. Een Apache-lezer levert met dit stuk een bijdrage aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.

Trek de stekker uit het privatiseringsdecreet

6 december 2021 Dries Goedertier
zorg arts verpleger ziekenhuis
(Annie Pratt (Unsplash))

Iets meer dan één jaar geleden dienden Vlaamse Parlementsleden van N-VA, Open VLD en CD&V een opmerkelijk voorstel van decreet in. We zaten toen volop in de tweede coronagolf. De strijd tegen het virus vergde volgens de indieners een “bevordering van de samenwerking” tussen openbare welzijnsverenigingen (zoals het Zorgbedrijf Antwerpen) en private partners.

De meerderheidspartijen vroegen een spoedbehandeling en dus een onmiddellijke stemming. De oppositie (Vooruit, PVDA, Groen) ging gelukkig zwaar op de rem staan. Het was het begin van een verbeten strijd tegen wat ondertussen beter bekend staat als het privatiseringsdecreet. De inzet is duidelijk: het voortbestaan van de openbare zorg- en welzijnssector en dus het recht op kwaliteitsvolle, betaalbare zorg voor iedereen.

Het uitgangspunt van de regeringspartijen klinkt niet slecht. Wie is immers niet voor samenwerking in de zorgsector, toch? Het privatiseringsdecreet is echter geenszins gestoeld op een relatie van gelijkwaardigheid tussen openbare en private partners. Het houdt in dat welzijnsverenigingen net afstand moeten doen van hun openbaar karakter om alsnog toegang te krijgen tot voordelen waar vandaag alleen de privésector recht op heeft.

Openbare welzijnsverenigingen zouden zelf privaatrechtelijke vennootschappen kunnen gaan oprichten. Daarvan kunnen externe financiers en vennootschappen 49% van de aandelen opkopen. Net zoals in het Verenigd Koninkrijk dreigen op die manier bedrijfsmodellen te ontstaan waarin niet de zorgbehoevende, maar de winsten van financiële spelers centraal staan.

Schaalvergroting van Zorgbedrijf Antwerpen

Het is geen geheim dat het Vlaamse privatiseringsdecreet op maat geschreven is van het Antwerpse stadsbestuur dat fors bespaart op de openbare welzijnsvereniging Zorgbedrijf Antwerpen. De dotatie aan het Zorgbedrijf zal dalen van 39,3 miljoen euro in 2020 naar 28,7 miljoen in 2025. Private financiering moet soelaas brengen. Hoe? Door het zorgvastgoed te parkeren in een naamloze vennootschap en daarvan 25% + 1 van de bedrijfsaandelen te verkopen.

Daarnaast wil men onder andere ook de dienstenchequewerkzaamheden en de maaltijdbereiding overdragen naar twee besloten vennootschappen, eveneens met private kapitaalinbreng. Voor de uitbating (en het personeel) van onder andere de woonzorgcentra, de assistentiewoningen en de jeugdzorg komt er een privaatrechtelijke vzw. Zo wordt de deur opengezet voor schimmige, weinig transparante constructies waarin de grenzen tussen openbaar en privaat bewust vervagen.

Het privatiseringsdecreet zal de financialisering van de zorg verder stimuleren

Over een private participatie in het zorgvastgoed zijn er gesprekken met een consortium dat bestaat uit de financieringsmaatschappij PMV, de commerciële rusthuisuitbater Vulpia en het zorgvastgoedfonds Aedifica. Met 25% + 1 van de aandelen zou dit consortium – niet onbelangrijk – beschikken over een blokkeringsminderheid op het vlak van een statutenwijziging en een verandering van het voorwerp en doel van de vennootschap.

Net zoals het gelijkaardige Cofinimmo en Care Property Invest verwerft Aedifica zorgvastgoed (zoals woonzorgcentra) dat het verhuurt aan de private, commerciële én publiek gesubsidieerde zorgconcerns. In Vlaanderen krijgen de 107 commerciële woonzorgcentra die gelinkt zijn aan deze drie zorgvastgoedfondsen samen 250 miljoen euro subsidies. De Morgen berekende recent dat daarvan jaarlijks 93 miljoen euro aan huur wegvloeit naar de vastgoedeigenaars.

Deze praktijk van sale & lease back voedt dus een extractieve winstlogica die in de eigenlijke woonzorgcentra gepaard gaat met hoge ligdagprijzen en kwaliteitsbedreigende personeelsbesparingen. Ook het personeel en de zorgbehoevenden van het Zorgbedrijf Antwerpen zullen dat ondervinden. De vzw voor de zorguitbating zal immers zoals gangbaar een hoge huur betalen aan de vastgoedvennootschap. Daarbovenop zullen de private investeerders ook bepaalde gebouwen willen verkopen (asset stripping) om de winsten van de vastgoedvennootschap (en hun dividend) op te drijven.

Belangrijk om te weten is dat de drie vennootschappen van het Zorgbedrijf overal in Vlaanderen “ondersteunende en facilitaire diensten” mogen ontplooien. Ze zullen ook belangen kunnen verwerven in bestaande of nog op te richten vennootschappen. Op die manier kan er rond het Zorgbedrijf Antwerpen een zeer complexe structuur ontstaan met verschillende dochterondernemingen.

Het Zorgbedrijf Antwerpen streeft naar een schaalvergroting van zijn dienstverlening door – nog meer dan vandaag al het geval is – ook buiten Antwerpen woonzorgcentra en assistentiewoningen te verwerven en exploiteren. Het Zorgbedrijf zal het pad op gaan van de grote commerciële zorgconcerns die door schaalvergroting (en besparingen op personeel) winsten trachten te generen om aandeelhouders én zorgvastgoedfondsen te kunnen betalen.

In dit opzicht zal het privatiseringsdecreet bijdragen tot welzijnsverenigingen die – in de woorden van de commerciële zorgkoepel VLOZO – “vervellen naar private ondernemingen”. Het mag duidelijk zijn dat de geest van publieke dienstbaarheid daardoor verdrongen zal geraken. Niet de bevolking, maar de zorg voor de aandeelhouder komt centraal te staan.

De commercialisering van de Vlaamse zorgsector ging van in het begin gepaard met winst- en expansiemogelijkheden voor financiële actoren. Het privatiseringsdecreet zal deze financialisering van de zorg verder stimuleren.

Financiële spitstechnologie naar Brits model

In dit opzicht begint de Vlaamse zorgsector meer en meer op die van het Verenigd Koninkrijk te lijken. Commerciële zorgketens – vaak in handen van private equity-vennootschappen – baten er 64% van alle rusthuizen uit en hebben 71% van alle bedden in portefeuille.

Commerciële zorgketens versluizen hun winsten naar belastingparadijzen

De structuren van deze concerns zijn complex. Ze tellen vaak honderden aparte ondernemingen die gegroepeerd zijn in puur financiële holdings. De ondernemingen van zulke zorgketens gaan vaak leningen bij elkaar aan om minder belastingen te moeten betalen. De interestbetalingen op de schuld zijn immers fiscaal aftrekbaar.

Kenmerkend zijn ook de sale & lease back-arrangementen met aparte vennootschappen voor enerzijds de operationele diensten en anderzijds de vastgoedportefeuille. Zogenaamde triple net lease-overeenkomsten – eveneens standaard in de Belgische zorgvastgoedsector – houden in dat de kosten voor de onroerende voorheffing, de verzekering en het onderhoud bij de huurder komen te liggen. Zo betaalde Care UK vorig jaar 4.1 miljoen pond huur aan Silver Sea Holdings, een vastgoedbedrijf dat net zoals Care UK in handen is van het Amerikaanse Bridgepoint.

Belangrijk om te weten is dat commerciële zorgketens hun winsten versluizen naar belastingparadijzen. Silver Sea Holdings is bijvoorbeeld gevestigd in het Groothertogdom Luxemburg.

Het jaarlijkse inkomen van de Britse residentiële ouderenzorg bedraagt 15 miljard pond. Door sale & lease back en andere financiële spitstechnologie stroomt daarvan jaarlijks 10% ofwel 1,5 miljard pond weg naar financiële spelers. De kosten daarvan komen terecht op de schouders van het personeel in de vorm van lage lonen en een hoge werkdruk.

Door de financiële, extractieve logica is er het constante risico op insolvabiliteit bij de operationele eenheden (de rusthuizen). Hun financiële reserves zijn uiterst miniem. Bij een tegenvaller zoals een lagere bezettingsgraad (meer lege bedden) en dito inkomsten komen ze vlug in financieel stormweer terecht.

Door een gebrek aan dagelijkse middelen is het natuurlijk zeer moeilijk om kwaliteitsvolle zorg op ieder moment te garanderen voor de bewoners. Voor de financiële investeerders en eigenaars zijn de zorgkwaliteit en de (economische) levensvatbaarheid van de operationele zorgbedrijven echter van geen belang. De operationele zorgbedrijven doen dienst als financiële melkkoe. Als deze operationele bedrijven daardoor niet winstgevend zijn, kunnen ze (met inbegrip van het vastgoed) altijd verkocht worden.

Meer subsidies, meer regulering?

Private equity-vennootschappen wentelen kortom het bedrijfsrisico af op de operationele diensten en dus op personeel en bewoners. Soms loopt het echter helemaal fout. In 2011 en 2019 gingen Southern Cross en Four Seasons Health Care failliet, onder andere omdat hun operationele zorgbedrijven niet langer de torenhoge triple net lease-overeenkomsten konden betalen.

De situatie leidde tot veel onzekerheid bij de bewoners. Wettelijk gezien ligt de verantwoordelijkheid voor de continuïteit van de zorg echter bij de lokale besturen. Er bestaat daardoor dus ook een probleem van moral hazard omdat de financiële investeerders alle verantwoordelijkheid kunnen ontlopen en het risico afwentelen op de overheid.

Strengere regulering kan helpen om de ‘uitwassen’ te bestrijden, maar zal finaal tekortschieten omdat de zorgsector niet kan functioneren als een markt

Vertegenwoordigers van de sector hebben echter het lef met de vinger te wijzen naar de lokale overheid die niet genoeg publieke middelen zouden voorzien. Sinds de financiële crisis van 2008 is er inderdaad problematisch veel bespaard. Er moeten meer middelen naar de zorg. Meer overheidssubsidies verstrekken zonder paal en perken te stellen aan financiële extractie is echter vragen om meer moeilijkheden. Er is dan geen enkele garantie dat de bijkomende middelen ook daadwerkelijk gebruikt worden waarvoor ze bestemd zijn, namelijk zorg verlenen.

Strengere (financiële) regulering kan helpen om de ‘uitwassen’ te bestrijden, maar zal finaal ook tekortschieten omdat de zorgsector om talloze redenen niet kan functioneren als een markt. Verhuizen naar een ander woonzorgcentrum is bijvoorbeeld verre van evident. Het gaat gepaard met een grote emotionele en psychologische belasting, wat bekend staat als transfer trauma. Opnieuw zoeken naar een andere ‘thuis’ is niet iets dat je graag doet op het einde van je leven.

Bewoners kunnen slechte zorg kortom moeilijk afstraffen. Marktwerking zal altijd onvolmaakt zijn omdat bewoners (‘klanten’ in New Public Management-taal) hun preferenties niet goed duidelijk kunnen maken. De commerciële dienstverleners beseffen dit en kunnen daardoor hun eigen preferentie voor winst volop botvieren door te besparen op de kwaliteit van de zorg. Hun machtspositie is ook sterker omdat zij over meer informatie beschikken dan hun (potentiële) bewoners.

Finaal gezien is het in een arbeidsintensieve sector ook alleen maar mogelijk om winst te maken door te besparen op arbeidstijd en dus op de tijd die personeelsleden mogen besteden aan de bewoners. Sterke personeels- en kwaliteitsnormen zijn van enorm groot belang, maar in de context van een geprivatiseerde zorgsector verre van een evidentie. Te sterke normen zullen winstgerichte investeerders afschrikken, tenzij ze overheidsfinanciering krijgen om hun kosten te dekken (wat zelfs dan nog geen garantie is voor goede kwaliteit).

De strijd is niet gestreden

Financiële spitstechnologieën zoals triple net lease-overeenkomsten houden een groot risico in voor de levensvatbaarheid van de zorg en kunnen zelfs leiden tot faillissementen. Het is iets dat de Antwerpse politiek en het management van het Zorgbedrijf Antwerpen niet kan negeren.

De Antwerpse OCMW-raadsbeslissing van 31 mei voor de herstructurering van het Zorgbedrijf Antwerpen en recent nog een aantal andere handelingen zijn gelukkig vernietigd en/of onwettelijk bevonden door de Antwerpse gouverneur Cathy Berckx en het Agentschap Zorg en Gezondheid.

Als je het werkelijk goed voor hebt met de zorg aan de bevolking, dan is maar één conclusie mogelijk: trek de stekker uit het privatiseringsdecreet

Het is een goede zaak dat overheidsinstanties op de rem staan als sommigen een loopje trachten te nemen met de juridische werkelijkheid. Het privatiseringsdecreet is immers nog steeds niet gestemd dankzij de acties en het verzet van de vakbonden, de mutualiteiten, de zorgkoepels (met uitzondering van de commerciële zorgkoepel VLOZO) en de parlementaire oppositie. Zeer belangrijk is dat ook verschillende welzijnsverenigingen zich fel uitspraken tegen de privatisering van de openbare zorg- en welzijnssector.

Ook de stemming op 15 november ging niet door. De Raad van State deelde de mening van de oppositie dat het privatiseringsdecreet ook van toepassing is op de autonome verzorgingsinstellingen – een publieke rechtsvorm die gebruikt wordt voor de uitbating van ziekenhuizen. Op vraag van CD&V is het punt voorlopig van de agenda gehaald. "Wij willen sluitend weten dat ziekenhuizen zijn uitgesloten. We hebben geen haast en willen een stevig decreet", zegt CD&V-parlementslid Brecht Warnez.

Een halt toeroepen aan de privatisering van de ziekenhuizen is op zich heel belangrijk. Toch roept het een belangrijke vraag op. Want hoe valt het te verdedigen dat je geen privatisering wil van openbare ziekenhuizen maar kennelijk wel nog steeds die van de openbare ouderenzorg? Alsof privatisering alleen maar in de ziekenhuiszorg problematisch zou zijn. Het tegendeel is waar.

Het zorgmiddenveld moet waakzaam en strijdvaardig blijven. Het is van essentieel belang om alle openbare zorg- en welzijnsvoorzieningen uit de klauwen te houden van de zorgvastgoedfondsen. Als je het werkelijk goed voor hebt met de zorg aan de bevolking, dan is maar één conclusie mogelijk: trek de stekker uit het privatiseringsdecreet.

LEES OOK
2 REACTIES
Roland Horvath12-12-2021 10:27:55
Privatisering van collectieve eigendommen is altijd gelegaliseerde diefstal. De ondernemingen krijgen het geprivatiseerde meestal voor een appel en een ei. Nu dreigt dat ook te gebeuren in de zorg en zieken verpleging. Vlaanderen wordt geleid door rechtse partijen die beweren voor de Vlamingen op te komen zoals alle populistische partijen doen en altijd gedaan hebben. In feite zijn ze uitsluitend in dienst van het grootkapitaal. De Vlamingen zijn voor hen uitsluitend kiesvee.

Zoals het artikel stelt kan de behandeling van zorg en ziekte niet geprivatiseerd worden. Tenzij men wil dat een groot deel, zo'n 15%, van de burgers niet verzekerd is zoals in de VS. En dat de ziekte en de zorg zo'n twee à drie maal duurder worden. Wat ziekte betreft is er geen winst te maken omdat iedereen de beste behandeling wil. Anders dan bijvoorbeeld de productie van auto's waarbij de ene auto tientallen malen duurder is dan de andere. Daar is wel winst te maken. De enige mogelijkheid om een goede en betaalbare zorg en ziekte verzekering en behandeling te hebben is die zaken 100% collectief te organiseren en te behouden. Niet alleen de VL politici doen domme dingen, ze worden door de meeste media gesteund. Die zijn namelijk ook eigendom van het grootkapitaal.
Raoul Delveaux31-01-2022 13:03:53
Inderdaad, indien er bij de politici nog enig spoor van fatsoen overblijft, dan moeten ze zorgen dat de welzijnssector uit de handen blijft van de "pseudo-kapitalistische-weldoeners". blijft.
In de privaatsector is er maar een doel dat belangrijk is, namelijk - winst, nog meer winst, zo veel mogelijk winst. Dat ondernemingen winst willen maken is hun goed recht, maar hun "cliënten" moeten de vrijheid houden om te kunnen en te willen kopen of niet te kopen. Veel van die mensen in de welzijnssector zoals hospitalen, rusthuizen en dies meer, hebben die vrijheid van keuze niet. Ze worden meestal hulpbehoevend na een lang leven van werken en sociale lasten betaald te hebben. Zij kiezen er niet voor om "hulpbehoevend" te worden. Zij moeten geholpen worden. Dus, wie is bereid die mensen te helpen omdat het moreel verplicht is ??? juist, de overheid.
Dat een overheidsorganisatie, die geen winst hoeft te maken, tenzij voor reserves voor slechtere tijden, economischer KAN werken is een waarheid zoals een koe. Dat een privaat onderneming, die winst MOET maken, dat beter kan is tegen alle logica, zelfs voor gewetenloze winstzoekers moet die logica toch ergens in een klein hoekje van hun grijze massa opgeslagen zijn.
Indien een welzijnsorganisatie dat niet beter kan, dan wordt ze gewoon slecht beheerd of een aantal werknemers zit daar gewoon maar te zitten omdat ze toch vast benoemd zijn. De toezichthouders, meestal lokale politiekers, zijn te veel bezig met de volgende verkiezingen en brengen dus meer tijd door in restaurants en dergelijke dan met controlerend toezicht in die welzijnsondernemingen. Daar wringt SOMS het schoentje.
Dus, absoluut, trek uit die stekker van het privatiseringsdecreet. Behoud nog enig fatsoen en laat de sociale organisaties hun controlerend werk doen in het algemeen belang van de behoeftigen.
Raoul Delveaux