Dit is een gastbijdrage. Een Apache-lezer levert met dit stuk een bijdrage aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.

Het dilemma van Zelenski

door Koen Smets
Ukraine war
Is een oplossing van een conflict rechtvaardig en eerlijk als de benadeelde partij de overwinnaar moet belonen? (UNDP Ukraine/Flickr CC BY ND 2.0)

Op 24 februari ging de “speciale militaire operatie” van Rusland in Oekraïne haar vierde jaar in, zonder zicht op een einde. Een nieuwe president van de Verenigde Staten heeft echter het initiatief genomen om via onderhandelingen tot vrede te komen, en dit werpt een fel licht op het diepe morele dilemma waarmee de Oekraïense president Zelenski wordt geconfronteerd.

Elke overeenkomst zal onvermijdelijk concessies aan Rusland inhouden, die ongetwijfeld als uitermate onrechtvaardig zullen worden ervaren. Anderzijds betekent het uitblijven van een vredesakkoord dat de vijandelijkheden onverlet zullen doorgaan, waarbij het lijden – vooral onder Oekraïense burgers – onverminderd voortduurt, en alleen de twijfelachtige hoop op een regelrechte overwinning als tegenwicht kan dienen.

Dit is een duidelijk conflict tussen een Kantiaans principieel standpunt (het is moreel verkeerd voor een aangevallen land om concessies te moeten doen aan zijn agressor) en een Benthamitisch resultaatgericht standpunt (het is moreel verkeerd om bloedvergieten voort te zetten als er een manier is om het te stoppen). Welke gezichtspunt is meer verdedigbaar, en onder welke voorwaarden en aannames?

Twee (niet zo) heel verschillende soorten beslissingen

We zien een botsing tussen twee fundamenteel verschillende soorten beslissingen. Bij optimalisatiekeuzes wordt een hoeveelheid van één bepaalde zaak geruild voor een hoeveelheid van een andere, gebaseerd op hun relatieve kosten en baten. Met een beperkt budget kunnen we er bijvoorbeeld voor kiezen om meer te spenderen aan tuinplanten, en dat betekent minder uitgeven aan kleding.

Bij andere beslissingen moeten we kiezen tussen twee opties die elkaar uitsluiten – bijvoorbeeld twee jobaanbiedingen of twee huizen. Toch kunnen we de opties vaak ontleden in 'ruilbare' elementen en ze omzetten in optimalisatiebeslissingen (we kunnen bijvoorbeeld een grotere tuin inruilen voor de nabijheid van een school).

Als er echter elementen zijn waarover niet kan worden onderhandeld – zoals niet naast een vliegveld willen wonen – worden we geconfronteerd met een grens- of principebeslissing. Hier gaat het om wat we niet bereid zijn ter discussie te stellen, en dit houdt verband met het moraalfilosofische concept van heilige waarden, waarover geen kosten-batenanalyse kan worden gemaakt.

Zelenskyy's dilemma
Het principiële perspectief, of het resultaatgerichte? (X)

Het beschermen van heilige waarden is zelf een heilige waarde, en daarom zijn we zo terughoudend om zelfs maar te overwegen ze op te offeren. We weten dat we geen akkoord kunnen bereiken zonder een onderhandeld compromis, maar we willen ook niet onderhandelen over heilige waarden. Dit maakt elke onderhandeling die vereist dat we heilige waarden op het spel zetten een directe aanval op diezelfde waarden, en zelfs op heilige waarden als concept. Is er een uitweg uit deze paradox?

Het principiële, deontologische perspectief voor Zelenski rust op verschillende morele fundamenten: territoriale soevereiniteit is een onschendbaar recht, het belonen van agressie schept een aanzienlijk moreel risico, slachtoffers mogen niet opdraaien voor de kosten van het onrecht dat hen is aangedaan, en het schenden van deze fundamenten zou een gevaarlijk precedent scheppen.

In de Kantiaanse moraal zijn dit rode lijnen die niet overschreden mogen worden, ongeacht de gevolgen. Zijn resultaatgerichte, consequentialistische perspectief wordt bepaald door het fysieke lijden van de burgers, de afnemende opbrengsten van aangehouden weerstand, en mogelijk zelfs een pragmatisch aanvaarden van de werkelijke machtsonevenwichten, en de kosten van het negeren daarvan.

Maar de scheidslijn tussen deze twee ogenschijnlijk monolithische standpunten is misschien vager dan ze lijkt. Dat geeft aan waarom en hoe een compromis toch mogelijk is. Deontologische principes belichamen, ondanks hun absolutistische dikdoenerij, vaak een onderliggende, impliciete logica. Het onderzoeken van de motivaties erachter kan die logica blootleggen en de vraag óf erover onderhandeld kan worden (“nooit!”) transformeren in de vraag wanneer dat wel zou kunnen.

Door “We zullen nooit grondgebied afstaan” te herkaderen als een hoogdrempelig consequentialistisch standpunt, “Op de lange termijn zou de kost van het afstaan van grondgebied catastrofaal zijn”, kan een vergelijking worden gemaakt tussen deze kost, en die van het voortzetten van de oorlog.

Wat lijkt op een conflict tussen morele systemen kan overigens ook een kwestie zijn van verschillende tijdshorizonten: wat op de korte termijn als onaanvaardbaar geldt, kan bespreekbaar worden als we verder vooruitkijken. Bovendien zijn 'niet-onderhandelbare kwesties' vaak weinig meer dan een retorisch en psychologisch hulpmiddel, meer bedoeld om het gezichtsverlies te vermijden dan om heilige waarden te beschermen.

Het zorgvuldig formuleren en verpakken van voorstellen en eventuele compromissen kan ervoor zorgen dat geen gezichten worden verloren, zonder verstrikt te geraken in rode lijnen.

Hoe spijt heilige waarden in toom kan houden

Hetzelfde conflict tussen kosten-baten en heilige-waardenperspectieven komen we trouwens ook op individuele schaal tegen. In een fictieve anekdote (toegeschreven aan diverse karakters, variërend van Churchill tot Bertrand Russell) vraagt een man aan een bekende actrice of ze met hem naar bed wil voor een miljoen dollar.

Wanneer ze daarmee instemt, vraagt hij of ze dat ook voor een tientje zou doen, waarop zij reageert met: “Wat voor vrouw denk je dat ik ben?”. Zijn antwoord vat de confrontatie tussen principe en kosten-baten samen: “Dat hebben we al vastgesteld. Nu onderhandelen we alleen nog over de prijs.”

Zo zien we hoe, ook in interpersoonlijke conflicten, toch kan worden onderhandeld over het onbespreekbare, hoe we weten dat er grenzen zijn maar niet waar ze zijn (en daar liever niet op worden gewezen), en hoe we de schijn proberen te bewaren wanneer we worden geconfronteerd met de de facto inwisselbaarheid van principes.

Ons gevoel voor goed en kwaad, zeker als het gaat om onszelf en hoe we door anderen worden behandeld, heeft de neiging zich te manifesteren als een persoonlijke heilige waarde, die verontwaardiging uitlokt als iemand probeert deze te schenden, of een “over mijn lijk”-reactie op suggesties dat we zelf iets zouden moeten doen dat hiermee in strijd is.

Een voorbeeld waarmee velen van ons direct of indirect bekend zijn, is de ervaring van een familieruzie: iemand voelt zich gekrenkt door een familielid en de familieband verzuurt. De dynamiek is zeer vergelijkbaar met die van vredesonderhandelingen. Weegt de vermeende schending van een heilige waarde zwaarder dan al de rest, of is het herstellen van de harmonie cruciaal, ongeacht de schuld?

Hoe kunnen beide partijen gezichtsverlies vermijden? Kunnen kleine meningsverschillen zo diepgeworteld raken dat terugkrabbelen erger voelt dan het conflict voortzetten? Overheerst de kortetermijnkost van het toegeven het gedrag, ten koste van de langetermijnkost van een verloren relatie?

regret 4
Was deze waarde werkelijk zo heilig? (Brett Jordan/Flickr CC BY 2.0)

Heilige waarden en hoe we ermee omgaan, vormen de sleutel tot een oplossing, en twee strategieën kunnen ons helpen om de knopen te ontwarren. We moeten in vraag stellen of onze heilige waarden werkelijk onwrikbaar zijn, of eigenlijk hoogdrempelige posities. In het laatste geval scheppen we speelruimte, waarin we de kosten en baten ervan kunnen afwegen tegen die van de alternatieven, en onderhandelen over een compromis.

We moeten ook zorgvuldig alle heilige waarden onderzoeken die we niet kunnen herformuleren en, na eerst te hebben erkend dat de ene moet worden opgeofferd om de andere te respecteren, uitwerken welke uiteindelijk het zwaarst weegt.

De persoonlijke invalshoek biedt een stevig instrument dat goed gebruik maakt van onze emoties: (geanticipeerde) spijt. Wanneer we een van twee even belangrijke waarden moeten opofferen, is ons inbeelden hoe we ons daar achteraf bij zouden voelen een daadkrachtige manier om duidelijkheid te krijgen, vooral wanneer we onszelf projecteren in de verre toekomst.

Door ons voor te stellen wat we op de lange termijn zouden hebben gewonnen en verloren met elk van beide keuzes, kunnen we nagaan waarover we de meeste spijt zouden hebben. Zorgvuldige reflectie helpt om de “kantelpunten” bloot te leggen waarop principes kunnen zwichten voor consequenties, en niet langer heilig zijn. 

Voor Zelenski zouden deze bijvoorbeeld de omvang van het lijden, de kansen op een overwinning, de waarde van symbolische concessies, en de steun van de Oekraïners kunnen zijn. Maar of het principiële dan wel het resultaatgerichte perspectief het meest verdedigbaar is, is de verkeerde vraag wanneer er compromissen moeten worden gesloten. De kwaliteit van zijn beslissing wat te accepteren of te verwerpen zal worden bepaald door het proces dat hij volgt.

Hoe beter we deze dynamiek in ons eigen leven leren herkennen, hoe beter we de complexiteit van zulke schijnbaar hardnekkige internationale conflicten zullen begrijpen, en hoe beter we bestand zullen zijn tegen het trekken van simplistische conclusies.

LEES OOK
Ian Parmeter 18-06-2025

Israëlische aanvallen viseren nucleair programma van Iran

Israël heeft twee doelen: de vernietiging van het nucleaire programma en de ondermijning van het regime.
Israel-Iran conflict
Quentin Noirfalisse 14-10-2022

Wat als de weg versperren interessanter is dan een Congolese mijn controleren?

'Belasting innen langs een weg is een zeer rendabele vorm van financiering', zegt onderzoeker Peer Schouten.
roadblock checkpoint