Op vrijdag 24 april organiseerden de Vlaamse Interuniversitaire Raad (VLIR) en de Vlaamse AI Academie (VAIA) een studiedag rond het gebruik van generatieve artificiële intelligentie in het hoger onderwijs. Er waren ruim 180 deelnemers aanwezig uit de vijf Vlaamse universiteiten en sommige hogescholen.
Hoewel het idee van een studiedag rond deze thematiek mij heel goed en zelfs noodzakelijk leek, was ik onaangenaam verrast door de onkritische positie van het merendeel van de sprekers en de passieve houding die verwacht werd zowel van de studenten als van ons, de docenten en onderzoekers van Vlaamse instellingen. Vooral de studenten werden afgebeeld als een passieve massa, die zich móet aanpassen aan de eisen van werkgevers, de tendensen van de markt, de verwachte evoluties in AI-technologieën en de maatschappelijke gevolgen van dien.
Lof voor AI
Secretaris-generaal van de VLIR Koen Verlaeckt vermeldde in zijn inleiding over de urgentie van een studiedag rond GenAI en onderwijs schaamteloos — nee, zelfs met fierheid — dat hij deze met GenAI geschreven had. Dit verraste me. Al snel bleek dat de overgrote meerderheid van de sprekers in datzelfde gareel zou lopen: het gebruik van GenAI werd over het algemeen niet in vraag gesteld, maar eerder aangemoedigd en zelfs geprezen.
Studenten werden afgebeeld als een passieve massa, die zich móet aanpassen aan de tendensen van de markt en de evoluties in AI-technologieën
In een eerste panelgesprek bombardeerde Andres Agaba, professor data en AI aan de VUB, de zaal met krantenkoppen over de snelle evolutie van kunstmatige intelligentie en met technische informatie over LLM’s en waarom ze goed werken. Hij eindigde zijn presentatie met een door Gemini 3 Pro gegenereerde afbeelding, die leek te dienen als een illustratie van GenAI’s performativiteit. Dit lijkt me niet enkel onkritisch maar zelfs misplaatst. Ten eerste, omdat kwaliteitsvolle beelden genereren veel energie verbruikt en we hier dus zuinig mee om zouden moeten gaan. Ten tweede, hanteert Gemini van Google op dit moment een verlieslatend en inegalitair model. Kwalitatieve afbeeldingen maken vereist een pro-account, wat relatief duur is (30 euro per maand en 200 euro per jaar) en werkt op LLM’s die ondersteund en verder ontwikkeld worden door data afkomstig van veel minder kwalitatieve, gratis accounts en van een leger slecht betaalde arbeiders, die LLM’s moeten trainen onder onzekere voorwaarden en grote werkdruk.
‘Betere’ wetenschap
Ook de presentatie van Rob Heyman, ethicus en coördinator van het Kenniscentrum Data & Maatschappij, over de invloed van GenAI op de toekomst van de universiteit en de maatschappij, leek me erg problematisch. Heyman stelde interessante vragen: Hoe zullen onze universiteiten er in de toekomst uitzien? Welke impact zal GenAI hebben op onderzoek en onderwijs? In wat voor arbeidsmarkt zullen onze studenten terechtkomen? Maar zijn assumpties en schetsmatige antwoorden verraadden ofwel een erg onkritische houding, ofwel de promotie van een economisch en socio-politiek model, waarin de overgrote meerderheid van de bevolking overheerst en onderdrukt wordt door een kleine elite van werkgevers en ontwikkelaars.
Volgens Heyman moeten we ons baseren op trends, cijfers en getuigenissen, om ons te oriënteren ten aanzien van een onzekere toekomst. Verder moeten we er volgens hem van uitgaan dat de situatie al veranderd is en dat het te laat is om deze terug te draaien. De getuigenissen en trends die hij in zijn presentatie vermeldde kwamen niet van studenten of bijvoorbeeld van de arbeiders die LLM’s moeten trainen. Hij refereerde naar een zekere Alexander Kustov, onderzoeker in democratisch beleid en publieke opinie aan de Notre Dame Universiteit, die gelooft dat GenAI al beter in staat is dan mensen om academische papers te schrijven in de sociale wetenschappen, en dat menselijke onderzoeksassistenten overbodig zijn geworden. Deze situatie is volgens hem zeer opwindend, omdat dit tot een ‘betere’ wetenschap zou leiden.
Wat is een maatschappij waarin er amper mensen zijn met kennis en vermogens, maar enkel een klein aantal wetenschappers die het werk van GenAI overzien?
Deze bevestigingen werden niet gestaafd en niet bevraagd in de presentatie. Wat is bijvoorbeeld een ‘betere’ wetenschap? En wat is een maatschappij of een universiteit, waarin er amper mensen zijn met kennis en vermogens, maar enkel een klein aantal wetenschappers die het werk van GenAI overzien? Heymans presentatie beeldde impliciet de studenten, onderzoekers en docenten af als een passieve mensenmassa, die zich volledig moet aanpassen aan de technologische vooruitgang en de trends van de markt. Maar hebben we, en hebben de studenten, dan geen impact op de toekomst? Bovendien besteedde Heyman geen aandacht aan de desastreuze implicaties van cloudbased GenAI’s voor het milieu, terwijl deze presentatie over de toekomst ging.
Leer- en werkdoelen
De lezing van de keynote verzette de aandacht van prestaties naar de vraag onder welke voorwaarden het gebruik van GenAI het leren, de autonomie en het oordeel bevordert of ondermijnt. Professor Mutlu Cukurova (University College London) maakte een onderscheid tussen verschillende leerdoelen en manieren om te interageren met GenAI. Gestaafd door empirisch onderzoek, toonde hij dat GenAI in haar huidige vorm niet helpt met het bereiken van leerdoelen, integendeel. Cukurova’s betoog was dus veel kritischer dan dat van zijn collega’s, en zijn lezing bracht een frappante spanning naar boven: met de intrede van GenAI in het onderwijs komen goede resultaten haaks te staan op het bereiken van leerdoelen te staan. Deze goede resultaten belonen impliceert een aanmoediging van offloading en deskilling, die het leren in de weg staan. Het lijkt dus geen goed idee om GenAI te gebruiken in onderwijs, althans in haar huidige vorm. Hieraan kunnen we toevoegen dat een kritisch gebruik van GenAI kennis en vaardigheden vergt van de gebruiker.
Deze kritische insteek ontbrak mijns inziens opnieuw in het panel over de AI-skills die het werkveld van toekomstige masters verwacht. Er werden bijvoorbeeld contradictorische zaken geopperd. Volgens de ene zal het gebruik van GenAI, bijvoorbeeld bij het schrijven van mails, in de toekomst de werkdruk verlagen. Volgens de andere zal dit gebruik net leiden tot een verhoging van de productiviteit bij de werknemers. Automatisering verhoogt doorgaans de werkdruk en het zorgt voor een fragmentering of Taylorisatie, die de ambacht en charme aan het werk ontneemt, terwijl het werknemers afhankelijk maakt van werkgevers en infrastructuur, en dus hun autonomie aantast. Dat deze aspecten niet belicht werden heeft wellicht te maken met de keuze om samen te werken met VAIA voor deze studiedag en dit panel — een keuze die allesbehalve neutraal is gezien deze academie als missie heeft om de adoptie van kunstmatige intelligentie in Vlaamse bedrijven en organisaties te versnellen.
Milieu-impact
De samenwerking met VAIA is allesbehalve neutraal gezien haar missie om de adoptie van kunstmatige intelligentie in Vlaamse bedrijven en organisaties te versnellen
Het beleid rond GenAI aan de verschillende universiteiten werd toegelicht door Annelies Raes en Steven Huyghe (respectievelijk docent en onderzoeker instructiepsychologie en -technologie, en onderwijsondersteuner aan de KU Leuven). Alle universiteiten moedigen een ‘kritisch’ en ‘ethisch gebruik’ van GenAI aan. De sprekers gingen niet in op wat dit kritische gebruik inhoudt, en deden helemaal geen melding van de spanning of zelfs contradictie met het milieubeleid van de verschillende universiteiten, of het probleem of een ethisch gebruik van GenAI wel mogelijk is.
Vooral Universiteit Antwerpen pakt sterk uit met haar milieubeleid. Ze heeft als enige van de vijf Vlaamse universiteiten een vicerector Valorisatie en Duurzaamheid, en verklaart in haar kilmaatactieplan dat ze een voortrekkersrol wil spelen in de strijd tegen klimaatverandering. Maar ook KU Leuven stelt dat ze “resoluut kiest voor duurzame bedrijfsvoering” en dat ze “globale uitdagingen aangaat via innovatief onderzoek en duurzaamheidsonderwijs”. Dit wringt met de aanmoedigingen om GenAI te gebruiken, en vooral van een algemeen gebruik (voor presentaties, emails, en in het onderwijs). Het getuigt met andere woorden van een — al dan niet bewuste — hypocrisie. Bovendien zijn er, zoals hierboven vermeld, serieuze ethische en socio-politieke implicaties verbonden aan GenAI, waar publieke universiteiten niet zomaar voor kunnen staan.
De toekomst vormen of ondergaan
Hoewel het tijdens deze studiedag duidelijk werd dat het gebruik van GenAI in het onderwijs niet bevorderlijk is, werd het toch onvoldoende bekritiseerd. De problemen rond milieudestructie en -vervuiling werden niet aangehaald, ook niet in de presentaties over de toekomst en over het beleid rond GenAI van de verschillende Vlaamse universiteiten, waarvan er nochtans meerderen een milieubeleid bezitten. Er werd ook gezwegen over de ethische en socio-politieke gevolgen van GenAI. Maar wat me vooral stoorde was dat zowel de docenten en onderzoekers als de studenten van onze universiteiten werden afgetekend als een passieve mensenmassa, die de toekomst louter moet ondergaan. We moeten ons aanpassen aan de tendensen van de markt, de eisen van de werkgevers en de (snelle) evoluties van de technologie. Deze houding komt helemaal overeen met de politieke visie van ceo’s zoals Peter Thiel (Palantir) en Elon Musk (onder andere Space X en Starlink), die beide overheidscontracten hebben met onder meer de VS en Israël.
Er werd gezwegen over de problemen rond milieudestructie en -vervuiling en de ethische en socio-politieke gevolgen van GenAI
Toch lijkt het mij niet zo dat we ons noodzakelijk moeten neerleggen bij de feiten. Om Antoine de Saint Exupéry te citeren (Citadelle, 1948), die trouwens ook aan het begin van het Klimaatactieplan van de UA verschijnt: “Pour ce qui est de l’avenir, il ne s’agit pas de le prévoir, mais de le rendre possible”. (De toekomst gaat niet over voorspellen maar over mogelijk maken.) Ik hoop dat er in de volgende edities van de Let’s Connect-studiedagen over onderwijs en AI meer tijd en aandacht zal zijn voor een werkelijk kritische houding en een authentieke reflectie over onze toekomst en die van onze studenten.