Hanna is kinderbegeleider. Ze werkt in een gemengde groep, met kinderen van 3 maand tot bijna 3 jaar oud. Samen met haar collega vangt ze dagelijks veertien kinderen op. Er zijn van die dagen dat de kleintjes alleen maar lijken te huilen. De baby’s omdat ze honger hebben of een verse pamper willen, de peuters omdat er op die momenten niemand is om hen te troosten of met hen te spelen. Als Hanna ’s avonds afgepeigerd thuis komt, dan huilt ze soms ook.
Tom is opvoeder. Hij is alleen verantwoordelijk voor een leefgroep van tien jongeren met een beperking. Omdat er in de psychiatrie geen plaats is, komt er vandaag een jongen bij met een ernstige agressieproblematiek. De laatste keer dat dit gebeurde zette die de leefgroep op stelten en kreeg Tom klappen toen hij tussenkwam in een vechtpartij. Tom was een week arbeidsongeschikt. Hij krijgt het koud als hij aan het moment terug denkt.
Isabel werkt in een woonzorgcentrum. Iedere ochtend begint ze vroeg aan haar shift. Eten brengen, mensen wassen: ze doet het aan de lopende band. Amper tijd voor bijkomende vragen, laat staan voor een babbeltje. Nochtans is zij de enige persoon die vele ouderen die dag zullen zien. Ook Isabel zelf zal niemand meer zien. Een collega is ziek uitgevallen en iemand moest voor haar inspringen. Ze zal elf uur onafgebroken werken.
Harder, langer, flexibeler
Verhalen zoals die van Hanna, Tom en Isabel krijgen we als vakbond dagelijks te horen. Ze zouden ook uit andere sectoren kunnen komen: uit de thuiszorg, de geestelijke gezondheidszorg of het algemeen welzijnswerk. Het gevoel niet de zorg of de hulp te kunnen geven die nodig is, terwijl ze steeds harder, langer en flexibeler moeten werken, dit maakt dat steeds meer werknemers uitvallen, of ontgoocheld en uitgeput de sector verlaten.
Zorg- en hulpverleners hebben nood aan perspectief. Alleen dat kan de negatieve spiraal doorbreken. Mocht Hanna geen zeven, maar vijf kinderen onder haar hoede hebben, dan zou ze zich niet moeten beperken tot het hoogstnoodzakelijke en kan ze tijd maken voor een verhaaltje of een knuffel.
Een extra collega op de gang zou Isabel de kans geven om beter te zorgen voor de ouderen én voor zichzelf. En Tom en zijn jongeren zouden zich veiliger voelen in een kleinere leefgroep, met zorg op maat binnen een aangepaste infrastructuur.
1 miljard euro is niet genoeg
De nieuwe Vlaamse Regering stelt de noodzakelijke investeringen te zullen doen. Voor een warm Vlaanderen: weet je wel?
Vooruit-kopman Conner Rousseau had het over budgetten die ons van onze stoel zouden doen vallen. Wel, we hebben het zogenaamde ‘centenboekje’ grondig doorgenomen en eerlijk: hier is niemand van zijn stoel gevallen.
In absolute termen is 1 miljard euro natuurlijk een immens bedrag. Maar dat is veel minder het geval wanneer we het afzetten tegenover de reële noden die er in Vlaanderen zijn.
Neem de sector voor personen met een handicap. Daar gaat het grootste deel van het extra budget naartoe: 478 miljoen euro. Alleen: dit voorjaar berekende het Vlaams Agentschap dat er 1,4 miljard euro nodig is om aan alle vragen te kunnen voldoen. De regering maakt ongeveer een derde van dat bedrag vrij. Zelfs voor een aantal prioritaire investeringen – kostprijs: 778 miljoen euro – is er dan niet voldoende geld.
Waar zit dan die breuk met het vorig beleid? Jan Jambon en co mogen dan wel een valse start hebben genomen in 2019, uiteindelijk hebben ook zij bijkomende middelen vrijgemaakt. Zo kreeg dezelfde sector de afgelopen vier jaar 343 miljoen euro extra toegestopt. Daar heeft men meer mensen mee kunnen helpen, maar op het einde van de rit zijn de wachtlijsten wel gewoon weer aangegroeid. De reden: ieder jaar vragen meer mensen om hulp. Dat zal de komende vier jaar niet anders zijn.
Wachten kan niet meer
Iedere regering investeert, maar onvoldoende. Op die manier zullen de wachtlijsten niet verdwijnen en in veel sectoren zelfs niet afnemen. Er zullen nog steeds jongeren in crisis op straat terecht komen omdat er geen veilig verblijf beschikbaar is. De kinderopvang zal nog steeds met onrechtvaardige voorrangsregels moeten werken en hulpbehoevende mensen zullen afhankelijk blijven van oververmoeide mantelzorgers. Hoezo, een warm Vlaanderen?
En ook om bijkomende plaatsen te realiseren is er nood aan meer personeel. In het andere geval komen zorg- en hulpverleners nog meer onder druk te staan. Het is de fout die men in het verleden heeft gemaakt en waar we nog steeds de gevolgen van dragen. De idee dat het allemaal wel wat efficiënter kan, dat men meer kan doen met minder. Wel, het vet is al lang verbrand, nu verliezen we spiermassa. Dat is wat Hanna, Tom en Isabel voelen.
Iedereen beseft dat het werk in de zorg aantrekkelijker moet. De afgelopen jaren is er terecht geïnvesteerd in een grootschalige reclamecampagne voor zorgberoepen. Maar in het regeerakkoord lezen we nauwelijks iets over betere loon-en arbeidsvoorwaarden. Er is ook geen budget voor vrijgemaakt. Dat is onbegrijpelijk. Zelfs de vorige regering maakte, weliswaar in de nasleep van de coronacrisis, 577 miljoen euro vrij voor een sociaal akkoord.
Een noodzakelijk begin
Heeft de Vlaamse Regering het echt goed voor met de zorg- en hulpverleners en de mensen die hen nodig hebben dan doet ze er nog dit jaar iets bij. Minstens 1 miljard euro extra is nodig, alleen al voor het personeel. Dan kunnen we de lonen optrekken, werk buiten de normale uren beter waarderen, personeelsnormen verbeteren en structureel inzetten op vorming en ondersteuning. Een wonderoplossing is het niet, wel een noodzakelijk begin.
Dat dit budgettair en politiek niet vanzelfsprekend is: het zal wel. Maar zelfs boekhouders schatten langetermijnrisico’s in. Nu niet doen wat nodig is, maakt dat de rekening alleen maar zal oplopen, budgettair maar vooral maatschappelijk. Een begroting in evenwicht is helemaal niets waard op het moment dat ons zorgsysteem in elkaar stort en mensen op zichzelf zijn aangewezen.
Hanna, Tom en Isabel willen blijven doen wat nodig is om dat te vermijden. Mogen zij van de regering hetzelfde verwachten?
Zichzelf hebben ze natuurlijk ook niet vergeten. Het aantal "verkozenen" steeg recht evenredig met de personeelskrimp in de openbare dienstverlening. De partijfinanciering swingt de pan uit en van de extra legale voordelen die ze zichzelf toekenden kunnen alleen CEO's en dikke kaderleden dromen.
Als het te weinig budget dan ook nog eens moet verdeeld worden tussen de zuilen loopt het natuurlijk nog verder mis. Wanneer de noodzakelijke zorg om ideologische redenen dubbel moet worden georganiseerd houden ze allemaal hun smoel. Dat die ideologie dikke portefeuilles smeert, ook daar zwijgen ze allemaal over.
En wie draait er voor op... De sukkel onderaan de ladder.
Zolang het geld regeert zal dit niet veranderen. Zolang de idiote Belg, Europeaan, Amerikaan, enz enz. blijft stemmen voor zij die het geld laten regeren is de sukkel onderaan de pineut. Eigenaardig genoeg blijft die sukkel onderaan hardnekkig vasthouden aan dat idiote stemgedrag.