Dit is een gastbijdrage. Een Apache-lezer levert met dit stuk een bijdrage aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.

Antizionisme is geen antisemitisme, beste rectoren van VUB en ULB

Een bijeenkomst van pro-Palestijnse betogers aan VUB.
Een bijeenkomst van pro-Palestijnse betogers aan VUB. (© Lara Asselman)

In recente Facebookposts stellen ULB-rector Annemie Schaus en VUB-rector Jan Danckaert dat er aan onze universiteiten “geen plaats is voor antisemitisme of racisme onder welke vorm dan ook, zonder uitzonderingen”. Tot zover zijn wij het roerend met hen eens.

Vervolgens stellen zij dat er geen ruimte is “voor zogenaamd onderscheid tussen antizionisme en antisemitisme wanneer deze dezelfde haat en geweld aanwakkeren” en voegen ze daaraan toe dat er sprake is van een “verontrustende toename … van openlijk antisemitisch gedrag, verpakt als kritiek op Israël”. Dit is waar het schoentje knelt.

Dat de rectoren kritiek op Israël bestempelen als antisemitisme is zorgwekkend, want “als [er] iets antisemitisch is, dan is het wel het voortdurende verband dat verschillende media [en nu ook onze rectoren] leggen tussen de misdaden van Israël, en de Joodse identiteit”, zoals Karin Amatmoekrim recent schreef in NRC Handelsblad.

Dat terwijl ze heel goed weten dat er een belangrijk onderscheid is tussen zionisme en Joden en tussen Israël en Joden. Zo stelt de Amerikaanse geograaf Tristan Sturm dat het aantal christelijke zionisten in de Verenigde Staten dubbel zo groot is als de Joodse bevolking wereldwijd en woont meer dan de helft van de wereldwijde Joodse bevolking niet in Israël.

Dan is het toch ronduit anti-intellectueel en academisch onwaardig om dit onderscheid op te heffen? Rectoren zouden beter moeten weten vooraleer ze dit soort uitlatingen doen. En als ze het verschil tussen antizionisme en antisemitisme werkelijk niet begrijpen, dan ligt dat wellicht aan het gebrek aan institutionele aandacht voor onderzoek naar racisme.

Niet één pot nat

Er zijn bibliotheken volgeschreven over het onderscheid tussen antisemitisme en antizionisme, en over het bewust inzetten van betichtingen van antisemitisme om het project van een etnostaat te rechtvaardigen en kritiek daarop te smoren.

Nogmaals voor alle duidelijkheid: antisemitisme is strafbaar en verwerpelijk – want het gaat over “discriminatie, vooroordeel, vijandigheid of geweld tegen Joden als Joden (of Joodse instellingen als Joden)”.

Antizionisme daarentegen verzet zich tegen “een politieke ideologie die gelooft in de oprichting en instandhouding van een staat die de rechten van Joden boven die van niet-Joden bevoorrecht”.

Het koppelen van antizionisme aan een definitie van antisemitisme is dus niet alleen wetenschappelijk onjuist, maar ook moreel problematisch, zelf antisemitisch en daardoor een reëel gevaar. Het is net zoiets als beweren dat kritiek op Rusland automatisch neerkomt op racisme tegen Russisch-orthodoxen, of dat kritiek op Engeland gelijkstaat aan anti-anglicanisme omdat Engeland officieel een anglicaans land is.

Bovendien doet het geen recht aan de positie van veel Joden die juist fervent antizionistisch zijn. Zijn zij dan ook antisemitisch? Joden als een homogene groep voorstellen die unaniem achter Israël staan, is een onterechte generalisatie die antisemitisch en historisch onjuist is en die bovendien leidt tot het bagatelliseren van echt antisemitisme.

Academische waarden

Rectoren wijzen graag op de noodzaak van academische vrijheid, respectvol debat, en kritisch denken aan onze Vrije Universiteiten. Maar waar zijn deze waarden gebleven in hun eigen uitlatingen?

In plaats van impulsief te reageren op gebeurtenissen via sociale media en de werkelijkheid te simplificeren, zouden juist zij – als leiders van een academische gemeenschap – zulke debatten moeten voeren met kennis en nuance, én met een bewuste afweging in hun woordkeuze. Want taal doet ertoe.

Groepen of standpunten achteloos over één kam scheren onder het mom van de strijd tegen antisemitisme zal de polarisatie en haat in onze samenleving niet doen afnemen.
Filosoof Ludo Abicht schrijft in zijn boek De eeuwige kop van Jood: “maar wanneer woorden wapens worden … moeten we opletten dat ze door oneigenlijk gebruik niet hun overtuigingskracht verliezen, onder meer wanneer we onvoorzichtig omgaan met de formulering van een aantal van deze voorbeelden”.

Waarom gaan rectoren wel zo onvoorzichtig met woorden om door antizionisme en antisemitisme aan elkaar gelijk te stellen? Is het om de studenten en personeelsleden die al een jaar tegen genocidaal zionisme demonstreren in een kwaad daglicht te plaatsen? Om op die manier hun roep om een academische boycot te delegitimeren opdat onze universiteiten met Israëlische instellingen kunnen blijven samenwerken?

Benoem ook anti-Arabisch racisme en islamofobie

Waar blijft trouwens de duidelijke stellingname tegen anti-Palestijns en anti-Arabisch racisme? Als de rectoren zich wensen uit te spreken over de gebeurtenissen in Amsterdam, waarom blijven zij dan stil over de geweldplegingen en racistische uitlatingen van Maccabi-hooligans die onder andere leuzen als “Dood aan de Arabieren” en “Er zijn geen scholen in Gaza, want er zijn geen kinderen meer” scandeerden?

Terwijl beide rectoren antisemitisme expliciet verwerpen, worden islamofobie en anti-Arabisch racisme meestal gegroepeerd onder “racisme onder welke vorm dan ook”. Draagt het stelselmatig wél expliciet maken van antisemitisme en niét van anti-Arabisch racisme en islamofobie niet precies bij aan de normalisering van discriminatie van moslims en mensen in en uit het Midden-Oosten?

Wie kritiek uit op Israëlische beleid wordt meteen in het verdachtenbankje geplaatst. Want door te suggereren dat antizionistische uitlatingen de facto verpakkingen zijn van antisemitisme zetten de rectoren een grote groep studenten en medewerkers weg als racisten en antisemieten.

Deze houding, die elke vorm van kritiek op zionisme gelijkstelt aan antisemitisme, maakt Israël-kritische academici en studenten in feite monddood. Onder dergelijke verstikkende censuur rest ons als academische gemeenschap weinig anders dan ons nog luider te blijven uitspreken tegen de problematische gelijkstelling van antizionisme aan antisemitisme en voor ons recht (en bovenal onze plicht) op kritisch denken.

Deze tekst werd door meer dan 250 mensen ondertekend, onder wie ruim 180 medewerkers van VUB en ULB, namens het VUB Palestine Solidarity Network en Universiteitsmedewerkers voor Palestina van ULB.

De volledige lijst met ondertekenaars vind je via deze link.

 

LEES OOK
Nathan Vandeputte 03-12-2024

Pro-Israëlische houding ondergraaft onze democratie

De westerse steun voor Israël bedreigt ook de fundamenten van onze eigen democratieën.
Israëlisch premier Benjamin Netanyahu tijdens het bezoek van Amerikaans buitenlandminister Antony Blinken aan Israël in mei 2024.
2 REACTIES
Ludwig De Maeyer — 18-11-2024 18:22:20
Eindelijk een genuanceerd oordeel. Kritiek op Netanyahu en zijn extreem rechts kabinet heeft niets, maar dan ook niets te maken met antisemitisme. Zijn misschien in Israël de tegenstanders van Netanyahu en zijn regering ook antisemieten? Integendeel, als wij blijven zwijgen over de gebeurtenissen in Gaza en de schendingen van zowat alle mensenrechten gedurende de laatste honderden dagen, zal de geschiedenis over ons zeer hard oordelen. De Duitse bevolking kon nog zeggen " Wir haben es nicht gewusst". Wij kunnen dat excuus niet gebruiken. Wij zien elke dag op het nieuws wat er zich afspeelt in Gaza. Met deze bedenking wil ik trouwens ook op geen enkele manier de afschuwelijke raid van Hamas op 7 Oktober 2023 goedpraten.
Pascal Van Puymbroeck — 02-12-2024 17:27:33
Kijk naar de feiten. Lijst eens op de VN resoluties tegen Israël. Die ze bovendien gewoon naast zich neerleggen. Israël is een schurkenstaat.