Te gast bij de jonge dichter in Parijs. Batool wijst de plek aan waar ze wil zitten. Dit is het tafeltje waar ze rust vindt en het liefst schrijft. Ze is net terug uit Venetië waar ze op uitnodiging van de Biënnale haar gedichten mocht lezen op de ‘Poetry Caravan’ in de Giardini.
Een dag later vernam ze dat haar debuut een heruitgave krijgt bij Penguin. ‘Ik kan het nog niet geloven’, glimlacht ze.
Erkenning kreeg Batool voor het eerst in 2020 toen ze op haar vijftiende de Barjeel poëzieprijs won met het gedicht ‘I didn’t steal the cloud’, overigens opgenomen haar debuut. Ze publiceerde vervolgens gedichten in tijdschriften zoals ArabLit, The Massachusetts Review en Modern Poetry in translation, die haar in 2024 als poet/translator in residence aanstelde.
In juni 2025 verscheen ‘48kg’, in een tweetalige editie bij Tenement Press in de UK*. Er kwamen lovende recensies van Caryl Churchill, Ghada Karmi en Max Porter. En nu dus Penguin.
De data verraden dat ze dwars door de genocide is blijven doorwerken. In de inleiding schrijft ze dat ze in de eerste maanden geweigerd heeft om nog een letter op papier te zetten. Omdat ze dacht dat poëzie de wereld niet kon veranderen. Tijdens die maanden van totale destructie, gedwongen verhuizingen en hongersnood heeft ze ergens de kracht gevonden om te schrijven en aan een bundel te werken. “Geen idee hoe ik dat voor elkaar heb gekregen. Ik heb echt gewerkt tijdens de meest gruwelijke momenten.”
Olijfboom
Toen ze vanuit Gaza City naar het zuiden van Gaza werden verdreven, woonden de familie een tijdje in het huis van haar tante. “Er was een grote tuin met een olijfboom, waar ik kon schrijven terwijl ik naar de mensen op straat keek.” Daarna werden ze naar Rafah gedreven. “Daar beklom ik een heuvel vanwaar ik de hele stad en de zee kon zien. Er stond een jasmijnboom en er waren veel olijfbomen. Helemaal alleen was ik.”
Batool vertelt dat ze zich vaak schuldig voelde. En wel verschillende vormen van schuldgevoel. Dat van de overlever. Dat van iemand die dood en rouw als materie kiest om er schoonheid uit te beitelen. “Ik beken dat ik gehuild heb bij het lezen van mijn gedichten. Ze zijn zo mooi maar ze zijn gemaakt van pijn. Mijn pijn en die van mensen die mij dierbaar zijn.”
Maar ook omdat ze door te schrijven haar familie in gevaar kon brengen. Haar docent, de bekende dichter Refaat Alareer was een maand ver in de genocide het slachtoffer van een gerichte moordaanslag. Steeds vaker werden journalisten en schrijvers een doelwit. “Ik voelde me verantwoordelijk voor wat hun kon overkomen.”
En toch bleef ze schrijven. Omdat ze vorm wilde geven aan haar gevoelens om ze te kunnen begrijpen. “Poëzie is een vloek. Het was nooit een keuze. Ik wilde nooit mijn verhaal vertellen of dat van mijn familie. Ik hou ervan om met woorden te spelen. Het luchtte me op in die uitzichtloze donkerte van angst en pijn.”
Het idee om 48 gedichten te bundelen als een afnemend aantal kilo’s kwam aan het einde. “Ik verwees vaak naar mijn gedichten als ‘mijn lichaam’ dat ik wilde samenhouden. Vandaar het idee om mijn lichaamsgewicht te laten aftellen. Het loopt parallel met de veranderende relatie die het ‘ik’ heeft met de dood; van afwijzing en angst gaat het naar een soort vriendschap, waar het vraagt aan de dood waar ze toch blijft.”
Aanraken
De dood mag dan alomtegenwoordig zijn in de gedichten, tegelijk danst het ‘ik’ erdoor met een soort lichtvoetigheid. Een aanraken met licht dat zowel vonken als diepe sporen nalaat. Batool draagt haar werk niet toevallig op ‘aan mijn vingertoppen’.
“Aanraken is vaak het begin van een gedicht. Het is zoveel intenser dan wanneer ik iets zie of hoor. Nu voel ik een kras in het oortje van deze koffiekop. Het zijn afdrukken die mensen voor mij hebben achtergelaten. En dat stel ik me visueel voor. Voor ik ze opschrijf zie ik mijn gedichten al als een soort scène in een film.”
In haar dagboeknotities, waarvan delen zijn gepubliceerd in het ooggetuigenverslag ‘Voices of resistance: diaries of genocide’** schrijft ze dat ze op een bepaald moment van louter gruwel was gestopt om dingen te benoemen. “Als dichter sterf je dan, omdat je er niet meer in slaagt om dingen in vraag te stellen.”
Metaforen waren soms een reddingsboei. “Ze houden me in leven. Als ik een beeld op papier zet, stap ik zelf in de scène. Ik word er deel van. Alleen zo begrijp ik wat er gebeurt.”
Een gedicht dat dit illustreert is ‘Blazing sun’. Alles in dit gedicht gaat over voelen: Over hoe pijn, troost, vernieling, rouw, alles door mekaar loopt. Hoe het voedsel wordt, dat één wordt met het nog ademende ik. Maar zelfs dat ik smelt, brandt op als een lucifer, raakt verstikt onder die allesverzengende zon. De oorlog die nooit stopt.
I’m burning my fingers
they’re melting one after the other
slowly, as war passes slowly:
En dan gaat ze alle vingers af en zet ze neer in stille levens en sprekende beelden. Tot de finale versmachtende zin.
nothing remains but the fire
flowing between death’s fingers
fire may choke death
but I am the one who is choked to death.
De verbrande vingers vinden hun oorsprong in een van de vele episodes op de vlucht. In het tentenkamp van Deir al-Balah was er alleen een houtkachel om op te koken. “Mijn moeder traande als de rook in haar ogen woei, dus daarom bakte ik het brood. En dan werd ik altijd boos als ik weer eens mijn vingers verbrandde.”
We hebben het over de kracht van metamorfose. Als in het prachtige openingsvers van ‘Seagull’: When I saw I was white I knew I was a seagull. Iemand anders worden is niet zomaar een techniek zegt Batool.
“In de Arabische wereld heeft poëzie een traditie die de dichter ziet als spreekbuis voor een soort innerlijke duivel. Iedere dichter had zijn eigen duivel en gaf hem een naam. Zo kon je je ervan af maken door te zeggen dat je gewoon zijn stem vertolkte. Dat staat me wel aan (lacht).”
De drie slotverzen van het gedicht bevatten twee vaak terugkerende motieven, die zich hier verstrengelen; de hemel en de zee.
my wings were nothing but a wave
my sky was nothing but a sea
my white colour nothing but foam
“Ik hou erg veel van de hemel. Maar uit hemel kwam ook dood en vernieling met de drones die je geen moment rust lieten. Het blijft erg dubbel.” Met de zee gaat het eender. “Ik ben opgegroeid aan de zee. Toen ik nu in Italië bij de zee stond voelde ik opnieuw hoe belangrijk ze voor me is. De bries maakte alles weer schoon en gaf me mijn zintuigen terug.”
Westerse leugens
De dichter leeft van de waarneming. Hij is schilder, schrijver en wetenschapper tegelijk.
Batool heeft getwijfeld tussen wetenschap en poëzie. Ze was erg goed in biologie en natuurkunde, maar ze wilde op haar eigen manier onderzoek voeren, buiten het keurslijf van vaste methodiek. “Poëzie geeft me de kans antwoorden te zoeken op de vragen die ik me stel. Ze is waarneming tot de uiterste consequentie. Het is alles durven zien.”
Het brengt ons naar de functie van poëzie. “Ik schrijf omdat ik ervan hou. Als ik kan bijdragen tot bewustwording maakt me dat uiteraard blij. Maar ik ben ook realistisch. Als het bloed van de duizenden kinderen die zijn vermoord in Gaza mensen niet tot inzicht brengen, wat kunnen mijn woorden dan veranderen? De enige reden waarom ik me duidelijk blijf uitspreken is omdat politici in het westen gewoon hun leugens blijven verkondigen. Het is mijn plicht om te vertellen wat er echt aan de hand is in Gaza.”
Het gevoel volledig aan je lot te zijn overgelaten, sluimert in veel van de gedichten, maar het duidelijkst in ‘Cemetery’, een gedicht waarin ze haar moeder troost die treurt bij de gedachte in een kamp te moeten leven. Het eindigt met een klap. Westerse onverschilligheid wordt medeplichtigheid:
no one will wash us clean of our fear
they won’t do anything
we’ll be so light
they just cross off the word ‘camp’ and write
‘cemetery’
Dit is één van de 38 gedichten die Batool zelf heeft vertaald vanuit het Arabisch naar het Engels. Een proces dat ze zelf beschrijft als ‘helend’. In haar moedertaal voelde ze alleen de pijn en het verlies, de angst om te sterven, dat haar lichaam verscheurd zou worden en geen plek zou vinden om te rusten. “Maar bij het vertalen naar het Engels voelde ik meer afstand tot de beelden die ik had gecreëerd. Mijn angst ebde weg. Ik sloot vrede met de dood.”
In oktober 2025 slaagde ze erin te worden geëvacueerd naar Frankrijk. Ze kon aan de Sorbonne haar studies Engelse literatuur en vertaling voortzetten. Die studies heeft ze nu tijdelijk onderbroken. “Om mezelf wat tijd te gunnen. Ik lijd onder de symptomen van de trauma’s die ik heb opgelopen. Dus ik rust. En probeer weer een evenwicht te vinden. Zodat ik een goed werkende machine kan worden in deze kapitalistische wereld (lacht).”
De rouw koken
Ze schrijft momenteel aan een nieuw werk, in het Engels. Het gaat richting essayistiek. Maar ook die zal poëtisch zijn, verzekert ze. Vertalen blijft haar ook uitermate boeien. “Het verplicht je om een gedicht binnenste buiten te keren. Je stelt vragen en komt in nieuwe dimensies terecht.”
Als we het hebben over mijn schuchtere poging om ‘This is how I cook my grief’ in het Nederlands te vertalen wordt ze enthousiast. Het gaat erover hoe ‘rouw’ in de titel klinkt als ‘rauw’ en hoe dat botst met ‘koken’. “Mooie paradox, ik hou ervan!”
Voor ze opstaat vertelt ze dat ze aan een essay werkt over wat ‘thuis’ betekent. “Parijs is langzaam in m’n kleren gekropen. Pas toen ik vaker reisde begon ik naar de stad te verlangen. Sinds ik in Venetië ben geweest voelde ik dat ook elders kan thuis zijn. Ik denk dat ik zal blijven reizen tot ik me overal thuis voel (lacht).”
* Batool Abu Akleen, 48Kg. / ٤٨ كغم , uitgegeven bij Tenement Press, UK (juni 2025). Verkrijgbaar via de webshop van de uitgeverij – in september 2026 verschijnt het boek bij Penguin
** Batool Abu Akleen, Sondos Sabra, Nahil Mohana, Ala’a Obaid, Voices of resistance: diaries of genocide (Comma Press 2025)