“Zes ‘linkse’ organisaties krijgen rekening van politiek compromis gepresenteerd”, kopt De Standaard. In een besparing van 3,6 miljoen op subsidies voor het middenveld, betaalden ‘linkse’ organisaties het gelag voor de drooglegging van enkele organisaties uit de Vlaams-nationale zuil. Het lijkt een klassiek voorbeeld van wafelijzerpolitiek, een plat compromis zonder veel inhoud, waarmee de kous af is. De besparingen schrijven zich naadloos in in de kille boekhouderslogica van minister-president Matthias Diependaele (N-VA) en deze Vlaamse Regering.
Primaat van de politiek
De besparingen schrijven zich naadloos in in de kille boekhouderslogica van minister-president Matthias Diependaele (N-VA) en deze Vlaamse Regering
Van de zes ‘linkse’ middenveldorganisaties wordt er eentje gewoon drooggelegd (Labo vzw), wordt er eentje middelen geweigerd (Headquarters of The Movement) en krijgen enkele organisaties een serieus kortwieken van hun middelen te verwerken (Vrede vzw, Vredesactie, GetBasic vzw (uitgever van De Wereld Morgen) en Climaxi. Dat gebeurt ondanks de positieve evaluaties door de beoordelingscommissies sociaal-cultureel werk. Op een subsidiepot van 83 miljoen euro voor de middenveldorganisaties, is er “ondanks de verontwaardiging nu ook geen sprake van een enorme kaalslag in het sociaal-culturele middenveld. Grotere verenigingen zoals Okra, Ferm of Davidsfonds, vaak verbonden met oude zuilen, blijven gespaard”, schrijven Valerie Droeven en Jeroen Struys in de Standaard.
Noch de wafelijzerpolitiek, noch het oordeel of dit een kaalslag is of niet, noch al dan niet terechte verontwaardiging, komen tegemoet aan een nauwkeurige lezing van de feiten. Deze besparingen tonen een kwalitatieve omslag in de relatie tussen overheid en middenveld, in die mate dat we over een Orbaneske politiek kunnen spreken. Wat ongeveer twintig jaar geleden begon, onder het mom van “het primaat van de politiek”, slaat nu om in het ondergraven van een actief-pluralistische democratie, de rechtsstatelijke fundamenten ervan en de principes van procedurele rechtvaardigheid. Vlaanderen lijkt toenemend op “Hongarije aan de Leie”.
Organisaties worden, buiten decretale contouren om, beschuldigd van het niet genoeg veroordelen en aanmoedigen van en participatie aan gewelddadige radicalisering. Beide contexten tonen de risico's van een overheid die zowel het maatschappelijk pluralisme wil inperken als de tegensprekelijke kracht van het middenveld wil neutraliseren vanuit een revanchistische drang.
A walk down memory lane
Het revanchisme dat we vandaag in beleidskringen zien, is bijna anachronistisch. Er is namelijk niks “Vlaamser” (en deels Belgischer) dan de samenwerking tussen overheid en middenveld. Als er iets de naoorlogse welvaartsstaat kenmerkt dan wel het medebeheer en co-regie van het middenveld in de dagelijkse politiek en dito beleid. Zeker aan Vlaamse kant krijgen ook nieuwe sociale bewegingen die allerlei nieuwe “thema’s” op de agenda plaatsen eind jaren 60, begin jaren 70 en vanaf de jaren 80 een plaats bij het vormgeven van de samenleving, naast de oude sociale bewegingen.
Die actief-pluralistische invulling van democratie, gestut door subsidiariteit en medebeheer en dito medevormgeving van de samenleving stuit al twintig jaar op grenzen. Dat zijn geen natuurlijke grenzen, noch zijn het grenzen van ‘een uitgeleefd model’. De grenzen worden politiek geproduceerd - laat ons een kat een kat noemen en “heilige huisjes” mijden - door de bestuursdeelname van N-VA vanaf 2004.
Als er iets de naoorlogse welvaartsstaat kenmerkt dan wel het medebeheer en co-regie van het middenveld in de dagelijkse politiek
De partij heeft, in tegenstelling tot partijen als Vooruit en CD&V, zelfs na de zogenaamde “ontzuiling” (die tot op zekere hoogte een feit is) weinig tot geen “politieke zuil”. Of we moeten al denken aan de Vlaamse beweging. Die laatste(n) worden nu grotendeels geraakt door besparingen op basis van criteria die onder de vorige Vlaamse Regering werden geïnstalleerd om etnisch-culturele organisaties en hun zogenaamde “federaties” te kortwieken. Een boemerang komt vaak terug, … ook in het eigen gezicht. Het kan verkeren.
Het Vlaamse middenveld was decennialang een broedplaats voor democratische vernieuwing, sociale solidariteit en politieke emancipatie. Met de komst van N-VA op het Vlaamse regeringsniveau, wordt het bestaansrecht van het middenveld als politieke speler betwist. Niet alleen vakbonden, ziekenfondsen en sociale bewegingen worden geviseerd, maar ook het hele palet van armoede-, welzijns-, migratie- en diversiteitsorganisaties. Fusies en verstaatsingen, besparingen en vermarkting volgen elkaar in snel tempo op. De integratiesector, ooit pionier in Vlaanderen, wordt samengevoegd tot een extern verzelfstandigd agentschap (EVA) in 2013 en raakt onder direct overheidstoezicht.
Elke sector waar geëxperimenteerd wordt met “het primaat van de politiek”, fungeert als laboratorium voor de volgende: van het opbouwwerk dat onthoofd wordt via de koepel Steunpunt Mens en Samenleving (Sam), tot de daklozenopvang en de sociaal-culturele sector.
Gij zult uitvoeren!
Deze disciplineerdrift krijgt ook vorm via het subsidieregime: toegang tot middelen is steeds vaker gekoppeld aan loyaliteit aan het beleid en het vermijden van politieke controverse. Organisaties die onwelgevallige standpunten innemen of juridische procedures opstarten tegen overheidsbeleid, zoals milieuvereniging Dryade, worden uitgesloten van steun.
De disciplineerdrift krijgt ook vorm via het subsidieregime: toegang tot middelen is steeds vaker gekoppeld aan loyaliteit aan het beleid en het vermijden van politieke controverse
In het recente debat krijgen ook media, activistische groepen en kritische vzw’s te maken met verdachtmakingen, chantage rond subsidies, en publieke campagnes die polarisatie en ‘geweld’ imputeren op basis van rapporten en vermoedens. Vanaf juli volgend jaar heeft de Vlaamse Regering nu ook de bevoegdheid om subsidies van eender welke middenveldorganisatie stop te zetten, louter op basis van “vermoedens van betrokkenheid” bij extremisme, via het nieuwe actieplan radicalisering.
Het resultaat is een steeds loyaler en gedepolitiseerd middenveld, dat voornamelijk als uitvoerend verlengstuk van het beleid opereert. Daarmee verdwijnt de ruimte voor dissensus, pluraliteit en politieke vernieuwing. De democratie wordt herleid tot een directe, gecontroleerde lijn tussen overheid en volk, waarin afwijkende standpunten snel als “onveilig” of “illegitiem” kunnen worden geframed, en protest juridisch wordt gecriminaliseerd. De tandem tussen de Vlaamse Regering en de federale Arizona-regering versterkt deze drang naar politieke almacht. Het nieuwe Strafwetboek - de Wet-Quintin - die verenigingen administratief wil ontbinden en verbieden, zonder rechter, zet die evolutie kracht bij.
Politieke functie van het middenveld
Vandaag dreigt Vlaanderen, net als Hongarije, het democratisch pluralisme op te geven voor institutionele controle en een loyaliteitsdiscours. Je kan alleen maar hopen dat de betrokken organisaties richting Raad van State trekken, die kan toetsen of het besluit al dan niet voldoet aan de motiveringsplicht, het zorgvuldigheidsbeginsel en wettelijke procedures. Vanzelfsprekend mag de politiek afwijken van het advies van de beoordelingscommissies, maar ze moet dit wettelijk en inhoudelijk goed motiveren.
Je kan alleen maar hopen dat de betrokken organisaties richting Raad van State trekken
Zeker bij beschuldigingen van gewelddadig extremisme ligt de bewijslast bij de overheid. Het lijkt er sterk op dat de Vlaamse Regering in de praktijk een “extra” criterium inlast: het niet of onvoldoende “ondubbelzinnig” afstand nemen van gewelddadige acties. Dit gebeurde na de oproep onder het decreet sociaal-cultureel werk, en na het indienen van de dossiers. De afgewezen organisaties krijgen dat nu als letterlijke argumentatie te lezen. Een schending van principes van procedurele rechtvaardigheid.
In 2013 schreef Jaak Billiet een bijdrage in De Standaard onder de titel ‘Hoe cruciaal is het sociaal kapitaal’. “Het middenveld zal politiek zijn of niet zijn”, concludeert hij. Het was een van de vele bijdragen die in het geheugen gegrift zijn, waar publieke intellectuelen het Vlaamse middenveld uitdagen zich te vernieuwen op al haar functies: op vlak van ontmoeting en dienstverlening maar ook vooral door haar politieke opdracht scherp te stellen. Alleen een politiserend middenveld kan de democratie redden van de schijnveiligheid van uniformiteit en machtsopbouw die omslaat in almacht van de meerderheid. Voor de Vlaamse Regering moet het middenveld dus “niet zijn”. “Hongarije aan de Leie” is een waarschuwing, een oproep en een diagnose: Vlaanderen balanceert op het scherp van de snede tussen autoritair bestuur en radicale democratie van onderuit.