Minister Zuhal Demir (N-VA) heeft gelijk. Wie het Nederlands onvoldoende beheerst, start met een achterstand die vaak een hele schoolloopbaan nazindert. Taal is de sleutel tot leren, participeren en gelijke kansen. De ambitie om van ieder kind een taalheld te maken, verdient alle steun.
Een ambitieus taalbeleid vraagt wel meer dan nieuwe minimumdoelen, taalheldklassen en extra taalexperts. Het vraagt ook de moed om bestaande expertise een volwaardige plaats te geven binnen dat beleid.
De visie van de Vlaamse overheid sluit naadloos aan bij wat heel wat organisaties al jaren in de praktijk brengen. Taal ontwikkel je niet alleen tijdens de les Nederlands. Elke leeractiviteit is een taalkans. Ouders spelen daarin een cruciale rol. Kinderen hebben nood aan oefenkansen. Daarom moeten scholen samenwerken met partners buiten de schoolmuren.
Gezinnen versterken
Daar wringt vandaag het schoentje. Het debat gaat vooral over de organisatie van taalheldklassen en de zoektocht naar duizenden taalexperts. Tegelijk waarschuwen de Vlaamse Onderwijsraad en onderwijsverstrekkers voor een nijpend personeelstekort. Tegen eind 2027 wil Vlaanderen minstens 3.000 taalexperts opleiden, terwijl het aantal studenten in taalopleidingen al jaren daalt. Scholen zoeken logopedisten, gepensioneerde leerkrachten en andere profielen om de plannen uit te voeren. Dat is een enorme uitdaging.
Tegen eind 2027 wil Vlaanderen minstens 3.000 taalexperts opleiden, terwijl het aantal studenten in taalopleidingen al jaren daalt
Maar waarom vertrekken we van nul? Waarom bouwen we nieuwe structuren terwijl Vlaanderen beschikt over een sterk netwerk van organisaties die al jaren werken met precies die doelgroep die het taalplan wil bereiken?
Sociaal-culturele organisaties, buddywerkingen, leesbevorderingsinitiatieven en huiswerkorganisaties bereiken gezinnen die thuis weinig Nederlands spreken, waar ouders de school niet altijd vanzelfsprekend vinden en waar kinderen minder kansen krijgen om buiten de klas Nederlands te oefenen. Zij doen dat niet vanuit een tijdelijk project, maar vanuit een duurzame relatie met kinderen, ouders en scholen.
Vrijwilligers vervangen geen leerkrachten. Dat mogen ze ook niet. Hun kracht ligt elders. Ze geven individuele aandacht. Ze oefenen Nederlands in een veilige omgeving. Ze bouwen vertrouwen op. Ze bereiken gezinnen die voor scholen en hulpverleners vaak moeilijk bereikbaar zijn. Ze slaan een brug tussen ouders, school en buurt. En vooral: ze doen dat week na week, gedurende een volledig schooljaar. Net daar ligt hun meerwaarde.
Toegang tot expertise
De Vlaamse Regering wil terecht inzetten op ouderbetrokkenheid. Maar ouders betrek je niet met een brief of een verplicht traject. Je bereikt hen door een vertrouwensband op te bouwen. Door wekelijks samen aan tafel te zitten en oplossingen te zoeken. Door gezinnen sterker te maken. En dát is precies de jarenlange expertise van het sociaal-cultureel werk en huiswerkinitiatieven.
Als Vlaanderen van elk kind een taalheld wil maken, hoeft het dus niet alles opnieuw uit te vinden. Het kan nieuwe maatregelen versterken door tegelijk fors te investeren in de vrijwilligerswerkingen die bewezen hebben dat ze kinderen en gezinnen bereiken. Zo kan elke school in Vlaanderen samenwerken met een kwalitatieve vrijwilligerswerking voor schoolse ondersteuning, aangepast aan de lokale context.
Vlaanderen kan nieuwe maatregelen versterken door te investeren in de vrijwilligerswerkingen die nu al kinderen en gezinnen bereiken
Dat is geen bijkomende kost. Het is een hefboom die de investering in het onderwijs versterkt. Ze vergroot de impact van leerkrachten, verlaagt de druk op scholen, benut het engagement van duizenden vrijwilligers die al actief zijn én zorgt ervoor dat de investeringen in taal ook buiten de schooluren blijven doorwerken.
Bij Uilenspel zien we dat elke week opnieuw. Al achttien jaar begeleiden vrijwilligers kinderen uit maatschappelijk kwetsbare gezinnen aan huis. Ze lezen samen, oefenen woordenschat, spelen taalspelletjes, maken huiswerk en bouwen een brug tussen gezin en school en tussen gezin en buurt. Ook organisaties zoals Actief vzw, Broeiklas vzw, Kompanjon vzw, De Katrol, De Schoolbrug en Auxilia tonen elke dag hoe individuele begeleiding, ouderbetrokkenheid en een sterke samenwerking met scholen taalontwikkeling versterken.
De vraag is niet of Vlaanderen zich zulke organisaties kan veroorloven. De vraag is hoe Vlaanderen ervoor kan zorgen dat elke school toegang krijgt tot deze expertise. Niet als tijdelijk project of lokale uitzondering, maar als een structureel onderdeel van een sterk Vlaams onderwijsbeleid.
Als we écht willen dat elk kind een taalheld wordt, dan maken we van taal een opdracht van de hele samenleving. Scholen kunnen die ambitie niet alleen waarmaken. Gelukkig hoeven ze dat ook niet … en zijn wij er ook!