Dit is een gastbijdrage. Een Apache-lezer levert met dit stuk een bijdrage aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.

Er is meer met gedrag dan enkel gedrag

20 mei 2022 Koen Smets
human in a system
Gedragsverandering is moeilijk omdat we allemaal op een verschillende manier reageren op dezelfde tekens. (© Tobi Gaulke (Flicker CC BY NC ND 2.0))

Zou het kunnen dat elk probleem waar wij mensen mee kampen, individueel en collectief, een gedragsprobleem is? Klinkt toch wat grandioos. Maar wanneer we onverwachte kosmische rampen uitsluiten, lijkt het er inderdaad op dat elk probleem kan worden teruggebracht tot mensen die (a) niet doen wat ze zouden moeten, (b) doen wat ze niet zouden moeten, of (c) het verkeerde doen. Dus, om al onze problemen op te lossen moeten we enkel ons gedrag veranderen, ja?

Voor wie zich met menselijk gedrag bezighoudt, zoekt naar inzicht in waarom we doen wat we doen, en hoe we ertoe kunnen worden aangezet zo nodig anders te handelen, zou dit goed nieuws moeten zijn. Gedragswetenschap als de redder van de mensheid, dat zou nog eens wat zijn.

Maar laten we niet op de zaken vooruitlopen. Er zijn namelijk twee vragen die aandacht verdienen. Als de oorzaak van een probleem ons gedrag is, betekent dat dan ook meteen dat de oplossing ligt in het wijzigen van individueel gedrag? En is gedragswijziging zo makkelijk en ongecompliceerd als we vermoeden?

Het individu en het systeem

Een recente working paper van twee zwaargewichten in de gedragswetenschap bond de kat de bel aan. In een opmerkelijke mea culpa geven Nick Chater van de universiteit van Warwick en George Loewenstein van Carnegie Mellon toe dat ze verkeerd waren te geloven dat veel maatschappelijke problemen goedkoop en duurzaam konden worden opgelost op het individuele niveau. Kleine wijzigingen in de omgeving (nudges) zouden mensen ertoe aanzetten energie te besparen, gezond te eten, voldoende te sparen voor hun oude dag, medische afspraken na te komen, hun belastingen te betalen, veiliger te rijden en zo meer.

junk food
De resultaten van 'nudgen' zijn teleurstellend en bescheiden. (© Gilbert Mercier (Flickr CC BY NC ND 2.0))

Maar, zo beweren ze, niet alleen waren de resultaten van deze nudges “teleurstellend en bescheiden”, maar de idee zelf van interventies gericht op het individu heeft de beleidsagenda ingepalmd. Vele gedragswetenschappers (met in hun kielzog de beleidsmakers) zijn almaar meer beleidsuitdagingen gaan formuleren in individuele termen, en leidden zo de aandacht af van potentiële meer systemische oplossingen zoals regelgeving en belastingen. De auteurs bekijken een reeks van maatschappelijke problemen (klimaatverandering, obesitas, pensioenen, gezondheidszorg en plastic afval), en argumenteren dat beleidsmakers hierbij te sterk hebben ingezet op wat ze het ‘i’-kader noemen, het streven naar individuele gedragsverandering, en het ‘s’-kader zijn gaan negeren, ook al zouden bijvoorbeeld regelgeving of taksen een sterker effect hebben. (Ze verdenken zakelijke belangen zelfs deze beleidslijn te steunen, omdat die, precies ten gevolge van de bescheiden resultaten, het door hen geprefereerde status quo bevoordeelt.)

Snijden deze beweringen hout? Sommige zijn beslist vatbaar voor discussie, zo niet inhoudelijk, dan minstens wat betreft hun omvang. Maar het kan niet worden ontkend dat de focus in beleidsvorming inderdaad behoorlijk naar dat ‘i’-kader is opgeschoven. En zo loop je inderdaad het risico dat een belangrijke observatie over het hoofd wordt gezien: gedrag kan systemische oorzaken hebben. Ook al zijn ze niet de enige oorzaak, en heeft een bepaald gedrag stevige individuele wortels, dan nog ga je zo extra hefbomen veronachtzamen die kunnen helpen gedrag te wijzigen, en maatschappelijke (en zelfs individuele) problemen aan te pakken. De dichotomie tussen individu en systeem is hier duidelijk onbehulpzaam (bestaat er wel zoiets als een behulpzame dichotomie?), en beleidsmakers doen er best aan alle perspectieven te omarmen die verhelderen hoe mensen zich gedragen en waarom, en aandacht te hebben voor alle aanpakken die bijdragen tot succesvolle verandering.

Maar is de focus op dat ‘i’-kader dan het resultaat van de toegenomen populariteit van gedragswetenschap en nudgen? Onze diepste instincten, verankerd in genen die teruggaan tot onze verste voorouders, laten ons zorgen voor ons eigenbelang: datgene doen dat ons toelaat te overleven, wel te varen, en onze genen door te geven. Het juiste gedrag wordt beloond, het verkeerde bestraft, en talloze generaties hebben dit mechanisme aangescherpt en verstevigd. En al zijn beloningen en bestraffingen gaandeweg toepasselijk geworden op veel meer dan enkel voedsel, beschutting en voortplanting, toch drijven ze nog net zoveel ons gedrag.

We zijn wel steeds meer complexe, diep onderling afhankelijke maatschappijen gaan bouwen, waarin we genieten van onvoorstelbaar meer welstand en welvaren dan het geval zou zijn als we zelf voor alles moesten zorgen. Dankzij zowel fysische als abstracte systemen en structuren, dankzij rechten en plichten gecodeerd in wetten en regels, kunnen we ons verlaten op talrijke anderen om ons een bescheiden schrijfinstrument te verschaffen (zoals Leonard Read zo treffend beschrijft in I, Pencil), en ontelbare andere, meer complexe producten, diensten en hulpmiddelen.

Dit is voor een flink deel te danken aan beleid dat ingrijpt op het ‘s’-kader, maar we blijven wel inherent onafhankelijke actoren gedreven door individuele motieven. Dat verklaart wellicht de neiging om beleid toch ook vaak af te stemmen op het ‘i’-kader, geworteld in de overtuiging dat er uiteindelijk gewenst gedrag is dat moet worden beloond (of misschien vaker nog, ongewenst gedrag dat moet worden bestraft), net zoals de evolutie ons dat voordeed.

Individuele verantwoordelijkheid

Het verkeer levert hier goede illustraties. Een weg waarop voertuigen te snel rijden wordt voorzien van verkeerstekens met een lagere maximumsnelheid en wie die overschrijdt, wordt bestraft. Of dit tot minder slachtoffers leidt is niet zo duidelijk, en dat wordt ook niet zo vaak nagegaan. Jessie Singer, de auteur van There are no accidents, gaf in een recente episode van de Human Risk podcast ook enkele frappante voorbeelden. Vijftien jaar geleden werd een vriend van haar gedood door een dronken bestuurder die tegen 100 kilometer per uur de Hudson River Greenway was ingereden, een weg voor voetgangers en fietsers in Manhattan in New York. De bestuurder kreeg een gevangenisstraf, maar er werd niets gedaan om het pad zelf te beveiligen. Tien jaar later reed een terrorist met een pickup hetzelfde pad op en doodde er acht mensen.

Een tweede tragisch relaas gaat over een vrouw die langs een drukke stadsautoweg woont, en die elke ochtend met haar drie kinderen de bus neemt van de halte aan de overkant van de weg. Zo’n 500 meter verderop is er een voetgangersbrug, die een omweg van een kwartier betekent. Op zekere ochtend is ze laat en om te vermijden dat ze de bus mist, besluit ze de drukke weg over te steken. Daarbij wordt een van haar kinderen gegrepen door een auto, en overlijdt. Zowel de bestuurder als zijzelf worden naderhand veroordeeld voor doodslag door een voertuig.

crossing the road
Is veilig de overkant bereiken een individuele of een systemische uitdaging? (© Markus Winkler (Pixabay))

De schuld geven aan individuele personen en hun ‘slechte gedrag’ bestraffen is duidelijk een interventie in het ‘i’-kader. Maar het is lang niet zo duidelijk dat ze tot gedragsverandering leidt, vooral wanneer het ‘systeem’ er een medeoorzaak van is – hetzij omdat juist handelen moeilijk is, of omdat verkeerd handelen makkelijk is. In zulke gevallen is een ingreep op het ‘s’-niveau nodig om werkelijk een verschil te maken. Zoals Susan Baker, die het Johns Hopkins Center for Injury Research and Policy oprichtte, Springer vertelde, is het niet zo'n goed beleid om mensen proberen op te voeden en ze te bestraffen wanneer ze niet leren, en is het beter “de wereld veilig te maken voor dronkaards want zo maak je hem veilig voor iedereen”.

Ondanks het feit dat we gedurende het grootste deel van onze evolutie verantwoordelijkheid hebben moeten nemen voor onszelf, en de gevolgen dragen voor het falen daarin, is er een grens aan wat we kunnen verwachten van individuele verantwoordelijkheid, en van beloning en straf. Als zelfs het risico dat een van je kinderen door een auto wordt aangereden je er niet van weerhoudt een drukke weg over te steken om de bus niet te missen, weet je dat je die grens hebt bereikt. Misschien zal, over een duizendtal generaties, de mensheid zijn geëvolueerd om die beslissing op een meer wijze manier te maken, maar zoveel tijd hebben we niet.

Hetzelfde maar anders

Zelfs een conventionele ‘i’-kader ingreep gebaseerd op beloning en straf heeft dus zijn grenzen, maar er is nog meer wanneer het om gedragsmatige ingrepen gaat. Hoe komt het dat de resultaten daarvan zo “teleurstellend en bescheiden” zijn? Het korte antwoord is simpel: we zijn niet allemaal hetzelfde.

Gedragsverandering is moeilijk – niet zozeer omdat we koppig zijn (al is dat soms wel degelijk het geval!), maar omdat we allemaal op een verschillende manier reageren op dezelfde tekens, seinen en nudges, afhankelijk van onze voorkeuren (en hoe sterk ze zijn), maar ook van onder meer  onze culturele achtergrond, onze opleiding en opvoeding, onze socio-economische klasse, onze leeftijd, ons geslacht, onze persoonlijkheid, om de situatiecontext niet te vergeten.

Vele inzichten uit de gedragswetenschappen komen voort uit laboratoriumexperimenten met studenten psychologie of economie aan universiteiten in westerse, geïndustrialiseerde, rijke en democratische landen (men gebruikt wel eens het acroniem WEIRD om deze beperking aan te geven). Kunnen ze zomaar worden veralgemeend? Meer bepaald, kan de manier waarop ze worden toegepast worden veralgemeend? Ik moet onwillekeurig denken aan het geval van de luchtvaartmaatschappij waarin men had vernomen dat uit onderzoek was gebleken dat de kans op het winnen van een grote prijs sterker motiverend kan werken dan de zekerheid van een kleine prijs. Er werd een loterijbonussysteem ingevoerd, waarin van de 88.000 medewerkers slechts 1.361 een (wat grotere) bonus zouden ontvangen. Het was geen succes en werd prompt opgeheven.

De problemen in de toegepaste gedragswetenschappen zijn in belangrijke mate het gevolg van onterechte veralgemeningen, van de veronderstelling dat de resultaten van een lab- (of zelfs een veld)experiment altijd geldig zijn, op alle plaatsen, in alle omstandigheden en voor alle personen op dezelfde manier. We delen weliswaar diepgewortelde neigingen met al onze medemensen, van welke culturen en achtergronden ook (en eigenlijk zelfs met een groot deel van ons voorgeslacht). Maar we zijn wat snel geweest (en zijn dat nog steeds) met het verheffen van zeer specifieke uitingsvormen van deze onderliggende mechanismen tot universele theorie.

Het is waar dat bijna al onze problemen in de grond hun oorsprong vinden in ons gedrag. Om gedegen oplossingen te vinden moeten we echter erkennen dat gedrag ook systemische (mede-)oorzaken kan hebben. Mogelijk nog belangrijker, we moeten bovendien ook erkennen dat we nog een weg hebben af te leggen voor we een echt, universeel inzicht hebben in ons menselijke gedrag. We hebben flink wat stukjes van de puzzel, maar het brede plaatje is nog wat ongrijpbaar.

De resultaten van toegepaste gedragswetenschap mogen dan al “teleurstellend en bescheiden” zijn geweest, maar de discipline zelf zou misschien ook wat meer bescheidenheid mogen vertonen.

LEES OOK